Langdurig en intensief
Tienermoeders, sociaal kwetsbare ouders, alleenstaande moeders of vaders, ouders met een verstandelijke beperking, ouders met een vluchtverleden… De perinatale begeleidingsdienst Pré-en-bulles is er voor een zeer diverse groep aankomende en kersverse ouders in de streek rond Doornik en Moeskroen.
Een multidisciplinair team begeleidt de ouders langdurig en intensief. Ze zijn er liefst al bij vanaf de aankondiging van de zwangerschap en blijven ondersteuning bieden tot de start van de schoolloopbaan van het kind.
‘Een veilige band tussen ouder en kind, vormt de basis voor gezonde ontwikkeling van het kind.’
“Onze belangrijkste opdracht is het versterken van de ouder-kindrelatie”, licht psycholoog en coördinator Magali Broquet toe. “Een kwalitatieve en veilige band tussen ouder en kind, vormt een belangrijke basis voor de gezonde ontwikkeling van het kind.”
Kindermishandeling voorkomen
De dienst maakt deel uit van SOS Enfants, dat meldingen van kindermishandeling evalueert en opvolgt. Daar ontstond het idee om een vroeginterventiesysteem op te zetten, met als doel kindermishandeling te voorkomen.
“Kindermishandeling hangt vaak samen met ernstige problemen in de ouder-kindhechting, stelde SOS Enfants vast”, zegt Magali. “Zodra mishandeling zich heeft voorgedaan, wordt het veel moeilijker om in te grijpen. Mede daardoor groeide het idee voor een preventieve dienst. Wat ook meespeelde is dat er in deze regio weinig ondersteuning is voor kwetsbare ouders met jonge kinderen.”
Multidisciplinaire aanpak
Sinds het ontstaan tien jaar geleden begeleidde het team van Magali al 174 gezinnen. Gemiddeld begeleidt het multidisciplinair team – dat naast Magali ook een sociaal werkster, een verloskundige en een psychologe/psychomotorisch therapeute telt – momenteel 40 gezinnen per jaar.
Verloskundige Justine Delecluse: “Het is heel mooi om te zien hoe een kind zich ontplooit, samen met zijn ouder, zowel thuis als in de buitenwereld.” Die evolutie is dankzij de begeleiding soms enorm. Dat blijkt uit een casus die Justine schetst. Een mama die net bevallen was van een meisje, leefde volledig geïsoleerd op een piepklein appartementje toen Pré-en-bulles erbij gehaald werd. De mama had een zware postnatale depressie.
‘Net als haar mama verkeerde de baby in een depressieve toestand.’
“In de eerste contacten maakten we ons ernstige zorgen over de baby. We dachten dat ze doof en blind was, want ze reageerde nergens op”, herinnert Justine zich. “Uiteindelijk bleek het probleem niet fysiek. Ze was zo sterk teruggetrokken dat ze als het ware ‘uitgeschakeld’ was. Net als haar mama verkeerde ze in een depressieve toestand.”
Het team startte een intensieve begeleiding. “In het begin gingen we twee keer per week langs. Naarmate de begeleiding vorderde, begon het meisje opnieuw tot leven te komen. Ze maakte enorme vooruitgang en werd een prachtig, levendig kind. Met de mama gaat het ook goed. Ze vond een andere woning en is vandaag opnieuw aan het studeren. Ik ben er zeker van dat onze multidisciplinaire aanpak maakte dat dit kind vandaag geen ernstige ontwikkelingsstoornis of zware problematiek heeft.”
Twee complementaire vormen van begeleiding
Hoe ziet die aanpak van Pré-en-bulles er net uit? “We bieden twee vormen van begeleiding aan,” antwoordt coördinator Magali. “Enerzijds is er de perinatale begeleiding. Die is multidisciplinair – psychologisch, medisch en sociaal – en vindt hoofdzakelijk plaats bij de gezinnen thuis. Het gaat om intensieve, individuele begeleiding, met een sterke focus op de ouder-kindrelatie en de eerste hechting.”
Een deel van de gezinnen komt daarnaast ook naar het didactisch huis, gelegen in de lokalen naast het kantoor van Pré-en-bulles, voor begeleiding in groep. “Daar ligt de nadruk op praktische vaardigheden, zoals verzorgen, koken, spelen.”
