Zorgenkindje
“Mijn ouders waren alcoholverslaafd en belandden in een vechtscheiding. Al heel snel mengde de jeugdrechter zich in ons gezin. Samen met mijn twee oudere zusjes werd ik als baby in een pleeggezin geplaatst. Mijn zussen mochten na verloop van tijd naar huis, maar ik niet. Blijkbaar was ik een zorgenkindje. Ik heb nooit begrepen waarom ik niet meer bij mijn eigen ouders mocht wonen. Ik heb altijd gedacht dat ze me niet wilden. Dat gevoel heeft me heel m’n leven achtervolgd.”
‘Ik heb altijd gedacht dat mijn ouders me niet wilden.’
“Ik kan me niet herinneren hoe vaak ik verhuisd ben in de jeugdhulp. Ik weet wel dat ik regelmatig van internaat veranderd ben. Ik was niet de makkelijkste, kreeg snel een slechte naam. Ik begreep niet wat me overkwam, zocht op de verkeerde manieren houvast. Het enige wat ik wilde, was een thuis met een mama en een papa, zoals alle andere kindjes. Maar ik had in plaats daarvan een totaal onbekende die alles voor mij besliste: een jeugdrechter die ik nooit te zien kreeg.”
“Op mijn twaalfde overleed mijn opa. Hij was mijn god. De weekends bij hem waren wél gelukkig. Hij was de enige bij wie ik me echt veilig voelde. Maar toen ik op een vrijdag van internaat thuiskwam, kreeg ik te horen dat hij plots gestorven was. ’s Zondags moest ik opnieuw naar internaat. Ik heb zelfs zijn begrafenis niet bijgewoond. Er is niets meer over zijn dood gezegd, laat staan dat ik ergens hulp aangeboden kreeg.”
Gesloten instelling
“Na opa’s dood ging mijn gedrag er alleen maar op achteruit. Ik wantrouwde iedereen, luisterde naar niemand, was verbaal agressief. Ik wist simpelweg niet beter. Ondertussen bleef die totaal onzichtbare rechter, die me weggenomen had van mama en papa, over mijn leven regeren. Geen enkele beslissing werd me ooit uitgelegd, terwijl een kind toch vooral verklaringen nodig heeft én verdient?”
‘Ik werd opgesloten, hoewel ik niks misdaan had.’
“Omdat ik niet de makkelijkste was, stuurden internaten me vaak weg. Ik denk dat ik dertien was, toen ik voor het eerst naar een gesloten instelling vloog. Niet omdat ik strafbare feiten had gepleegd, wel omdat er nergens anders plaats was. Ik werd opgesloten, hoewel ik niks misdaan had. Ik was in shock, wilde daar niet zijn, probeerde op elk moment te ontsnappen. Hoewel je nog maar een kind bent, krijg je heel snel een naam.”
“In De Zande in Ruiselede kwam ik voor het eerst in contact met jonge criminelen. Ik leerde snel dat ik ook aandacht kreeg als ik foute dingen deed. En dat was het enige dat ik wilde: een beetje aandacht. Ik ga het excuus van foute vrienden niet inroepen, dat vind ik laf. Want ik zocht ze zelf op. Maar zo evolueerde mijn gedrag dus van kattenkwaad naar erger.”
Van vandalisme naar inbraken
“Als tiener mocht ik na heel lang aandringen toch weer contact hebben met papa. Maar hij herviel regelmatig in zijn verslaving en stond op z’n eigen manier in het leven: als iemand hem onrecht aandeed, dan zette hij hen dat betaald. Zo begon ik samen met mijn vader vandalisme te plegen, We gooiden bijvoorbeeld ruiten in van mensen met wie hij in onmin leefde. Dus toen ik de derde of vierde keer in De Zande kwam, was dat wél voor strafbare feiten.”
“Rond mijn zestiende was ik gewend aan opsluiting. School interesseerde me al lang niet meer. Zo evolueerde ik van moeilijk kind naar kleine crimineel, van vandalisme naar inbraken. Geweld, vechtpartijen, rijden zonder rijbewijs: mijn strafblad werd almaar langer. Het was één grote ‘fuck you’ aan de samenleving. Al voelde ik op een bepaald moment wel: op deze manier beland ik vroeg of laat in de gevangenis. Maar ik kende niets anders meer, zat vast in een vicieuze cirkel.”
