Verhaal

Den Hannekesnest: ‘Je werkt pas echt aan inclusie door samen te doen, denken en dromen’

Lisa Develtere

In een Oost-Vlaams dorp toverde Voluit een ontwijde kerk om tot buurtpunt Den Hannekesnest. Met een bar, kruidenier en evenementen blaast Den Hannekesnest opnieuw leven in een plek die wat in slaap gesukkeld was. Maar waarom zet een vzw voor personen met een beperking haar schouders onder zo’n project? Sociaal.Net ging een kijkje nemen.

© Sociaal.Net / Lisa Develtere

Samen zijn

Het is een rustige doordeweekse namiddag. Er is weinig verkeer op de weg die Kerkbrugge en Langerbrugge, twee deelgemeenten van Evergem, met elkaar verbindt. Niets doet vermoeden dat we ons in vogelvlucht slechts op enkele kilometers van Gent bevinden. Maar sinds de ontwijde kerk van Kerkbrugge-Langerbrugge omgetoverd werd tot Den Hannekesnest borrelt het weer een beetje in deze landelijke regio.

In de bar geniet Tony samen met zijn vrouw van een streekbier. “Ik heb mijn plechtige communie hier nog gedaan. Het is een tof initiatief. Altijd als ik in de buurt ben, spring ik binnen. Ik ben blij dat er nog dit soort plekken bestaan in de waanzin die onze wereld vandaag geworden is.”

Aan een grote tafel zit een groepje vrouwen van de lokale Femma-afdeling te breien. Dat doen ze hier elke week, vertelt voorzitster Godelieve. “Het is vandaag niet meer vanzelfsprekend om veel mensen samen te krijgen. En als je met een kleine groep bent, is het duur om een zaal te huren voor je activiteit. Hier kunnen we samen zijn zonder dat het te veel geld kost.”

‘Hier kom je iedereen tegen.’

“Ik heb hier al veel jongere mensen leren kennen”, zegt Femmalid en buurtbewoonster Annie. “Wij worden ouder en je bent niet meer mee met de buurt. Maar hier kom je iedereen tegen.”

De buurt is doorheen de jaren verjongd. Er landden jonge gezinnen die een betaalbare woning in de buurt van Gent zochten. Maar hun contact met de oorspronkelijke bewoners die er opgroeiden was beperkt. Voor hun werk en sociaal leven trekken ze naar Gent. Er viel dan ook niet veel meer te beleven in de buurt. Er zijn geen cafés meer en omdat er geen kruidenier, slager of bakker is, ontstonden ook daar geen kleine ontmoetingen.

Voor en door buurtbewoners

Den Hannekesnest bracht daar weer verandering in. Met haar bar, maar ook met een winkeltje met lokale producten en allerlei evenementen voor en door buurtbewoners. Lokale verenigingen kunnen er zaaltjes huren voor hun activiteiten.

De twee vrouwen staken van in het begin hun handen uit de mouwen voor het project. “Ik heb hier in de lege kerk nog het stof en steengruis helpen opkuisen voor het openging”, herinnert Annie zich. “En we hielpen al mee met de installatie van een kunstproject en een grote wafelbak”, vult Godelieve aan.

Samen met andere buren staan ze in de weekends regelmatig vrijwillig achter de bar, die niet voor niets ‘burenbar’ gedoopt werd. “Ik doe dat heel graag”, zegt Annie. “Dan sla ik een babbeltje met de mensen. Nieuwe mensen, of mensen die je al lang niet meer gezien hebt. Ik vind dat heel plezant.”

Maar op weekdagen bedienen de ‘meewerkers’ van Voluit de klanten van de bar en de winkel. De meewerkers zijn mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Ze hebben een beperking of een vermoeden van een beperking. Ze worden begeleid door een werkmentor. Voor sommigen is meewerken in Den Hannekesnest dagbesteding, voor anderen is het een oefenplek voor werk of begeleid werk.

Meewerkers

Jenny is zo’n meewerker. Eén keer per week komt ze hier werken. Wat ze dan allemaal doet? “Een beetje van alles. Vegen doe ik het liefst. Maar ook afwassen, dweilen, handdoeken plooien. En ik breng de drankjes naar de tafels en help soms cola opendoen of koffiezetten.”

‘Ik mag ook babbeltjes slaan met de mensen.’

Ze woont in Vijf Ringen, een woonproject van Voluit. Samen met twee andere bewoners met een beperking deelt Jenny een huis. Haar huisgenoten komen af en toe iets drinken in de burenbar. “Mijn mama komt ook soms”, vertelt ze. “Ik doe het heel graag. Het is hier rustig en ik vind het schoon. Ik mag veel doen en mag ook babbeltjes slaan met de mensen.”

“De bediening is heel goed. Ze komen ook op tijd vragen of je nog iets nieuw wil drinken”, lacht Godelieve. “Iedereen is vriendelijk en je raakt soms aan de praat. Zo leer je elkaar een beetje kennen. Onlangs kwam ik bijvoorbeeld een jongen die hier werkt tegen in het ziekenhuis. Het ging niet goed met zijn grootvader. Toen ik hem de volgende keer zag, polste ik hoe het met zijn opa ging. Hij was blij dat ik ernaar vroeg.”

