Fin de (voetbal)carrière
“Wie David Iboma is?”, herhaalt hij mijn vraag. “David was een van die jongens daar.” Hij wijst naar de groep jongeren die zich op het voetbalveld uitleeft. We hebben ons neergezet in de cafetaria van City Pirates op Linkeroever. Met een sportdrankje in zijn hand is David even in gedachten verzonken.
Nadat zijn ouders in 2002 asiel hadden aangevraagd in België, streek het gezin Iboma neer op Linkeroever. De kleine David sloot zich aan bij de lokale voetbalclub en vond zijn plezier in sjotten. “Ik was een onzekere jongen die zijn plek vond in het voetbal, en ook ontdekte dat hij er eigenlijk best goed in was.”
‘De voetbalwereld was de enige plek waar iedereen me aanvaardde.’
“Met mijn talent mocht ik groots dromen. Zo groot zelfs dat topclubs zoals Manchester United en Lyon aanklopten om me binnen te halen. Ondanks mijn sociale achtergrond heb ik het tot profvoetballer weten te schoppen. Ik heb me nooit thuis gevoeld in die wereld, maar tegelijkertijd was het ook de enige plek waar iedereen me aanvaardde.”
Als donderslag bij heldere hemel spatte die droom meedogenloos uiteen: gescheurde kruisbanden, oftewel fin de carrière. “Ik had helemaal niets meer. Geen carrière en diploma, maar wel een hoop schulden en een zware depressie. Toen groeide de overtuiging om te streven naar meer dan een medaille of titel. Ik wilde duurzame impact maken.”
City Pirates, een club voor de wijk
‘Bij City Pirates hoor je erbij, ongeacht je thuissituatie.’
Ik sta al snel oog in oog met een jongen bij wie de tranen over zijn wangen lopen. Hoewel hij eerst nog vanonder de huiswerkbegeleiding wil muizen, is hij opeens heel verdrietig. Hij is zijn gsm kwijt en raakt volledig in paniek bij de gedachte aan een boze mama. Geen ongegronde angst, vertelt David die de moeilijke thuissituatie van de jongen goed kent.
“We zijn een club voor de wijk. Iedereen die hier werkt kent de omstandigheden waarin onze jongeren opgroeien. We weten wat er zich dikwijls achter de deur afspeelt, omdat we het zelf hebben meegemaakt. De jongeren weten dat ze hier de aandacht krijgen die ze nodig hebben. En dankzij onze duidelijk zichtbare clubidentiteit, met shirts en truitjes, hebben ze het gevoel dat ze ergens bij mogen horen, ongeacht hun thuissituatie.”
Moeilijke jeugd
David zat ooit in hetzelfde schuitje. Voetbal was de ultieme uitlaatklep om zijn moeilijke thuissituatie te ontvluchten. “Toen ik in België aankwam heb ik de taal geleerd door programma’s zoals Bob De Bouwer en Samson & Gert”, vertelt David. “Mijn ouders moesten ondertussen wennen aan een nieuw systeem en waren meer bezig met overleven dan leven. Mijn ouders gaven ons alles wat ze konden, maar dat was niet veel. Zo heb ik drie schooljaren met één trui gedaan. Je kan dus wel zeggen dat ik in kansarmoede ben opgegroeid. ”
David kwam er al op jonge leeftijd alleen voor te staan. “Mijn jongere broer heeft autisme, en kan tot op de dag van vandaag niet praten. Aangezien mijn ouders hem alle kansen wilden bieden, zijn ze naar Charleroi verhuisd zodat hij daar naar een goede school kon voor jongeren met autisme.”
‘Ik heb voor de deur moeten slapen omdat de deurwaarder was langs geweest.’
David was nog maar vijftien toen hij alleen achterbleef in de sociale woning waar het gezin eerder samen woonde. “In die periode ben ik zeer ongelukkig en eenzaam geweest. Ik heb voor de deur moeten slapen omdat de deurwaarder was langs geweest en er niemand was om me naar het politiekantoor te brengen om de sleutel op te halen.”
