Verhaal

Goede zorg voor kwetsbare mensen

Investeer in ambulante geestelijke gezondheidszorg

Nico Bogaerts

Hans Meganck kreeg enkele jaren terug een depressie. Hij liet zich opnemen in een psychiatrisch ziekenhuis en startte nadien met intensieve dagtherapie. Zijn ervaringen schreef hij neer in een dagboek. Dat Hans zijn persoonlijk verhaal weet te overstijgen, maakt het boek uitermate sterk en interessant. Hij heeft het immers over stigma, zorg op maat, participatie, ervaringsdeskundigen en onze zich voorbij hollende samenleving.

Hoe gaat het met je?

Ik ben hersteld maar niet genezen, ik voel een blijvende kwetsbaarheid. Mentaal gaat het redelijk, fysiek heb ik minder energie. De batterij is sneller leeg en heeft meer tijd nodig om opnieuw op te laden. Na mijn therapie ging ik opnieuw fulltime aan de slag als praktijklector sociaal werk. Maar na een tijd botste ik weer op mijn grenzen. Op dit moment doe ik het wat rustiger aan, een wijze beslissing van mijn behandelend arts.

In je dagboek schrijf je veel over stigma. De samenleving kijkt negatief naar mensen met een psychische kwetsbaarheid. Maar zelf schaamde je je ook.

Mensen met een psychische kwetsbaarheid zijn sterk in het zelf-stigmatiseren. Ik worstel daar mee. De gedachte om mezelf te veroordelen voor mijn kwetsbaarheid is er nog steeds. Maar ook de samenleving twijfelt aan ziektes die niet zichtbaar zijn. Er hangt een taboe rond psychische kwetsbaarheid. Psychisch lijden kan je moeilijk uitleggen. Het is een vorm van pijn die niet zichtbaar is. Dat anderen daarover gaan oordelen, vergroot het lijden. Zo wordt wie psychisch kwetsbaar is, twee keer getroffen.

‘De samenleving twijfelt aan ziektes die niet zichtbaar zijn.’

Zag je die twijfels ook bij je naasten?

Op zich had niemand van mijn familie, vrienden of collega’s het heel moeilijk met mijn psychische kwetsbaarheid, wel dat ik me liet opnemen in een psychiatrisch ziekenhuis. Die keuze werd in vraag gesteld. Precies of een psychiatrisch centrum er alleen maar is voor mensen die een gevaar vormen voor zichzelf of de samenleving. Dat is blijkbaar het beeld van de psychiatrie dat in Vlaanderen leeft. Bovendien had ik niet het gevoel dat ik ergens anders terecht kon. Ambulante hulpverlening of een korte opname in een psychiatrische afdeling van een algemeen ziekenhuis (PAAZ) hadden nooit de intensieve therapie kunnen bieden die ik nodig had. Maar ik geef toe. Vlaanderen heeft nood aan meer plaatsen buiten de psychiatrie waar mensen zorgzaam kunnen herstellen, zoiets als Namaste of de Stiltehoeve van Bond Zonder Naam.

Over de eerste weken van je opname schrijf je: ‘Ik zie mezelf in de fase ‘nietsdoen’ alleen maar slechter, meer gefrustreerd en ontgoocheld worden’. Er gebeurde letterlijk niets. Ik vond dat vrij hallucinant.

Ik had me zelf laten opnemen en daar stond ik dan op een wachtlijst voor therapie. Ik was depressief en boos. En ging alsmaar dieper de put in. Ik begrijp dat nog steeds niet goed. Bovendien had ik nood aan rust. Ik was op zoek naar een omgeving met weinig prikkels en de nodige aanpak van mijn depressieve stemming. Maar ik kwam terecht in een gemengde groep van mensen met stemmingsstoornissen en mensen met een verslavingsprobleem, patiënten die pas opgenomen waren en anderen die al een heel traject achter de rug hadden. Hierdoor had je binnen één groep al meteen een groot verschil in attitude. Dat was niet gemakkelijk.

‘Zorg op maat betekent dat je moet kijken naar de persoon achter de patiënt.’

Je gebruikt in je dagboek regelmatig de term ‘zorg op maat’. Wat betekent dat voor jou?

