Sommigen dement, anderen incontinent
Een aparte zaal in de oude, vervallen gevangenis van Merksplas. Links staan 11 ziekenhuisbedden op een rij, rechts hetzelfde beeld. Vanuit de deprimerende slaapzaal kom je in een ruimte met wat tafels, stoelen, een zetel en televisiescherm. In de buurt nog enkele afgeleefde kamertjes voor de meest zieke mensen. Tegen de ramen tralies. Daarachter hoge, donkere hekken.
‘Iedereen mag zien: dit doen we anno 2026 met ouderen in detentie.’
Op deze plek zitten, liggen en schuifelen 22 oude mannen. Sommigen dement, anderen incontinent, de meesten amper nog mobiel. De zorg? Totaal ontoereikend. Directeur van de gevangenis Serge Rooman (55) richtte deze ouderenzaal in, filmmaker Stijn Geenen (45) zette er een jaar lang zijn camera op. Het resultaat heet ‘Achter de tralies van de tijd’, een documentaire waarvan Rooman en Geenen hopen dat ze ogen opent.
Neem ons eens even mee naar het begin van dit verhaal.
Serge: “Tijdens de coronapandemie hebben we beslist om de ziekenboeg om te bouwen tot een afgesloten zaal voor oudere gedetineerden. Ondanks meerdere uitbraken in de gevangenis werd niemand hier ziek. Toen alles buiten weer naar normaal werd, wilden de bewoners niet meer weg.”
Stijn: “Ik werkte voor een tv-programma en maakte een stukje over De Kapstok, een initiatief in de gevangenis van Merksplas dat mensen bij vrijlating deftige kleren geeft. Serge vroeg me of ik vijf minuten tijd had om iets anders te zien. Zo kwam ik op de zaal. Ik was geraakt en wilde iets maken. Maar productiehuizen weigerden. ‘Doelgroeptelevisie’ is nochtans in, maar blijkbaar is deze doelgroep niet knuffelbaar. Dat stootte me tegen de borst. Toen heb ik beslist: dan doe ik het zelf wel.”
Een gevangenisdirecteur neemt een tv-maker niet zomaar mee naar deze vleugel.
Serge: “Ik wil niet dat deze werkelijkheid binnen de gevangenismuren verborgen blijft. Wat hier gebeurt, is niet oké. We hebben dat al vaak aangekaart, zonder afdoende reactie. Ik zie geen verbeteringen in de levensomstandigheden van deze mensen, zeker niet in de zorg die ze krijgen.”
‘Ik wil niet dat deze werkelijkheid binnen de gevangenismuren verborgen blijft.’
“Iedereen mag zien: dit doen we anno 2026 met ouderen in detentie. Na deze film kunnen we niet meer terug. Ik heb er vertrouwen in dat het meer zal losmaken dan alle aanbevelingsnota’s en overlegsessies die al gepasseerd zijn.”

Serge Rooman: “Ik heb er vertrouwen in dat de film meer zal losmaken dan alle aanbevelingsnota’s en overlegsessies die al gepasseerd zijn.”
© ID / Bob Van Mol
We zullen de impliciete vraag uit de documentaire meteen expliciet stellen: is het menswaardig om deze mensen op te sluiten?
Serge: “Neen. Niet op de manier dat wij het hier doen. Alleen al omdat de zorg niet hetzelfde is als buiten. De documentaire is pakkend, maar toont echt hoe het is. We moeten ons afvragen: waar zijn we eigenlijk mee bezig?”
“De vraag wordt nog prangender als je ziet hoeveel mensen op de grond moeten slapen in de gevangenis. Vorige week waren dat er 784. Ondertussen houden we mensen vast die de weg van de slaap- naar de eetzaal niet vinden. Schrijnender nog: sommige mensen weten zelfs niet meer dat ze een straf uitzitten. Hoe kan die dan nog zinvol zijn?”
‘Sommige mensen weten zelfs niet meer dat ze een straf uitzitten. Hoe kan die dan nog zinvol zijn?’
“Mensen hebben op een bepaald moment een straf gekregen, en je moet iets met die straf doen. Maar moet dat in deze context? In een gesloten gevangenis, met een hoog veiligheidsniveau? Dit is buiten alle proportie. Een gesloten afdeling in een woonzorgcentrum zou voor een groot deel al volstaan én zou naar zorg toe ideaal zijn.”
Je uit wel heel stevige kritiek als ambtenaar.
Serge: “Als ambtenaar is het mijn taak om de wetgeving loyaal uit te voeren. Artikel 88 uit de Basiswet van het gevangeniswezen stelt dat elke gedetineerde recht heeft op gelijkwaardige zorg. Dat de zorg niet gelijkwaardig is, tonen wij. Dat is mijn plicht als integere ambtenaar. Ik vind het zelfs geen kritiek, wel positieve feedback.”
