Een groot rechtvaardigheidsgevoel
Het kantoor van Kati Verstrepen huist in een statig pand in Antwerpen-Noord. Het is ingericht met prachtige massief houten meubelen. Verstrepen praat op eenzelfde manier: in helder Nederlands en met klassieke volzinnen. “Van kinds af aan heb ik een groot rechtvaardigheidsgevoel. Ik verdraag geen onrecht zeker niet als de meest kwetsbaren worden getroffen. Ik wou voor hen een verschil maken, en omdat mijn grootste talent babbelen is, kwam ik al snel in de advocatuur terecht. Ik specialiseerde me in vreemdelingenrecht.”
‘Ik verdraag geen onrecht zeker niet als de meest kwetsbaren worden getroffen.’
Verstrepen merkte dat ze als advocaat een verschil kon maken in individuele dossiers. Dat was concreet en gaf voldoening, maar ze botste voortdurend op dezelfde problemen. “Eigenlijk moeten mensen in hun rechten gerespecteerd worden, zodat ze geen juridische bijstand nodig hebben. Ik wou iets meer structureel doen. Dus toen de Liga voor Mensenrechten met een tiental jaar geleden vroeg om voorzitter te worden, heb ik niet getwijfeld.”
De Liga voor Mensenrechten is een socio-culturele organisatie actief in Vlaanderen en Brussel. Via juridische procedures, beleidswerk, onderzoek, sensibilisering en publiek debat gaat de Liga aan de slag met zes thema’s: Vrijheid en veiligheid, privacy, detentie, discriminatie, politiegeweld en het recht op protest.
Overdrijven we niet als we beweren dat de mensenrechten bij ons onder druk staan?
“Nee, het is geen gratuite bewering. Toen ik als voorzitter van de Liga voor Mensenrechten startte, zeiden veel mensen me: ‘Ah, dan zal je wel veel naar het buitenland moeten.’ Mensenrechtenschendingen gebeuren altijd ergens anders. We associëren ze met China en Afrika. Daar staan de mensenrechten onder druk.”
“Vandaag is duidelijk dat we ook hier ongerust moeten zijn. Een discours dat tien jaar geleden ondenkbaar was of ondubbelzinnig werd afgekeurd, is vandaag mainstream. Ik vind het verontrustend om te zien hoe snel die aftakeling is gegaan.”
Maar een negatief discours is nog iets anders dan effectieve mensenrechtenschendingen.
“De holocaust is niet uit de lucht komen vallen. Het is een proces dat met woorden begint.”
”Het is bovendien ‘du jamais vu’ dat wanneer mensen mensenrechtenschendingen aanvechten en van de rechter gelijk krijgen, ze vervolgens geconfronteerd worden met een minister die de rechterlijke beslissing gewoonweg naast zich neer legt en de rechter als activistisch wegzet. Als juriste en als burger vind ik dat zeer onrustwekkend.”
“We dachten juridisch goed ingebed te zijn, met instanties die de mensenrechten bewaken: onze Grondwet en rechtbanken, maar internationaal ook het Europees Hof en het Internationaal Strafhof. Alleen zien we nu dat de mechanismen die we creëerden om mensenrechtenschendingen een halt toe te roepen, aangetast worden of onvoldoende werken.”

“Dat ministers rechterlijke beslissingen gewoonweg naast zich neer leggen en de rechter als activistisch wegzetten, vind ik als juriste en burger zeer onrustwekkend.”
© Sociaal.Net / Lisa Develtere
Hoe hebben we het zover laten komen?
“We zijn de voorbije dertig jaar te lang te laks geweest. We hebben respect voor de mensenrechten als iets vanzelfsprekends beschouwd. We dachten dat iedereen wel begreep waarom dat belangrijk is. We dachten dat het verworven rechten waren. Maar rechten zijn natuurlijk nooit verworven. Je moet er blijven voor vechten en dat hebben we nagelaten.”
‘We hebben respect voor de mensenrechten als iets vanzelfsprekends beschouwd.’
“Het gevolg is dat we nu op achterstand staan. Dat maakt het moeilijk, want nu moeten we defensief tewerkgaan. We moeten uitleggen waarom het voor niemand een goed idee is om woonstbetredingen door de politie zomaar toe te laten, of vluchtelingen op straat te laten slapen.”
Mensenrechten lijken soms wel deel van een cultuurstrijd geworden: links vindt ze principieel belangrijk, rechts principieel niet.
“Dat denk ik niet. Ik denk dat beide kampen het belang van mensenrechten inzien. Alleen vullen ze dat anders in. De rechterzijde bekijkt mensenrechten doorgaans als een individueel gegeven, terwijl de linkerzijde het belang van de samenleving er meer in benadrukt.”
