Verhaal

Kringwinkel als werkgever: ‘Wij kunnen ondernemers inspireren’

Lisa Develtere

Als een van de bekendste spelers in de sociale economie bieden de Kringwinkels in Vlaanderen werk aan duizenden mensen. Hoe pakken ze dat aan? Wij spraken met de HR-directeur van Kringwinkel Antwerpen Kathleen Hoefnagels. “We zijn altijd trots als iemand doorstroomt naar de reguliere economie. Maar we duwen onze mensen niet richting de uitgang.”

© Sociaal.Net / Lisa Develtere

Een cadeau

Door afgedankte spullen een nieuw leven te geven, draagt Kringwinkel Antwerpen niet alleen een steentje bij aan het milieu. De non-profitorganisatie creëert ook werk voor vijfhonderd mensen die het moeilijk hadden om een job te vinden. In hun veertien fysieke tweedehandswinkels, ophaaldienst, sorteercentrum en herstelateliers wordt het werk zodanig georganiseerd dat het eenvoudig en succesvol uitgevoerd kan worden.

Wie zijn deze werknemers? Hoe worden ze begeleid? En wat met de doorstroom naar de reguliere arbeidsmarkt? Sociaal.Net vroeg het aan Kathleen Hoefnagels, de HR-directeur van Kringwinkel Antwerpen. Een kleine twintig jaar deed ze nog onderzoek rond arbeid en sociaal beleid, maar zo’n acht jaar geleden begon de praktijk te lonken.

‘Ik denk niet dat ik snel een andere organisatie zou vinden waar ik met evenveel passie en gedrevenheid zou kunnen werken.’

“Het is een cadeau om voor de Kringwinkel te werken”, zegt Kathleen, die later dit jaar de functie van HR-directeur zal verruilen voor die van commercieel directeur. “Ik denk niet dat ik snel een andere organisatie zou vinden waar ik met evenveel passie en gedrevenheid zou kunnen werken.”

Afstand tot de arbeidsmarkt

De Kringwinkel geeft werk aan mensen die op de reguliere arbeidsmarkt niet als aantrekkelijk worden gezien. Ze hebben ‘een afstand tot de arbeidsmarkt’, klinkt dat in jargon. “Het gaat om mensen met beperkte vaardigheden. Ze hebben fysieke, sociale of psychische problemen. Vaak zijn ze ook anderstalig, wat hun afstand tot de arbeidsmarkt nog meer vergroot.”

Je kan niet zomaar solliciteren voor een job bij de Kringwinkel. “Als maatwerkbedrijf bieden we werk aan mensen met een zogenaamde ‘indicering maatwerk’. Dat is een soort ticketje dat de VDAB aan werkzoekenden geeft die niet kunnen meedraaien op de reguliere arbeidsmarkt. Op dat ticketje zet de VDAB ook een percentage productiviteitsverlies: hoeveel minder productief denken zij dat de persoon is tegenover een gemiddelde werknemer. En een letter drukt uit hoeveel begeleiding de persoon nodig heeft: L van laag, M van midden en H van hoog.”

Naast maatwerk biedt Kringwinkel Antwerpen ook tijdelijke tewerkstelling aan 145 mensen met een leefloon die in een werkervaringstraject zitten van het OCMW, de zogenaamde ‘artikel 60-tewerkstelling’. De begeleiders van VDAB en OCMW matchen de kandidaten met de vacatures in de Kringwinkel. “Omdat we een grote organisatie zijn, hebben we bijna altijd vacatures openstaan.”

Meer werkzoekenden dan jobs

Hoe makkelijk raken die vacatures ingevuld? “Momenteel zijn er in de Antwerpse regio meer werkzoekenden met een maatwerkprofiel dan dat er jobs zijn”, zegt Kathleen. “Veel andere maatwerkbedrijven verlenen diensten aan bedrijven, zoals inpakken. Als het slecht gaat met de economie, voelen zij snel dat er weinig opdrachten binnenkomen. Bij ons speelt dat minder.”

‘We kijken naar de talenten en affiniteiten van de mensen en matchen hen zo met de meest geschikte functie.’

De grootstedelijke regio waarin Kringwinkel Antwerpen opereert, speelt in hun voordeel. “Werknemers geraken vlot tot bij ons. Dat is belangrijk wanneer je laaggeschoolden tewerkstelt, want velen hebben geen rijbewijs. In kringwinkels in meer landelijke gebieden met slechter openbaar vervoer, is de afstand naar het werk vaker een drempel.”

