Verhaal

‘Ik zou me graag willen wassen’: alledaagse vernedering in de gevangenis

Aurore Vanliefde De Keyser

De overbevolking in de gevangenissen wordt vaak uitgedrukt in cijfers. Maar achter elk cijfer schuilen mensen, rechten en waardigheid die onder druk staan. Om dat in beeld te brengen publiceert de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen (CTRG) met ‘De gevangenis die vernedert’ een indrukwekkende bundel van getuigenissen. We publiceren een van deze getuigenissen.

© ID / Martin Corlazzoli

Sint-Gillis, een druilerige en kille winterdag

We treden het strafcellencomplex op het einde van vleugel B binnen. Een walm met warme, zware, muffe lucht bedwelmt ons wanneer de tweede deur van de sas opengaat. Zweet, urine, verdorven eten, uitwerpselen. De verwarming staat hier ofwel volledig aan, ofwel helemaal uit. Het is kiezen tussen misselijkmakende warmte of barre koude.

Een man ligt bewust maar onberoerbaar op de synthetische matras met happen uit de gele mousse. Een andere doet verward zijn verhaal, dat de begeleidende beambte al vaker gehoord heeft. “We kunnen niets voor u doen. Mevrouw kan niets voor u doen. Nog iets?” is het besluit van de beambte, voor hij de massieve metalen deur voor de man sluit om het gesprek tot een einde te brengen.

‘We kunnen niets voor u doen.’

“Heeft u niets voor mij om te lezen, mevrouw?” vraagt een derde man die al even op zijn deur aan het bonken was. De penitentiair beambte doorzoekt het bezemkot, haalt een stapeltje boeken met vergeelde en golvende pagina’s tevoorschijn en legt het op de verroeste verwarming. “Dat is alles wat we hebben.”

Niets in de taal die de verzoekende man zelf verstaat, delen we hem mee. Zijn schouders zakken verder in, zijn ogen keren naar de grond en hij draait zich om.

Inkijk in institutionele vernedering

Ik schrijf deze bijdrage als voormalig commissaris van toezicht in de gevangenissen van Sint-Gillis en Haren en als gevangenisonderzoeker.Deze bijdrage is gebaseerd op waargebeurde situaties die zich voordeden in het kader van het mandaat van de auteur als commissaris van toezicht in de gevangenis van Sint-Gillis, zonder de pretentie te hebben exacte verwoordingen te kunnen reproduceren. Het is niet de bedoeling om de gedetineerde personen of het personeel te identificeren, of individuen verantwoordelijk te stellen voor institutionele tekortkomingen in de gegeven voorbeelden.Mandaten die ieder die ze uitvoert de mogelijkheid bieden om het cellulaire gedeelte van de gevangenis als buitenstaander te betreden en een-op-eengesprekken te hebben met personen die gedetineerd zijn. Het laat ons niet helemaal toe om de graad van institutionele vernedering waaraan sommige gedetineerde personen worden onderworpen te vatten, maar het biedt ons wel een inkijk.

Welk mandaat we ook uitoefenen achter die muren, wij slaan de opeenvolgende deuren van de gevangenis achter onze rug toe wanneer we rond zijn en vertrekken naar huis. De personen met wie we net een gesprek hebben gevoerd? Die blijven in of keren terug naar hun cel. Alleen. Met twee, met drie, met meer. Op een bed? Op een matras op de grond die overdag onder het stapelbed geschoven wordt?

‘Mensen opsluiten is een keuze die we als maatschappij maken. De manier waarop ze bejegend worden ook.’

Deze realiteit laat zich niet vatten in de getallen die we in de media en het beleid gemobiliseerd zien: overbevolkingscijfers, grondslaperstatistieken. Geknik met een zekere graad van ernst en erkenning ‘dat het zo niet verder kan’ wanneer er weer een opsluitings- of matrassenrecord sneuvelt.

En toch. En toch gaat het onverminderd verder. Maar het zijn geen anonieme cijfers. Het zijn meer dan 13.500 personen van vlees en bloed. Mensen opsluiten is een keuze die we als maatschappij maken. De manier waarop ze bejegend worden ook.

We kunnen het discours proberen verschuiven om het zinloze een zin te geven. Het leed en de vernedering proberen te overschaduwen met vooropgestelde doelstellingen van re-integratie en rehabilitatie. Een nieuw Strafwetboek voorstellen met de utopie van de gevangenisstraf als ‘ultimum remedium’. Vrijheidsberoving minder schadelijk doen lijken door nieuwe infrastructuren en detentiemodellen, groot of klein. De realiteit is niet die van de discoursen, de doelstellingen, de narratieven, maar die van het alledaagse achter de muren.

Sint-Gillis, individuele wandelingen

Een gedempte klaagzang wordt scherper zodra de deur naar ingangen van de briepuntvormige buitenruimtes opengeduwd wordt. “Een sigaret…” “Alstublieft…” “Tabak…” De penitentiair beambte schudt zijn hoofd. Hier worden geen sigaretten (uit)gedeeld.

De man in de smalle ommuurde gang, doorzoekt op de grond de sigarettenpeuken van zijn voorgangers terwijl we een gesprek voeren met de andere man, twee deuren verder in het complex.

“Mevrouw, een vuurtje, alstublieft,” gaat het lamento van de man even later verder, met een vochtig peukje platgedrukt tussen zijn duim en wijsvinger naar het venster uitgestrekt. De penitentiair beambte schudt opnieuw het hoofd in zijn richting.

Sint-Gillis, een zwoele zomerdag

Het strafcellencomplex op het einde van vleugel B. Dezelfde temperatuur. Dezelfde geur. Zweet, urine, verdorven eten, uitwerpselen. “Mevrouw, ik zou me graag willen wassen.”

De man voor mij blijkt al meerdere dagen geen wateremmer te hebben gekregen om zich te verfrissen. Er is herhaaldelijk iets misgelopen: personeel moest weg voor een interventie op vleugel, het was staking, en er is personeelstekort erbovenop, begrijpt u.

‘De man krijgt een emmer met water. Geen zeep.’

Goed, de man zal een emmer met water krijgen, stelt de beambte. Geen zeep. “Dat zouden ze kunnen inslikken om uit de strafcel te geraken, mevrouw”, wordt mij toegelicht. Ook geen zeep bij de etensbedeling, of de handalcoholgel die we nog zo goed van de Covid-periode kennen.

Het kartonnen bordje met het eten van de man ligt trouwens onaangeroerd op zo’n dertig centimeter van de bevlekte stalen toiletpot. “Heel erg bedankt. Fijne dag verder”, zegt de man nog wanneer hij de emmer in ontvangst neemt. Wat zegt men daarop terug?

Reacties

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

De gevangenis die vernedert

Getuigenissen over een mensonwaardige overbevolking

CTRG (red.)

2026Meer info