Verhaal

Brusselse politie helpt daklozen aan papieren: ‘Zonder identiteitskaart geen referentieadres en dus geen rechten’

Marijn Sillis

Al tien jaar lang werkt Chris Vandenhaute (51) dagelijks met dakloze mensen. Niet als sociale professional, maar als politieman. “Er zijn nog te veel vooroordelen tussen sociaal werkers en agenten.”

© ID / Sien Verstraeten

Politie als boeman?

Of Chris Vandenhaute tijd heeft voor een interview, vragen we hem per mail. We krijgen meteen antwoord. Ondanks zijn drukke agenda zitten we een week later al op zijn bureau in de Wetstraat, pal tegenover het parlement.

“Ik vind het belangrijk dat mensen weten dat we bestaan, dat ook de politie initiatieven als deze neemt”, zegt Vandenhaute, die inspecteur is bij de politiezone Brussel Hoofdstad Elsene.

‘In het bredere middenveld wordt de politie vaak als grote boeman gezien.’

“In het bredere middenveld wordt de politie vaak als grote boeman gezien. Wij zijn de rechtse rakkers die tegenover linkse sociale werkers staan. Daartussen zou dan een grote leegte gapen. Maar ik wil graag de brug zijn. In se hebben zowel politiemannen als sociale professionals hetzelfde doel: mensen een beter leven geven. Wij hebben elkaar nodig. Dat zou ik graag vertellen.”

Herscham

Als inspecteur leidt Vandenhaute het Herscham-team. Die ploeg van vijf agenten werkt al sinds 2003 met dakloze mensen in de zone Brussel Hoofdstad-Elsene. “Destijds waren er zo’n 1.500 à 2.000 daklozen in Brussel”, vertelt Vandenhaute.

“Velen verbleven ’s nachts in de metro. ’s Ochtends moesten ze van de politie opkrassen. Mijn voorganger bij Herscham vroeg zich af of de politie niets structureel kon doen. Uit gesprekken met daklozen bleek dat velen hun identiteitskaart kwijt waren. Zonder identiteitskaart geen referentieadres en dus geen rechten.”

‘Politiemannen en sociale professionals hebben hetzelfde doel: mensen een beter leven geven.’

Herscham begon dakloze mensen te helpen met identiteitsdocumenten. Er ontstond een ‘attestation de passage’, een papier waarmee dakloze mensen hun identiteit konden bevestigen. Dankzij een afspraak tussen Herscham en het OCMW konden dakloze Brusselaars zo toch een referentieadres krijgen.

“Mensen waren daarmee niet direct van straat, maar konden wel opnieuw tot hun rechten komen. Situaties werden gedeblokkeerd, door een administratieve ingreep vanuit de politie.”

10.000 Brusselse daklozen

Vandaag neemt Herscham die administratieve taak nog steeds op zich. Alleen is de context enorm veranderd. “Vandaag zitten we met 10.000 Brusselse dak- en thuislozen. Als je telt dat er maximum 3.600 plaatsen in de opvang zijn, dan weet je dat een grote groep elke nacht opnieuw oplossingen moet zoeken”, zegt Vandenhaute.

“Veel daklozen vinden die oplossingen: een kraakpand, een sofa ergens. Maar elke nacht blijven zo’n 1.000 tot 1.500 mensen buiten liggen. Als dat op een discrete manier gebeurt, is dat vanuit ons perspectief als politie geen probleem. Maar soms creëert het overlast. Dat is het tweede, belangrijke deel van ons werk. We gaan naar die mensen toe, op een humane manier: ‘Wij zijn van de politie, het is niet oké dat u hier ligt, maar wat kunnen we doen om u te helpen?’”

“Daklozen kunnen bij ons papieren vragen maar ook hun verhaal doen, als ze bijvoorbeeld zelf slachtoffer zijn van feiten.”

© ID / Sien Verstraeten

En wat kunnen jullie doen?

“Die documenten blijven de eerste stap. Als dat niet mogelijk is, kijken we wat we wel kunnen betekenen.”