“Hier kunnen we samen zijn zonder dat het te veel geld kost.”

© Sociaal.Net / Lisa Develtere

Initiatief van Voluit

De anekdote van Godelieve verraadt het opzet van Den Hannekesnest. Want aan de oppervlakte mag het met haar winkeltje, zomerbar, rommelmarkten, dansworkshops of filmavonden op een buurtwerking lijken. Dat is Den Hannekesnest niet. Wel is het een initiatief van Voluit, een grote vzw met een ruime waaier aan diensten voor mensen met een beperking in de regio.Voluit ontstond in 2023 als fusie van Den Dries en Obra|Baken.

Maar waarom zet een organisatie die er in de eerste plaats is voor mensen met een beperking de schouders onder een ontmoetingsplek voor de buurt? We vragen het aan directeur Riet Konings en medewerker Koen Van Kerschaever.

‘Waarom zet een organisatie voor mensen met een beperking de schouders onder een ontmoetingsplek voor de buurt?’

Riet Konings: “De mensen met een beperking die wij ondersteunen, behoren ook tot deze buurt. Het zijn volwaardige burgers. We vinden het belangrijk om hen te verbinden met de andere buurtbewoners. We willen de buurtbewoners bovendien tonen dat mensen met een beperking meer zijn dan hun beperking en talenten hebben.”

Koen: “Den Hannekesnest is een middel, een springplank om de mensen die wij begeleiden ook een plaats te geven in deze buurt. We houden dit niet open omdat we per se een bar of winkel willen openhouden. Nee, we willen onze meewerkers een plek geven en ontmoeting creëren tussen hen en de rest van de gemeenschap.”

Jullie creëren een inclusieve plek.

Riet: “Inclusie is een werkwoord. Het komt er niet vanzelf. Je werkt pas echt aan inclusie door samen – mensen met en zonder beperking – te doen, denken en dromen. Wij kunnen wel naar anderen kijken en vinden dat zij meer moeten openstaan voor de mensen die wij ondersteunen, maar zo eenvoudig werkt het niet.”

‘Inclusie is een werkwoord. Het komt er niet vanzelf.’

“Neem bijvoorbeeld de kunstacademie. Veel van onze mensen zijn daar vandaag student, tussen alle andere studenten. Maar die inclusie is wel gegroeid, door jaren intensief samen te werken. Je moet met de gepaste ondersteuning aan verbinding werken. Als we naar de gemeente zouden stappen en eisen dat onze mensen overal welkom zijn, dan zou dat niet tot hetzelfde resultaat leiden.”

Koen: “En als we in Den Hannekesnest niet zouden samenwerken met de buren en iets aanbieden waar nood aan is, zou er ook geen ontmoeting ontstaan. Maar nu komen ze hier boodschappen doen en de persoon die hen bedient is toevallig iemand met een beperking. Omdat het hier zo laagdrempelig is, zie je ook mensen die dagelijks naar hier komen, bijvoorbeeld om niet alleen thuis te zijn. Ze hebben misschien geen beperking, maar zijn evenzeer kwetsbaar.”

Koen, jij bent ‘buurtvervlechter’. Een mooi woord, maar wat houdt die functie juist in?

Koen: “Ik werk op twee sporen. Enerzijds breng ik buren hier samen. Ik zorg er mee voor dat mensen in de buurt weten dat dit bestaat. En ik ondersteun buren en verenigingen uit de buurt die gebruik willen maken van deze plek om dingen te organiseren. Bijvoorbeeld een leerkracht die een toneel schreef voor de klas en in onze ruimte een voorstelling wil organiseren.”

“Anderzijds zorg ik dat er contacten ontstaan tussen de buren en de mensen die Voluit begeleidt. Bijvoorbeeld als er een rommelmarkt is, zorg ik dat onze gasten dat weten en aanwezig kunnen zijn. Of dat ze meehelpen achter de bar, zij aan zij met vrijwilligers uit de buurt.”

Riet en Koen aan de ingang van Den Hannekesnest. Riet: “Mensen willen betekenisvol bezig zijn. Dat geldt evengoed voor meewerkers als de mensen die hier als vrijwilliger werken.”

© Sociaal.Net / Lisa Develtere

Merk je dat mensen zo samenbrengen ook echt tot verbinding leidt?

Koen: “Soms zijn de contacten kort en vluchtig, en daar is niks mis mee. Maar soms ontstaan er ook meer duurzame relaties. Er is bijvoorbeeld een buurtbewoner die hier regelmatig concerten organiseert. Op een keer programmeerde hij de band van Voluit, Willy Houston. Sinds die ontmoeting is de buur hun roadie en geluidsman als ze elders optreden. Voordien kwam hij nooit in aanraking met mensen met een beperking, vertelde hij me.”

“Verbinding ontstaat door mensen samen dingen te laten doen. De mensen die hier werken, zien elkaar als vrienden. Komen ze terug uit vakantie, dan vertellen ze meteen hoe hard ze elkaar gemist hebben. Hier zijn mensen niet alleen onder elkaar, maar krijgen ze ook erkenning voor wat ze doen. Je ziet dat het hen voldoening en betekenis geeft.”