“Neem het recht op vrije meningsuiting. Ter rechterzijde van het politieke spectrum hoor je vandaag al eens klagen dat ‘we niks meer mogen zeggen’ en dat daarmee de vrije meningsuiting wordt geschonden. Het probleem is individueel: ik mag niet meer zeggen wat ik wil.”
‘De rechterzijde bekijkt mensenrechten doorgaans als een individueel gegeven, terwijl de linkerzijde het belang van de samenleving er meer in benadrukt.’
“Niemand mag beknot worden in zijn vrije meningsuiting. Maar dat wil niet zeggen dat dat recht absoluut is. We mogen namelijk nooit uit het oog verliezen wat het doel van die mensenrechten is. Waarom hebben we die mensenrechten? Waarom bestaat dat recht op vrije meningsuiting? Waarom bestaat dat recht op privacy?”
Nu ben ik natuurlijk benieuwd naar uw antwoorden op die vragen.
“Daarvoor moeten we terug tot net na de Tweede Wereldoorlog. Om een herhaling te voorkomen, bracht Eleanor Roosevelt tal van mensen samen in New York om na te denken over hoe die onvoorstelbare gruwel had kunnen gebeuren.”
“Een belangrijk deel van het antwoord bestond erin dat de nazi’s bepaalde bevolkingsgroepen gedehumaniseerd hadden. Joden, homoseksuelen, socialisten… werden niet meer als mensen gezien. Om dat te vermijden moeten we er dus altijd vanuit gaan dat alle mensen gelijk zijn en we iedereen in zijn menselijke waardigheid laten.”
“Mensenrechten zijn dus een instrument om ervoor te zorgen dat iedereen een waardig leven kan leiden. Iedereen heeft rechten omdat hij mens is: het recht op een gezinsleven, het recht op gezondheidszorg, het recht op onderwijs … Elk individu heeft die rechten, maar het respecteren ervan dient niet alleen dat individu, maar ook en vooral het collectief omdat ze de samenleving in zijn geheel beschermen.”
In de OCMW-wet staat die menselijke waardigheid als de kerntaak van het OCMW. Toch zien we dat de minister van Maatschappelijke Integratie ook aan deze dienstverlening steeds meer voorwaarden koppelt.
“Dat is inderdaad een patroon dat je in heel de sociale bescherming ziet vandaag. Het gaat samen met een culpabilisering van mensen aan de onderkant. Als je in die situatie zit, moet het haast wel je eigen schuld zijn en je moet zelf maar zien hoe je eruit geraakt.”
‘Ontmenselijking is een beleidsintrument geworden.’
“Natuurlijk is het goed als maatschappelijk werkers met OCMW-gerechtigden samen zoeken naar een opleiding of werk. Maar dat mag nooit als sanctie worden gebruikt. We weten dat zo’n aanpak niet werkt. Je stigmatiseert mensen nog meer en duwt hen nog verder richting de afgrond. Daar wordt niemand beter van. Niet de persoon zelf en ook onze samenleving niet.”
“Hetzelfde geldt voor mensen zonder wettig verblijf. Hoe zij vandaag van elke waardigheid ontdaan worden, is onvoorstelbaar. Ontmenselijking is daar een beleidsintrument geworden: mensen mogen niet werken, hun recht op gezondheidszorg is ondermaats … zelfs het recht om hun partner en kinderen hier te zien wordt hun ontzegd.”
“Op mijn kantoor zie ik elke week wel een jonge Afghaanse man die het Talibanregime ontvlucht is omdat hij dacht dat zijn mensenrechten hier wel gerespecteerd zouden worden. Maar onze regering wil hem niet als vluchteling erkennen omdat ze vindt dat de situatie in Afghanistan niet onveilig genoeg is.”
Om hoopvol te blijven: het lijkt er wel op dat steeds meer mensen dit onaanvaardbaar vinden.
“Dat is waar. Op het ogenblik dat deze waarden onder druk staan, beseffen mensen toch dat er iets waardevols op het spel staat. Ze willen dit niet verloren zien gaan.”
“Als ik naar het ledenbestand van de Liga voor Mensenrechten kijk, is die evolutie heel duidelijk. Daarbij gaat het niet alleen om de aantallen, maar ook om de samenstelling. Toen ik tien jaar geleden voorzitter werd, was het toch een zaak van oudere, witte cismannen. Die hadden tonnen ervaring en kennis, maar ik ben toch blij dat ons publiek diverser is geworden. Ook op de evenementen die we organiseren, zie ik veel jongeren, vrouwen, mensen met een migratieachtergrond… Dat stemt me hoopvol.”

“Op het ogenblik dat deze waarden onder druk staan, beseffen mensen toch dat er iets waardevols op het spel staat. Ze willen dit niet verloren zien gaan. Als ik naar het ledenbestand van de Liga voor Mensenrechten kijk, is die evolutie heel duidelijk.”
