Verhaal

Shelter vzw helpt jongeren op eigen benen staan: ‘Na alle problemen voelde het als thuiskomen’

Marijn Sillis

In Aalst biedt Shelter vzw onderdak en steun aan meerderjarige jongeren die er nog niet klaar voor zijn om zelfstandig door het leven te gaan. Daarvoor voorziet het burgerinitiatief een gemeenschapshuis en een stevige buddywerking. “Op een bepaald moment stuurden ze mij, een meisje van negentien, naar de nachtopvang. Natuurlijk wilde ik dat niet.”

© ID / Bart Dewaele

Burgerinitiatief

Een rustige straat in het centrum van Aalst. In een onopvallend rijhuis verblijven vijf jongeren die anders wellicht dak- of thuisloos zouden zijn. Ze zijn tussen de 18 en 23, niet klaar maar toch gedwongen om op eigen benen te staan. Dankzij het burgerinitiatief Shelter vinden ze hier onderdak en kunnen ze, gesteund door vrijwillige buddy’s, hun leven opnieuw op de rails krijgen.

De huidige bewoners zijn nog niet zo lang geland in Shelter, ze hebben het druk met school of vinden een interview niet ideaal. Maar speciaal voor Sociaal.Net dagen drie ex-bewoners op: Lise (20), Lorena (21) Lise en Lorena zijn pseudoniemen. en Jessy (26). Ook coördinator Gretl Dons (54) en vrijwillig buddy Maarten Van den Eeckhout (41) zetten zich mee in de zetel.

‘Ik zat vast, moest weg, maar wist niet waarheen.’

De drie jonge vrouwen vertellen hoe ze bij Shelter terechtkwamen. Lorena liep op haar achttiende weg van huis om aan mentale mishandeling te ontsnappen. Toen de alleenstaande mama van Jessy overleed aan kanker, belandde het meisje in de pleegzorg, maar dat liep zo stroef dat haar pleeggezin het voor bekeken hield. Lise onderging mentaal en fysiek geweld bij haar vader, keerde terug bij haar moeder die ze jaren niet gezien had, maar kwam via de slipstream van haar broer in de drugswereld terecht. “Ik zat vast, moest weg, maar wist niet waarheen.”

Alleen op straat

De meisjes zwierven rond, logerend bij vriendinnen. In het geval van Lise kwam het zelfs tot donkere, eenzame nachten op straat. Tot ze alle drie met wat geluk – via een leerlingenbegeleider, VDAB-consulent en CAW-medewerker – met Shelter in contact kwamen.

Lorena: “Ik liep weg van huis in het zesde middelbaar. Hier kreeg ik de tijd om alles te verwerken, mijn leven weer op orde te brengen. Bij alle nodige stappen was er ondersteuning van mijn twee buddy’s, zowel administratief als op vlak van welzijn. Ik ben gebleven tot ik mijn eerste jaar bachelor Organisatie en Management had afgerond. Na een helse zoektocht huur ik nu zelf iets privé.”

‘Nu sta ik op eigen benen en ben ik op zoek naar werk.’

Lise: “Na alle problemen voelde Shelter voor mij als thuiskomen, een gevoel dat ik daarvoor nooit gekend had. Ik heb hier veel hulp gekregen, altijd stond er iemand aan mijn zijde. Na een jaar kon ik verder, nu sta ik op eigen benen en ben ik op zoek naar werk.”

Jessy: “Na Pleegzorg wist ik niet meer waar ik terechtkon. Op een bepaald moment stuurden ze me naar de nachtopvang. Maar ik, een meisje van negentien, alleen op zo’n plek? Neen! Aanvankelijk weigerde ik ook om naar hier te komen, ik wilde niet in een ‘centrum’ wonen. Maar ik ben blij dat ik Shelter toch een kans heb gegeven.”

Lise: “Ik heb hier veel hulp gekregen, altijd stond er iemand aan mijn zijde.”

© ID / Bart Dewaele

Existentiële crisis

Coördinator Gretl houdt de boel draaiende. Vrijwillige buddy’s – twee per jongere – helpen de bewoners hun administratie in orde te brengen, een netwerk uit te bouwen en een gedeukte persoonlijkheid weer vorm te geven.