Maar je weet best dat het niet in dank wordt afgenomen.
Serge: “Ik zal het mezelf ook niet in dank afnemen als ik hier niets mee doe. Deze praktijk nog jarenlang op dezelfde manier blijven organiseren, is geen optie. Of toch niet onder mijn beheer.”
‘Iedereen weet dat het kan, je moet er alleen voor durven opkomen.’
“Jaren geleden heb ik hetzelfde gedaan voor mensen met een verstandelijke beperking. Dat heeft uiteindelijk geresulteerd in een samenwerking met de Vlaamse Gemeenschap, met gevangenisafdelingen specifiek voor deze doelgroep. Het verschil in zorg en levenskwaliteit is nu gigantisch. Iedereen weet dus dat het kan, je moet er alleen voor durven opkomen.”
Woonzorgcentra of psychiatrische ziekenhuizen zitten ook niet te wachten op deze mensen. Je had ook kunnen zeggen: we doen ons best.
Serge: “Niet akkoord. De ondergrens is gelijkwaardigheid. Als ambtenaar mag je nooit genoegen nemen met ‘het gaat niet beter’. Als je dat wel doet, geef je toe dat er tweederangsburgers zijn. Daar begint ontmenselijking. En dan is het einde zoek.”
Wat is er concreet nodig voor deze mensen?
Serge: “We moeten ook hier kwalitatieve ouderenzorg kunnen bieden. De thuiszorg zoals die er buiten is, moeten we binnenbrengen. Dat moet het doel zijn en het is perfect haalbaar.”
“We hebben zelfs al stappen ondernomen. We hebben een partner gevonden in Welzijnszorg Kempen, het ontbreekt enkel aan de middelen om die zorg te kunnen realiseren.”

Serge Rooman: “Als ambtenaar mag je nooit genoegen nemen met ‘het gaat niet beter’.”
© ID / Bob Van Mol
Moeten er aparte ouderengevangenissen komen?
Serge: “Als je deze mensen op een gesloten afdeling van een woonzorgcentrum zet, zal je dat zelfs niet merken. Eén aparte verdieping is al genoeg.”
“Wij krijgen nu wel mensen uit woonzorgcentra die in hun dementie andere bewoners hebben gedood. Dat is vreselijk. Maar wat is precies de bedoeling? Dat we hen hier in een gewone cel zetten? Dat zijn drama’s, hé. Mensen zijn totaal gedesoriënteerd.”
“Hier is veel minder zorg, maar wij moeten de oplossing zijn? Je weet waar je mensen naartoe stuurt, je weet dat hier geen ouderenzorg is, je weet dat de problematiek alleen maar erger zal worden. Dan kom ik terug bij ontmenselijking.”
Stijn: “Het is een verhaal van waardigheid. Die bepalen wij als samenleving. Mensen op deze manier vastzetten in de laatste fase van hun leven, is niet waardig. De straf die we als samenleving zijn overeengekomen is vrijheidsberoving. Niet vrijheidsberoving én verwaarlozing.”
Serge: “Zorg is een basisrecht voor iedereen, dat moet je niet verdienen. Wij moeten voorbij de dader de mens blijven zien, de mens die zorg nodig heeft.”
In de documentaire zitten twee indrukwekkende mensen die dat idee uitdragen: zorgkundige Koen en verpleegkundige Anneke. Zij zorgden fulltime voor de mannen, op een manier die me als kijker tranen in de ogen gaf. Alleen vertelden ze me vlak voor dit interview dat ze hier niet meer werken.
Serge: “Koen zijn contract is om administratieve redenen niet verlengd, Anneke is ziek gevallen.”
Is er vandaag dan nog minder zorg dan in 2023 en 2024, toen de documentaire opgenomen werd?
Serge: “Ja. Mensen uit bed helpen, samen iets doen, even naar buiten gaan, een brief schrijven naar familie, een bril regelen… Anneke en Koen deden dat, maar het is allemaal weggevallen. Zij deden alles wat ik hoopte dat thuiszorg hier zou kunnen doen. Alleen is die zorg er nog altijd niet.”
“Nu is er alleen nog algemene verpleegkunde, zoals die er is voor heel de gevangenis. Dan heb je het over bijvoorbeeld medicatie geven, en specifiek voor deze groep extra’s als incontinentiemateriaal.”
Het is toch vreselijk dat net de meest geëngageerde mensen verdwijnen?
Serge: “Ik deel die mening. Dat is verschrikkelijk.”