Zorg op maat betekent dat je moet kijken naar de persoon achter de patiënt, naar het individu in een bepaalde context en wat hij of zij nodig heeft. Wie is die persoon? Wat zijn beperkingen maar vooral: wat is de kracht die nu verborgen ligt? Mensen met een psychische kwetsbaarheid hebben altijd ergens nog enige kracht waarvan ze zich op sommige momenten niet meer bewust zijn. Ik heb dat zelf ervaren. Door therapie, individuele begeleiding, training en mindfulness heb ik die kracht bij mezelf herontdekt.

Een aantal van je begeleiders schreven een bijdrage in het boek, een psychiater schreef het voorwoord.

Dat is de sterkte van het boek. Ik heb het boek niet alleen geschreven. Het is een gedeelde visie met de mensen die van dichtbij betrokken waren bij mijn herstel. We hebben onze krachten samengelegd, elk vanuit ons eigen perspectief. Ondanks het feit dat ik dat soms erg kritisch ben voor de zorg, zijn ze daar behoorlijk snel in mee gegaan. Ze hebben de scherpe kanten niet afgevijld.

Hoe word je boek ontvangen binnen de geestelijke gezondheidszorg?

Het krijgt meer weerklank dan verhoopt. Het ziekenhuis waar ik verbleef, heeft zijn beleid op een aantal vlakken bijgestuurd. Men denkt na hoe het beter kan. De directie en de medische raad hebben mij uitgenodigd om mijn ideeën en ervaringen te bespreken. Een aantal andere ziekenhuizen hebben mij ook gevraagd om het gesprek aan te gaan. Die openheid is positief.

‘Participatie is een kans, geen bedreiging.’

Participatie krijgt dus vorm.

Het ziekenhuis had al een patiëntenraad. Op een ochtend, tijdens de dagopening, werd de werking ervan voorgesteld door de stafmedewerker participatie. Iedereen kreeg de uitnodiging om deel te nemen aan die raad, maar daar bleef het bij. Dat is veel te mager. Ik zei dat ook tegen de directie en medische raad. Voor participatie moet bij alle zorgverstrekkers een gedragen klimaat zijn. Participatie is een kans, geen bedreiging. Iedereen in het ziekenhuis moet mensen aanmoedigen om te participeren, niet alleen de betrokken medewerker. Zeker omdat de overgrote meerderheid van patiënten geen interesse hebben in participatie, zij hebben quasi al hun energie nodig voor het eigen herstelproces.

Stilaan komen er binnen de geestelijke gezondheidszorg in Vlaanderen meer ervaringsdeskundigen in beeld.

Eindelijk. Men moet echt veel meer ervaringsdeskundigen inschakelen in de psychiatrische ziekenhuizen, maar ook in de Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg en tijdens de opleiding van zorgverleners. Tijdens mijn behandeling in het ziekenhuis zijn er twee ervaringsdeskundigen komen getuigen. Ik vond dat uitermate krachtig. Het had voor mij een grote meerwaarde. Het gaf mij vertrouwen dat de behandeling werkt, deze twee mensen waren hersteld, ze hadden leren leven met hun kwetsbaarheid. Dat was voor mij goed om te horen. Het had ook meer mogen gebeuren, zeker toen de behandeling op het einde liep. Iedereen van ons had dezelfde vragen: Wat staat er ons te wachten buiten? Hoe gaan we terug onze plek vinden in het gewone leven? Gaat het lukken? En niemand die het antwoord had.

Na je ontslag uit het ziekenhuis was er geen nazorg?

Voor mij is dat inderdaad één van de pijnpunten. Bij mijn ontslag, met wederzijds akkoord, was ik klaar om het gewone leven in te stappen. Alleen voelde ik vrij snel een gemis aan nazorg. Ik stond op de wachtlijst maar toen er uiteindelijk plaats was, was ik al opnieuw fulltime aan het werken. Ik moet er wel aan toevoegen dat er een uitnodiging van het ziekenhuis was om de tussenperiode te overbruggen met een aantal contacten. Ik ben daar nooit op ingegaan. Ik ervoer een drempel om terug de stap naar de psychiatrie te zetten. Het heeft te maken met schaamte en gebrek aan durf. Ik denk dat het initiatief beter van het ziekenhuis zelf komt. Waarom zoeken ze patiënten niet outreachend op na hun ontslag?

‘Er is een groot verschil in hoe begeleiders patiënten bejegenen.’

Je onderscheidt twee soorten hulpverleners: de creatieve, buiten de lijntjes kleurende begeleiders, vol van empathie en zij die net het tegenovergestelde doen.

