Verhaal

Yong Yello: ‘Op het einde telt maar één ding: of er iemand is die naast je zit’

Wouter Kersbergen

Hij groeide op in een complex gezin, droeg vroegkinderlijke pijn en trauma met zich mee, en ontwikkelde een verslavingsgevoeligheid die hem jaren achtervolgde. Maar net toen het leven te zwaar werd, bleef één iemand bellen. Yong Yello vond in de muziek maar ook in vriendschap de moed om opnieuw mens te zijn.

© Spindokter

Pijn

“Hoe ouder ik word”, zegt Yello Staelens, beter bekend als muzikant Yong Yello, “hoe meer ik besef dat wat we ‘kwaad’ noemen zelden puur kwaad is. Meestal is het pijn die geen andere uitweg vindt.”

Het is een inzicht dat niet uit theorie is geboren, maar uit leven. Uit vallen, zoeken, verdwijnen en voorzichtig weer opstaan. Uit muziek maken als laatste redmiddel. En bovenal uit mensen die dicht bij hem bleven, toen hij zichzelf al had opgegeven.

‘Hij behoort tot een generatie artiesten die kwetsbaarheid niet ziet als zwakte, maar als daad van verzet.’

Yong Yello getuigt hierover in de podcast ‘Gezien Gehoord’ van SOS Kinderdorpen, waar verhalen samenkomen rond veilig opgroeien en de littekens die ontstaan wanneer die veiligheid wankelt.

Hij behoort tot een generatie artiesten die kwetsbaarheid niet ziet als een zwakte, maar als een daad van verzet. Zijn muziek balanceert op de dunne lijn tussen biecht en troost, tussen schuld en vergeving, tussen wie hij was en wie hij probeert te worden. Op zijn nieuwste plaat ‘Bennie en de banaliteit van ons bestaan’ klinkt dat alles rauwer dan ooit. Niet gepolijst, niet verfraaid, maar eerlijk. Soms pijnlijk eerlijk.

“Die plaat is geen conceptalbum”, zegt hij. “Het is een dagboek. Een therapeutisch document.”

Een jeugd vol lagen

Yello groeide op in een gezin dat hij zelf ‘ingewikkeld’ noemt. Niet eenduidig slecht, maar complex, gelaagd en emotioneel moeilijk te vatten. “Ik was de jongste”, vertelt hij. “En ik had vaak het gevoel dat er voor mijn emoties geen ruimte was. Niet omdat niemand om mij gaf, maar omdat het al zo vol zat.”

Zoals dat vaak gaat, vond hij manieren om zich aan te passen. Hij werd observator, hield gevoelens binnen, leerde zwijgen. Maar wat wordt ingeslikt, verdwijnt niet. Het zoekt een andere uitweg. Bij Yello werd dat muziek. “Schrijven was geen ambitie”, zegt hij. “Het was overleven. Ik schreef initieel niet om gehoord te worden, maar om mezelf te begrijpen.” Zijn teksten ontstonden vanuit noodzaak, niet vanuit esthetiek. Ze waren onhandig soms, ongefilterd, maar waarachtig. En precies daarin school hun kracht.

‘Het nummer ‘Luchtkasteel’ werd een teamsong binnen bepaalde instellingen.’

Het nummer ‘Luchtkasteel’ werd zijn eerste breekpunt naar de buitenwereld toe. Een lied dat fluisterde waar hij zelf niet durfde roepen: zie mij, hoor mij, begrijp mij. Tot zijn eigen verbazing vond het nummer weerklank bij jongerenwerkers, therapeuten en mensen in de jeugdhulpverlening. Het werd zelfs een teamsong binnen bepaalde instellingen. “Ik vond dat heel confronterend”, zegt hij. “Ik dacht altijd dat mijn verhaal te persoonlijk was, te klein. Maar blijkbaar is net dat persoonlijke universeel.”