© Sociaal.Net / Lisa Develtere
Tegelijk zien we wel dat de overheid het voor mensen en organisaties moeilijker maakt om tegen dit mensonwaardig beleid te protesteren
“Dat is ook waarom we er met de Liga voor gekozen hebben om het recht op protest tot een van onze kernthema’s te maken. Protesteren is een mensenrecht. Het is beschermd door onze Grondwet, door Europese en internationale verdragen. Dat betekent niet dat het recht op protest onbeperkt is. Elk grondrecht kan worden beperkt. Maar een beperking moet een wettelijke basis hebben, een legitiem doel dienen en proportioneel zijn. Net daar zien we vandaag veel problemen.”
‘Het recht op protest is niet onbeperkt. Maar een beperking moet een wettelijke basis hebben, een legitiem doel dienen en proportioneel zijn.’
“Die problemen beginnen nog voor het protest effectief plaatsvindt. Zo goed als alle Vlaamse steden en gemeenten eisen dat je een manifestatie op voorhand aanvraagt. Nochtans is dat volgens het Europees recht niet nodig. Uiteraard moet je het de politie laten weten als je veel volk verwacht voor een manifestatie. Zij moeten ook de nodige voorzorgsmaatregelen treffen, maar dat is iets anders dan toelating vragen.”
“Op sommige plekken moet je twee weken op voorhand je vraag indienen voor een kleine stille wake voor het enorme leed dat mensen in Gaza wordt aangedaan. Dat is niet in verhouding.”
Soms worden er ook voorwaarden gekoppeld aan de goedkeuring.
“Dat klopt. Zo heb je lokale besturen die enkel toelating verlenen als de organisatoren een verzekering afsluiten, wat voor een kleine feitelijke vereniging meestal niet realistisch is. In de praktijk is hun protest daarmee dus verboden.”
“Wat je ook vaak ziet is dat er toelating gegeven wordt voor een protest, maar enkel op een plek waar niemand het ziet. Dat kan natuurlijk niet. Mensen die protesteren, willen gezien en gehoord worden, liefst door de beleidsmakers die ze willen beïnvloeden.”
“In Antwerpen manifesteerde de Palestinabetoging daarom op de Suikerrui, vlak naast het stadhuis. Dat verliep elke keer probleemloos tot ze opeens moesten verhuizen naar het Steenplein waar, bij wijze van spreken, geen kat hen meer zag. Het argument van de burgemeester was, zoals zo vaak, dat van de veiligheid. Uiteraard is veiligheid belangrijk, maar het is de vraag hoeveel essentiële vrijheden je wilt opgeven voor een beetje tijdelijke veiligheid.”
Het maakt ook dat je je als deelnemer onveilig gaat voelen. Ik ga daarom niet naar die Palestinabetoging, en al zeker niet met mijn kinderen
“En dat is natuurlijk exact de bedoeling. Manifestanten worden door de politie gefilmd, krijgen voor het minste een GAS-boete, er wordt gedreigd met het waterkanon, en mensen worden door gemaskerde agenten op gewelddadige wijze uit de betoging gehaald. Daarbij gebruikt de politie technieken zoals omsingeling, waarvan de rechter duidelijk heeft gesteld dat ze verboden zijn.”
‘Protest mag geen recht worden dat alleen mensen met voldoende geld zich kunnen veroorloven.’
“Al die maatregelen samen zijn zeer intimiderend. Ze zorgen ervoor dat je twee keer nadenkt voor je nog protesteert. Je zal maar opgepakt worden en uren in een politiecombi moeten zitten. Of een GAS-boete krijgen die je niet kunt betalen. Dan denk je: ik blijf wel thuis. Dat is bijzonder problematisch, want protest mag geen recht worden dat alleen mensen met voldoende geld zich kunnen veroorloven.”
Maar het zijn niet enkel individuen die bang gemaakt worden om te protesteren.
“Dat klopt. Ook sociale organisaties delen in de klappen. Niet voor niets spreken we van een ‘shrinking space for civil society’, waarbij we zien dat de aanval op het maatschappelijk middenveld is ingezet. Kijk bijvoorbeeld naar de plannen van de liberale minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin. Hij stelde voor dat de overheid de mogelijkheid krijgt om organisaties te ontbinden wanneer ze een ernstige bedreiging zouden vormen voor de openbare of nationale veiligheid. Dat zou moeten kunnen zonder rechterlijke toetsing, wat toch bijzonder ver gaat.”
“Door het vele protest is het voorstel afgezwakt. Dat bewijst dat protest werkt, maar het gevaar is niet geweken. Nu zou de minister enkel bepaalde handelingen van een organisatie kunnen verbieden. Maar ook dan beperkt het de ruimte waarbinnen het middenveld haar democratische rol kan spelen. Net wanneer organisaties kritisch zijn voor het beleid van de overheid, moet je vermijden dat diezelfde overheid zelf kan beslissen welke organisaties nog mogen bestaan.”
