Achtergrond

Keuvelend een band smeden met je cliënt: ‘Je bent eerst mens, dan pas hulpverlener’

Greet Demesmaeker

Wil je een geslaagd begeleidingstraject? Kies dan voor nabijheid. Coach, docent en onderzoeker Greet Demesmaeker (AP Hogeschool) ontwikkelde vanuit haar eigen ervaringen een instrument om met de cliënt een warme samenwerkingsrelatie aan te gaan.

presentie

© Pexels / Polina Zimmerman

Op afstand houden

Hulpverleners werken in verschillende situaties. Een ambulante begeleider bij personen met een beperking doet andere dingen dan een contextbegeleider in de jeugdhulp of een trajectbegeleider van personen in armoede. Wat ze gemeenschappelijk hebben: ze gaan allemaal een relatie aan met mensen die zich in een kwetsbare positie bevinden en ondersteuning nodig hebben.

Nog iets dat ze delen: de twijfel of ze in die ondersteuningsrelatie vooral afstand bewaren dan wel voluit kiezen voor nabijheid. Daarover werd al heel wat gezegd en geschreven, ook op Sociaal.Net.

‘Nabijheid betekent niet dat er geen grenzen mogen zijn.’

Hulpverleners bouwen aan een vertrouwensrelatie zodat cliënten hun hart en ziel op tafel leggen. Om die relatie niet uit evenwicht te brengen, moet ook de hulpverlener zich tonen als mens, met eigen zekerheden, twijfels, krachten en kwetsbaarheden. Pas dan wordt de relatie niet herleid tot de kille, alwetende expert die de kwetsbare mens overvleugelt.

Toch houden hulpverleners in de praktijk vaak cliënten op ‘professionele’ afstand. Ze zijn bang om in de problemen te geraken door de relatie. Die angst vertrekt vaak vanuit een enge invulling van nabijheid. Nabijheid betekent niet dat er geen grenzen mogen zijn. En de relatie tussen hulpverlener en cliënt hoeft ook geen vriendschapsrelatie te zijn. Meer nog: iemand wordt pas cliënt omdat hij een probleem ervaart en hulp nodig heeft. Door die afhankelijkheid is volledige wederkerigheid hoe dan ook moeilijk.

Ingebakken dualiteit

Die dualiteit tussen afstand en nabijheid zit ingebakken in de professionele ondersteuningsrelatie. Enerzijds ga je een persoonlijk engagement aan, met jezelf als tool. Anderzijds bestaat deze relatie alleen maar vanuit professioneel oogpunt en bovendien is ze eindig.

Dit spanningsveld roept bij de hulpverlener heel wat vragen op. Hoe moet je dan ingaan op de hulpvraag? Hoe bouw je een evenwichtige vertrouwensrelatie op? Hoe blijf je betrokken zonder de problemen mee naar huis te nemen?

‘Hoe blijf je betrokken zonder de problemen mee naar huis te nemen?’

Enkel theoretische kaders bieden geen sluitende antwoorden. De hulpverlener moet ook vertrouwen op zijn authentieke basishouding. Hij kan slechts terugvallen op enkele richtlijnen en moet vooral zijn hart laten spreken.

KEUVEL-kader

Om hulpverleners hierbij te ondersteunen, ontwikkelde ik het KEUVEL-kader, gebaseerd op eigen ervaringen en literatuurstudie. Het is een leidraad om met de nodige expertise een warme relatie aan te gaan. Of nog: een leidraad om ‘deskundig te keuvelen’.Er verscheen een meer uitgebreide tekstversie over dit KEUVEL-kader: Demesmaeker, G. (2022), Het KEUVEL-kader: een leidraad en pleidooi voor nabijheid in een persoonlijk-professionele relatie, Signaal Digitaal, 2022-1.

‘Keuvelen’ is gezellig en vertrouwelijk praten met elkaar. Deskundig keuvelen is dan de kunst om, met kennis en kunde in het achterhoofd, een vertrouwensband op te bouwen.

Het KEUVEL-kader bevat de bouwstenen voor een relationele en nabije basishouding:

  • Kracht en kwetsbaarheid als kunst
  • Eigen regie vanuit een empowerende houding
  • Uitnodigend en uniek
  • Veiligheid en verbinding vanuit vertrouwen
  • Empathie vanuit echtheid
  • Liefdevol door een luisterende houding

Kracht en kwetsbaarheid als kunst

Kracht en kwetsbaarheid zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Als je de cliënt niet reduceert tot zijn probleem, dan komen krachten bovendrijven waar hij zelf geen zicht meer op had. Die krachten bieden een tegengewicht voor kwetsbaarheden waarmee hij worstelt.

