Verhaal

Hoogopgeleide nieuwkomers: wel arts, geen jobzekerheid

Sophia Honggokoesoemo

De groep nieuwkomers is zeer divers. Sommige mensen zijn hoogopgeleid en hebben in hun thuisland een jarenlange praktijkervaring op zak. Drie artsen vertellen aan Sophia Honggokoesoemo (vzw Levl) hoe moeilijk het is om die job hier verder uit te oefenen.

migratie

© Unsplash / SJ Obijo

Moeilijk traject voor de boeg

Het is helaas een open deur: nieuwkomers hebben het vaak moeilijk om hier hun weg te vinden. Meer verrassend: dat geldt zowel voor lager- als hoogopgeleide mensen. Zo hebben ook artsen die hier hun werk willen verderzetten een moeilijk traject voor de boeg.

‘Sommigen haken af, anderen blijven nog steeds hopen om opnieuw aan de slag te kunnen als arts-specialist.’

Ze ervaren heel wat uitdagingen met lange en onduidelijke erkenningsprocedures, wisselende taalvereisten en een beperkte waardering van eerdere werkervaringen. Sommigen haken af, anderen blijven nog steeds hopen om opnieuw aan de slag te kunnen als arts-specialist.

Hieronder getuigen Nahiliu, Saleha en Carolyne over de jarenlange onzekerheid en talentverlies. Ze illustreren een realiteit van vallen en opstaan.

Gynaecologe Nahiliu uit Venezuala

Nahiliu studeerde in Venezuela geneeskunde en specialiseerde zich in gynaecologie. “Voor mij was gynaecologie liefde op het eerste gezicht. Je verdeelt je tijd over consultaties en chirurgische ingrepen. Zo combineer je het beste van beide werelden.”

Ze volgde haar andere liefde – haar man – naar België en wilde haar job hier verderzetten. Dat was makkelijker gezegd dan gedaan. “Ik nam eerst contact op met het Agentschap Integratie en Inburgering. Ze hielpen me goed verder.”

“Zo adviseerden ze me om eerst mijn diploma te laten erkennen bij het National Academic Recognition Information Centre (NARIC Vlaanderen). Ik kreeg snel te horen dat mijn basisopleiding geneeskunde wel erkend werd, maar niet mijn specialisatie gynaecologie. Daarvoor moest ik hier opnieuw een opleiding volgen.”

“En wil je in België werken in een gezondheidszorgberoep, dan heb je naast een erkenning van je diploma ook een visum nodig. Dat krijg je van de FOD Volksgezondheid en geeft je toelating om het beroep uit te oefenen. Dat verliep veel moeizamer: het duurde bijna een jaar om mijn visumnummer te krijgen.”

Taalbeheersing in vraag gesteld

En dan is er nog de taal: Nahiliu volgde Nederlandse taallessen. Ook hier botste ze op grenzen en hindernissen. “Tijdens mijn afweging om de opleiding gynaecologie opnieuw te volgen, vroeg ik aan docenten of mijn taalkennis daarvoor al voldoende was. Ze antwoordden dat ze me verstonden en ik me daarover dus niet te veel zorgen moest maken. Vol goede moed besliste ik om van start te gaan. Maar naarmate de opleiding vorderde, stelde ik samen met mijn opleiders vast dat mijn taalkennis toch onvoldoende was. Dat was bijzonder frustrerend.”

Tijdens de stages voor de opleiding moest ze opvallend veel mails en telefoons beantwoorden. “Ik begrijp best dat dit een onderdeel van de opleiding is. Maar ik stond er vaak alleen voor en sprak nog niet zo goed Nederlands. Face-to-face-contacten met collega’s en patiënten bieden kansen om het Nederlands nog beter onder de knie te krijgen. Maar zulke contacten waren er veel minder.”

arts

Nahiliu: “Mijn droom was om mijn werk als gynaecoloog hier verder te kunnen zetten. Die droom zal ik voorlopg opbergen.”

© Agentschap Intgratie en Inburgering

Dromen aanpassen

Ondertussen woont Nahiliu vijf jaar in België. Ze blijft Nederlands studeren maar zette haar opleiding stop. “Mijn droom was om mijn werk als gynaecoloog hier verder te kunnen zetten. Die droom zal ik voorlopig opbergen: ik ben nu moeder, ik wil mijn familie opbouwen. Misschien kan ik ooit huisarts worden of aan de slag gaan met een ander diploma dat ik heb: borstvoedingsconsulent.”

‘Nahiliu zette haar opleiding stop.’

Achter de zoektocht van Nahiliu schuilt een zoektocht van velen: veel nieuwkomers hopen op erkenning voor wie zij zijn en voor wie ze nog kunnen worden in hun professionele loopbaan. Uit onderzoek blijkt dat een precaire arbeidsmarktpositie voorafgaand aan de geboorte van het eerste kind een negatieve invloed kan hebben op het verdere traject. Vele vrouwen haken nadien af omdat de combinatie werk en gezin niet realistisch is. Ze hebben geen recht op ouderschapsverlof, kinderopvang is ontoereikend, ze studeren zonder zicht op werk. Door de verderzetting van een precaire arbeidspositie is de combinatie werk en gezin soms nog moeilijker geworden.