“We gaan elke dag de straat op, knopen het gesprek aan. Zonder uniform. Iedere woensdag hebben we permanentie in ons lokaaltje, ook op feestdagen. Daklozen weten dat ze hier kunnen binnenwandelen. Ze kunnen papieren vragen maar ook hun verhaal doen, als ze bijvoorbeeld zelf slachtoffer zijn van feiten.”

“Nu, uiteindelijk is het vooral brandjes blussen. Ons werk wordt moeilijker en moeilijker.”

Hoe komt dat?

“Omdat de groep veranderd is. De daklozen die we aan documenten kunnen helpen, is min of meer hetzelfde als 20 jaar geleden: zo’n 2.000 mensen. Er zijn geen officiële cijfers, maar ik schat dat de overige 8.000 Brusselse dak- en thuislozen bestaan uit mensen die wachten op een beslissing over hun asielaanvraag of hier zonder verblijfsvergunning leven. Dat gaat om zo’n 4.000 EU-burgers en nog eens 4.000 mensen van buiten Europa. Zij kunnen hier geen referentieadres aanvragen en dus geen aanspraak maken op een leefloon of ziekteverzekering.”

“Voor die EU-burgers is er een kleine opening. Enkele jaren geleden heb ik alle 26 consulaten in Brussel aangeschreven. Het heeft een tijdje geduurd, maar voor dakloze Europeanen kan ik daar nu ook gratis identiteitsdocumenten bekomen. Dat opent nog geen rechten in België, maar geeft toch al hun identiteit en waardigheid terug.”

Wie zijn die dakloze Europeanen?

“Mensen van alle mogelijke lidstaten. Elke week tref ik in het station nieuwe jonge gasten aan. Er is hen verteld dat ze hier 2.000 euro kunnen verdienen in de bouw. Dat klopt wellicht, maar wel alleen als ze voor vertrek een werkcontract en Belgisch rekeningnummer hebben, als ze zich hier inschrijven, enzovoort.”

‘Elke week tref ik in het station nieuwe jonge gasten aan.’

“Wij verliezen die gasten in het zwartwerkcircuit. Sommigen vinden hun weg en komen we niet meer tegen. Maar de jongens bij wie het niet lukt, glijden vaak op korte tijd weg. Die vallen dan snel in de groep daklozen met zware alcoholproblemen.”

Dan is er nog de groep niet-Europeanen die hier asiel aanvragen of in onwettig verblijf zijn?

“De situatie van mensen die asiel aanvragen, is schrijnend. Eigenlijk doen die mensen alles wat ze moeten doen. Maar als het gezonde, jonge mannen zijn, moeten ze hun plan trekken zonder opvang.”

“De sans-papiers zijn hier vaak al jarenlang. We krijgen hen niet van straat, maar kunnen hen ook niet aan papieren helpen. Als ze in contact komen met de politie, krijgen ze van Dienst Vreemdelingenzaken een bevel om het grondgebied te verlaten. Waarna iedereen de ogen sluit. Dat levert problemen op: diefstal, drugs, andere criminaliteit. Als je niks geeft, gaan mensen altijd manieren zoeken om te overleven, dat is de realiteit.”

“Die groep van 8.000 niet-Belgische daklozen legt een fameuze druk op de stad. We creëren ons eigen zwartwerkcircuit en voor een deel ook onze eigen criminaliteit. (Denkt na) Ik wil niet aan politiek doen, maar mag ik toch mogelijke oplossingen voorstellen?”

Ga je gang.

“We moeten overwegen of we die dakloze EU-burgers geen referentieadres kunnen geven. Niet om hen dezelfde rechten te geven als Belgen. Wel zodat ze makkelijker een officieel werkcontract kunnen afsluiten, een bankrekening kunnen openen… Ik denk dat we minstens de helft van de dakloze EU-burgers zo opnieuw kunnen lanceren. Je zou hen na één jaar referentieadres kunnen evalueren: we hebben je een kans gegeven, is het gelukt?”

‘De situatie van mensen die asiel aanvragen, is schrijnend. Eigenlijk doen die mensen alles wat ze moeten doen.’

