Verhaal

In Kurt Defrancq Huis stopt creativiteit nooit: ‘Kunstenaars gaan niet met pensioen’

Sandra Gasten

Baarle, het kunstenaarsdorp bij de Leie in Gent, heeft sinds anderhalf jaar het Kurt Defrancq Huis: een plek waar kunstenaars op leeftijd de rest van hun leven kunnen wonen, zorg krijgen én kunnen blijven creëren. “Kunstenaars stoppen niet met creëren als ze ouder worden, ze gaan niet met pensioen.”

© ID / Josefien Tondeleir

Kunstenaars

Dansen, schilderen, optreden, beeldhouwen, schrijven: voor kunstenaars is het hun leven. Maar voor wie op leeftijd komt, betekent de verhuis naar een assistentiewoning of woonzorgcentrum vaak dat die passie stopt. Niet in het Kurt Defrancq Huis.

De mosterd voor dit unieke initiatief in Vlaanderen – genoemd naar de Vlaamse acteur , onder meer gekend van Thuis en Chantal en theatermonologen zoals De Poppendokter en Met de mantel der liefde – haalde Kurt Defrancq in Nederland. Daar speelde hij in 2018 een theatermonoloog in het Rosa Spier Huis in Laren.

‘Een kunstenaar moet een podium krijgen, voor de rest van zijn leven.’

“Dat huis bestond al vijftig jaar, maar ik kende het niet”, vertelt hij. “Toen ik er voor het eerst binnenkwam, was ik meteen onder de indruk van de filosofie van die plek. In de inkomhal zat een oudere dame piano te spelen. Ze was niet zomaar wat aan het spelen, ze gaf echt een concert. Ze had een indrukwekkend cv, en daar speelde ze opnieuw voor een publiek. Ik dacht: een kunstenaar moet een podium krijgen, voor de rest van zijn leven.”

Kwetsbare positie

Het Rosa Spierhuis is al sinds 1969 een begrip in Nederland. Bekende namen zoals acteur Rijk de Gooyer en regisseur Bert Haanstra vonden er een thuis. Niet enkel om te wonen, maar ook om te blijven creëren, repeteren en tentoonstellen. “Het huis is een instituut in Nederland, het heeft zijn plek in het zorglandschap verworven”, zegt Defrancq .

“Wie de kunstensector in Vlaanderen kent, weet hoe kwetsbaar de positie van kunstenaars vaak is. Het werkveld is klein, de concurrentie is groot. Een loopbaan wordt zelden beloond met financiële zekerheid of pensioen. Kunstenaars stoppen niet met creëren als ze ouder worden, ze gaan niet met pensioen.”

Zich nuttig blijven voelen

Hij besefte dat er in ons land nog geen plek was waar kunstenaars op leeftijd die moeilijk nog alleen thuis kunnen blijven wonen, hun passie konden blijven beoefenen. “Wanneer je ouder wordt, word je als persoon als het ware ‘geparkeerd’. Dat geldt voor veel mensen, maar voor kunstenaars zeker. Je wordt geacht je maar bezig te houden, terwijl velen zich nuttig willen blijven voelen.”

‘Wanneer je ouder wordt, word je als persoon als het ware “geparkeerd”.’

Het beeld van de oudere kunstenaar die noodgedwongen zijn atelier of instrument moet achterlaten, ligt Defrancq zwaar. “De drempel om je huis te verlaten is groot. Het is een zware beslissing, zeker wanneer je tegelijk je atelier moet verlaten. Het Rosa Spierhuis liet zien dat het wél kan: een plek waar je thuis bent, en toch deel uitmaakt van een creatieve gemeenschap.”

“Dit project is een mix van verschillende mensen. Kunstenaars moeten niet alleen staan in de maatschappij, maar vertoeven tussen vele andere bewoners.”

© ID / Josefien Tondeleir

Overkoepelende stichting

Het idee liet hem niet meer los. Hij praatte erover met collega’s, vrienden, politici en wetenschappers. Zo overtuigde hij enkele stemmen uit de cultuursector en bredere samenleving om mee te stappen in de Stichting Kurt Defrancq.

Onder meer zanger Frederik Sioen, regisseur Stijn Coninx, kunstenares Berlinde De Bruyckere en academicus Jean-Paul Van Bendegem steunen het initiatief. De stichting vormt de overkoepelende structuur die de financiële en organisatorische aspecten van het Kurt Defrancq Huis regelt.

De zoektocht naar een locatie leidde naar Baarle, een dorp in de Gentse deelgemeente Drongen. Vandaag staat hier het woonzorgcentrum Leiehome, dat werd uitgebreid met een zestigtal assistentiewoningen. De helft daarvan wordt voorbehouden voor het Kurt Defrancq Huis. “Leiehome stond meteen achter ons initiatief en paste zelfs de originele bouwplannen aan, zodat er meer ruimte kon komen voor tentoonstellingen”, zegt Defrancq.