“Ik heb ervaren hoe het is om niemand te hebben die in je gelooft. Daarom zie ik het als mijn plicht om jongeren te tonen dat er iemand langs de zijlijn voor hen klaarstaat en in hen gelooft. Iemand die hen wil helpen om de juiste keuzes te maken zodat ze hun toekomst niet vergooien. Ik weet dat ik voor hen het verschil kan maken.”

“Ik zie het als mijn plicht om jongeren te tonen dat er iemand langs de zijlijn voor hen klaarstaat en in hen gelooft.”
© Sociaal.Net/ Sofie Terryn
Carrièreswitch
Na een donkere periode, blessureleed en een moeilijke professionele zoektocht, begon hij aan een graduaat Maatschappelijk Werk. Daarna kon hij terug aan de slag bij zijn oude club. Niet als voetballer, wel als sociaal werker. “City Pirates zocht een leerkracht die zowel het onderwijs als de voetbalwereld kende”, legt David uit. “En zo mocht ik aan de slag gaan als onderwijscoördinator, een soort leerlingenbegeleider op de club.”
Voetbal wordt gezien als een heilige vrijetijdsbesteding die je niet mag en kan koppelen aan schoolse activiteiten. Net daar ligt de kracht van Davids rol als onderwijscoördinator: hij kent de jongeren in een andere, minder formele context. Hij staat dichter bij hen dan hun docenten en weet zo beter wat hun noden zijn. “Leerkrachten kennen dikwijls de leefwereld van de jongeren niet”, vertelt David. “Iedereen die hier werkt, kent de de verhalen, hun achtergrond en de buurt. Die jongeren hebben meer nodig.”
‘David praat met mij waardoor ik wegblijf van de straat en school serieus neem.’
Een van de voetballers die ik na de training spreek, beaamt dat. “David is niet alleen een leermeester die mij voetbalskills bijbrengt. Hij praat met mij. Hij heeft me duidelijk gemaakt dat ik weg moest blijven van de straat en dat school belangrijk is. Hij zorgde ervoor dat er ruimte was om te trainen maar dat ik school ook serieus nam. Ik kreeg genoeg tijd om te studeren tijdens de huiswerkbegeleiding waardoor ik ook betere punten behaalde.”
David pikt in: “Ik geef de jongeren altijd mee dat de voetbaltraining niet om zes uur ’s avonds begint, maar om acht uur dertig op school. Ik zie het als mijn taak om hun goed gedrag vanop de club te kopiëren naar de schoolcontext. Veel gasten gedragen zich hier perfect, maar hangen het uit op school. Als ik die signalen opvang dan geef ik dit door aan mijn collega’s, zodat zij hen verder kunnen begeleiden. Het is één doel om te streven naar betere schoolresultaten, maar nog belangrijker is respect.”
Belang van onderwijs
Afgedrukte artikels over ex-spelers van City Pirates kleuren de gangen en kleedkamers van de club. Het zijn stuk voor stuk voorbeeldfiguren waar jonge voetballers met gelijkaardige dromen naar opkijken. Ook David merkt dat hij daardoor meer invloed heeft. “Mijn verhaal inspireert hen. Als ex-profvoetballer ben ik een voorbeeld voor die gasten. Dat maakt het voor mij makkelijker om hen te motiveren voor school.”
‘Als ex-profvoetballer ben ik een voorbeeld voor die gasten.’
“Deze gasten verspelen vaak zoveel energie aan het willen bereiken van hun grote doelen dat ze het belang van onderwijs uit het oog verliezen”, haalt David aan. “Als die droom niet uitkomt, dan blijf je met lege handen achter. Onderwijs is iets duurzaams dat we onze jongeren kunnen bieden, want slecht 0,01 procent zal profvoetballer worden en 100 procent zal moeten meedraaien in de maatschappij. We willen koste wat kost vermijden dat ze in een slecht milieu belanden.”

