Isolement
In het derde en vierde middelbaar zat Fien Eggers (18) slecht in haar vel. Ze twijfelde over haar studie, miste energie en sloot zich op in haar kamer. “Je een periode down voelen is normaal, dacht ik. Hoort dat niet bij jong zijn?” Hoewel ze terechtkon bij vrienden en familie, bleef het nare gevoel aanwezig. “Ik besefte dat het van kwaad naar erger ging.”
‘Mijn ouders zagen hoe de oude Fien langzaam weggleed.’
Fien: “Gelukkig merkten mijn ouders dat er iets mis was. Ze zagen hoe de oude Fien langzaam weggleed. Mijn zelfgekozen isolement baarde hen zorgen. Op een bepaald moment vroeg ik mijn mama om hulp. Samen gingen we langs bij TEJO in Leuven. We legden de situatie uit. Twee weken later had ik mijn eerste gesprek.”
“De therapeutische hulp is gratis. Een opluchting, want sommige psychologen vragen 80 euro per uur. Ik wilde mijn ouders niet op kosten jagen. Tegelijk besefte ik dat er hoe dan ook hulp nodig was en dat mijn ouders me tegen elke prijs wilden helpen. Dat ik zo snel bij TEJO terechtkon, was een grote meevaller. Alles voelt er heel huiselijk aan. De mensen die je ontvangen, zijn bijzonder lief. Ze stellen je onmiddellijk op je gemak.”
Veerkracht
“In totaal ben ik twintig keer op gesprek geweest, gespreid over drie jaar. Die gesprekken hebben me veranderd. De therapeuten luisteren naar je verhaal. Ze denken mee na over de obstakels die je ervaart, en hoe je daarmee om kan gaan. Voor mij werkte hun aanpak empowerend. Ik voel me veel veerkrachtiger dan enkele jaren terug.”
‘Psychologische hulpverlening is in mijn ervaring heel warm en helpend. Hoe sneller je dat ontdekt, hoe groter je kans op herstel.’
Vandaag studeert Fien psychologie en engageert ze zich als vrijwilliger bij TEJO. “Ik hoop dat de organisatie nog lang blijft bestaan. Dat je relatief snel wordt geholpen, verlaagt volgens mij de drempel om hulp te zoeken. Sommige jongeren vinden het spannend om een therapeut te bezoeken. Als je na een aanmelding nog maanden moet wachten, stijgt die spanning nog. Terwijl psychologische hulpverlening in mijn ervaring heel warm en helpend is. Hoe sneller je dat ontdekt, hoe groter je kans op herstel.”
Dramatische cijfers
Fien is lang niet de enige die aanklopte bij TEJO. De vrijwilligersorganisatie ondersteunt jaarlijks drieduizend Vlaamse jongeren die het mentaal moeilijk hebben. Volgens Sciensano lijdt één op de vier jongeren tussen 15 en 24 jaar aan een angststoornis en/of depressie. Ook eetstoornissen en zelfmoordpogingen komen relatief vaak voor.
Bovendien is de algemene trend negatief. De Universiteit Gent noteerde een aanzienlijke achteruitgang in het mentale en sociale welzijn van jongeren na de Covid-pandemie. “Dramatische cijfers”, reageert Gino Ibie. Sinds 2020 is hij coördinator bij TEJO. Hij is een van de drijvende krachten achter het initiatief. Al verwijst hij zelf liever naar alle vrijwilligers.
Bieden we voldoende hulp aan jongeren die het mentaal moeilijk hebben?
Gino: “Helaas niet. Te veel jongeren vallen uit de boot, ondanks het bestaande zorgaanbod. Ze lopen vast op school, voelen zich eenzaam, worstelen met sociale media… Wie hulp zoekt, botst vaak op wachtlijsten of moet het doen met een tijdelijk, soms onaangepast aanbod.”
“Eigenlijk was dat tien jaar geleden ook al zo. In 2015 werkte ik als jeugdwelzijnswerker in Schoten. Een mooie job, al merkte ik gaandeweg dat we niet voor alle jongeren een passend aanbod konden bieden. Samen met enkele collega’s wilden we die groep beter en meer laagdrempelig bijstaan. In 2016 richtten we daarom een TEJO-huis op voor Brasschaat en Schoten.”