Naast zulke rechtstreekse aanvallen, heb je ook meer subtiele manieren om organisaties het zwijgen op te leggen
“Met name in Vlaanderen riskeer je een deel van je subsidies wanneer je als organisatie te kritisch wordt voor het beleid. We hebben dat recent gezien bij Vrede, Vredesactie, Climaxi en GetBasic. Hun subsidies werden fors verminderd ook al hadden ze een positieve beoordeling gekregen van de onafhankelijke commissie die hun subsidieaanvragen beoordeelde. De reden was dat ze zich zogezegd onvoldoende gedistantieerd hadden van Code Rood of zich niet ondubbelzinnig hadden gedistantieerd van gewelddadige acties. Ondertussen heeft de Vlaamse regering ook plannen om subsidies aan extremistische en radicale organisaties te weigeren.”
‘Als het over mensenrechten gaat, ben ik niet bereid veel toegevingen te doen. Daar ben ik radicaal in.’
“Maar wat is radicaal? Als het over mensenrechten gaat, ben ik niet bereid veel toegevingen te doen. Daar ben ik radicaal in. Maakt mij dat tot een gevaarlijke extremist? Als zulke begrippen te ruim worden geïnterpreteerd, komen ook organisaties die op een legitieme en democratische manier actievoeren onder druk te staan. Politici creëren een klimaat waarin we ons gaan afvragen hoe kritisch we nog mogen zijn.”
Waarom kiest de politiek voor dit soort beleid?
“Dat moet je aan hen vragen, ik ben geen politicus. Alleen vind ik wel een teken van onzekerheid. Het lijkt erop dat ze schrik hebben voor kritiek omdat ze zelf twijfelen aan de juistheid en de sterkte van hun eigen beleid. Wie sterk in zijn schoenen staat, kan tegen kritiek, is er zelfs blij mee. Want tegenspraak geeft je de kans om je keuzes uit te leggen, ze te verscherpen, en ze bij te stellen als dat nodig blijkt.”
“Ik begrijp wel waar hun angst vandaan komt om het huidige beleid kritisch tegen het licht te houden. Uit angst voor extreemrechts hebben de politieke middenpartijen ervoor gekozen om dat extreemrechtse beleid dan maar achterna te lopen. Ik zal die keuze nooit begrijpen. Op die manier legitimeren ze extreem rechts alleen maar, terwijl de kiezers voor het origineel opteren. Politicologisch onderzoek is daar duidelijk over.”

© Sociaal.Net / Lisa Develtere
In het sociaal werk verliezen mensen wel de moed. Ze zien de zin niet meer om te protesteren. Organisaties worden ook voorzichtiger uit schrik hun subsidies te verliezen. Begrijpt u dat?
“Heel goed zelfs. Ik heb dat zelf ook. Het nieuws uit binnen- en buitenland is zo negatief dat het je soms plat slaat. Soms denk ik ook: ’Ik heb het gehad vandaag, ik kruip onder mijn dekentje en ik sluit mij van de wereld af’. Maar de dag erna zie ik weer hoeveel er moet veranderen en ga ik er weer tegen aan. Want de strijd voor mensenrechten is misschien nooit definitief gewonnen, ze is ook nooit definitief verloren.”
“En zeker als je inkomen ervan afhangt, snap ik dat je bang bent om je publiek uit te spreken. Maar wat is het alternatief? Je niet uitspreken? Dan verlies je ook. Want wat is je bestaansrecht dan nog? Waarom zou je dan nog subsidies aanvragen? Om het beleid van de overheid uit te voeren? Daar hebben ze ambtenaren voor. Het sociaal werk heeft dus geen keuze: het moet zich blijven uitspreken.”
Maar hoe doe je dat op een slimme manier?
“Daarvoor moet ik altijd aan die tekening denken op een huis vlak voor je vanuit Antwerpen het station Brussel-Noord binnen rijdt. Die beeldt een haai af die achter een chaotische school kleine visjes jaagt. Op de afbeelding ernaast hebben die kleine visjes zich zo opgesteld dat ze als een geheel één grote vis vormen en achter de haai aan gaan. Het onderschrift luidt: ‘Don’t panic. Organize!’. Sociale organisaties moeten veel meer samenwerken, coalitie vormen en op die manier samen duidelijke standpunten innemen.”
‘Wat is het alternatief? Je niet uitspreken?’
“Het kan lijken alsof er een groot gevaar op ons afkomt. Als we allemaal een andere kant uitgaan zijn we verloren. Maar als we ons organiseren en ervoor blijven gaan, dan keert op een bepaald moment het tij, daar ben ik van overtuigd.”


Reacties