Stijn Geenen: “Het was niet mijn doel om medelijden op te wekken. Ik wil begrijpen.”
© ID / Bob Van Mol
Stijn, op een bepaald moment zet jij de camera op hoog bezoek uit Brussel, met onder meer de directeur-generaal van het gevangeniswezen. Een huilende Anneke zegt eerlijk dat ze boos en gefrustreerd is. Het antwoord: “We nemen het mee naar Brussel, we vergeten je niet.” In de huidige situatie is die scène alleen maar pijnlijker.
Stijn: “In dat beeld zie je hoe een gedetineerde Anneke een schouderklop geeft. Dat toont de menselijkheid, de dankbaarheid ook. Anneke vertelt in dat stukje bovendien hoe vaak ze al gehoord heeft over renovatieplannen voor Merksplas. Heel pijnlijk allemaal. Het is een beetje de samenvatting van de film. Geen beleid, ad hoc initiatieven van enkelingen die het goed menen, vasthouden aan solidariteit.”
Jij was zo stout om vanop een afstand een gesprekje tussen die mensen te filmen. Ze hebben het over financiering en lijken zelf niet helemaal te weten welke overheid wat zou moeten betalen.
Stijn: “En op de voorgrond zie je een man verward op zijn bed zitten. Dat zegt veel hé?”
“Weet je wat ik trouwens frappant vind: ik leerde dat oude gevangenen niet langer pensioen krijgen. In de veronderstelling dat de staat hier voor jou zorgt. Maar dat gebeurt dus niet. Kan je als staat het recht pakken en de plicht laten vallen? Als ik hier zou zitten, zou ik daar ambras over maken.”
Een gedetineerde zegt over het bezoek uit Brussel: “Het lijkt wel diertjes kijken in de dierentuin.” De vleugel wordt ook wel eens de vergeetput genoemd. Welke omschrijving gebruik jij?
Stijn: “De gevangenissen in België zijn in het algemeen een vergeetput. En deze zaal is het rioolputje van de vergeetput. Ik toon een beeld waar het putje in de badkamer met vodden wordt dichtgestopt om de geur te bestrijden. Dat is de metafoor.”
Oudere hulpbehoevende gedetineerden komen uit andere gevangenissen naar Merksplas. Verspreid over Belgische gevangenissen zitten dus mensen op dezelfde manier weg te kwijnen?
Serge: “Ja. Op dit moment krijgen we heel frequent vragen. Wij selecteren op basis van zorgnood. Soms zitten we met een wachtlijst.”
Stijn: “Voor die onzichtbare ouderen is de situatie nog erger. Sommigen noemen dit ‘het paleis van de bak’. Want elders deel je een cel met drie anderen. Zit daar maar eens als je. oud en ziek bent. Je puddinkje ben je kwijt, je tabak wordt afgepakt. En wie mag er op de grond slapen, denk je? Daar gelden de harde regels van de speelplaats.”
“Het paleis van de bak.” “Ze wilden zelf blijven na Covid-19.” Critici zullen zeggen dat het hier dan toch zo erg niet is?
Serge: “Beeld je gewoon eens in dat de mensen die je in de film ziet, effectief in een kleine cel zitten met drie anderen… Natuurlijk zegt zo iemand dat hij liever hier ligt. De kwaliteit van leven wordt beter. Maar dus verre van goed genoeg.”
Stijn: “De mensen die ik gefilmd heb, schikken zich, hé. Als je hun bedden morgen wegneemt en vervangt door jute zakken, zullen ze ook niet in opstand komen.”
De documentaire focust op de mannen, maar laat hun misdaden en slachtoffers buiten beeld. Halfweg de documentaire zag ik een man wiens heel zware feiten ik toevallig ken. Mijn maag trok samen. Eerlijk: vanaf dat moment had ik het even moeilijker om nog empathie op te brengen.
Serge: “Ik herken dat gevoel, uiteraard. En natuurlijk zijn er ook slachtoffers, mensen die erg gekwetst en beschadigd zijn, voor de rest van hun leven. Die mensen mag je zeker niet vergeten.”
“Op een bepaald moment hebben de mannen op deze zaal beslist om een ander te ontmenselijken. Maar van de mensen die de straf moeten uitvoeren, mag je niet verwachten dat zij opnieuw ontmenselijken. Ook wij raken op die manier beschadigd, de beul onthoofdt ook zichzelf. Daar staat men te weinig bij stil.”
‘Natuurlijk zijn er ook slachtoffers, mensen die erg gekwetst en beschadigd zijn, voor de rest van hun leven. Die mensen mag je zeker niet vergeten.’
