Verhaal

Merhaba is er voor queer mensen met migratieroots: ‘Coming in is belangrijker dan coming out’

Donna Kerseboom

Hulp vragen als LGBTQIA+-persoon met een migratieachtergrond is niet evident. Je voelt je niet gehoord door je psycholoog, of vindt moeilijk aansluiting bij organisaties voor queer personen. Merhaba werkt precies op de snijlijn tussen die twee identiteiten: “Wij zijn het levende bewijs dat die twee samen kunnen bestaan.”

© ID / Josefien Tondeleir

Een minifamilie

Merhaba is een organisatie voor LGBTQIA+-personen met een migratieachtergrond gevestigd in hartje Brussel. “Je verdient alle goede dingen die het leven te bieden heeft”, staat prominent bovenaan de webpagina met hun aanbod.

Dat motto vertaalt zich in een breed aanbod dat het leven van queer personen met migratieroots rechtstreeks en onrechtstreeks beter wil maken. Via samenkomsten, workshops en gesprekken wil de vereniging mensen empoweren. Merhaba biedt ook hulpverlening: je kan er informatie, ondersteuning of een luisterend oor vinden. Tegelijk richt Merhaba zich via materialen, vormingen en consults tot professionals, zoals hulpverleners, jeugdwerkers of leerkrachten.

Lou (26) is communicatie- en vormingsmedewerker bij Merhaba. Hij geeft de Nederlandstalige vormingen aan hulpverleners in Vlaanderen en Brussel, en staat in voor de communitybuilding in Vlaanderen. “Dat laatste betekent dat we eigenlijk een soort minifamilie willen creëren voor mensen, een gemeenschap die ook blijft draaien op momenten dat wij geen activiteiten organiseren”, vertelt hij.

“Veel mensen die bij ons terecht komen hebben weinig netwerk, zijn misschien verstoten door familie of zijn hun land ontvlucht. Of ze voelen zich gewoon niet begrepen in hun familie of in andere LGBTQIA+-contexten. Ze zijn op zoek naar een plek waar ze zich veilig en gehoord kunnen voelen.”

Jullie omschrijven jullie doelgroep als: LGBTQIA+ personen wiens culturele en migratieachtergrond een belangrijke rol speelt in hun verhaal. Kun je daar een voorbeeld van geven?

“Dat gaat bijvoorbeeld over mensen die gevlucht zijn uit hun land van oorsprong omwille van hun LGBTQIA+-identiteit. Omdat het daar illegaal is om hun identiteit te beleven of omdat ze er niet veilig zijn in hun familie of netwerk.”

“Die mensen komen naar hier met het idee dat ze in België vrij zullen zijn en hun seksualiteit of genderidentiteit niet meer moeten verstoppen. Eenmaal hier, in een asielcentrum, belanden ze in een gelijkaardige situatie, tussen dezelfde ideeën die ze zijn ontvlucht. Dat proces duurt soms immens lang: vaak moeten mensen zich nog jaren verstoppen.”

‘Vaak moeten mensen zich nog jaren verstoppen.’

“Er zijn ook subtielere voorbeelden. Ik denk bijvoorbeeld aan buurten waar veel mensen met dezelfde migratieachtergrond samenwonen. Iedereen kent elkaar daar. Als je daar als man regelmatig thuiskomt met dezelfde man, dan doet dat snel de ronde.”

“Je ziet dan soms dat mensen bewust in een andere buurt gaan wonen en wegverhuizen van hun culturele gemeenschap, zodat ze hun LGBTQIA+-identiteit kunnen beleven. Daar botsen ze dan weer op racisme op de huurmarkt en vinden ze moeilijker een woning. De verschillende aspecten van hun identiteit spelen op elkaar in.”

Soms maakt dat het dus moeilijker om uit de kast te komen?

“In niet-Westerse culturen zijn gemeenschap en familie vaak, niet altijd, belangrijker dan in Westerse culturen. Die gemeenschap kunnen blijven beleven naast een LGBTQIA+-identiteit is voor onze community essentieel.”