Doorheen het ganse traject is een belangrijke rol weggelegd voor de sociaal werker. “Administratieve, sociale en andere zorgen kunnen veel ruimte innemen, waardoor ouders minder beschikbaar zijn voor hun baby. Het is dus cruciaal dat de sociaal werker al tijdens de zwangerschap de moeilijkheden in kaart brengt en zoekt naar hulp en ondersteuning. Zo kan de ouder zich na de geboorte beter op het kind richten.”
Doorgaans belanden de aanstaande ouders bij Pré-en-bulles op doorverwijzing van andere sociale professionals. “Dat kan een zorgverlener uit het ziekenhuis zijn die zich zorgen maakt, een medewerker van ONE (vergelijkbaar met Kind en Gezin, red.) die tijdens de prenatale opvolging kwetsbaarheden vaststelt of iemand van het OCMW wanneer een gezin kampt met sociale moeilijkheden.”

Magali, Justine en Maryline. Maryline: “Er is weinig tot geen sociaal, familiaal of vriendennetwerk rondom de ouders aanwezig. Niemand kan dus helpen, ondersteunen of advies geven. Wij kunnen hen wel omringen.”
© Sociaal.Net / Lisa Develtere
Zwangerschap als drijfveer voor verandering
De begeleiding gebeurt op vrijwillige basis. Wat motiveert mensen om mee te doen? “De zwangerschap is vaak een sterke drijfveer tot verandering”, weet vroedkundige Justine. “Ze willen voorkomen dat hun kind dezelfde dingen zal moeten meemaken als zijzelf, bijvoorbeeld. Daarom willen ze zich laten ondersteunen door professionals.”
‘Het welzijn van het kind stuurt onze begeleiding.’
Dat het vaak om zeer geïsoleerde gezinnen gaat, speelt hierin ook mee, vult psycholoog en psychomotorisch therapeut Maryline Hocq aan. “Er is weinig tot geen sociaal, familiaal of vriendennetwerk rondom hen aanwezig. Niemand in hun omgeving kan dus helpen, ondersteunen of advies geven. Wij kunnen hen wel omringen.”
‘Babyproject’
Al tijdens de zwangerschap schiet het team in actie, te beginnen met de sociaal werker die de sociale problemen in kaart brengt. Tegelijk gaat psychologe Maryline met de ouders het gesprek aan over wat ze het ‘babyproject’ noemt: welke verwachtingen hebben ze over de baby? Hoe stellen ze zich het kind en het ouderschap voor? “Het is belangrijk om naar het gezin thuis te gaan, zodat we ons een beeld kunnen vormen van de realiteit waarin ze leven.”
Van bij de start is het team wel heel helder tegen de ouders: ze zitten hier samen omdat er bezorgdheid is over de komst van de baby gezien bepaalde kwetsbaarheden. En dus is het de bedoeling om er samen voor te zorgen dat het kind optimaal kan ontwikkelen. “Het welzijn van het kind stuurt onze begeleiding”, vat Maryline het samen.
Stijging adolescente ouders
De laatste jaren merkt Pré-en-bulles een opvallende stijging van adolescente en jonge ouders – tussen de 14 en 25 jaar – in de regio. Met middelen van het Koningin Mathilde Fonds zoekt de dienst naar manieren om deze groep beter te begeleiden. Magali: “De adolescentie en het ouderschap lopen bij hen door elkaar. Dat zorgt voor specifieke uitdagingen. Soms wonen deze jongeren bijvoorbeeld nog bij hun ouders of er is geen inkomen.”
‘Bij ouders die veel kopzorgen hebben, kan de baby nog niet bestaan zolang hij er daadwerkelijk niet is. Noch lichamelijk, noch in hun gedachten.’
Ook in de beleving van het nakend ouderschap is er bij hen meestal een groot verschil met veel andere ouders, vertelt Justine. “De baby is ongepland en onverwacht. Ze weten vaak niet goed wat ze ervan moeten denken. Wanneer je vraagt wat ‘een baby’ betekent, antwoorden ze: ‘Geen idee, we zullen wel zien.’”
“Maar ook bij andere ouders die heel veel kopzorgen hebben, kan de baby niet bestaan zolang hij er nog niet is. Noch lichamelijk, noch in hun gedachten. Daarom richten wij meteen wel de aandacht op de baby.”