‘Ik evolueerde van moeilijk kind naar kleine crimineel.’
“Op mijn 23ste was het zover. Ik vloog binnen. Toen wist ik nog niet precies voor hoelang, uiteindelijk zou het een straf van tien jaar worden. Ik had nooit zware feiten gepleegd, die tien jaar waren een optelsom van meer dan dertig veroordelingen. De eerste vier jaar waren verschrikkelijk. Ik ging totaal in de weerstand. Moest ik in de gevangenis zitten? Ja. Maar zo lang? Neen. Ik reageerde zoals ik altijd gedaan had: met agressie en boosheid.”
Psychiater in de cel
“Na vier jaar heb ik een zelfdodingspoging ondernomen in de gevangenis. Dat was een kantelpunt. Ik kreeg bezoek van een psychiater, maar ik had er weinig vertrouwen in. Volgens de gerechtspsychiater, die me misschien een paar minuten gezien had, was ik antisociaal en moest ik zo lang mogelijk uit de maatschappij verdwijnen. De psychiaters die in de gevangenis kwamen, kenden wij gedetineerden als pillendraaiers die slaapmedicatie voorschreven.”
“Maar deze man was anders. Maandenlang is hij elke week bij mij op bed komen zitten. Een koffie drinken, samen naar het nieuws kijken. Hij had echte gesprekken met me, wist me er met handen en voeten van te overtuigen dat ik geen slecht mens was. Dat is mijn redding geweest.”
“In diezelfde periode kwam het ook tot een scheiding met mijn vrouw. Zo daalde er een soort rust over me neer. Misschien was het een vorm van gelatenheid, en dus niet ideaal. Maar toch. Ik vond een beetje routine in mijn gevangenisbestaan. Opstaan, werken in de voormiddag, al dan niet bezoek of een korte wandeling.”

“De psychiater had echte gesprekken met me, wist me er met handen en voeten van te overtuigen dat ik geen slecht mens was.”
© ID / Rhode Van Elsen
Twee zoontjes
“Uiteindelijk heb ik heel mijn straf uitgezeten. Toen de poort openging, had ik niks meer. Ik kwam buiten als een dakloze man. Ik had geen werk, geen thuis, geen uitkering.”
‘Tien jaar lang spaarde ik al het geld dat ik in de gevangenis kon verdienen op, om mijn jongste zoon cadeautjes te sturen.’
“Mijn zus heeft me van straat geplukt. Ik kon twee weken bij haar blijven. Ze leefde destijds in een sociale woning, dus veel langer kon ik daar niet zijn. Uiteindelijk ging ik relaties aan om van straat te blijven. Ik zag natuurlijk wel iets in die vrouwen, ik hoopte dat het iets kon worden. Maar als ik eerlijk ben, en ik weet dat dat verkeerd is: een relatie betekende vooral dat ik ergens terechtkon.”
“Het contact met mijn zoontjes was ondertussen zo goed als verdwenen. Mijn eerste ex-vrouw wilde niet op bezoek komen met mijn oudste zoon, en na mijn scheiding in de gevangenis zag ik ook mijn tweede zoontje minder. Van de familierechter mocht ik wel contact hebben, maar als niemand ze kan of wil brengen, ben je daar niets mee.”
“Mijn eerste zoon beschouwt me niet als zijn vader. Mijn tweede kent me vooral als de papa die cadeautjes geeft. Tien jaar lang spaarde ik al het geld dat ik in de gevangenis kon verdienen op, om hem cadeautjes te sturen.”
Geweld en drugs
“Als ik terugdenk aan de gevangenis, voel ik vooral angst. Elke dag is er geweld, drugs zijn overal aanwezig. Ik heb dingen gezien die ik niet kan vergeten. Wat in de kranten naar buitenkomt, is slechts het topje van de ijsberg. En het wordt alleen maar erger. Ik had het geluk dat ik vier jaar een cel voor mij alleen had, maar ondertussen zijn grondslapers geen uitzondering meer. Zeg mij eens: hoe kun je in godsnaam verwachten dat mensen daar beter uitkomen?”