Hoog- of kortopgeleid, de lange trajecten zonder duidelijke vooruitzichten kan leiden tot tijdelijk of definitief afhaken. Ondersteuning met een duidelijk perspectief naar concrete jobmogelijkheden kan hoop en meer zekerheid bieden.

Internist Saleha uit Afgahnistan

Saleha is afkomstig uit Afghanistan en woont vier jaar in België. Ze heeft drie diploma’s op zak: medisch assistent, arts en specialist inwendige ziekten (internist). Binnen die specialisatie heeft ze twaalf jaar werkervaring.

‘Ik moest elke dag keihard knokken om internist te worden.’

Haar traject in Afghanistan was zwaar. “Ik moest elke dag keihard knokken om internist te worden. Ik was de eerste vrouwelijke internist in mijn stad, Herat. Ik werd niet hetzelfde behandeld als de mannelijke collega’s en moest meer werken dan hen.”

Ook Saleha klopte bij NARIC Vlaanderen aan voor erkenning van haar diploma’s. Dat viel tegen: ondanks haar jarenlange ervaring, werd enkel haar bachelordiploma geneeskunde erkend. Wilde ze opnieuw aan de slag als internist, dan moest ze de masteropleiding geneeskunde en de specialisatieopleiding inwendige ziekte volgen.

Opnieuw naar de unief

Dat deed Saleha. Ze begrijpt best dat een buitenlands diploma niet blindelings gelijkgesteld wordt met een diploma hier. Toch vindt ze het spijtig dat de combinatie van haar vele diploma’s en haar jarenlange ervaringen niet zwaarder doorwegen. “Ik ben trots op mijn ervaring als arts in Afghanistan. Ik heb heel veel ziektebeelden gezien. Soms bespreekt onze professor bijvoorbeeld een zeldzame ziekte, maar ken ik die al omdat ik in mijn land al met bijzonder veel patiënten werkte.”

Ze combineert haar studie, zoals zoveel nieuwkomers, met de zorg voor kinderen en het verwerken van eigen traumatische ervaringen. “Ik ben een mama van twee jonge meisjes. De jongste is vijf jaar, zij is ook getraumatiseerd door de oorlog. Zij heeft extra aandacht nodig. Het is moeilijk om dat allemaal te combineren.”

migratie

Saleha: “Ik was de eerste vrouwelijke internist in mijn stad, Herat.”

© Agentschap Integratie en Inburgering

Talent onderbelicht

Saleha en Nahiliu delen eenzelfde verhaal van lange wachttijden, onduidelijke informatie en adviezen, een onzeker perspectief op werk, hoge kosten en harde eisen om opleidingen opnieuw te doen. Deze nieuwkomers hebben het moeilijk om in te stromen in de zorgsector.

Door al die hindernissen blijven hun meerwaarde en talent onbenut en onderbelicht. Zo wijst Saleha op haar unieke brugfunctie als arts met een migratieachtergrond. Dankzij haar talenkennis en culturele achtergrond kan zij een vertrouwensband opbouwen met anderstalige en cultureel diverse patiënten. Dat draagt bij aan betere communicatie, verhoogde toegankelijkheid van zorg en een meer patiëntgerichte benadering.

“Als anderstalige artsen zouden wij een belangrijke rol kunnen spelen door consultaties aan te bieden aan patiënten die het Nederlands minder goed beheersen. Dit kan de communicatie verbeteren, het wederzijds begrip versterken en de kwaliteit van zorg ten goede komen. Daarnaast kan het een bewuste keuze zijn voor sommige artsen met een migratieachtergrond om patiënten bij te staan in regio’s met een grotere populatie anderstalige inwoners.”

Psychiater Carolyne uit Brazilië

Carolyne studeerde in Brazilië geneeskunde en nadien specialiseerde ze zich in kinder- en jeugdpsychiatrie. Ze werkte meerdere jaren, had haar eigen praktijk en werkte bij Artsen zonder Grenzen. Nadien volgde ze haar partner naar België.

“Ik heb me eerst ingeschreven voor de masteropleiding Global Health aan de Universiteit Gent. Later volgde ik ook taallessen Nederlands en cursussen bij het Agentschap Integratie en Inburgering.”

Voor nieuwkomers zijn al die administratieve stappen niet evident.’

“Na mijn studies in Gent, kwam ik in contact met de VDAB. Die medewerker raadde me aan om mijn medische diploma’s te laten erkennen. Dat werd een lang en moeizaam traject. NARIC Vlaanderen vroeg veel documenten op waardoor de procedure bijna twee jaar duurde. Ik kreeg intussen mijn erkenning voor mijn diploma geneeskunde. De erkenning van mijn specialisatie als kinder- en jeugdpsychiater is een aparte procedure die ik pas kon opstarten na de erkenning van mijn basisdiploma.”