“In ons aanwervingsbeleid proberen we zo dicht mogelijk bij ‘open hiring’ te komen: we kijken naar de talenten en affiniteiten van de mensen en matchen hen zo met de meest geschikte functie. De mensen kennen ons vooral van de winkels, maar we hebben een grote diversiteit aan jobs te bieden: magazijnier, elektro- of fietshersteller, chauffeur…”

Enorme diversiteit

Ook het personeel wordt gekenmerkt door een enorme diversiteit. De jongste medewerker is 19 jaar, de oudste 67. Het personeelsbestand telt maar liefst 53 nationaliteiten en 73 geboortelanden. “Als je me vraagt wie er in de Kringwinkel werkt, dan is het antwoord: iedereen.”

‘Als je me vraagt wie er in de Kringwinkel werkt, dan is het antwoord: iedereen.’

Een gemene deler is hun kwetsbaarheid. “Ook opvallend”, vindt Kathleen, “is dat 75 procent maximaal een diploma lager onderwijs heeft. Vroeger was dat anders. De competenties van de mensen die bij ons aan de slag gaan, worden gemiddeld zwakker en het aandeel mensen met psychosociale problemen neemt toe. Vroeger was het soms voldoende om drie jaar werkloos te zijn om een ticketje maatwerk te krijgen. Die tijd is voorbij.”

Dat alles heeft een impact op de werkvloer. “Medewerkers laten samenwerken is een uitdaging”, zegt de HR-directeur. “Mensen met een diploma hoger onderwijs moeten in één team kunnen samenwerken met iemand die niet kan lezen of schrijven en een beperkte leervaardigheid heeft. Dan moet je de verschillen proberen overstijgen en focussen op het gemeenschappelijke doel.”

Kathleen Hoefnagels: “Het laatste wat onze medewerkers nodig hebben is dat we hen loslaten. We moeten hen net dicht bij ons houden.”

© Sociaal.Net / Lisa Develtere

Begeleiding

Op de werkvloer organiseren begeleiders het werk en zorgen ervoor dat alles vlot verloopt. Maar ze staan er niet alleen voor: “Trajectbegeleiders staan in voor de persoonlijke coaching van medewerkers. Zij bekijken welk groeipotentieel iemand heeft, hoe het opleidingsplan gestructureerd kan worden en proberen individueel leren op de werkvloer mogelijk te maken.”

Het gebeurt wel eens dat iemand aangeworven wordt voor een bepaalde functie, maar dat het toch niet zo’n goede match blijkt. “Iemand kan bijvoorbeeld met veel goede wil in het fietsatelier beginnen werken, maar eigenlijk gaat die job hem niet goed af. De trajectbegeleiders houden dat in het oog en bekijken de mogelijkheden. Wie weet babbelt die man wel heel vlot en weet hij van aanpakken? Dan is een job als verkoper in de winkel misschien meer op zijn lijf geschreven. We proberen die persoon dan intern te laten doorstromen.”

Het team trajectbegeleiding organiseert ook de sociale dienstverlening. Als iemand uit huis dreigt gezet te worden, geeft Kathleen als voorbeeld, dan bekijkt de sociale dienst hoe zij die persoon kunnen helpen.

Doorstroom naar reguliere economie

Het doel van alle begeleiding en coaching is mensen laten groeien en openbloeien, vertelt Kathleen. Betekent dat dan dat er toegewerkt wordt naar doorstroom naar de reguliere arbeidsmarkt? “Niet per se”, zegt de HR-directeur nadrukkelijk. “We streven ernaar dat iedereen groeit en zijn talenten maximaal ontwikkelt. Maar doorstroom is lang niet voor iedereen weggelegd. De artikel 60-trajecten zijn per definitie tijdelijk, maar van onze maatwerkers stroomt jaarlijks slechts een handvol mensen door.”

“Dat is het gevolg van de profielen die wij tewerkstellen. Heel wat medewerkers horen hier op z’n minst voor een langere periode thuis. Ze hebben een complexe problematiek en hebben intense begeleiding nodig. Er is niemand bij gebaat als ze te snel doorstromen. Pas op: ondernemers mogen hier altijd medewerkers komen weghalen en we zijn altijd trots als iemand doorstroomt. Maar we duwen onze mensen niet richting de uitgang als ze daar niet klaar voor zijn.”

‘We zijn altijd trots als iemand doorstroomt. Maar we duwen onze mensen niet richting de uitgang als ze daar niet klaar voor zijn.’

Zegt het niet veel over de reguliere economie dat er daar voor deze mensen geen plaats is? “Voor mensen met een bepaalde kwetsbaarheid is de kloof met de reguliere economie groot, dat klopt. Maar ik heb geen oordeel over de werkgevers daar. Zij moeten ook de boel draaiende zien te houden. De meesten tonen een even groot engagement naar hun werknemers toe als wij. Ze proberen verstandige beslissingen te nemen om hun bedrijf te laten voortbestaan. Als het niet lukt met onze medewerkers, hebben ze daar vast een reden voor.”