“Om die twee te kunnen behouden, kan het voor sommige mensen een betere keuze zijn om niet uit de kast te komen. Dat geldt zeker niet voor iedereen, maar is wel goed om te beseffen. We merken namelijk dat sommige hulpverleners, met goede bedoelingen, toch mensen pushen om uit de kast te komen. Dat kan gevaarlijk zijn. Je netwerk kan daar slecht op reageren, of het kan zelfs leiden tot een breuk met je familie. De persoon zelf moet zich bewust zijn van de potentiële gevolgen en de kans krijgen om daar zelf een keuze in te maken.”

‘Sommige hulpverleners, met goede bedoelingen, pushen mensen om uit de kast te komen.’

“En mensen die twijfelen over wat de beste keuze is, kunnen uiteraard bij ons terecht. Wij proberen in te zetten op zelfacceptatie, eerder dan op hoe je met de buitenwereld communiceert. Je zou kunnen zeggen dat we meer bezig zijn met ‘coming in’ dan met ‘coming out’.”

“Bij ons kunnen mensen volledig zichzelf zijn, moeten ze niks verstoppen.”

© ID / Josefien Tondeleir

Met wat voor vragen kloppen queer mensen bij jullie aan?

“Het gaat deels om het vinden van die community. Bij ons kunnen mensen volledig zichzelf zijn, moeten ze niks verstoppen. En ze hoeven niet bang te zijn om geïntimideerd of gediscrimineerd te worden.”

“Ik moet denken aan situaties waar mensen met een migratieachtergrond geweigerd worden op LGBTQIA+-evenementen, omdat de bewakers aan de deur niet geloven dat ze deel van de community zijn en bang zijn dat ze onrust komen stoken.”

‘Het is ook gewoon fijn om op een queer feest te zijn waar niet alleen Madonna gedraaid wordt.’

“Maar het gaat ook om het individualistische beeld dat in veel LGBTQIA+-contexten heerst. Het idee dat je altijd ‘out’ en ‘loud’ en ‘proud’ moet zijn. Dat is voor veel van onze communityleden niet het geval, zij willen hun identiteit vaak stiller kunnen beleven en iets meer van de radar blijven.”

“En, wat luchtiger: het is ook gewoon heel fijn om op een queer feest te zijn waar niet alleen maar Madonna gedraaid wordt.”

Jullie beantwoorden ook hulpvragen. Richten mensen zich tot jullie omdat ze geen aansluiting vinden bij andere hulpverlening?

“Mensen komen inderdaad bij ons omdat ze zich bij hun psycholoog niet gehoord voelen of omdat er taalbarrières zijn. Ons team en onze vrijwilligers spreken samen enorm veel talen, dat is een groot voordeel.”

“Sinds kort merken we dat we meer vragen krijgen rond de asielprocedure. Dat komt door de asielcrisis: mensen zijn wanhopig. Er worden steeds meer dossiers afgekeurd, ze weten niet hoe de procedure precies werkt of voelen zich niet gehoord door hun advocaat… Wij hebben eigenlijk de capaciteit niet om iedereen te helpen. Maar het is een duidelijke nood in onze community, dus we kunnen ook niet doen alsof het er niet is.”

Zowel op mentaal welzijn als op seksuele geaardheid en gender kleeft een taboe. Is aankloppen bij een organisatie als Merhaba dan wel evident?

“Zeker in migratiecontexten heerst het idee dat mentaal welzijn een Westers probleem is. We doen er daarom zoveel mogelijk aan om de drempel te verlagen. Een van de meest zichtbare voorbeelden is hoe ons kantoor eruitziet. Er hangt geen grote pridevlag en aan de buitenkant kan niemand afleiden waar je binnenstapt.”

“Voor mensen die het spannend vinden om langs te komen, kan het ook helpen om iemand uit hun netwerk mee te nemen. Of ze kunnen iemand meepakken naar een van onze publieke events: familie, vrienden, bondgenoten… Alleen tijdens onze besloten activiteiten laten we wel enkel mensen uit de community toe, om een veilige omgeving te garanderen.”