Maatschappelijke mix

Naast de assistentiewoningen kreeg de stichting de naburige Sint-Martinuskerk en de aanpalende pastorie in handen, via een erfpacht van de stad Gent voor veertig jaar. Samen met de voormalige bibliotheek vormen zij de drie pijlers van het project.

De bibliotheek wordt omgevormd tot ateliers voor beeldende kunstenaars. De pastorie krijgt repetitieruimtes en een restaurant met publieke tuin. De ontwijde kerk wordt een zaal voor concerten, tentoonstellingen en theatervoorstellingen, een cultuurhuis als het ware. “Zo krijgt de Sint-Martinuskerk een tweede leven en blijft het erfgoed niet alleen bewaard, maar wordt het opnieuw een plek voor en van de buurt”, meent Defrancq.

‘De kerk krijgt een tweede leven en wordt opnieuw een plek voor en van de buurt.’

De bewoners van de assistentiewoningen van het Kurt Defrancq Huis krijgen dezelfde zorg en hulp als de andere bewoners, maar hebben straks ook toegang tot de ateliers die nu worden gebouwd. “Dit project is een mix van verschillende mensen. Kunstenaars moeten niet alleen staan in de maatschappij, maar vertoeven tussen vele andere bewoners.”

De eerste bewoners

Het project heeft al enkele bewoners. Zoals Pol Van Assche (76). Hij verhuisde van gebouw van 600 vierkante meter naar een assistentiewoning van 70 vierkante meter. “Ik woonde vroeger in Sint-Amandsberg, waar ik in een oude fabriek dertig jaar lang een dansschool runde. Ik woonde boven de school, in een enorme loft. Enkele jaren geleden kreeg ik te horen dat ik er op termijn zou moeten vertrekken en dus keek ik rustig uit naar een nieuwe woonplek. Bij de apotheker zag ik een folder en meteen wist ik: dit is iets voor mij”, vertelt hij. “Mijn verhuizing voelde eerder als een nieuwe uitdaging dan als een afscheid aan. Ik ben altijd een pionier geweest en dat kan ik nu weer zijn. Daardoor heb ik nog iets om naar uit te kijken en dat doet je groeien.”

Van Assche geniet van het uitzicht op de tuin, terwijl hij ons een rondleiding geeft op het domein. Trots toont hij ons de multifunctionele zaal waar hij sinds kort tangolessen geeft. “Ooit was ik advocaat aan de Gentse balie, tot ik de liefde voor de tango ontdekte en het roer omgooide. Ik was de eerste professionele tangoleerkracht in België.”

“Ik voel me hier helemaal thuis. Nochtans dacht ik dat het moeilijk zou zijn om mijn dansschool los te laten, maar dat ging toch vlot. In feite is er niet zo veel veranderd. Ik run hier nog altijd vzw Polariteit, mijn dansvereniging. Het is fantastisch dat ik mijn lessen hier kan voortzetten.”

Inspiratie voor elkaar

Van Assche blijft niet alleen dansen, hij organiseert ook filmavonden en wisselt boeken uit met de andere bewoners. “Het is heerlijk dat ik mijn ervaring kan blijven delen. Bovendien merk ik dat mensen door deze plek opnieuw hun oude hobby’s oppikken. We inspireren elkaar. Zo leerde ik kunstschilder Wally Van de Velde, de tweede bewoner van het Kurt Defrancq Huis, kennen en ontstaan er gesprekken die tot nieuwe ideeën leiden. Ik ervaar hier geen enkele belemmering om mijn leven voort te zetten.”

‘Het is heerlijk dat ik mijn ervaring kan blijven delen.’

De hele site rond het Leiehome bestaat al meer dan honderd jaar. “Begin 20ste eeuw stond dit dorpje al bekend als ‘het kunstenaarsdorp aan de Leie’. Kunstenaars van de Latemse School werkten er in stilte langs de rivier”, vertelt de tangoleraar. “Het Kurt Defrancq Huis ligt hier dus helemaal op de juiste plaats.”

“Ik geloof er sterk in dat op deze plek nieuwe, intergenerationele creaties tot stand zullen komen”, benadrukt hij nog. “Het wordt een centrum voor uitwisseling en creatie, maar ook voor ontmoeting met de buurt.”

Pol Van Assche: “Ik was de eerste professionele tangoleerkracht in België. Het is fantastisch dat ik mijn lessen hier kan voortzetten.”

© ID / Josefien Tondeleir

Iedereen wil iets anders

“Het Kurt Defrancq Huis is op dit moment de enige woonplek voor ouderen in Vlaanderen die zich specifiek op kunstenaars en artiesten richt”, legt Ann Peuteman, ouderenexperte en bestuurslid van het Kurt Defrancq huis uit. Naar haar werk als redactrice bij Knack verdiept ze zich al jaren in het leven en de rechten van ouderen en geeft ze vorming aan zorgpersoneel en studenten in zorgopleidingen.