Fragment uit ‘Luchtkasteel’

Stop met leven in een luchtkasteel
Want ge hebt er alles, maar ge mist zoveel
Prinseske
Stop met leven in een luchtkasteel
Ik zei u alles, maar ge miste veel
Ge snapt niet half wat er in mij speelt

Wat als ge opgegroeid waart zonder grote TV
In een onverzorgd huis van het OCMW
Met twee broers, één zus en uw alleenstaande moeder
Die de resten van haar twee exen probeerde op te voeden
Wat als uw oudste aandenken aan uw jeugd
Een beeld is van uw ouders die ruziën aan de deur
Wat als uw vader gene man, maar een kind was?
En uw gezin in feite helemaal geen gezin was
Stel, stel dat de vader van uw broers
Niet meer had nagelaten dan die Congolese roots?
Als em beloofde om te komen op verjaardagen
Liet em ze heel de dag, hopend door het raam staren
En stel dat uw geadopteerde zus
Schizofreen werd na experimenten met drugs
En dat ze later zou bevallen in de psychiatrie
Van een zoontje dat ze nu nog altijd amper krijgt te zien

Van vroege pijn naar verslaving

Wie luistert naar ‘Bennie en de banaliteit van ons bestaan’, hoort hoe die vroege pijn zich later vertaalt in een ander, donkerder thema: verslaving. Het nummer ‘Waarom ben ik zo destructief?’ voelt als een echo van ‘Luchtkasteel’, maar dan zonder hoopvolle sluier. Waar het eerste nummer een vraag stelde, is dit een bekentenis.

“Voor mij is die lijn heel logisch”, zegt Yello. “Verslaving ontstaat niet in het niets. Het is vaak een poging om een leegte te vullen, om iets te dempen wat te luid is.”

‘Verslaving is vaak een poging om een leegte te vullen, om iets te dempen wat te luid is.’

Hij begon te drinken in zijn puberteit. Aanvankelijk zoals zovelen: sociaal, onschuldig, bijna onvermijdelijk. Maar al snel voelde hij dat het anders zat. “Op mijn achttiende dacht ik al: dit klopt niet. Ik doe dingen waar ik spijt van heb. Ik kwets mensen. Ik kwets mezelf. En toch bleef ik drinken.” Dat is de paradox van verslaving, zegt hij. “Je weet rationeel dat het je kapotmaakt, maar iets in jou blijft vragen om meer. Het is alsof je eigen brein je saboteert.”

Jarenlang balanceerde hij tussen functioneren en afglijden. Optredens, vriendschappen, relaties – alles werd geraakt. Tot het niet meer ging. Vandaag drinkt hij niet meer. Met hulp van medicatie en een praatgroep vond hij een manier om het patroon te doorbreken. “Die medicatie zorgde ervoor dat ik fysiek niet kón drinken”, legt hij uit. “Dat gaf rust. Voor het eerst moest ik niet elke dag vechten. En pas toen kon ik echt beginnen herstellen.”

Yong Yello tijdens de opnames van de podcast.

© Spindokter

Muziek als therapie

De muziek veranderde mee. Waar schrijven vroeger vooral een interne overlevingsstrategie was, werd het nu ook een manier om verbinding te maken. “Mijn nummers zijn therapie”, zegt hij. “Voor mezelf, maar ook voor anderen.” Tijdens optredens voelt hij dat bijna tastbaar. “Er hangt iets in de ruimte. Mensen stellen zich open. Ze huilen, soms huilen mijn bandleden ook. Dat is intens, maar ook helend. Je voelt samen iets wat groter is dan jezelf.”

In het nummer ‘Ben er nog’ beschrijft hij het leven als een trap die iedereen moet beklimmen, elk met zijn eigen gewicht op de schouders. “We denken dat er een eindpunt is, maar elke verdieping toont een nieuwe”, zingt hij. Yello vertelt dat het nummer troost biedt: “Het zegt niet dat alles goed komt. Het zegt: het is zwaar, en toch ben je er nog. En dat is genoeg voor vandaag.”

De man die bleef bellen

Het dieptepunt kwam toen Yello zich vrijwillig liet opnemen op een PAAZ-afdeling, een psychiatrische afdeling van een algemeen ziekenhuis. “Ik zag geen uitweg meer”, zegt hij zonder omwegen. “Ik wilde verdwijnen. Niet per se dood, maar gewoon weg uit het bestaan.”