‘Echt contact maken, is jezelf verplaatsen in de ander.’

Een hulpverlener die zich kwetsbaar opstelt en zich niet profileert als almachtig en onaantastbaar, stimuleert de cliënt om zich open te stellen. Je bent eerst mens, dan pas hulpverlener. In die wederzijdse kwetsbaarheid schuilt de kracht om te komen tot een gelijkwaardige positie.

Eigen regie vanuit een empowerende houding

Wil je de persoon in zijn eigenwaarde laten, dan heb je oog voor zijn eigen krachten. Het werkwoord ‘to empower’ betekent ‘in staat stellen’: mensen in staat stellen om vanuit hun krachten en mogelijkheden regisseur van hun leven te zijn.

Dit betekent dat we ervan uitgaan dat mensen autonoom kunnen denken, handelen en doen. Die autonomie krijgt vorm in relatie en verbondenheid met anderen. In deze relatie is het aan de hulpverlener om dialoog te installeren. Die zal tonen wat iemand waardevol vindt, welke betekenis iemand geeft aan een situatie, wat zijn levensgeschiedenis is en welke behoeften iemand heeft.

Dialoog is meer dan alleen luisteren naar een monoloog van een ander. Reacties sluiten aan op het verhaal van de ander. Bij dialoog is de hulpverlener betrokken op de persoon waar hij naar luistert en leert hij zijn betekenissen en waarden kennen. Doorheen die dialoog leert ook de cliënt zichzelf beter kennen. Door te benoemen wat voor hem belangrijk is, stelt hij zijn eigen levensgeschiedenis weer samen en leert hij wat betekenisvol is voor hem.

Uitnodigend en uniek

Als hulpverlener neem je een uitnodigende houding aan door je betrokken en bekommerd op te stellen. Al bij de eerste ontmoeting maak je contact met de cliënt. Contact betekent aanraking, voeling, verbinding. Echt contact maken, is jezelf verplaatsen in de ander. De cliënt wordt ernstig genomen in hoe hij gebeurtenissen ervaart. Dit begrijpen, is enkel mogelijk door met een open kijk te starten bij de ander. Door toenadering begeven we ons zo dicht mogelijk bij de cliënt.

De hulpverlener zet de deur open, zodat de cliënt uitgenodigd wordt om zijn uniek verhaal te delen. Geen twee verhalen zijn dezelfde, geen enkele persoon geeft dezelfde betekenis of wordt op dezelfde manier beleefd. Elke cliënt en elke hulpverlener is uniek, met eigen achtergronden, kenmerken en behoeften. Dit maakt ook elke relatie weer uniek: de eigenheid en waardigheid komen pas ten volle tot hun recht als hulpverlener en cliënt vanuit de relatie samen het begeleidingspad bewandelen.

Veiligheid en verbinding vanuit vertrouwen

De cliënt ervaart veiligheid wanneer hij merkt dat de hulpverlener betrouwbaar en te vertrouwen is. Het is in die veiligheid dat hij kan groeien en zichzelf kan zijn. Vertrouwen geven en krijgen, is een gift die plaatsvindt tussen gelijken. Gezien de asymmetrische relatie tussen hulpverlener en cliënt, moet vertrouwen vooral gelezen worden als ‘betrouwbaar zijn’. Het gaat over erkenning geven en vertrouwelijk omgaan met informatie. Als je vertrouwen wil winnen, zal je eerst vertrouwen moeten geven.

‘Vertrouwen opbouwen doe je ook door samen de vaat te doen of een wandeling te maken.’

Vertrouwen opbouwen doe je niet alleen door te praten of keuvelen, maar ook door samen alledaagse dingen te doen, bijvoorbeeld door samen de vaat te doen of een wandeling te maken. Zo leer je elkaar op een ongedwongen manier kennen, waarbij niets moet. De verhalen komen dan vanzelf.