‘De mensen die hier werken, zien elkaar als vrienden.’

Riet: “Iedereen wil betekenisvol bezig zijn. Dat geldt trouwens ook voor de mensen die hier als vrijwilliger werken. Ook zij halen voldoening, herkenning en waardering uit de ontmoetingen.”

Hoe nauw zijn de buren mee betrokken in de vorm die Den Hannekesnest aanneemt?

Riet: “We zijn een plek voor en met de buurt, dus we vertrekken vanuit de noden en mogelijkheden van de buurt. Bij de start onderzochten we welke diensten er nog waren, en welke ontbraken. Een van de eerste dingen die bovenkwamen in de gesprekken met buren, is dat er weer een bar moest komen, want er is geen enkel café meer in de buurt. Het moest er bovendien betaalbaar zijn, vonden ze.”

“Die noden van de buurt kunnen trouwens veranderen. Zo hebben de buren een tijdje de bar opengehouden op vrijdagavonden. In de zomer van 2020, in volle coronatijd, werkte dat heel goed, want er was verder bijna niets open. Maar daarna viel het stil. En als je dan een hele avond vrijwillig het café openhoudt en er komt maar vijf man, dan geeft dat niet dezelfde voldoening dan wanneer hier op een zondag vijftig bezoekers over de vloer komen.”

“We hebben verschillende werkgroepen waar buren inspraak hebben. En er is een stuurgroep waarin ons algemeen beleid bespreken. Daar delen we bijvoorbeeld ook heel transparant onze cijfers. Want buren zien hier geld binnenkomen. Soms ontstaat daardoor het verkeerde idee dat we rijk worden dankzij hun vrijwilligerswerk, terwijl we maar net uit de kosten komen.”

Kan iedereen hier eender wat organiseren?

Koen: “Er kan veel, maar niet alles. Om te beginnen is er hier geen plaats voor uitsluiting: iedereen is welkom. We zoeken ook altijd samen naar een win-win. Een organisatie wilde hier bijvoorbeeld een filmavond organiseren in het kader van een historisch evenement. Goed, hebben we gezegd, als we jullie projectiemateriaal mogen gebruiken om de dag nadien een kinderfilm te projecteren.”

‘Als je echt inclusief wil werken, kan je niet aan de ingang aan iedereen vragen of ze een beperking hebben of niet.’

Riet: “We zijn ook gebonden aan onze VAPH-financiering. Om Den Hannekesnest te laten draaien, zetten we ook middelen van onze cliënten in. Daar willen we correct in zijn. Als buren hier pakweg een springkasteel willen huren voor een kindernamiddag, kan dat niet met centen van Voluit. Dan moeten ze zelf middelen verzamelen via bijvoorbeeld een wafelbak.”

“Als je als organisatie voor mensen met een beperking je blik naar buiten wil richten, kan je dat vandaag alleen maar doen met klaverbladfinanciering: je moet ook middelen zoeken buiten het VAPH en inzetten op samenwerking. Want VAPH-financiering is enkel bedoeld voor handicapspecifieke ondersteuning. En als je echt inclusief wil werken, kan je niet aan de ingang aan iedereen vragen of ze een beperking hebben of niet en enkel zij met een beperking binnenlaten. Nee, iedereen is welkom.”

Hoe uniek is een organisatie voor mensen met een beperking die de blik zo naar buiten richt?

Riet: “In oorsprong was onze sector heel gesloten. We bleven allemaal netjes binnen onze sectorale grenzen. Het is nog geen tien jaar geleden dat ik met buurtbewoners sprak die niet eens wisten dat er een dagcentrum van ons in hun straat was. We komen dus van ver.”

“De laatste jaren zie ik veel veranderen. Met enkele gelijkgezinde organisaties komen we samen in de coöperatie Kwaito om dit model van buurgericht ondernemen verder te verspreiden naar andere locaties. Want we geloven in dit verhaal, in de meervoudige waardencreatie die we hier met anderen realiseren. Vanuit deze praktijkervaring willen we het vermenigvuldigen. Je kan het niet zomaar blindelings kopiëren. Elke plek heeft zijn eigen dynamiek. Maar er zijn wel een aantal lijnen en ervaringen die je kan meenemen naar andere regio’s.”

Hoe kijken jullie naar de toekomst van Den Hannekesnest?

Riet: “We kregen de locatie voor dertig jaar in erfpacht van de kerkfabriek. We zijn dus nog niet meteen weg.  Op korte termijn willen we in onze winkel nog meer producten aanbieden van producenten uit de buurt. Maar verder zullen we vooral meebewegen met de noden en talenten van de buurt en de mensen die wij ondersteunen. Het is een verhaal waar voortdurend aan verder geschreven wordt.”

Koen: “Wat wel vaststaat is dat het altijd een zinvolle plek zal blijven waar iedereen zichzelf mag zijn. Een plek die de wereld een beetje beter maakt.”

Reacties

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.