“Mensen maatschappelijk versterken via werk, dat is onze opdracht”, vervolgt Kathleen. “Maar het is ook gewoon slim werkgeverschap: elke medewerker inzetten op de stoel waar die het meest rendeert. Daar wordt een medewerker blij van, en wij ook. Wij zijn een werkgever, geen arbeidsmarktbemiddelaar. Dat zijn twee petjes die je moeilijk gecombineerd krijgt. Van de boodschap: ‘Jij bent een goeie, dus je moet hier weg’, wordt daarentegen niemand blij. Dat is alleen maar verwarrend.”

Niemand klein houden

Tegelijk, benadrukt Kathleen, willen ze niemand klein houden. “Daar moeten we alert voor zijn. Soms denken we: is het geen tijd om je neus eens buiten te steken? Omdat je aan iemand voelt dat die er klaar voor is. Maar veel vaker stellen we ons de vraag of we wel genoeg begeleiding bieden.”

De HR-directeur is duidelijk voorzichtig om met de vinger naar de reguliere economie te wijzen. Wel vindt ze dat maatwerkbedrijven ondernemers veel kunnen leren. “Dat is een rol die wij vanuit de sociale economie nog meer zouden kunnen opnemen. Zonder waardeoordeel, kunnen we tonen hoe wij de zaken aanpakken en hen misschien inspireren om bepaalde dingen anders te doen. Ik geloof dat wij door af en toe een lezing te geven of bedrijfsleiders rond te leiden veel meer impact kunnen hebben op hoe inclusief de reguliere economie wordt dan door al onze energie in doorstroom te steken.”

Wel ergert ze zich aan de mechanismen die soms spelen op de arbeidsmarkt. “Een hoogopgeleide econoom die bij een multinational werkt, kan in opdracht van zijn werkgever zowat overal ter wereld terecht. Dat hij de taal van het land waar hij als expat naartoe gestuurd wordt niet kent, vindt niemand erg. Maar als diezelfde hoogopgeleide econoom hier vanuit een vluchtverleden terecht komt, vinden we die taal plots de allerbelangrijkste voorwaarde om aan de slag te geraken. Dat is toch vreemd dat we daar talent aan laten verloren gaan? Zeker nu het tekort aan geschoold personeel steeds groter wordt.”

Kathleen: ‘De meeste mensen zijn trots zijn om hier te werken. Het zijn geen kneusjes. Ze werken hard genoeg. Dat ze begeleiding en ondersteuning nodig hebben, verandert daar niets aan.”

© Sociaal.Net / Lisa Develtere

Geen bepampering

“Bepamperen wij mensen? Ik vind van niet”, zegt Kathleen gedecideerd. “We zijn wel gevoelig voor hun problematiek. Veel van de mensen die hier werken hebben al heel wat meegemaakt. Ik durf te zeggen dat de meesten ook trots zijn om hier te werken. Het zijn geen kneusjes. Zo voelen zij dat ook niet aan. En terecht, ze werken hier hard genoeg. Dat ze begeleiding en ondersteuning nodig hebben, verandert daar niets aan.”

‘Ik schaam me er niet voor dat we subsidies nodig hebben.’

Voor die begeleiding en ondersteuning krijgt Kringwinkel Antwerpen subsidies. Het gaat om iets minder dan de helft van hun budget. De overige inkomsten komen van de eigen activiteiten, zoals verkoop in de winkels. “Ik schaam me er niet voor dat we subsidies nodig hebben. We vervullen een maatschappelijke rol. Bovendien krijgen heel veel andere sectoren ook subsidies. Zonder subsidies redden we het niet.”

Kathleen: “We zijn best creatief met het bedenken van nieuwe activiteiten en projecten, maar een grote groei aan inkomsten realiseren is moeilijk omdat we in de tweedehandsverkoop moeten opboksen tegen stevige concurrentie. Die komt vooral van spelers zoals Temu, Action of Shein die erg lage prijzen hanteren.”

Beperking werkloosheid in de tijd

Nu de federale regering besliste om de werkloosheid in de tijd te beperken tot maximaal twee jaar, wordt verwacht dat een grote groep mensen die hun uitkering verliest zich tot het OCMW zullen wenden. Minstens een deel van hen zal allicht via de artikel 60-werkervaringstrajecten in een kringwinkel terechtkomen.