“Als ik één jongere van het slechte pad kan halen, dan vind ik dat de moeite waard om dat elke dag te proberen.”
© Sociaal.Net/ Sofie Terryn
Betekenisvol zijn
Als onderwijscoördinator fungeert David niet alleen als aanspreekpunt voor scholen en ouders, maar ook als extra partner voor de jongeren zelf die mee nadenkt over hun situatie. “Als ik één jongere van het slechte pad kan halen, dan vind ik dat de moeite waard om dat elke dag te proberen. Het is er eentje meer die zal bijdragen aan de samenleving van morgen.”
‘Ik weet dat ik niet iedereen kan redden.’
Dat wil echter niet zeggen dat alle inspanningen meteen opleveren of dat het niet eens moeizaam gaat. “Ik weet dat ik niet iedereen kan redden. Ik bots ook wel eens op mijn limieten en dan moet ik even loslaten. Maar er komt altijd wel weer een moment waarop ik een actieve rol in hun leven kan opnemen. Soms is dat als neef, soms als broer en soms als ouder. Zolang ze zich maar begrepen, gezien en gewaardeerd voelen.”
Veerkrachtige jongeren
De hoeveelheid veerkracht die deze jongeren hebben, mogen we echter niet onderschatten. “Er zijn gasten bij die zichzelf elke dag moeten motiveren om vanuit hun moeilijke thuiscontext naar school te gaan. Velen onder hen zien het als hun plicht om profvoetballer te worden om hun familie uit een benarde situatie te helpen.”
“Anderen zoeken oplossingen in het criminele milieu. Waarom? Dat doen ze uit wanhoop. Ze moeten elke dag terugkeren naar een bepaalde plek waar ze niet willen zijn, maar wel met mensen met wie ze willen zijn. En deze generatie beseft heel goed wanneer hun opgroeisituatie niet goed is.”
“Als je soms ziet hoe moeilijk ze het hebben maar zo hun best doen om er zich door te worstelen. Hoe ze naar wegen zoeken en beslissingen nemen die beter zijn voor hun toekomst. Dan sta ik versteld. Dan leer ik van hen. Deze samenleving is gericht op presteren. Maar ik wil dat ze dat op de juiste manier doen. Ik wil dat ze weten wie ze zijn en wie ze mogen zijn.”
Als ik Davids ogen zie twinkelen als hij over zijn doelgroep praat, dan begrijp ik waarom hij zich zo onvermoeibaar inzet voor zijn jongeren en tot het uiterste gaat. Hij heeft zijn roeping gevonden. “Ik ben trots op die gasten.”


Reacties [2]
@Danny
Ik vind ‘sociale mobiliteit’ een overroepen gegeven.
Ieder heeft zijn plaatsje in het leven. Dat plekje staat niet in steen gebeiteld en kan veranderen gedurende je leven.
Vaak wordt dit de ‘sociale ladder’ genoemd. Die ladder geeft je positie aan in vergelijking met anderen. Voor mij voelt dit aan als een waardeoordeel (hoger vs lager).
We hebben iedereen nodig.
Als de zgn hogeren de zgn lageren denigrerend aanspreken, zegt dit veel over diens gebrek aan respect.
We hebben elkaar allemaal nodig. We moeten samenwerken.
Ik ga voor ‘de juiste persoon op de juiste plek’.
Werken in de marge, de zgn mindere jobs, is ook werken.
Werken als misdadiger is voor mij niet okee omdat dit de samenleving ontwricht. Daarom een pluim voor Davids werk.
Ik werk met mijn hart, die ladder gebruik ik om de blaren uit de dakgoot te halen.
Super dat iemand die ervaringsdeskundige is, meehelpt aan de broodnodige opwaartse sociale mobiliteit. Volhouden David, jij bent een wervend voorbeeld!