Ik ben voorzichtig en wil zeker niet iedereen over dezelfde kam scheren. Maar er is een groot verschil in hoe begeleiders patiënten bejegenen. Ik heb heel wat verpleegkundigen ontmoet met een warm hart, die goed werk leverden. Maar er waren er ook die hard en bruut handelden, en aan patiënten te weinig vertrouwen gaven. Ik denk dat hulpverleners soms te weinig beseffen hoe ze overkomen. Misschien is het voor sommige zorgverleners ook gewoon op. Wat ik vaak hoor is hoeveel zorgverleners zelf psychisch kwetsbaar zijn en hoezeer dit onder hulpverleners een taboe is. Blijkbaar is het not done om je te uiten als psychisch kwetsbaar. Ook in de zorg ligt de lat alsmaar hoger. We verwachten steeds meer van verpleegkundigen, sociaal werkers en therapeuten. De druk neemt toe. Ik heb dus wel begrip voor de omstandigheden waarin ze moeten werken. En het zou goed zijn als werkgevers in de zorg aan medewerkers voldoende ruimte zouden geven om te investeren in zelfzorg.

Van jong tot oud, mannen en vrouwen, doorheen alle rangen en standen. In onze samenleving zijn zeer veel mensen psychisch kwetsbaar. Wat is hierop een goed antwoord?

Een pasklare reactie is te simplistisch. Maar ik denk dat mildheid hier wel op zijn plaats is. We kunnen best mild zijn voor onszelf en anderen, en de lat soms wat minder hoog leggen. Ik schreef daarover in 2012 al een boek.Meganck, H. (2012), Milde zorg. Meditatie bij coaching en conflicten, Leuven, Acco.

De samenleving maakt wel de omgekeerde beweging, de samenleving verhardt en polariseert. Van mildheid is weinig sprake.

Dat is behoorlijk verontrustend. Bovendien neemt de fundamentele ongelijkheid in de samenleving toe. De economische crisis ligt mee aan de oorzaak van veel psychische problemen. Rijken worden rijker, armen worden armer. Daartussen zit een heel grote middenklasse die op de toppen van hun tenen loopt. Ik vrees dat dit niet het beste klimaat is om ervoor te zorgen dat er minder psychische kwetsbaarheid zal zijn. We doen met zijn allen teveel aan geluksdenken. Er zijn momenteel verschillende auteurs die publiceren over gelukkig zijn. Ze verkopen wellicht ook goed. Sommige van die boeken geven het gevoel dat je zelf verantwoordelijk bent voor wat je meemaakt en hoe je daarmee omgaat. Nonsens natuurlijk, maar mensen voelen wel de druk om zelf iets van het leven te maken.

‘De economische crisis ligt mee aan de oorzaak van veel psychische problemen.’

Kan je mensen aanleren om aan die druk te weerstaan?

Gedeeltelijk. Er is uiteraard niets mis aan de ambitie om je leven zo veel als mogelijk zelf in handen te nemen, zolang je maar rekening houdt met je beperkingen en met anderen. Ik heb tijdens de behandeling vaak gedacht… had ik dit maar vroeger geweten. Ik hoor hetzelfde van lotgenoten. Er is in onze samenleving een gebrek aan psycho-educatie. Je leert niet hoe om te gaan met gedachten en gevoelens. De lessen die ik kreeg tijdens mijn opname, had ik zelfs als sociaal werker nooit eerder gekregen. Er zijn in de samenleving ontzettend veel mensen die geen weg weten met hun gevoelens, die geen emoties durven tonen, die niet weten hoe ze moeten omgaan met sombere gedachten. Het is zeer typerend hoe je met je denken in een soort van wenteltrap naar beneden kan terechtkomen, door voortdurend te malen in dezelfde gedachten. Het is juist de kunst om dan tegengesteld te denken of te handelen. Maar dat is moeilijk.

Dat preventieve luik vind je wel belangrijk.

Zeker. Ik merk bij mezelf een blijvende kwetsbaarheid voor depressie. Volgens de Gentse psychiater en professor Kurt Audenaert kan er schade zijn in de hersenen die niet meer helemaal te herstellen is. Hij zei dat op een studiedag van Ups & Downs, een vereniging van mensen met een chronische depressie of een bipolaire stoornis. Ik schrok daarvan. Ik wist dat niet. Maar het zegt wel iets over hoe belangrijk het is om een depressie te voorkomen of zo vroeg mogelijk aan te pakken. Want hoe langer een depressie duurt of hoe meer iemand hervalt, hoe groter de kans op onherstelbare schade. Als je dit weet, begrijp je helemaal niet waarom er niet meer middelen gaan naar preventie. Of om de wachtlijsten in te korten. Of om te zorgen dat mensen zo snel mogelijk bij een goede therapeut terecht kunnen.