“Die veilige omgeving vinden we belangrijk. Voor die besloten activiteiten krijgen mensen pas het adres na inschrijving. Er staat ook altijd iemand aan de deur die mensen kort uitlegt wat onze regels zijn om een safe(r) space te garanderen. We vragen mensen om geen foto’s te maken, bijvoorbeeld. Merken we al aan de deur dat iemand daar moeilijk over doet? Dan laten we die niet binnen. Uiteraard is dat vaak complexer dan hoe ik het nu uitleg. Want soms gaat dat ook over mensen uit onze community, die de regels niet willen volgen. En hen willen we uiteraard niet in isolatie duwen. Blijven praten is dus belangrijk.”

Ik moet denken aan de survey ‘Samenleven in diversiteit’, waarin bevraagde burgers die in het buitenland geboren werden kritischer tegenover LGBTQIA+-personen lijken te staan dan Belgen. Hoe kijk je daarnaar? Heeft dat impact op jullie community?

“Dat soort onderzoeken wordt vaak aangehaald, maar in die onderzoeken wordt niet intersectioneel gekeken en dat is problematisch.”

Kun je dat toelichten?

“Er wordt snel geconcludeerd dat de migratieachtergrond de oorzaak van LGBTQIA+-fobie is. Maar men vergeet dan te kijken naar andere maatschappelijke factoren zoals opleidingsniveau, religie, socio-economische achtergrond… en hoe deze factoren elkaar beïnvloeden.”

“Dit soort cijfers worden vooral gebruikt om groepen tegenover elkaar te zetten. De berichtgeving doet vaak lijken alsof mensen die in België geboren werden allemaal wél heel positief staan tegenover de LGBTQIA+-community, wat natuurlijk niet zo is. Eigenlijk is die negatieve houding een breder maatschappelijk probleem.”

‘Mensen krijgen zo het gevoel dat ze moeten kiezen tussen hun culturele achtergrond en hun LGBTQIA+-identiteit.’

“Het is jammer dat daar zo zwart-wit over gecommuniceerd wordt, want het zorgt ervoor dat mensen met een migratieachtergrond dit zelf ook beginnen geloven. Mensen gaan er dan bij voorbaat al vanuit dat ze door mensen van hun culturele achtergrond afgewezen zullen worden. En krijgen zo het gevoel dat ze moeten kiezen tussen hun culturele achtergrond en hun LGBTQIA+-identiteit. Bij Merhaba zijn we het levende bewijs dat die twee samen kunnen bestaan.”

Je vertelde me dat je zelf ook deel van de community bent. Is dat een voordeel?

“Ja, dat denk ik wel. Daardoor weet je wat je zelf vroeger nodig had, of misschien nog altijd nodig hebt. Je weet dat het waardevol is wat je doet. Het is een grote drijfveer om dit werk te doen. Ook als we kijken naar de huidige samenleving, dan is het duidelijk dat deze community die steun goed kan gebruiken.”

Zelf geef je vormingen aan hulpverleners over het kruispunt LGBTQIA+ en migratieachtergronden. Hoe pak je dat aan?

“Onze vormingen richten zich op professionals die in aanraking komen met deze doelgroep. Dat zijn bijvoorbeeld psychologen, CAW-medewerkers of mensen die in de asielsector werken. We helpen hen bewust te worden van hun eigen rugzak en perspectief, en hoe ze die meedragen in hun werk.”

“We geven ook vormingen aan mensen die met groepen werken, zoals leerkrachten of jeugdwerkers, om rond thema’s op het kruispunt aan de slag te gaan. Een goed voorbeeld is een leerkracht die worstelt met LGBTQIA+-fobie in de klas. Die vertelt dan dat religie een rol speelt in de negatieve visie van de studenten. Ik geef hun dan enerzijds handvaten rond: Hoe kun je daarmee omgaan? Hoe kun je op een cultureel-sensitieve manier het gesprek openen en de tolerantie een beetje verhogen?