“Wat onze vrijwilligers bindt, is verontwaardiging. Of misschien moet ik zeggen: de hoop om beter te doen.”
© Sociaal.Net / Lisa Develtere
Hoe is TEJO oorspronkelijk ontstaan? En met welk doel?
“TEJO is een burgerinitiatief. Het groeide uit engagement. In 2010 sloegen veertig Antwerpse burgers de handen in elkaar. Volledig vrijwillig. Stichtster en bezielster Ingrid De Jonge, jeugdadvocate, had in haar loopbaan te veel schrijnende verhalen gezien. Ook zij wilde meer doen voor jongeren. Ze schoolde zich om tot criminoloog, orthopedagoog en psychotherapeute en kwam aan het roer van een nieuwe beweging.”
“TEJO Antwerpen zocht oplossingen voor jongeren die hulp zochten en daarbij op allerlei drempels botsten. Denk aan een lange wachttijd, de kostprijs, het niet-anonieme aspect van hulp, enzovoort. Men creëerde een laagdrempelige, warme plek waar jongeren snel en deskundig hulp kregen. Omdat ze daar volgens de initiatiefnemers recht op hebben.”
“TEJO-vrijwilligers vulden een leemte die de overheid niet ingevuld kreeg. Nog steeds niet trouwens, ondanks positieve evoluties zoals het ontstaan van betaalbare eerstelijnspsychologische hulp. Je hoort het aan mijn stem; dit raakt me. Wat onze vrijwilligers bindt, is verontwaardiging. Of misschien moet ik zeggen: de hoop om beter te doen. Dat klinkt positiever en vat de uitdaging die TEJO opneemt beter. Wij bouwen aan veerkrachtige jongeren in een zorgzame samenleving.”
Hoe evolueerde TEJO sinds 2010?
“We zijn enorm gegroeid. Intussen werken in de 23 Vlaamse TEJO-huizen 850 vrijwilligers, waaronder heel wat therapeuten en onthaalmedewerkers. Dat het eerste TEJO-huis in Antwerpen zoveel navolging kreeg, betekent dat de nood aan een laagdrempelige therapeutische hulpverlening zeer hoog blijft. Toen ik als vrijwilliger begon bij TEJO berichtten media af en toe over jongeren die het moeilijk hadden. Vandaag lees je er bijna elke dag over.”
‘Eigenlijk is het succes van TEJO problematisch. Het wijst op structurele tekorten in zorg en welzijn.’
“Eigenlijk is het succes van TEJO problematisch. Het wijst op structurele tekorten in zorg en welzijn. Waarom worstelt zo’n grote groep jongeren met psychische moeilijkheden? En waarom is het zo moeilijk om hen tijdig en op een duurzame manier te helpen? De antwoorden op die vragen zitten vervat in wat jongeren ons zelf vertellen: ze botsen op wachtlijsten, maatschappelijke druk, sociale media en een onzekere toekomst.”
“Die signalen proberen we te capteren en door te spelen aan beleidsmakers. Wat maakt jong zijn moeilijk voor hen? Welk soort ondersteuning hebben ze nodig? En nog fundamenteler: ligt het antwoord in meer en snellere therapeutische zorg of ook in een ander soort samenleving?”
Zeg jij het maar.
“Beiden, denk ik. Die dubbele nood zie je trouwens ook in onze missie. In 2010 zijn we gestart met een afgebakende opdracht: jongeren tussen tien en twintig jaar kwalitatieve, kosteloze therapeutische hulp bieden op een vindbare plek. Met de tijd verbreedde die opdracht.”
“Veel aanmeldingen bleken slechts het topje van de ijsberg te zijn. Ze zijn een symptoom van onderliggende problemen. Zoiets vergt een grondiger antwoord dan louter toegankelijke psychologische hulp. Bovendien zien we dat er steeds meer en meer complexe aanmeldingen binnenkomen.”
“Als jongeren moeten omgaan met verschillende uitdagingen tegelijk, is therapie soms maar één stukje van de puzzel. Daarom investeert TEJO de laatste jaren ook in preventie. Met HOU-VAST ondersteunen we jongeren in hun persoonlijke groei en duiden we mentaal welbevinden van kinderen en jongeren als een gedeelde verantwoordelijkheid.”