Belang van continuïteit
Zo begeleiden Maryline en Justine de mensen lange tijd als duo. Justine: “We vullen elkaar mooi aan. Terwijl Maryline het over het babyproject heeft en werkt aan de ouder-kindrelatie, babbel ik met de ouder over de fysieke ontwikkeling van de baby: hoe ziet je baby er op dit punt in de zwangerschap uit? Ik neem ook op andere vlakken het didactische luik op mij: welke spullen heb je nodig, hoe verschoon je een baby, hoe loopt de borstvoeding?”
En dan is er de bevalling. De begeleiders staan erop om kort daarop op bezoek te gaan in de materniteit. “We willen tijd maken om de bevalling te bespreken en dat doe je best zo kort mogelijk erna”, zegt Justine. “Tegelijk is het een manier om de band met de gezinnen te behouden. Vaak zijn wij het enige bezoek dat ze krijgen.”
Hetzelfde duo blijft de kersverse ouders na de geboorte opvolgen. Die continuïteit is erg belangrijk, benadrukt Maryline. “Eigenlijk is de kern van de hele prenatale periode dat we een vertrouwensrelatie opbouwen met de ouder. Het doel is dat die ons ziet als iemand op wie ze kunnen rekenen en niet als iemand die hen beoordeelt.”
Wittebroodsweken
Naarmate de baby en zijn behoeften evolueren, evolueert de begeleiding mee. Vroedkundige Justine focust de eerste weken erg intensief op de basisbehoeften van de baby: voeding, slaap en hoe je omgaat met het huilen van de baby.
Na een drietal wittebroodsweken duiken vaak de eerste problemen op. Ouders worstelen ermee dat ze zichzelf de hele tijd op de achtergrond moeten plaatsen. “Vooral voor adolescente moeders is dat moeilijk”, vertelt Maryline. “Ze willen bijvoorbeeld opnieuw hun vriendinnen zien. Of ze raken net geïsoleerd.”
‘We willen de ouder ondersteunen, maar niet tegen elke prijs.’
Koppels hervatten soms een dynamiek waarover de begeleiding zich voor de bevalling al zorgen maakte: spanningen of geweld laaien opnieuw op. Ook hier is het welzijn van de baby leidend. “We willen de ouder ondersteunen, maar niet tegen elke prijs”, zegt Maryline.
“We waken erover dat het kind zich optimaal kan ontwikkelen. En soms betekent dat dat we moeten ingrijpen, en andere diensten inschakelen. Zeker als het kind niet veilig is. Dat kan ook het geval zijn als een ouder een ernstige psychiatrische problematiek heeft die niet opgevolgd wordt.”

Magali (links): “Via zijn ontwikkelingsniveau, zijn terugtrekking in het contact of bepaalde moeilijkheden, vertelt het kind dat er mogelijk iets aan de hand is. Dan kan je hierover met de ouder in gesprek gaan.”
© Sociaal.Net / Lisa Develtere
Ontwikkeling evalueren
Na een tweetal maanden daalt de frequentie van de bezoeken van Justine en Marilyne, maar ze verdwijnen zeker niet uit beeld. Eens de baby meer begint te bewegen zet Marilyne haar expertise als psychomotorisch therapeut in: welke activiteiten zijn goed? Welke kun je beter vermijden?
Op gezette tijden in de tweeënhalf jaar durende begeleiding evalueert het team de ontwikkeling van het kind, vertelt coördinator Magali. “Via zijn ontwikkelingsniveau, zijn terugtrekking in het contact of bepaalde moeilijkheden, vertelt het kind dat er mogelijk iets aan de hand is. Dan kan je hierover met de ouder in gesprek gaan: ‘Het lijkt minder goed met jou te gaan. Wat speelt er?’”
Didactisch huis om te oefenen
Sinds enkele jaren nodigt Pré-en-bulles de gezinnen waarbij ze het nodig achten ook uit voor groepsbegeleiding in hun didactisch huis. In kleine groepen komen ouders er samen en worden dagelijkse handelingen en routines geoefend. De groep is gemengd: moeders, vaders, koppels, tijdens de zwangerschap en erna.