“De samenleving ziet de gevangenis natuurlijk als straf, als vergelding. Als je iets fout doet, moet je maar wegkwijnen in een cel, die liefst zo onaangenaam mogelijk is. Maar tegelijk verwacht de overheid ook dat je na je detentie een beter mens bent. Terwijl ik daar tien jaar helemaal niks heb gedaan, hé. Je wordt aan je lot overgelaten. Letterlijk. Als je ‘s nachts een medisch probleem hebt, moet je geluk hebben dat je hulp krijgt.”
‘Hoe kun je in godsnaam verwachten dat mensen beter uit de gevangenis komen?’
“Heel wat gedetineerden brengen hun tijd door met drugs. Ze gaan met een verslaving binnen en komen met dezelfde problemen buiten. Iedereen weet dat het in het normale leven al aartsmoeilijk is om af te kicken. Waarom zou dat binnen dan lukken, waar wel drugs maar geen begeleiding is.”
“Weet je wat ik ook zo ontzettend cynisch vind? Als je het te bont maakt, word je op transfer gezet. Dus als ze in de ene gevangenis geen blijf met je weten, sturen ze je naar een andere. (Lachje) Eigenlijk geeft justitie elke dag opnieuw toe dat ze binnen het eigen systeem geen oplossing heeft voor bepaalde mensen of problemen.”
Laat gedetineerden werken
“Wil je echt verandering, wil je dat mensen na hun detentie weer kunnen meedraaien in de samenleving? Breng de samenleving dan in de gevangenis. Eigenlijk zouden de beste psychologen en psychiaters voor justitie moeten werken. En ze zouden ook de tijd en middelen moeten krijgen om volop aan de slag te gaan binnen de muren. Ik zoek écht geen excuses voor mijn daden, maar ik geloof niet dat mensen feiten plegen omdat ze door en door slecht zijn. Wel omdat ze andere problemen hebben.”
‘Laat gedetineerden werken én geef hun daar een correct loon voor.’
“Zorg er daarnaast voor dat alle gevangenen voltijds kunnen werken. Geen bezigheidstherapie, zoals ik soms aan een naaimachine zat voor 200 euro per maand. Laat gedetineerden werken én – nu gaat het knetteren in sommige hoofden – geef hun daar een correct loon voor. Met de nodige begeleiding kunnen ze dat geld gebruiken om slachtoffers te vergoeden, schulden af te betalen en te sparen. Dat spaargeld krijgen ze op de dag dat ze vrijkomen. Om weer te kunnen starten, maar ook om extra begeleiding in te roepen. Laat gevangenen desnoods hun eigen cel betalen. Daar heb ik geen probleem mee, buiten moet ik ook huur betalen.”
“Want wat verwacht je nu eigenlijk van mensen die je jarenlang vastzet zonder structuur, zonder verplichting, zonder regels? Je mag niet roepen en niet vechten, en liefst geen drugs gebruiken, en als je vrijkomt, moet je je best doen! Waarom zijn de recidivecijfers zo hoog, denk je? Tien jaar lang ben ik volledig afhankelijk gemaakt. Zelfs een deur opendoen, kon ik niet. Maar wanneer de poort opengaat, moet je weer kunnen meedraaien alsof er niks gebeurd is.”

“Wanneer de poort opengaat, moet je weer kunnen meedraaien alsof er niks gebeurd is.”
© ID / Rhode Van Elsen
Moeilijke re-integratie
“Al zes jaar probeer ik mijn leven opnieuw op te bouwen, maar het is lastig. Ik heb nog steeds niets van mezelf, ben niet aan het werk. Helaas ben ik ook niet gespaard gebleven van nieuwe tegenslagen.”
“Net toen ik de moed had gevonden om te ondernemen, om een eigen café te beginnen, sloeg het coronavirus toe. Mijn zaak ging meteen failliet. Ik viel opnieuw in een zwart gat, inclusief zelfmoordgedachten. Door die zware depressie leef ik vandaag van een invaliditeitsuitkering. Daar kan ik op m’n eentje geen appartement van huren.”