“Anderzijds durf ik ook de bezorgdheid van de leerkracht in vraag te stellen. Komt die negatieve visie echt door religie? Of is dat een vooroordeel waar de docent zich niet genoeg van bewust is?”

‘We helpen hulpverleners bewust te worden van hun eigen rugzak en perspectief.’

“Er gaan geen wonderen gebeuren, maar je kunt wel zaadjes planten om meer acceptatie te creëren. We proberen dat dus te doen via deze vormingen, aan mensen die zelf dichter bij hun doelgroep staan dan wij. Veel meer dan wij, kunnen zij deze gesprekken voeren.”

“We worden wel eens gebeld door hulpverleners die zich afvragen hoe ze ouders kunnen overtuigen om hun queer kind te accepteren. Als je vanuit die insteek vertrekt, ben je eigenlijk al verloren.”

© ID / Josefien Tondeleir

Moet je hulpverleners ook wel eens corrigeren?

“We worden wel eens gebeld door hulpverleners die zich afvragen hoe ze ouders kunnen overtuigen om hun queer kind te accepteren. Als je vanuit die insteek vertrekt, ben je eigenlijk al verloren. Hulpverleners doen dat met de beste bedoeling, maar de boodschap die ze daarmee geven is dat hun mening er meer toe doet dan die van de ouders zelf.”

“Soms lopen ouders gewoon met heel wat angsten rond en het is belangrijk dat je dat erkent. Ze maken zich zorgen over de toekomst van hun kind, of over hoe hun culturele gemeenschap naar hen zal kijken als ze weten dat hun kind queer is.”

‘Soms lopen ouders gewoon met heel wat angsten rond, en het is belangrijk dat je dat erkent.’

“Wat je dan kan doen is in eerste instantie luisteren naar de noden en angsten van de ouders, en in een later stadium kunnen sommige angsten en ideeën procesmatig gecounterd worden. Bijvoorbeeld door hen duidelijk te maken dat hun kind wel een heel mooie toekomst kan hebben. En dat queer zijn niet meteen betekent dat je tijdens de pride halfnaakt op een praalwagen gaat staan. Dat kan, maar dat is een stereotype dat lang niet op iedereen van toepassing is.”

Wat hoop je dat mensen meenemen uit de vormingen?

“Uiteindelijk is werken rond dit thema echt niet zo anders dan werken rond andere thema’s. Je hoeft niet alles te weten. En elke persoon of groep is bovendien anders. Het gaat om maatwerk en om luisteren naar wie voor je zit.”

‘Je hoeft niet alles te weten.’

“Vertrek vanuit een gezonde nieuwsgierigheid. Stel vragen als: Wat is jouw beleving? Hoe ervaar jij jouw identiteit? Hoe ervaar jij je culturele identiteit? En probeer je eigen rugzak af te doen. Ga er niet vanuit dat wat voor jou gewerkt heeft ook voor anderen werkt. En denk niet dat jij weet hoe bepaalde culturen met iets omgaan. Bevraag dat gewoon bij de persoon zelf. Kennis is in dit geval niet je belangrijkste tool.”

“Een andere belangrijke skill is aanvoelen waar een persoon of groep klaar voor is. Hoeveel weten zij al over dit thema? Waar liggen hun grenzen? Ik herinner me een vorming over genderidentiteit, waar ik genderstereotypen aan het uitleggen was. De volgende stap is om het dan ook over trans personen te kunnen hebben. Maar ik voelde dat de groep er nog niet klaar voor was.”

“Al blijft werken met groepen iets onvoorspelbaars, dat heb ik die dag gemerkt. Want hoewel de groep er nog niet klaar voor was en ik daar rekening mee wilde houden, was een van de deelnemers het daar niet mee eens. Die had het gevoel: ik ben er klaar voor en ik wil dat jullie er ook klaar voor zijn. Op zo’n moment kun je niet anders dan gewoon dealen met wat er dan uit de groep naar boven komt.”

Reacties

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.