“Wij willen met plezier meer mensen in zo’n traject tewerkstellen. Er is genoeg werk. We zitten zeker nog niet aan ons plafond. Het aantal mensen in het statuut maatwerk is bij ons gelimiteerd tot maximaal 265,5 voltijdsequivalenten. Ook van dat maximum hoop ik dat het opgetrokken of volledig losgelaten wordt.”

Persoonlijk vindt ze dat er enkele denkfouten zitten in de maatregel om de werkloosheid in de tijd te beperken. Kathleen: “Het klopt misschien dat er onder de langdurig werklozen een groep mensen zat die we in slaap hebben laten sukkelen. Maar veronderstellen dat mensen die al langer dan twintig jaar werkloos waren wel op hun pootjes terecht zullen komen is naïef. Die boot hebben we gemist. We hebben hen te lang aan hun lot overgelaten.”

Een andere denkfout, zegt Kathleen, is veronderstellen dat werklozen het tewerkstellingspercentage zullen opkrikken. “Ons werkloosheidspercentage is historisch laag. Daar gaan we de hefboom voor de arbeidsmarkt niet vinden hoor. Er valt wel grote winst te boeken bij de activering van langdurig zieken. Daar wordt nu al een beetje op ingezet, maar volgens mij zijn we deze groep mensen te veel aan hun lot aan het overlaten.”

Kortere artikel 60-trajecten

De nieuwe werkloosheidswetgeving bepaalt dat de duur van een artikel 60-traject nooit langer dan één jaar kan zijn. Voorheen kon zo’n traject afhankelijk van de leeftijd van de persoon tot twee jaar duren. Ook hier stelt Kathleen zich vragen bij. “In maart zullen een hele reeks trajecten abrupt stopgezet worden. En voortaan zullen al deze mensen op één jaar ontzettend veel moeten groeien. Ik betwijfel of dat tot meer duurzame tewerkstelling zal leiden.”

Wat dan wel het gevolg zal zijn? “Ik vrees een draaideur naar werkloosheid. Want na een jaar hebben mensen voldoende rechten opgebouwd om weer op het systeem van de werkloosheid terug te kunnen vallen. Het leefloon kan dan stopgezet worden. Ik denk niet dat mensen daar beter van zullen worden. De toekomst zal het uitwijzen, maar in deze krijg ik graag ongelijk.” 

‘Ik ben blij dat de sociale economie gezien wordt als deel van de oplossing.’

“Wie nu bij ons in zo’n traject zit, heeft vaak een erg grote afstand tot de arbeidsmarkt. Hun traject inkorten zal hen niet aantrekkelijker maken voor werkgevers. We proberen er nu voor te zorgen dat deze mensen een maatwerkindicering krijgen zodat ze na hun traject de overstap kunnen maken naar maatwerk. Maar we hebben niet voldoende mensen om plots zoveel meer dossiers te behandelen.”

“Wij zijn goed in mensen meenemen in de samenleving via werk”, zegt Kathleen. Ze ervaart dat het beleid dat ook ziet. Zo voorziet Vlaanderen dit jaar nog 666 extra jobs in de sociale economie. Dat gebeurt met federaal geld dat er kwam en een stuk tegengewicht biedt aan de beperking van de werkloosheid. “Ik ben blij dat de sociale economie gezien wordt als deel van de oplossing en dat men niet zo naïef is om te denken dat iedereen zonder meer terecht kan in de reguliere economie.”

Reacties [2]

  • Ann Verelst

    Allemaal heel mooi en interessant. Waarom het echter nodig wordt gevonden om hier nog maar eens, zonder dat blijkt dat er enige kennis van zaken laat staan nuancering is, over ‘het activeren van langdurig zieken’ te spreken is een groot raadsel. Mensen die ziek zijn kunnen écht niet in een Kringwinkel werken, hoor. Het zou kunnen helpen om te beginnen om een onderscheid te maken tussen mensen die ziek zijn en mensen die voldoende hersteld zijn om het werk te hervatten, in plaats van alle langdurig zieken op een hoop te gooien.

  • Ann Verelst

    Alweer een zinloze, veralgemenende sneer in de richting van alle langdurig zieken die volgens deze mevrouw ‘geactiveerd’ zouden moeten worden. De frustratie is torenhoog, ondanks de wat hypocriete toevoeging dat zij ‘aan hun lot werden overgelaten’. Maak om te beginnen mss eens een onderscheid tussen mensen die écht ziek zijn, en dus NIET KUNNEN werken enerzijds en anderzijds de reeds herstelde mensen of diegenen die slechts aan een minder belastende kwaal lijden die hen in staat stelt om te werken. Maar nee, dat vereist wat nuancering en even nadenken. Zucht.

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.