Sommige jongeren komen uit een problematische thuissituatie, zoals Lorena, Lise en Jessy. Anderen stromen door uit de jeugdhulp of de geestelijke gezondheidszorg. “Steeds vaker zien we ook bittere armoede”, zegt coördinator Gretl. “Gezinnen die uit huis gezet worden, bijvoorbeeld, waarbij de meerderjarige kinderen hun plan moeten trekken.”

“De verhalen zijn uiteenlopend, maar altijd gaat het om jongeren in existentiële crisis – zelfmoordgedachten zijn nooit ver weg. Ze zijn met niets meer in orde: geen onderdak of inkomen, geen domicilie of bankkaart. Door hun leeftijd, situatie en achtergrond zijn ze niet in staat om zelf uit hun situatie te geraken. We bieden dan een veilige plek en zorgen voor buddy’s.”

Bij Shelter blijven jongeren zolang ze het nodig hebben. Het richtcijfer is zes maanden, maar gemiddeld duurt een traject een jaar. Zijn jongeren eerder klaar om op eigen benen te staan: des te beter. Hebben ze geen zin meer om samen te wonen: even goede vrienden. Hebben ze toch wat meer tijd nodig: alle begrip. “Maar ook wanneer ze het huis uit zijn, proberen we er voor hen te blijven”, zegt Gretl. “We spreken regelmatig af met jongeren die er nog behoefte aan hebben.”

Buddy als vertrouwenspersoon

Het huis dient netjes te blijven, de afwas moet gebeuren, en in de gemeenschappelijke ruimtes wordt lieve vrede verwacht. Maar de jongeren moeten niet deelnemen aan activiteiten, er zijn geen regels rond uren of vrienden. Elke jongere is vrij om te gaan en staan waar hij of zij wil.

Toch was het niet altijd makkelijk. Met zoveel mensen samenwonen is geen evidentie, klinkt het bij de ex-bewoners. Lise: “Maar op een of andere manier zaten we wel allemaal in hetzelfde schuitje en vonden we ook steun bij elkaar. Ik heb hier banden voor het leven gesmeed.”

‘Ik heb hier banden voor het leven gesmeed.’

Voor Lorena en Jessy werden de buddy’s vertrouwenspersonen, of zelfs vrienden, die ze vandaag nog zien. “Al heeft mijn eerste buddy heel hard haar best moeten doen”, zegt Jessy verontschuldigend. “Ik wilde met helemaal niemand praten in het begin, maar ik ben blij dat ze volgehouden heeft. Ze hield afstand en bleef toch nabij. Nu gaan we soms nog iets eten samen.”

Voor Lise liep het iets stroever. Eén buddy moest afhaken wegens een nieuwe job, met de andere was het contact wat artificiëler. “Maar ze heeft me zeker geholpen.” Voor een kleine groep jongeren lukt het nooit helemaal in Shelter. “Maar,” zegt buddy Maarten, “ik ben er wel van overtuigd dat ze dingen meenemen voor hun verdere leven.”

Leefloon

De steun is hoe dan ook broodnodig. Als veel volwassenen al verloren lopen in het hulpverleningsweb, dan is het voor jongeren in een kwetsbare positie al helemaal een doolhof. Probeer als achttienjarige met stress en zonder netwerk maar eens een leefloon aan te vragen. “Natuurlijk wisten we niet hoe dat moest”, klinkt het. “En ze komen het niet in je schoot werpen, hé.”

“Ik had er de energie helemaal niet voor”, zegt Jessy. “Na mijn eerste contact met het OCMW dacht ik vooral: ‘Laat maar! Dit lukt me toch niet. Ik probeer het wel op mijn manier.’ Maar dan kom je dus niet op het juiste pad terecht.”

De jongeren vertellen over de stress voor het maandelijkse OCMW-comité, over verplichte gesprekken die eerder als controlerend dan helpend worden ervaren, over de constante dreiging van sancties. Over verantwoorden waarom je geld nodig hebt voor een laptop voor school, achterhalen of een welgekomen vakantiejob impact heeft op een uitkering, bewijzen van dakloosheid aanleveren om een installatiepremie te krijgen…

‘Er zijn heel veel regels en er is heel weinig menselijkheid.’