“Als dat geen optie is, zou ik een Europees OCMW overwegen. Een fonds waarin alle lidstaten bijdragen, om hun eigen onderdanen elders te ondersteunen. Er zitten niet alleen Polen en Roemenen in Brussel, maar ook Belgen in Barcelona en Parijs.”

En wat met de niet-Europeanen?

“Voor de groep sans-papiers zie ik het somber in. Daar zie ik alleen betere terugkeerakkoorden met het land van herkomst. Maar we blijven daar in cirkeltjes draaien.”

“Voor mensen die asiel aanvragen, zouden we tot een spreidingsplan moeten komen, met onthaalkantoren in andere steden. Nu ligt de druk bij Brussel, terwijl alles en iedereen ons al onder vuur neemt.”

Hoe is jullie relatie met al die dakloze mensen?

“Ze kennen ons. Ze weten dat we er niet zijn om hen op te jagen, hun tent weg te gooien. Er is wederzijds respect. Dat is niet evident, want die mensen zijn wel vaker slachtoffer geworden van repressie, vaak in hun landen van herkomst. Als ik verhalen hoor van flikken uit Oost-Europa, dan zijn wij koorknapen.”

Mogelijk. Maar ook hier gebeuren ‘opkuisacties’. Als 200 agenten Brussel-Zuid binnenvallen, is dat niet met zachte hand.

“Ik kan alleen maar voor mijn politiezone spreken,maar ik ben blij dat je het voorbeeld aanhaalt. Ben je via Brussel-Centraal gekomen? Vergelijk eens met Noord en Zuid? Wat vind je van Centraal?”

Rustig, zou ik zeggen.

“Twee collega’s en ik komen zelf met de trein. Elke ochtend om 6u45 doen wij onze ronde. Voor we naar huis gaan, doen we hetzelfde. Wie zit waar, wat gebeurt er, moeten we iemand aanspreken?”

“Het heeft geen zin om op één dag 200 agenten in te zetten, de dag erna nog eens met grote groep te verschijnen, om dan een jaar weg te blijven. Daar los je geen enkel probleem mee op.”

Klinkt logisch. Maar toch gebeurt het.

“Ja. Maar ik zie de geesten ook wel rijpen. Begrijp me niet verkeerd: agenten moeten geen softies worden. Ik ben ook geen sociaal werker, verre van. Maar ook als politie moet je toch een verhaal hebben. Ik kan helpen met papieren, maar heb ook het telefoonnummer van goede straathoekwerkers op zak.”

‘Agenten moeten geen softies worden.’

“Met repressie alleen kom je er niet. Je moet mensen op een of andere manier proberen te triggeren. Elke keer opnieuw ga ik in gesprek. Sommige daklozen komen al na een week naar ons kantoor, bij anderen duurt het vier maanden.”

“Al wordt het dus steeds moeilijker. Ik zie zoveel psychische problemen op straat. Wij zijn geen psychiaters, maar het komt wel in ons bakje.”

“Ik zie zoveel psychische problemen op straat. Wij zijn geen psychiaters, maar het komt wel in ons bakje.”

© ID / Sien Verstraeten

Ik schrijf wel vaker over dakloosheid, ik ontmoet vreselijk veel mensen met zware psychische problemen.

“Vroeger hadden we om de paar maanden iemand die de pedalen volledig kwijt was, sinds Covid lijkt dat dagelijkse kost. Ik weet ook niet precies hoe het komt. Ik vermoed dat het met drugs te maken heeft. We hebben testen gedaan op de middelen die in Brussel circuleren. De cocaïne is vandaag 98 procent puur. Als je daar crack uit destilleert… Ook de THC in marihuana is veel zwaarder geworden.”

Met mensen die in een parallelle werkelijkheid leven, is het bijzonder moeilijk werken.

“Vaak worden die mensen wel opgevolgd, maar op straat zorg bieden is moeilijk. Ik denk dat onze focus op outreach op een bepaald moment is doorgeslagen. Vijftien jaar geleden keek onze politiek naar Scandinavië, waar mobiele psychologische teams het goed deden. Alleen werd er bij ons beslist om ook 200 bedden in de psychiatrie te schrappen. Zelfs ‘normale’ mensen komen nu op wachtlijsten voor gespecialiseerde zorg.”