“Ik probeer de energie te vinden om weer mee te draaien. Als je écht wil, vind je wel werk. Ook als ex-gedetineerde. Maar dan wel met de nuance dat het alleen interimwerk is, met nul zekerheid. Terwijl ik ook nog wat begeleiding kan gebruiken. Ik wou dat ik nu, op mijn 39ste, al twintig jaar had gewerkt, dat ik de routine ken en alle verwachtingen snap. Maar ik heb wat hulp nodig, een baas die begrijpt uit wat voor een tijdperk ik kom.”
‘Van mij zullen jonge gasten nooit horen hoe cool het is om in de gevangenis te belanden, integendeel.’
“In een ideale wereld zou ik aan de slag willen als ervaringsdeskundige detentie. Als buddycoach, of straathoekwerker. Van mij zullen jonge gasten nooit horen hoe cool het is om in de gevangenis te belanden, integendeel. Natuurlijk zou ik nog veel moeten leren, maar ik geloof echt dat ik jongeren iets zou kunnen bijbrengen. Elke school of organisatie mag me bellen, ik durf voor volle zalen te gaan staan om te vertellen hoe totaal nutteloos het was.”
“Dit wordt een lang verhaal, hé? Ik ben ook gediagnosticeerd met ADHD, mijn hoofd kan volledig losgaan op dit thema.”
Boosheid
“Ik heb recent opnieuw een maand vastgezeten. Bijna veertig, en toch herval ik soms in oud gedrag. Helaas heb ik ook in die maand niemand gezien die me kan helpen bij het gezond kanaliseren van heftige emoties.”
“Ik ben vreselijk boos op mezelf dat het opnieuw gebeurd is. En in die maand heb ik weer ervaren hoe heftig het was in de gevangenis. Ondertussen lees ik schrijnende verhalen uit de jeugdzorg, van jongeren die niet in een gesloten instelling thuishoren maar er toch zitten. Daar word ik zo kwaad van. Waarom krijgen we dat verdomme niet op orde? Wat is er zo moeilijk aan een beleid dat armoede bestrijdt, veilige jeugdhulp biedt en mensen in opsluiting de kans geeft om zich te re-integreren?”
“Zet me tegenover slachtoffers van mijn daden, en ik zal dit verhaal nooit vertellen. Ik heb dingen gedaan die verre van oké waren, en ik verdiende het om gestraft te worden. Daarvoor past alleen een sorry, verder niks. Maar als jij mij interviewt, wil ik wel het volledige verhaal vertellen. Ik denk dat de maatschappij me ergens ook laten zitten heeft.”
Lezingen en ervaringswerk
“Ik ben niet de makkelijkste, wellicht had ik sowieso grenzen afgetast in mijn leven. Maar als ik ergens onderweg ook een beetje liefde had gekregen, had ik waarschijnlijk andere keuzes gemaakt, anders gereageerd op voorvallen. Vooral die liefde heb ik heel erg gemist in de jeugdhulp. Geen opvoeder heeft me ooit een knuffel gegeven. En er is geen jeugdrechter of consulent geweest die me ooit uitgelegd heeft waarom ik niet thuis was.”
‘Als ik ergens onderweg ook een beetje liefde had gekregen, had ik waarschijnlijk andere keuzes gemaakt.’
“Heel mijn jeugd heb ik gedacht dat niemand me wilde, dat ik niet goed genoeg was. En uiteindelijk word je ook dat kind: die moeilijke kleine uit het internaat, die puber die ze bij de politie kennen, dé Kevin Laforce met het strafblad.”
“Mag ik misschien toch nog een oproep doen? Voor lezingen, voor een kans als ervaringswerker? Ik heb alles gekend en gezien in de gevangenis. En helaas nooit iets positiefs. Maar hoe negatief het ook allemaal was, het is wel een ervaring die ik kan uitdragen. Misschien kan ik anderen op die manier helpen om wel iets uit hun leven te halen?”



Reacties [8]
Kevin is iemand waar ik bewondering voor. Hij heeft een goed hart, heeft mogelijkheden die hij niet heeft kunnen ontwikkelen.ik wens hem van harte dat hij die kans nog krijgt met hulp van mensen die in hem geloven
Ik wens je veel moed. Ik was opvoeder in een instelling
Ik krijg effe kou kippenvel. Damm 🫶 Dankjewel voor je reactie.
