Verhaal

Bemiddeling na misbruik: ‘Ik wilde dat mijn ouders eindelijk inzagen wat er gebeurd is in mijn jeugd’

Marijn Sillis

Heel haar jeugd werd TruiTrui is een pseudoniemhet slachtoffer van misbruik door haar ouders. Decennia later, op haar 53ste, nam ze contact op met Comeb, de Commissie Erkenning en Bemiddeling voor misbruik en geweld uit het verleden. Samen met bemiddelaar Bie ging ze in gesprek met haar ouders. “Mijn problemen zijn niet opgelost, maar er is wel iets veranderd.”

Links op de foto: Bie Vanseveren van Comeb.

© ID / Josefien Tondeleir

Een veilige plek

Het was 2014 toen een van de aanbevelingen uit de Commissie Adriaenssens, naar aanleiding van seksueel geweld in de kerk, vorm kreeg. Voortaan zou er in Vlaanderen een veilige plek zijn waar mensen die lang geleden slachtoffer werden van seksueel misbruik, erkenning krijgen: Comeb.

Aan de start lag de focus op misbruik dat minstens 30 jaar geleden plaatsvond binnen instituten, zoals de kerk of internaten. Comeb werd gelanceerd als tijdelijk initiatief, maar werd al snel een vaste waarde. Ondertussen is de Commissie er voor overlevers van elke vorm van misbruik en geweld, institutioneel maar ook in de privésfeer. De termijn werd teruggebracht van 30 naar 10 jaar.

Erkenning en bemiddeling

“Het opzet is tweeledig”, vertelt Bie Vanseveren (67), voorzitter van de Commissie. “Enerzijds kunnen mensen bij ons terecht voor een erkenningstraject. Ze kunnen eindelijk vertellen wat hun ooit is aangedaan, en welke impact dat op hun leven heeft gehad. Voor veel slachtoffers is het bijzonder betekenisvol dat hun verhaal bestaansrecht krijgt en dat de Commissie hen serieus neemt. Dat we als samenleving erkennen dat wat hen is overkomen nooit had mogen gebeuren.”

‘Voor veel slachtoffers is het bijzonder betekenisvol dat de Commissie hen serieus neemt.’

“Als mensen dat willen, kunnen we ook een stap verder gaan, met herstelbemiddeling. Als er nog contactgegevens zijn, nemen we contact op met de vermeende plegers voor een bemiddelingstraject. Als die mensen al overleden zijn, kunnen we dat traject ook met de huidige verantwoordelijken van een instelling of school opstarten. Ook dat kan helend zijn.”

Het doel van de Commissie is niet om aan waarheidsvinding te doen. Evenmin is er een juridisch luik. Voor een aanklacht of een hulpverleningstraject zijn er andere kanalen. Maar dat maakt Comeb niet minder belangrijk. “Voor mij was het een gamechanger”, zegt Trui (56). “Erkenning en bemiddeling zijn geen wonderoplossing voor leed dat zo groot is. Maar het woord loutering dekt voor mij de lading wel. Bovendien heb ik het gevoel dat ik opnieuw regie heb gekregen over mijn situatie.”

Hoe ben je bij Comeb terechtgekomen, Trui?

“In het najaar van 2022 zag ik hun campagne op tv. Uiteindelijk duurde het nog enkele maanden voor ik contact durfde op te nemen.”

“Ik ben opgegroeid in een disharmonisch gezin. Mijn ouders hadden een slecht huwelijk. Hun relatie op zich, hun omgang met elkaar, was op zich al een vorm geweld naar hun kinderen toe. Daarbovenop kwam het fysiek en seksueel geweld van mijn vader. Mijn moeder deed niks om ons te beschermen. Zij heeft ons nooit met een vinger aangeraakt, maar ze keek wel weg. Ze was geen zorgende moeder, een misbruik op zich.”

‘Mijn moeder deed niks om ons te beschermen. Zij heeft ons nooit met een vinger aangeraakt, maar ze keek wel weg.’

“Als oudste van drie kinderen ben ik voor mijn jongere broer en zus in de bres gesprongen. Mijn moeder gebruikte mij als toeverlaat voor het geweld dat haar werd aangedaan. Toen ik later voor het eerst het woord ‘parentificatie’ hoorde, snapte ik meteen dat het over mijn thuissituatie ging.”

Hoelang heb je jouw verhaal uiteindelijk voor jezelf gehouden?