In het federaal regeerakkoord is er sprake van een terugbetaling van therapie. Zal dat iets oplossen?

Ik begrijp niet dat de overheid nog niet verder staat met de uitbouw van een betaalbare geestelijke gezondheidszorg. En daar hoort het terugbetalen van ambulante therapie bij. Uiteraard kan dit enkel op basis van een aantal voorwaarden. Ik heb zelf kennis gemaakt met een aantal privé-therapeuten en je merkt het verschil. Een diploma psychologie is geen garantie voor een goede therapeut. Ik hoop echt dat men het diploma niet als enige voorwaarde zal stellen. De psychische zorg is in Vlaanderen nog steeds erg medisch georiënteerd. Mijn verwachting en noden lagen niet daar, maar meer op vlak van therapeutische en persoonlijke coaching. Ik heb vooral de kracht van therapie ervaren, één op één maar ook in groep. Laten we dat in de samenleving stimuleren. En dat betekent dat we moeten investeren in meer en betere ambulante zorg. En dus ook in het terugbetalen van therapie.

Een laatste vraag. Wie moet er absoluut je boek lezen?

Zonder enige twijfel, Vlaams minister van Welzijn en Gezondheid Jo Vandeurzen. Hij heeft op het Vlaamse beleidsniveau de belangrijke bevoegdheid op vlak van welzijn, preventie en gezondheidszorg. Hij kan dingen veranderen. Maar ook Hilde Crevits en Maggie De Block mogen hem lezen. Ze doen allemaal hun best, maar het kan nog veel beter.

Reacties [7]

  • Nancy

    1- 1/4 kampt mèt problemen
    2- follow-up na voor schrijven medicatie is ramp
    3- psychologen zouden verplicht 3-4 jaar ervaring moeten opdoen, naast de theorie
    4- proces begint na de geboorte. Volledig dossier zou patientgebonden prive én vanuit de overheid is er te veel nadruk op waarneembare ziekte.

    De ziekte van de 21ste eeuw is stress, depressie, fear of missing out, obedigitas (te veel digitale waarbij het menselijk brein een computer met gevoelens is én een nieuw soort afhankelijkheid ontstaat die ziekmakend werkt. De schreeuw naar vrijheid én geluk is groot in en onzekerheid dreigt in de mediatiek ongecontroleerde maatschappij waar de info én digitale revolutie de mens doet verdwijnen.

  • Jeroen De Weerdt

    Straffe en moedige en nog broodnodige getuigenis van Hans! Ik vermoed dat er bij kinderen en jongeren nog veel grotere taboes en drempels weg te werken zijn. Ook bij deze groep zitten veel kwetsbaren die met of zonder hulp van ouders en vrienden toch nog meer baat zouden hebben bij psychische hulpverlening.

  • agnes Florus

    net als in zijn boek heb ik een grote waardering voor de manier waarop Hans zich durft kwetsbaar op te stellen.
    Daarnaast waardeer ik evenzeer hoe hij een eerlijke kritische kijk durft geven op geestelijke gezondheidszorg op een genuanceerde manier.

  • iris

    Ik hoop dat dit artikel door velen zal gelezen worden!!!

  • holvoet rik

    proficiat, vooral om depressie in een breder kader te stellen. Duidelijk, krachtig, maar ook de mildheid kan me bekoren.
    Doet me denken aan de denker Ivan Illich, die gecontroleerde dissidentie als middel tot persoonlijke groei ziet.
    alle goeds,

  • Els

    Wat een wijze woorden. Ik deel de visie. Ik voel me erdoor gesteund. Het brengt me hoop. Bedankt voor dit boek en dit artikel. Het draagt bij aan meer ruimte voor zachtheid, verbondenheid en mildheid.

  • Martine De Zitter

    Knap hoe Hans ondanks (of dankzij) zijn kwetsbaarheid, een lans breekt voor betaalbare geestelijke gezondheidszorg, het taboe rond depressie helpt doorbreken en de nood aan zorg op maat opnieuw onder de aandacht brengt.

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.