“Natuurlijk snappen wij dat controle en opvolging nodig zijn”, zegt Lorena. “Maar zouden we echt smeken voor hulp als we die niet nodig hadden?”

“Als er niemand achter jou staat, is het op zo’n jonge leeftijd onmogelijk om zelf iets te bereiken. Er zijn heel veel regels en er is heel weinig menselijkheid. Het kwam zover dat ik bang was voor de hulpverlening. Elke dag opnieuw vreesde ik dat het OCMW me niet meer zou willen helpen.”

Gretl: “Ik heb meer dan 30 jaar ervaring in de hulpverlening en toch zijn er dingen die ik ook niet begrijp. Hoe kan je dan verwachten dat deze jonge mensen daarin zouden slagen?”

© ID / Bart Dewaele

Concrete hulpvraag

Coördinator Gretl luistert aandachtig naar de jongeren, knikt vaak onopvallend. Wat Jessy, Lise en Lorena vertellen, is niet nieuw voor haar. Ze botst zo vaak op dezelfde drempels met de jonge bewoners. “Ik heb ondertussen meer dan 30 jaar ervaring in de hulpverlening, zowel op de eerste lijn als op beleidsniveau. En toch zijn er dingen die ik ook niet begrijp, waarvoor ik hulp moet inroepen in mijn netwerk. Hoe kan je dan verwachten dat deze jonge mensen daarin zouden slagen?”

Iemand als Jessy, die haar draai niet vond in de Pleegzorg en op haar negentiende niet naar een opvang voor dakloze mensen wilde – of durfde? – valt al snel in het vakje ‘zorgmijder’. Andere jongeren hebben zogezegd nooit formeel om hulp gevraagd. Gretl verzucht: “Hoe vaak dat onze jongeren te horen krijgen dat ze maar een aanmeldingsformulier moeten invullen… Alsof het zo simpel is.”

‘Alleen als er plaats is voor echt luisteren, komen de echte verhalen naar boven.’

“De administratie regeert”, vervolgt ze. “Nog zelden wordt er tijd genomen om te luisteren naar een verhaal zonder checklist om te toetsen of iemand wel binnen het aanbod past. Maar alleen als er plaats is voor echt luisteren, voor echt mogen vertellen, als de tijd genomen wordt om na te gaan of iedereen elkaar begrepen heeft: alleen dan komen de echte verhalen naar boven.”

Nu worden jongeren soms niet geloofd. Of ze krijgen te horen dat het hen eigenlijk aan een concrete hulpvraag ontbreekt. Dat het leven je overvalt, is net iets te vaag. Dat het voor adolescenten moeilijk is om zonder netwerk of andere steun op eigen benen te staan, past niet altijd in een specifiek hulpverleningshokje. Wie het goed heeft, miskent waar het kan foutlopen in de switch van minder- naar meerderjarig.

Hoewel hij zelf in het onderwijs werkt, schrok ook Maarten van de wirwar waarin deze jongeren soms terechtkomen. “Als mensen vragen wat ik als buddy doe, leg ik het als volgt uit: ik probeer jongeren klaar te maken voor het volwassen leven zoals een ouder dat zou doen in een ‘normale’ situatie. Er wordt onderschat hoe belangrijk en waardevol dat is. We blijven te vaak blind voor de schrijnende situaties in onze eigen straat.”

Burgerbeweging

Shelter ontstond in 2017. Gretl kwam er anderhalf jaar geleden bij. “Het was een heel bewuste keuze om voor een burgerbeweging te werken.”

Ze wikt haar woorden zorgvuldig, maar uiteindelijk kan ze er moeilijk omheen dat ze niet meer kon aarden in de klassieke hulpverlening. “Steeds vaker kreeg ik het gevoel dat ik niet aan het doen was waar ik ooit voor gestudeerd had: werken in functie van sociale rechtvaardigheid.”

“Sociaal werk staat steeds meer onder druk van beheersings- en managementdenken. Hulp wordt voorwaardelijker. Het lijkt soms alsof hulpverleners vooral bezig moeten zijn met het opvolgen van allerlei procedures, met zichzelf indekken, met registratie. De essentie van sociaal werk dreigt naar de achtergrond te verdwijnen: naast mensen gaan staan en samen dingen verwezenlijken.”