Stijn: “We hebben die oefening bewust gemaakt. Het was niet mijn doel om medelijden op te wekken. Ik wil begrijpen. Natuurlijk zijn er ook slachtoffers en nabestaanden om rekening mee te houden.”

Serge Rooman: “Beeld je gewoon eens in dat de mensen die je in de film ziet, effectief in een kleine cel zitten met drie anderen… Natuurlijk zegt zo iemand dat hij liever hier ligt.”
© ID / Bob Van Mol
Onder de 22 mannen op de zaal zijn trouwens ook mensen die geïnterneerd zijn. Dat probleem lijkt evenmin opgelost te geraken.
Serge: “Op het vlak van internering is er wel wat ten goede veranderd. Maar ik moet tegelijkertijd vaststellen dat mensen na jaren van therapie in forensische settings opnieuw hierheen gestuurd worden.”
‘Als ik op café zit, hoor ik niks anders dan wraak en vergelding.’
“Dat kan er bij mij niet in. Hoezo zou het hier wel lukken om mensen te helpen? Maar dan kom je terug bij het begin van ons gesprek. Zoals Stijn zei: deze doelgroep heeft geen aaibaarheidsfactor. Daders, feiten, gedetineerden! Niemand ziet nog mensen.”
“Als ik op café zit, hoor ik niks anders dan wraak en vergelding. Die cultuur is jarenlang gekweekt. In de media krijg je alleen clichés, politici winnen stemmen met harde uitspraken. Over de grondslapers zei George-Louis Bouchez recent: ‘We gaan criminelen geen cadeaus geven.’ Zonder ook maar één oplossing te bieden. Boodschap: blijf maar rustig op de grond liggen.”
“Ooit eindigt dat met mensen die op mijn stoel, met mijn bevoegdheid, net zo gaan denken. En houd je dan maar vast. Je kan hier heel veel schade aanrichten.”
Wat moet de kijker meenemen uit de film?
Stijn: “Ik hoop dat die soms ongemakkelijk op z’n stoel schuifelt. Ik heb met een zaklampje geschenen op een heel donkere plek waar soms kleine lichtpunten zijn. Na anderhalf uur mag de kijker zelf een oordeel vellen, op basis van de feiten.”
‘De kijker mag zelf een oordeel vellen, op basis van de feiten.’
Serge: “De film toont wat wij anno 2026 doen in België. En ik hoop dat we kunnen concluderen: dit gaan we zo niet meer doen. Daarvoor moeten naast gewone kijkers ook beleidsmakers in de cinemazaal zitten. Zodat we kunnen tonen: dit gebeurt, onder uw ogen, onder uw gezag.”


Reacties [4]
Ik vind dit artikel eerlijk gezegd erg overdreven voorgesteld. Ik heb zelf op deze afdeling gewerkt binnen het verpleegkundig team van een externe thuiszorgdienst. Er werd effectief zorg voorzien en wij waren gedurende onze volledige shift aanwezig op de afdeling.
Bewoners kregen hulp zoals elke andere zorgvrager: douchen, incontinentiemateriaal vervangen, pyjama’s aandoen, comfortzorg, begeleiding enz. Wij maakten daarin geen onderscheid omdat iemand gedetineerd was.
Ook het eten was verzorgd en uitgebreid. Bijvoorbeeld: pompoensoep met citroengras, Japanse rijst met groene curry en scampi’s, gevolgd door dessert.
Daarnaast waren er eerlijk gezegd niet zoveel zwaar zorgbehoevenden. Sommigen verbleven net graag op deze afdeling omdat er meer rust en comfort was dan op een gewone afdeling.
Verbeterpunten bestaan overal, maar de inzet van zorgverleners volledig wegzetten als een “vergeetput” vind ik onterecht.
Ik vind het voorstel om een aparte gesloten afdeling in een woonzorgcentrum een waardige oplossing voor deze vergeten bevolking maar wel met dan voldoende verzorgers en materiaal.
Gefeliciteerd! Heel belangrijk om het te blijven vertellen, want anders is er geen mens die het ziet.
Eerlijk is eerlijk : in de eerste plaats moet men denken aan de slachtoffers en nabestaanden van deze criminele ouderen, die allemaal een min of meer ernstige misdaad op hun geweten hebben, anders zouden ze daar niet terechtkomen. Maar de directeur en de filmmaker hebben ook een punt als ze opkomen voor een waardige en beschaafde behandeling van deze oude en zieke mannen, wat sws beter is dan primitieve wraakneming. Niemand zou slechter worden van een meer fatsoenlijke behandeling, noch daders, noch slachtoffers, noch de hele samenleving. En personen die in demente of verwarde toestand een misdaad plegen zouden toch apart moeten gezet worden van de ‘gewone’ oudere misdadigers.