‘Iedereen wil op een andere manier zijn oude dag beleven.’

“De overgrote meerderheid van de Vlamingen gaat met tegenzin in een woonzorgcentrum wonen, maar dat geldt meestal niet voor de verhuizing naar een assistentiewoning”, zegt Peuteman. “Dan gaan ze wel kleiner wonen, maar het is ook een nieuwe start in hun leven. Toch is het belangrijk dat de bewoners interessante mensen tegenkomen en geprikkeld worden door elkaar.”

Het project sluit aan bij een bredere evolutie in Vlaanderen, zegt ze. “Het bewustzijn groeit dat er nood is aan meer variatie in de ouderenzorg. Iedereen wil op een andere manier zijn oude dag beleven.”

“Sommige mensen willen een soort Club Med, met veel activiteiten. Anderen willen rust. Kunstenaars willen dan weer ruimte om te creëren en willen geïnspireerd worden door anderen. Daar past het Kurt Defrancq Huis perfect in.”

Band met lokale verenigingen

“We willen er geen museum van maken”, zegt Kurt Defrancq. “Het moet een bruisende plek worden. Oudere kunstenaars willen we een venster geven, zodat ze kunnen blijven tonen wat ze kunnen. Maar we zullen er ook tentoonstellingen en concerten organiseren, en jonge kunstenaars kansen geven.”

‘We willen hier kruisbestuiving tot stand brengen.’

Ook de jeugdbewegingen en buurtcomités uit Baarle en omstreken worden betrokken. Ann Peuteman: “Het Kurt Defrancq Huis mag inderdaad geen museum of gesloten enclave zijn. Integendeel: we willen hier kruisbestuiving tot stand brengen. Met jonge kunstenaars, met buurtbewoners en met verenigingen. Een buurt nieuw leven inblazen gebeurt niet alleen met jongeren, maar kan ook met zeventig- of tachtigplussers. Zij hebben eveneens hun meerwaarde in de maatschappij.”

Geen commercieel verhaal

Een belangrijke steunpilaar voor dit project is de Koning Boudewijnstichting die via het Fonds Géneret infrastructuurwerken mogelijk maakte. Daarnaast blijft het project afhankelijk van giften en subsidies.

“Niet alle kunstenaars zijn vermogend”, zegt de acteur. “We koppelen het project daarom aan een sociaal fonds, dit project is geen commercieel verhaal. Het gaat om mensen die een moedig leven in de kunsten achter de rug hebben, en die op hoge leeftijd een inspirerende plek verdienen.”

Kurt Defrancq (links): “Niet alle kunstenaars zijn vermogend. We koppelen het project daarom aan een sociaal fonds.”

© ID / Josefien Tondeleir

Selectie van kandidaten

Kandidaten kunnen zich nog altijd aanmelden via de website. Worden er criteria gehanteerd bij de toekenning?

“We hebben lang gediscussieerd over wat een kunstenaar is”, zegt Ann Peuteman. “Voor ons is dat iemand voor wie creëren een belangrijke plek in zijn leven inneemt, voor wie kunst een deel van zijn identiteit is. Ook wie een hart voor kunst heeft, zoals een curator of voormalig directeur van een museum, is meer dan welkom.”

‘We hebben lang gediscussieerd over wat een kunstenaar is.’

“Tegelijk willen we kansen geven aan mensen om in het Kurt Defrancq Huis hun artistieke debuut te maken of zich verder te ontplooien. Mensen moeten hun leven kunnen voortzetten met de passie die ze altijd hebben gehad.”

Het aantal plaatsen is beperkt en de selectie zal gebeuren door een jury. “We gaan vraag per vraag bekijken wie in aanmerking komt en welke mogelijkheden er voor elke kunstenaar zijn”, pikt Defrancq in. “Alles hangt af van zijn of haar behoeften en vormen van creatie.”

Team van (vooral) vrijwilligers

Het team van het huis is klein. Er is momenteel één betaald personeelslid, dat de administratie en aanvragen opvolgt. Verder draait het Kurt Defrancq Huis op vrijwilligers. “Dat is een bewuste keuze”, zegt de Defrancq. “We willen geen commerciële logica, maar betrokkenheid van mensen met een hart voor kunst en zorg.”

Hoewel het eerste huis in Baarle een pioniersrol speelt, kijkt hij al verder. “Misschien komt er ooit een tweede huis? Misschien ooit in elke provincie? Er lopen in elk geval al gesprekken, maar ik ben voorzichtig, want je moet zoiets traag laten ontluiken. Dan blijft het langer bestaan.”

“Oud worden is geen kunst. Maar als je het goed organiseert, kan het nog heel mooi worden. Oudere kunstenaars maken dikwijls hun mooiste werken op het laatst. Ze zijn ons cultureel kapitaal. Geef hun dan ook de plek en de ruimte om dit mogelijk te maken”, glimlacht de acteur.

Reacties

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.