“Dit gaat de sociale wereld choqueren, maar 30 jaar geleden is de wet op landloperij afgeschaft en zijn de kolonies gesloten. In die tijd was dat de juiste keuze. Maar we gaan toch eens moeten nadenken hoe we bepaalde daklozen vandaag opnieuw beter kunnen omkaderen, in speciale centra of huizen. Een grote groep blijft dolen, terwijl we helemaal niks achter de hand hebben.”

Je zei net categoriek dat je geen sociaal werker bent. Waar zit het verschil met de politieman?

“Als iemand iets uitsteekt, steek ik hem binnen. Gisteren kwam hier een gast die ik nog nooit gezien had. Een vluchteling die zijn papieren kwijt was. Jammer genoeg zat hij drie uur later in de gevangenis van Haren. Hij had nog een celstraf openstaan.”

“We werken goed samen met sociale organisaties. Maar ze moeten me ook niet contacteren met de vraag of iemand al dan niet gezocht wordt. Sorry, zo werkt het niet. Wij blijven agenten.”

Is dat toch niet moeilijk? Ik sprak de laatste maanden veel dakloze mensen. Ik zou nu makkelijk wegkijken als iemand eten steelt in de supermarkt. Dat moet toch herkenbaar zijn?

“Neen. ‘I don’t buy it.’ Ik begrijp dat het moeilijk is, maar dat geeft je nooit het recht om feiten te plegen. (Wijst naar de muur) Daar hangt de sociale kaart van Brussel, die is enorm. Je kan overal eten en kleren krijgen, medische zorgen of douches. Als dakloze heb je niet meer excuses dan iemand anders.”

‘Niemand droomt ervan om op zijn achttiende dakloos te worden.’

“Aan de andere kant probeer ik de clichés over daklozen ook wel onderuit te halen. Tegen de jonge collega’s van de politieschool zeg ik altijd hetzelfde: ga nooit het terrein op met vooroordelen. Ieder mens op straat heeft zijn verhaal. Niemand droomt ervan om op zijn achttiende dakloos te worden.”

Hoe loopt de samenwerking met de sociale kaart?

“Goed. Ik ken de mensen achter de kaart, dat vind ik belangrijk. Ik kan mensen opbellen. Ik doe dit niet om mezelf populair te maken, maar omdat we elkaar nodig hebben. Net als goeie flikken heb je goeie straathoekwerkers nodig. We moeten weg van het beeld dat de politie de vijand van het sociale veld is.”

Sociale professionals kaarten graag problemen binnen de politie aan. Maar draai de spiegel eens om. Hoe kijken agenten naar sociaal werkers?

“Goh. Ik vind het jammer dat er vooroordelen zijn. Als ik naar overlegmomenten ga, voel ik dat wel. Onlangs zei een bevriende sociaal werker na een vergadering dat zijn collega’s geklaagd hadden – dat er niet zo open gepraat mocht worden met een flik aan tafel. Dan denk ik: ‘Gasten, écht, ik kom naar jullie met open vizier, om samen te werken. Wat kan ik meer doen?’”

“Misschien moet ik toch eens vertellen hoe moeilijk ons werk geworden is. Men verwacht heel veel van ons, hoor, na amper een jaar opleiding. En dan is er nog de constante stress. We moeten altijd tussenkomen op het moment dat de mens op zijn kwetsbaarst is, met enorme emoties zit. Ik zoek geen excuses. Ook agenten moeten gestraft worden als ze fouten maken. Maar de realiteit is nu eenmaal dat het door al die stress ook bij ons wel eens fout kan lopen.”

“Als een buurtbewoner mij belt voor een tent met bierblikjes en flessen urine, verwacht die dat ik daar binnen vijf minuten ben, maar ook dat het probleem direct opgelost is. Als ik een goed gesprek heb met die buurtbewoner, kan ik misschien kaderen dat ik wat meer tijd nodig heb. Maar meer dan een week krijg ik niet, hoor. Terwijl,n bepaalde wijken zijn problemen met mensen met wie sociaal werkers al jaren werken. Het antwoord: ‘We doen een traject met die mensen’. Een sociaal werker komt daar misschien mee weg, ik niet.”