Empathie vanuit echtheid

Een synoniem voor empathie is inlevingsvermogen: anderen aanvoelen zoals ze het zelf voelen. Je verplaatst je in hun gevoels- en belevingswereld en doet een beroep op je voorstellingsvermogen. Je hoeft niet hetzelfde te hebben meegemaakt om je te kunnen inleven.

In empathische gesprekken kijkt de hulpverlener vanuit het perspectief van de cliënt en vraagt zich af: “Wat denk ik, wat wil ik, wat voel ik als ik mij inbeeld deze cliënt te zijn?” En dit zonder goed- of afkeuring. Empathie voor de ander zorgt ervoor dat we kunnen afstemmen en aansluiten.

‘Wat houdt ons tegen om ons te tonen zoals we ‘echt’ zijn?’

Het begrip ‘echtheid’ is voor interpretatie vatbaar. Want wie bepaalt wat ‘echt’ is? Echtheid gaat over eerlijkheid en vertrouwen. En dat is nu net de basis van elke relatie. Dus waarom het niet doortrekken naar een samenwerkingsrelatie? Wat houdt ons tegen om ons te tonen zoals we ‘echt’ zijn?

Liefdevol door een luisterende houding

In de presentietheorie betekent aandacht ‘ontmoeting’ en ‘er zijn voor iemand’. Een liefdevolle houding wordt gekenmerkt door zorgzaam omgaan met de ander. Deze aandachtige aanwezigheid krijgt vorm in het echt luisteren naar de ander, op een manier waarbij de hulpverlener ongehaast en onbezet is.Brinkman, F. (2004), Presentie in de praktijk. Een verkenning in de maatschappelijke opvang, Utrecht, NIZW.

Hier is het onderscheid tussen betekenistijd en prestatietijd interessant.Kunneman, H. (2006), Van theemutscultuur naar walkman-ego. Contouren van postmoderne professionaliteit, Boom, Meppel.Prestatietijd is de tijd die je nodig hebt om een vooraf bepaald doel te bereiken. Naast die prestatietijd staat betekenistijd: de tijd die iemand nodig heeft om zijn individueel verhaal te vertellen over de betekenis van zijn leven.

Je kan pas open en ontvankelijk luisteren naar het verhaal, wanneer er voldoende en ongehaast tijd en ruimte voor gemaakt wordt. Je neemt een houding aan van niet-weten, zonder oordeel en geboeid door nieuwe verhalen. Dit gebeurt op een gelijkwaardige basis: de cliënt is expert van zijn eigen leven en samen met hem zoekt de hulpverlener geduldig naar de zin en de betekenis, naar wat echt de moeite waard is. De band die zo opgebouwd wordt, is het fundament voor een persoonlijk-professionele relatie.

Contact, geen contract

Het KEUVEL-kader biedt handvatten om een warme samenwerkingsrelatie aan te gaan met mensen met een ondersteuningsvraag. Die persoonlijk-professionele relatie wordt gezien als een engagement: beide partijen gaan een verbintenis aan om de ander te zien als iemand met dezelfde menselijke basisbehoeften.

‘Het fundament van hulpverlening blijft de relatie die doelgericht, betrouwbaar en echt is.’

De KEUVEL-bouwstenen zijn een pleidooi om de kaart te trekken van professionele nabijheid. We moeten ons behoeden om dit kader instrumenteel in te zetten. Dan zou het ‘contact’ plaatsmaken voor een ‘contract’. Kwaliteitsvol werken wordt dan synoniem voor algoritmisch werken: elke handeling wordt geregistreerd en beargumenteerd en het resultaat moet voorspelbaar zijn.Tsui, M.S., & Cheung, F.C.H. (2004), Gone with the wind: The impacts of managerialism on human services, British Journal of Social Work, 34 (3), 437-442.

Zichzelf tegenkomen

Het fundament van hulpverlening blijft de relatie die doelgericht, betrouwbaar en echt is. Het is de kunst om vanuit kennis en kunde in elke unieke relatie contact en ontmoeting te faciliteren. De kwaliteit van deze relatie hangt af van de aansluiting en de afstemming tussen hulpverlener en cliënt. Kwaliteit en meerwaarde vertrekken vanuit de verbondenheid met de cliënt.

De nabije hulpverlener zal zichzelf tegenkomen. Door zich kwetsbaar op te stellen en door de cliënt dichtbij te laten komen, kijkt hij in de spiegel van de eigen kwaliteiten en valkuilen. Reflectie zorgt voor een evenwicht tussen doordacht en spontaan denken, voelen en handelen. Dit kader prikkelt de hulpverlener om te reflecteren op het eigen handelen in relatie tot het handelen van anderen.