“Het is heel concreet,” vertelt Justine. “Samen met hen overlopen we bijvoorbeeld hoe een dag thuis verloopt. Welke voedingsmomenten zijn er? Wat eet een baby van die leeftijd? Hoe bereid je het eten? Wanneer begin je met koken? En terwijl je kookt, waar laat je de baby? Wanneer las je een spelmoment in? Wat doe je tijdens zo’n spelmoment?”
‘Brochures hebben niet hetzelfde effect als dat je het voordoet en laat ervaren.’
De begeleiders doen alles samen met de ouders. Als de baby er al is, kunnen ze die meenemen. Maar ze kunnen ook oefenen met een pop. “We kunnen zoveel brochures meegeven als we willen, maar dat heeft niet hetzelfde effect als dat je het voordoet en laat ervaren.”
Er is een verzorgingskamer, een speelkamer, een keuken en een woonkamer. Telkens ingericht met basismateriaal, en niet met dure toestellen. “We willen dat het haalbaar is en aangepast aan de realiteit van de mensen thuis. Ze moeten thuis kunnen toepassen wat ze hier leren. We maken de dingen expres niet te ingewikkeld”, benadrukt Justine.
Omgang met een baby
Soms zijn ouders het niet eens met de adviezen van de begeleiding. Maryline: “Dan gaan we in gesprek en luisteren we naar hun argumenten. We leggen onze kijk uit en wijzen naar theoretisch luik, zoals onderzoek dat bijvoorbeeld aantoont dat een loopstoeltje niet goed is voor kinderen onder de drie jaar. Maar ik ben geen politieagent. Ik ga hen niet controleren. Zij zijn tenslotte de ouder en moeten keuzes maken. Bovendien is hun realiteit anders dan de mijne. Dan vraag ik om het gebruik tenminste wat te beperken.”
“Wanneer je als begeleider een voldoende sterke band met ouders hebt, merk je dat ze je omgang met de baby imiteren”, vertelt Maryline. “Dierengeluiden maken, liedjes zingen, ook al kunnen we niet zingen: wij doen dat gewoon. Ouders zien dat kinderen dat leuk vinden en beginnen het ook te doen.”
“We willen hiermee ook tonen dat het een manier is om contact te maken met je kind, te bouwen aan een relatie die ze zelf misschien met hun ouders niet gekend hebben”, vervolgt ze. De aanpak lijkt te werken. “We zien dat de ouders echt groeien. Ze leren ook van elkaar en wisselen ervaringen uit. Ze vertellen ons hoe ze de dingen thuis uitgeprobeerd hebben.”
Geen politieke prioriteit
De Koningin Mathildeprijs was een hart onder de riem voor Pré-en-bulles. Dat was nodig, want de dienst zit op haar tandvlees. “We zouden zonder probleem kunnen opschalen met drie keer zoveel medewerkers. Zo hoog is de nood”, zegt coördinator Magali. “Maar helaas is preventie geen politieke prioriteit.”
Integendeel, de dienst moet strijden voor middelen om te kunnen voortbestaan. Tot 2024 draaide alles met geld via Viva for Life, de Waalse tegenhanger van Music for Life, en materiële steun van serviceclubs. Sinds enkele jaren is de perinatale begeleiding erkend en gesubsidieerd door het overheidsagentschap ONE, maar die subsidie volstaat niet om alle verplaatsingskosten, lokaalhuur en loonindexeringen te dekken.
‘Erken dat dit werk noodzakelijk en waardevol is.’
Het gevolg is dat Magali in de loop van september zal moeten vertrekken. “Daarmee zijn we safe voor dit jaar, maar voor volgend jaar zoeken we nog 100.000 euro”, zegt Magali. “Het is erg dubbel. Enerzijds ben ik zeer trots op wat we op tien jaar van nul hebben opgebouwd. Tegelijk is het moeilijk om de collega’s in deze financiële onzekerheid te moeten achterlaten.”
Haar boodschap aan het beleid? “Erken dat dit werk noodzakelijk en waardevol is. Investeer in preventie en al die ogenschijnlijk kleine problemen, omdat je juist daar een groot verschil kan maken.”
Reacties [1]
Het project doet me wel denken aan het internationaal vermaarde en gelauwerde family-nurse partnership dat in Ndl loopt onder de naam VoorZorg (zie op http://www.nji.nl). Jammer genoeg wou men in Vl hier niet op inzetten, een gemiste kans want heel sterk concept… mvg