‘De essentie van sociaal werk dreigt naar de achtergrond te verdwijnen’

“Voor elke jongere die hier komt, wil ik kunnen doen wat nodig is.  Niet wat op papier past, maar wat in de realiteit werkt. Verantwoording afleggen hoort bij het werk, maar ik wil die in de eerste plaats verschuldigd zijn aan de jongere, niet aan systemen.”

“Het frustreert me bijvoorbeeld dat jongeren eerst afgewezen worden voor een leefloon of een plekje binnen de hulpverlening, maar dat wel toegewezen krijgen als ik of een buddy aan hun zijde staan. Dat klopt gewoon niet. Net de meest kwetsbaren vallen vandaag door de mazen van het net. Bij Shelter belanden jongeren die elders onzichtbaar blijven of afgewezen worden.”

Maarten: “ik probeer jongeren klaar te maken voor het volwassen leven zoals een ouder dat zou doen in een ‘normale’ situatie.”

© ID / Bart Dewaele

Jongeren zelf buddy

Gretl omschrijft het zo: “De niet-institutionele logica is één van de uitgangspunten en sterktes van onze werking.” Ook een sterkte: de buddywerking. In samenwerking met Equality ResearchCollective (HOGent) onderzoekt de vzw hoe jongeren uiteindelijk zelf kunnen doorgroeien tot buddy.

Lorena en Jessy hebben die ambitie alvast. “Ieder verhaal is anders, maar de onderliggende emoties zijn dezelfde”, vertelt Jessy. “Wij hebben die emoties zelf doorleefd, waardoor we anderen kunnen helpen. Ook praktisch en administratief hebben we heel wat doorlopen. We weten nu hoe je een sociale woning zoekt, hoe je elektriciteit of water in orde brengt en hoe een leefloon werkt.”

Ze heeft geen voorbeeldfunctie, zegt Lorena, maar ze wil wel een voorbeeld zijn. “Ik heb hier geluk gehad. Dus wil ik ook iets teruggeven. Om te tonen dat er hoop is.”

Niet in het minst was het hoop waar het deze jonge vrouwen ooit aan ontbrak. Halfweg ons gesprek vraag ik Lise hoe het voelt om als jong meisje alleen buiten te slapen. “Pijnlijk. Je hebt het gevoel dat niemand je kan helpen.” Maar ze voegt er snel aan toe dat het haar ook gesterkt heeft. “Ik ben meer matuur dan mijn leeftijdsgenoten, merk ik. Dus probeer ik het als een voordeel te zien. Dat ik ondanks mijn verhaal vooruit geraakt ben, is toch een pluspunt?”

Toekomst

Lorena en Jessy knikken bij die woorden. Even blijft het stil. Tot Jessy zich bedenkt. “Ik volg Lise wel. Maar normaliseren we onze eigen verhalen ook niet te veel? Wat ons is overkomen, zou toch niet mogen gebeuren? Dat is toch niet normaal?”

‘Normaliseren we onze eigen verhalen niet te veel?’

Wat zou er van hen geworden zijn zonder Shelter? De jonge vrouwen staren even voor zich uit. “Weinig goeds.” Maarten springt snel in: “Maar het heeft toch geen zin om over die vraag na te denken?” De blik van de jeugd moet tenslotte gericht zijn op de toekomst. “Het is niet de bedoeling dat we blijven vastzitten in wat vroeger was”, besluit hij. “Shelter moet voor deze jonge mensen net een kantelpunt zijn. Zoals Lorena zei: een plek waar we tonen dat er nog hoop is.”

Reacties [3]

  • Veerle

    Wat een bijzonder mooi initiatief, gedragen door burgers. Ook ik merk dat vrijwilligerswerking dicht bij mensen kan staan, heel nabij en op het moment waarop het nodig is. Bedankt voor de inspirerende bijdrage!

  • Hilde Vanvuchelen

    Gelukkig dat er zo een initiatief is. Nog meer van dit graag in alle steden en gemeenten.

  • Rik Verthe

    Gedeeld op daklozen vlaanderen en help wij worden dakloos vlaanderen op fb

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.