Reacties [6]

  • Yvonne

    Wat een prachtig geschreven artikel. Dit is precies wat ik als zo mooi ervaar in de zorg en tevens zo onbekend is in de zorg, althans, weinig wordt toegepast. Dit zou iedere zorgverlener moeten weten/lezen!
    Dit maakt me nog bewuster van mezelf en ervaar ik als zeer leerzaam.

    Veel waardering en dank!
    Hartelijke groet, Yvonne

  • Reinhilde Hawinkel

    Ik was begonnen met mijn reactie in te typen, maar had hier niet genoeg plaats voor. Jammer. Ik las het artikel met plezier, gezien het voor een stuk mijn kijk bevestigt en verwoordt. Anderzijds wou ik graag dialoog over een aantal bewoordingen en uitspraken…

  • Johan Roels

    Toemaatje!

    Beste Greet,

    Mijn aanpak is gebaseerd op het natuurlijk leer en transformatieproces dat ik Creatieve wisselwerking (Creative Interchange) noem. Veel van wat u hier schrijft, Greet; heeft met dit verbindend proces te maken. Ben benieuwd of u ooit van dit proces, waar je overigens (zoals allen) mee geboren bent, ooit gehoord hebt. Het werd ‘ontdekt’ door een Religieus filosoof uit de vorige eeuw: Henry Nelson Wieman.

    Overigens is mijn inschatting dat elke Sociaal Werker (om mee te beginnen) zich terug zou dienen te verbinden met die natuurlijk, aangeboren veranderingsproces… Spijtig genoeg wordt het bij mijn weten in geen enkele Sociale Hogeschool (terug) aangeleerd…

    Proficiat!

    Creatively,
    Johan Roels

  • Johan Roels

    2/2

    Daartoe zag ik twee basiscondities: vertrouwen en openheid; twee zijden van hetzelfde muntstuk die elkaar ondersteunen en versterken: hoe meer vertrouwen hoe meer openheid en vice-versa. In dat kwadrant zag ik vier tools: Het helder stellen van de vraag, pleiten en bevragen, het onderkennen van non-verbale communicatie en het bevestigend parafraseren.

    Die eerste kwadrant heeft is een andere beschrijving van meerdere van uw ‘Keuvel’ elementen. U zult dit als geen andere zien!

    Het Cruciale Dialoog model omvat ook nog een tweede kwadrant: waarderend begrijpen. De basiscondities daarvan zijn nieuwsgierigheid en kunnen omgaan met ambiguïteit. De handvatten: het stellen van nederige vragen (waarbij ik mij nogmaals kwetsbaar opstel), het vinden van plussen achter de min van het standpunt van mijn client, het integreren van de verschillen in de zienswijzen en het in vraag stellen van mijn eigen mentaal model.

    Creatively,

    Johan

  • Johan Roels

    Geachte mevrouw Demesmaeker,
    Beste Greet,

    1/2

    Heel wat nagels op de kop ingeblikt in een mooi instrument, weliswaar geduid met een misleidend letterwoord. Uw manier van ‘keuvelen’ is allesbehalve vrijblijvend en gemakkelijk. Uw ‘keuvelen’ gaat allerminst over banaliteiten en is ook heel gericht en vereist heel wat focus. Het is geen praatje… zelfs geen gesprek: het is een dialoog!

    Gezien ik dit jaar tien jaar geleden mijn ervaringen met ‘stevige babbels’ vastlegde in een methodiek die ik ‘Cruciale dialoog’ doopte, las ik met veel belangstelling uw prachtige tekst.

    Een paar linken naar mijn Cruciaal Dialoog model:

    U schrijft: “Hulpverleners bouwen aan een vertrouwensrelatie zodat cliënten hun hart en hun ziel op tafel leggen”. Amen! Dit zag ik als de eerste fase van de Cruciale Dialoog waarin Authentieke Interactie beoogd wordt.

    • Yvonne

      Is het niet juist dat het begint met keuvelen, zodat het echt contact wordt en geen contract wordt, zoals bij een heel gerichte gesprek dat focus vereist en waar mw. Demesmaeker in het artikel op wijst?

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.