Wat bedoel je met die gedeelde verantwoordelijkheid?
“De problemen waarmee jongeren bij TEJO aankloppen, ontstaan nooit in een vacuüm. Ze spelen zich af in een bredere maatschappelijke context en worden er deels door veroorzaakt. Jongeren moeten steeds vaker in hun eentje op zoek naar steun, zelfs binnen hun eigen netwerk. Nochtans zou er in hun directe omgeving een steunpunt moeten bestaan. Iemand die luistert, mee nadenkt en hen vooruithelpt. Moeilijkheden horen nu eenmaal bij het leven.”
‘Veel jongeren geloven dat hun probleem hun eigen schuld is. En dus iets wat ze alleen moeten oplossen.’
“In de praktijk ervaren jongeren vaak schroom om hun verhaal te delen, vinden ze geen gehoor of worden ze meteen doorverwezen naar professionele hulp. Veel jongeren geloven bovendien dat hun probleem hun eigen schuld is. En dus iets wat ze alleen moeten oplossen. Terwijl leerkrachten, klasgenoten, vrienden, ouders, jeugdleiders net een belangrijke schakel kunnen zijn.”
“Het dominante idee van maakbaarheid en individuele verantwoordelijkheid botst met ons beeld van een zorgzame samenleving. Daarmee bedoel ik een samenleving die jongeren ruimte geeft om te struikelen en waar welzijn een gedeelde verantwoordelijkheid is. Dirk De Wachter benadrukt dat we wat vaker elkaars psycholoog mogen zijn. Daar kan ik me helemaal in vinden. Al blijft ook deskundige en warme zorg nodig als die nabijheid tekortschiet. Het is een én-én-verhaal.”
Hoe werk je aan die gedeelde verantwoordelijkheid? Kan je een concreet voorbeeld geven?
“Onze samenleving heeft nood aan sterkere sociale netwerken. Daarom bezoeken we lagere scholen. Bijvoorbeeld met “PS: Kan ik je helpen?”, een speelse workshop voor het vijfde en zesde leerjaar die we ontwikkelden in samenwerking met De Aanstokerij en met steun van Cera.”
“Tijdens die workshop werkt een TEJO-vrijwilliger met de klas rond thema’s zoals sociale steun en perspectief-name. Kinderen praten over gevoelens en mentaal welzijn. Wat is dat? Hoe kan je er zelf mee omgaan? En vooral: hoe kan je goed luisteren naar een klasgenoot die het moeilijk heeft?”
“Praten heeft pas zin als iemand luistert. Echt luistert. Zoiets vergt uiteraard oefening. Maar jong geleerd is oud gedaan. De workshop leert kinderen in de schoenen van iemand anders te staan. We creëren een veilige, begripvolle omgeving waarin jongeren makkelijker lastigheden kunnen delen met elkaar. Dat vergt een beetje moed – jezelf tonen is niet altijd makkelijk – en actief luisteren; een basishouding die je kan trainen.”
‘Praten heeft pas zin als iemand luistert. Echt luistert.’
“Daarnaast werken we samen met O’Kontreir aan een theatervoostelling rond zelfverwondend gedrag. Preventie hangt sterk samen met bespreekbaarheid. Daar zie ik nog veel verbeteringsmarge.”

“We creëren een veilige, begripvolle omgeving waarin jongeren makkelijker lastigheden kunnen delen met elkaar.”
© Sociaal.Net / Lisa Develtere
Waarin verschillen jullie van een klassieke zorgorganisatie zoals een CAW, CGG of psychiatrisch ziekenhuis?
“We krijgen geen structurele subsidies of middelen van de overheid. Onze werking draait op vrijwilligers en fondsen van bedrijven en organisaties zoals Serviceclubs. Daarnaast zijn er ook particulieren die maandelijks doneren en vragen we geregeld een projectsubsidie aan, bijvoorbeeld bij de Koning Boudewijnstichting en Cera.”
“Dat gebrek aan financiering creëert onzekerheid. Niemand weet of we binnen drie of vijf jaar nog bestaan. Anderzijds zijn onze werkingsmiddelen niet gekoppeld aan voorwaarden of een logge bureaucratie. In klassieke zorg- en welzijnsinstellingen is dat vaak wel zo. Die ongebondenheid maakt ons uniek. We kunnen snel en flexibel inspelen op noden die we met eigen ogen zien.”