Word je soms moedeloos van je werk?

“Neen. ’s Avonds bij het tandenpoetsen moet je jezelf afvragen: heb ik vandaag alles gedaan wat ik kon met de middelen die ik ter beschikking heb? Is het antwoord ja, slaap dan. Anders houd je het niet vol. Je mag niet ongevoelig worden, maar je moet dingen wel kunnen afsluiten.”

‘We moeten altijd tussenkomen op het moment dat de mens op zijn kwetsbaarst is.’

“Wij worden elke dag opnieuw geconfronteerd met negativiteit. Dus zeg ik tegen mijn collega’s: ‘Eentje per keer, gasten. We trekken ons op aan die paar mensen die we eruit kunnen halen.’ Die ene gast die van straat geraakt en ons maanden later komt bedanken, dat is onze overwinning.”

Reacties [10]

  • Anna Missinne

    Deze getuigenis maakt me helemaal blij. Ik kan alleen maar hopen dat dit je collega’s inspireert om dezelfde houding aan te nemen.

  • U doet prachtig werk en moest de politie in het algemeen zo handelen danzouer ook minder agressie zijn en meer vertrouwen naar de politie toe .U bent een grote Mijnheer . CHAPEAU 👍

    U doet prachtig werk en moest de politiein het algemeen zo handelen dan zou er ook minder agressie zijn en meer vertrouwennaar de politie toe. U bent een grote Mijnheer. Chapeau 👍🙏

  • Huguette Verwimp

    Dit gesprek doet zooo goed ah hart…..komen zulke getuigenissen in reguliere media? Ik weet het niet, maar het zou de hele samenleving ten goede komen. Bedankt aan jullie en bedankt én proficiat aan de politie-agenten en -teams die deze weg bewandelen..’💓

  • Robin Berthels

    Goed bezig Chris, ik ben zeer blij dat jij de fakkel hebt overgenomen met dit als resultaat.💪

  • An-Sofie

    Als sociaal werker doet dit deugd om te lezen. We zetten in onze samenleving mensen te vaak vast door het hen administratief moelijk of onmogelijk te maken om verder te bouwen aan hun leven. Geweldig dat er dan uit onverwachte hoek een creatieve oplossing komt. Ik belde onlangs met een wijkagent met de vraag of het mogelijk was om iemand sneller te bezoeken voor een adrescontrole omdat de man geen toegang tot de arbeidsmarkt heeft zonder adres. De eerste reactie was koeltjes, “hij had maar eerder zijn adreswijziging moeten aanvragen”, toen ik de kans kreeg om de context kwam er meer begrip. Meer begrip en samenwerking zou nochtans voor alle betrokken partijen interessant kunnen zijn. In dezelfde context zag ik hoe iemand geen andere optie zag dan werk te zoeken in het zwarte circuit werk omdat de persoon geen referentie-adres kon krijgen en geen identiteitskaart had.

  • Daniel Ponsaert

    Super kerel die inspecteur met goede voorstelen laat politiekers een voorbeeld nemen van deze man niet elke immigrant is een crimineel en wil gewoon werken voor een beter bestaan

  • Verthe rik

    Waarom niet in alle politie zones
    Zelf werk ik als vrijwilerger bij daklozen zelf was ik ook dakloos vandaar de groep daklozen vlaanderen op fb

  • Veerle Vernaillen

    Dank voor dit artikel. Mooi om te lezen. Hoopgevend en hartverwarmend.

  • alexia

    Fantastisch team! Dit maakt mij hoopvol
    ik werk vooral met EU burgers in Gent, dakloos of niet, ik help ze naar werk. wat die man voorstelt is zo juist. ik ben fan.

  • Peter Verfaillie

    Mooie en stevige getuigenis. Met ook goede analyse en voorstellen naar het beleid. Is er dialoog van het beleid (politiek, ‘fod welzijn’ met deze werkers, getuigen?

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.