Hoi Kevin,
Ik volg je al geruime tijd en ik ben er zeker van dat je een gouden hart hebt,dat komt ook door jezelf,je hebt je grotendeels zelf moeten opvoeden,niet zo evident.het grotendeels vind ik je verhaal correct,maar bij u zijn het in mijn ogen kleine feiten waar je veel te lang voor gekregen hebt. Maar als je in de plaats vd slachtoffers denkt is het ook niet evident zoals u te redeneren.een volwaardig loon,etc weet u dat slachtoffers in de koude blijven staan en hulp betalend is …dat ze levenslang gekregen hebben door de daders? In mijn ogen konden daders niet hard genoeg gestraft worden zodat ze eruit leren wat het is als slachtoffer verder te moeten leven.maar met je verhaal leer ik ook een andere kijk te krijgen en daar wil ik je voor bedanken.
Oprecht dankjewel! En terzelftertijd sorry!
Aangezien jeugdzorg altijd de controle overneemt van gezinnen “omdat ze niet verantwoordelijk zijn” … kunnen we dan nu ook te zien krijgen dat jeugdzorg verantwoordelijkheid neemt voor de gevolgen van hun handelen?
Want als ze dat niet doen, niet HUN verantwoordelijkheid nemen, en dus deze persoon WEL betalen tot allerminst die eerlijk een opleiding kan doen, waarom laten we dan als maatschappij jeugdzorg ingrijpen? Waarom mogen zij dan bestaan
Beste Kevin,
Dank u voor het delen.
Wij hebben zelf iemand in ons leven gehad die door een gelijkaardig donker dal ging. We wilden hem helpen, hem warmte, rust en vertrouwen geven, in de hoop dat hij opnieuw kracht zou vinden om zijn leven op te bouwen. Zijn jeugd was getekend door pijn en verlies – weggerukt van zijn familie, van zijn cultuur, van zichzelf. Hij werd geadopteerd, belandde later in een pleeggezin en uiteindelijk in een instelling. De wonden bleven open, en hij vond zijn toevlucht in drank en drugs.
Wij boden hem een thuis, steun en een nieuwe kans. Maar ondanks onze inzet en goede wil bleek onze hulp niet genoeg. Ook het gebrek aan toegankelijke, externe ondersteuning maakte alles nog moeilijker. Nu is hij dakloos, en al weten we dat we ons gezin moesten beschermen, het blijft zwaar om los te laten. Toch zou ik als ons gezin er ooit weer klaar voor is – mét extra professionele hulp – opnieuw onze deur hiervoor openen.
Met vriendelijke groet,
Tina
BEDANKT OM JE VERHAAL TE DELEN; PROBEER ER OOK EEN BOEK OVER TE SCHRIJVEN, DAN BLIJFT JE VERHAAL RONDGAAN. IK heb een gelijkaardig verhaal van heel dicht bij kunnen volgen en vooral het optellen van de kleine criminaliteit slaagt nergens op.zware feiten worden op die manier minder lange straf. En inderdaad, opleidingen, werken met loon in de gevangenis zou je helpen om als een andere persoon buiten te komen en opnieuw te kunnen starten. ik wens je veel moed en hopelijk een beter leven met liefdevolle mensen om je heen.
Geachte je hebt spijtig genoeg altijd tegen hey systeem in je eentje moeten opboksen.
Ik heb de zelfde ervaring maar op een ander gebied waardoor mijn zoon nu kn de gevangenis zit om dingen die hij gedaan heeft naar derden.
Ik heb heel zijn leven geprobeerd hulp te zoeken voor hem . En ja ik heb hem naar een internaat moeten doen. Niet voor mijn plezier want ik heb daar heel hard vanaf gezien. Had geregeld meningsverschillen met de sociale dienst van het internaat.
Omdat ik alles zelf regelde .
En dat waren ze niet gewoon. Maar het was toch mijn kind en het wou niet zegen omdat ik die maatregel heb moeten nemen dat ik er niet voor hem wou zijn. Hij is mijn zoon en ik nam de verantwoordelijkheid voor hem op mij. Hij stond ook onder de jeugdrechter en op zijn 18 als de jeugdrechter weg is krijg ik bij het laatste bezoek van hem te horen. Er zal toch nooit iets goed van hem komen want hij komt zeker in de creminalieteit en ik heb toen geantwoord.
Dan heb jij je werk heel goed gedaan.