“Ondanks de erkenning van mijn diploma kon ik nog niet als arts aan de slag. Ik moest eerst een visum bij de FOD Volksgezondheid  aanvragen. Daarna moest ik de Orde der Artsen aanschrijven en opnieuw contact opnemen met de FOD Volksgezondheid om een RIZIV-nummer aan te vragen. Voor nieuwkomers zijn al die administratieve stappen niet evident.”

diploma

Carolyne: “Nederlands studeren was het moeilijkste dat ik ooit in mijn leven heb gedaan.”

© Agentschap Integratie en Inburgering

Het was heel zwaar

En wat met de taalverwerving van Carolyne?

“Nederlands studeren was het moeilijkste dat ik ooit in mijn leven heb gedaan. Voordat ik naar België verhuisde, startte ik al met een korte zomercursus. Hier in Vlaanderen volgde ik cursussen bij een Centrum voor Volwassenenonderwijs en het Leuvens Instituut voor Levende Talen. Doorheen mijn wachttijd voor erkenningen, werden de taalvereisten voor arts verhoogd. Daardoor moest ik nog bijkomemde Nederlandse lessen volgen.”

Jij kan ook dokter worden

Vandaag werkt Carolyne als arts bij een Centrum voor Leerlingbegeleiding (CLB) in Brussel. Ze doet medische onderzoeken van kinderen van het lager onderwijs en jongeren in het secundair onderwijs. Ze werkt in een interdisciplinair team samen met een verpleger, psycholoog en maatschappelijke werkers.

‘Carolyne werkt nu als CLB-arts in Brussel.’

“Het werk vanuit een CLB is heel mooi. In een superdiverse context kan je mensen begeleiden in de verschillende fasen van hun jonge leven. Dat vind ik heel waardevol. En pas nog vroeg een kind met migratieroots mij verwonderd of ik echt een arts ben. Toen ik dat bevestigde keek het kind me aan en vroeg: ‘Dus kan ik ook een echte arts worden?’ Ik antwoordde ontroerd: ‘Ja, jij kan ook dokter worden.’”

Rijkdom aan kennis en ervaring

Nahiliu, Saleha en Carolyne vertegenwoordigen een groep hoogopgeleide nieuwkomers met een rijkdom aan kennis en ervaring. Sommigen hebben meerdere diploma’s, jarenlange praktijkervaring en brengen een brede kijk op mens en zorg mee. Ze hebben een enorme drive om bij te dragen aan de zorgsector en aan de samenleving.

Er is begrip voor erkende of gereglementeerde beroepen waarvoor de overheid specifieke eisen stelt aan de uitoefenaar, zoals een erkend diploma, taalvaardigheid of specifieke werkervaring.

Toch voelen ze dat de eigen kwaliteiten vaak onvoldoende gewaardeerd worden en dat het beter kan. Deze nieuwkomers doorlopen lange trajecten die kunnen oplopen tot meer dan tien jaar: Nederlands leren, opnieuw studeren, opnieuw zich bewijzen, werk zoeken om te mogen doen waarvoor ze opgeleid zijn. Ze moeten vaak aansluiten bij bestaande trajecten die niet afgestemd zijn op hun niveau. Dat zorgt voor frustraties, tijdverlies en onnodige kosten.

Bij sommigen dooft het vuur langzaam uit. Dat is een verlies voor iedereen: voor de sector, voor de samenleving en vooral voor de mensen zelf. Of zoals Carolyne het zegt: “Zulke lange trajecten vragen veel tijd en stabiliteit. Ik had de luxe en het geluk daarover te beschikken. Er was een inkomen, ik was niet verantwoordelijk om voor iemand te zorgen. Ik vraag mij af hoeveel talent van mensen verloren gaat omdat ze die tijd of stabiliteit niet hebben. Als mijn verhaal anders was, dan keerde ik wellicht terug naar Brazilië.”

Geef nieuwkomers de nodige kansen

Ondersteuning op maat en geloof in het potentieel van deze nieuwkomers zouden een wereld van verschil maken. Niet omdat het ‘mooi meegenomen’ is, maar omdat het nodig is: voor de kwaliteit van onze zorg, voor een inclusieve samenleving die talent waardeert.

Dit kan door snellere en efficiëntere erkenning van buitenlandse diploma’s, trajecten die afgestemd zijn op mensen die al een zorgcarrière achter de rug hebben, oefenkansen Nederlands tijdens de opleiding en op de werkvloer, begeleiding die rekening houdt met hun levenssituaties zoals trauma, een vluchtverhaal of zorgen voor kleine kinderen, stages openstellen voor nieuwkomers en implementatie van een diversiteitsbeleid met aandacht voor non-discriminatie.

Geef deze mensen een toekomst in de zorgsector, op hun niveau, met erkenning  voor wie ze zijn en wat ze meebrengen. Doof hun potentieel niet uit.

Reacties

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.