‘Het gebrek aan structurele financiering creëert onzekerheid. Anderzijds hebben we geen last van bureaucratie.’
“Bij een aanmelding vragen we enkel de voornaam en geboortedatum van de jongere. Meer hoeft niet. Het maakt onze zorg heel laagdrempelig. Jongeren weten dat ze hier terecht kunnen en meestal snel geholpen worden, zonder dat er een hele molen begint te draaien.”
“Bijzonder is ook het statuut van onze therapeuten. Het zijn professionals die ervoor kiezen om onbetaald met jongeren in gesprek te gaan. Dat maakt een speciale band mogelijk. Een jongere voelt: die zit hier voor mij, omdat hij dat echt wil. Ik ben belangrijk genoeg om gehoord te worden, zelfs al krijgt de therapeut er helemaal niets voor terug.”
Wel in figuurlijke zin, hoop ik?
“Ja, dat zeker. Therapeuten waarderen die speciale band ook. Daarnaast hoor ik heel vaak dat ze bij TEJO kunnen doen waarvoor ze zijn opgeleid. Hun ambacht uitoefenen, zonder ruis. Die ervaring draagt sterk bij aan hun engagement en werkplezier. Heel mooi om te zien. Tegelijk lees ik die feedback als een kritiek op de organisatie van onze zorg- en welzijnssector. Te veel getalenteerde mensen verliezen hun motivatie in reguleringsdrift en administratie.”
Hoe verloopt de samenwerking met andere zorgverleners?
“We proberen complementair te werken. Als problemen te complex zijn, verwijzen we door naar de tweede en derde lijn. Dat geldt voor ongeveer tien procent van de jongeren die zich aanmelden. Maar tot het moment dat jongeren gespecialiseerde hulp krijgen, blijven ze welkom. We proberen zo goed en kwaad als mogelijk de wachttijd te overbruggen, samen met hen.”
‘Derdelijns organisaties verwijzen soms door naar ons. Dat kan niet de bedoeling zijn.’
“We merken soms dat tweede- en zelfs derdelijnsorganisaties naar ons verwijzen als er bij hen een lange wachttijd is, of als ze niet meteen raad weten met een jongere. Uiteraard kan dat niet de bedoeling zijn. We ijveren ervoor dat elke jongere op de juiste manier en op de juiste plek geholpen kan worden.”
Zorgt TEJO er dan niet voor dat beleidsmakers hun verantwoordelijkheid kunnen ontlopen?
“Een terechte vraag. Het is ook een van de kritieken die TEJO kreeg bij zijn oprichting. Zorg- en welzijnsorganisaties vreesden dat ze minder middelen zouden krijgen, omdat wij in het gat sprongen. Maar ik zie TEJO vooral een complementaire rol spelen: we zijn een labo voor innovatie en we houden de vinger aan de pols. Dat is waardevol, ook voor andere organisaties.”
“TEJO werd opgericht vanuit een engagement om beter te doen. Dat we nog altijd bestaan, en nog steeds groeien, zou beleidsmakers net moeten aansporen om het welzijn van jongeren serieus te nemen. Waarom zitten zoveel jongeren vandaag slecht in hun vel? Wat is er nodig, zowel in zorg en welzijn als breder maatschappelijk?”
“Ga dus aan het werk, politici. Altruïsme en burgerinitiatieven zoals TEJO kunnen onmogelijk alle problemen in jongerenwelzijn oplossen. Ik hoop dat men onze groei vooral ziet als een alarmsignaal.”


Reacties [1]
Wanneer gaan we stoppen met vrijwilligers aan te stellen voor die kwetsbare jongeren? Dit is alleen mogelijk door Rode neuzen & Co.
Waarom betalen we eigenlijk belastingen?
Check eens op facebook “de Koudste week”!
Bij elke liefdadigheidsactie moet de eis zijn dat de overheden EVENVEEL bijdragen als de burgerinitiatieven om alle prachtige initiatieven STRUCTUREEL te steunen !
Heel genegen en hoopvol,