In die periode was er één constante: de telefoon. “Jan Lemmens – GLINTS – belde elke dag. Echt elke dag.” Soms nam Yello niet op. Soms kon hij geen woord uitbrengen. Maar Jan bleef bellen. “Ik was toen echt een ‘askhole’”, lacht hij schamper. “Iemand die advies vraagt en dan het tegenovergestelde doet. Maar hij gaf niet op.”

Die volharding bleek levensreddend. “Hij zag iets in mij wat ik zelf niet meer zag. Hij bleef geloven in mijn goede kant, zelfs toen ik alleen nog mijn destructieve kant zag.” Het is een vorm van vriendschap die zeldzaam is: niet redden, niet fixen, maar aanwezig blijven. “Hij wilde me niet veranderen”, zegt Yello. “Hij wilde gewoon dat ik bleef bestaan.”

Liefde als spiegel

In dezelfde periode ontmoette hij een vrouw die een andere, even belangrijke rol speelde. “Zij kende haar eigen donkerte”, zegt hij. “En misschien begreep ze daarom de mijne.”

Het werd geen klassiek liefdesverhaal, maar een relatie gebaseerd op herkenning en eerlijkheid. “Zij spiegelde mij een versie van mezelf die ik was vergeten. Niet de kapotte, maar de goede.” Ze liet hem voelen dat zijn destructieve gedrag niet zijn essentie was. “Dat mijn kern liefdevol was. Dat heeft mijn zelfbeeld gered.”

Dankbetuiging

Op de plaat staat een nummer dat alles samenbrengt, het slotnummer ‘Zoeken naar wat liefde’. Het is een dankbetuiging, bijna een gebed. “Voor de vrienden die mij vingen toen ik viel, die mij hadden, ook al was ik instabiel. Zonder jullie was ik niet meer hier”, klinkt het.

‘Op het einde telt maar één ding: of er iemand is die naast je zit.’

“Dat nummer is in de eerste plaats voor Jan”, zegt hij zacht. “Maar eigenlijk voor iedereen die bleef.” Zijn boodschap is genuanceerd. “Je moet grenzen stellen. Soms moet je afstand nemen van mensen die je pijn doen. Maar als iemand destructief is uit pijn, niet uit kwaadheid, dan is blijven soms het verschil tussen leven en verdwijnen.”

“Uiteindelijk draait alles daarom”, zegt Yello. “Niet om succes, geld of erkenning. Op het einde telt maar één ding: of er iemand is die naast je zit. Gewoon omdat je bent wie je bent.”

Een stem voor wie niet gehoord werd

Yong Yello maakt geen makkelijke muziek. Hij biedt geen slogans, geen snelle oplossingen. Wat hij wel biedt, is eerlijkheid. En aanwezigheid. Zijn muziek is een hand op de schouder voor wie zich verloren voelt, een fluistering voor wie denkt dat hij te kapot is om nog gezien te worden.

“Zolang iemand gezien en gehoord wordt,” zegt hij, “is niemand echt alleen.” En misschien is dat wel zijn grootste kracht: niet dat hij gered is, maar dat hij durft tonen hoe redding er écht uitziet. Rommelig. Onvolmaakt. Menselijk.

Reacties [4]

  • marleen auman

    Heel sterk artikel. De kracht van nabijheid én iemand echt horen en zien.

  • anoniem

    Wat sterk van hem.
    Het is schrijnend dat er wel medeleven is vanuit de samenleving tegenover mishandelde of verwaarloosde kinderen, maar dat er tegelijkertijd zo n gebrek aan traumasensitiviteit leeft. Want eenmaal volwassen, mogen ze geen last meer hebben van die ptss. Dan moet iedereen 100% kunnen meedraaien in het kapitalistisch economisch systeem. Als je op volwassen leeftijd nog sporen draagt van zo’n beschadigende jeugd word je alleen maar gezien als ballast voor de samenleving, als profitariaat, …

    • Geert Desmet

      Heel goed opgemerkt

    • Dezelfde anoniem

      Het is helaas mijn leven.. en “wat je niet ziet bestaat niet” leeft ook bij controleartsen van de mutualiteiten…

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.