“Ik heb altijd geweten dat mijn situatie niet normaal was, maar ik heb nooit een woordenschat ontwikkeld om het daarover te hebben. Als ik nadien al iets te kennen gaf, dan was dat schertsend of in omfloerste taal.”

“Er waren natuurlijk wel signalen. Na de geboorte van mijn dochter heb ik een postnatale depressie gehad. Ik ben even opgevolgd in een centrum geestelijke gezondheidszorg, maar de psycholoog dacht dat mijn man en ik seksuele problemen hadden. Dat was toen niet onze hulpvraag.”

“Uiteindelijk is alles veranderd na een zwaar fietsongeval. Ik lag een tijd met een rugletsel geïmmobiliseerd in het ziekenhuis en mijn vader kwam me elke dag bezoeken. De man die me mishandeld en misbruikt had, en ik kon niet weg! Dat was verschrikkelijk.”

“Toen ik een paar maanden later het tv-programma ‘Als je eens wist’ over kindermishandeling zag, geraakte ik in paniek en kon ik niet meer slapen. Via de huisarts is er traumatherapie opgestart. En drie jaar geleden nam ik dus contact op met Comeb.”

Trui: “Toen ik het tv-programma ‘Als je eens wist’ over kindermishandeling zag, geraakte ik in paniek en kon ik niet meer slapen.”

© ID / Josefien Tondeleir

Wat gebeurt er op dat moment, Bie?

Bie: “We gaan eerst na of de vraag van mensen op zijn plaats is bij Comeb. Bij de opstart van een traject stel ik mezelf en de Commissie uitgebreid voor. Het belangrijkste is om mensen de stem te geven die ze jarenlang niet gehad hebben. Het is noodzakelijk dat het verhaal een plek krijgt, maar ook de overlever.”

‘Ik probeer mensen de controle over de situatie, terug te geven.’

“Ik luister naar wat mensen nodig hebben en probeer hen de controle over de situatie, terug te geven. Wat mooi was bij Trui: ze kon snel duidelijk maken waar ze nood aan had. Een gesprek met vader en moeder, zodat er nadien ook nog een relatie kon zijn. Wij hebben dat proces gefaciliteerd.”

Wat is er concreet gebeurd?

Bie: “Eerst was er natuurlijk het gesprek met Trui. Daarna hebben ook haar man, kinderen, broer en zus op haar vraag de kans gekregen om met ons in gesprek te gaan. Haar man en dochter zijn daarop ingegaan.”

Trui: “Ook zij hadden hun verhaal. Voor mij was het betekenisvol dat ook zij dat konden brengen. Het contact met mijn broer en zus is trouwens tijdens en ook na het traject nog sterker geworden. Ik heb heel open met hen kunnen praten.”

Bie: “Daarna ben ik met zowel haar moeder als haar vader in gesprek gegaan. Ik hoorde ook hun verhaal aan, zonder oordeel. Als bemiddelaar beluister ik ieders verhaal en wat de noden zijn, maar houd ik ook spiegels voor.”

‘Je kan een bom droppen, maar welk antwoord krijg je dan?’

“Als plegers instemmen met een bemiddeling, bereiden we alles tot in de puntjes voor. Dat gaat tot details als wie op welke stoel gaat zitten, maar ook om onzichtbare signalen. Wat ik zeker meegeef aan mensen, is om na te denken hoe ze hun boodschap brengen. Hoe zorg je ervoor dat je gehoord wordt? Je kan een bom droppen, maar welk antwoord krijg je dan?”

Trui: “Als je opnieuw in contact gaat met de dader, is het belangrijk na te denken wat je wil laten zien. Kwaadheid? Kwetsbaarheid? Sterkte? Je moet bij jezelf onderzoeken wat je behoeften zijn, wat belangrijk is dat in dat contact. Die voorbereiding biedt houvast en veiligheid.”

Hoe verliepen de gesprekken met jouw ouders, Trui?

Trui: “Ik wilde vooral dat ze eindelijk inzagen wat er gebeurd is in mijn jeugd. Welke impact dat op mij heeft gehad. Dat ze voor één keer niet naar zichzelf maar naar mij keken.”

“Het gesprek met mijn vader is redelijk verlopen. De man heeft niks ontkend en heeft een beetje moeite gedaan om mijn pijn te zien. Maar ik denk dat hij simpelweg niet in staat is tot empathie. Hij hervalt snel in: ‘Ik deug niet, ik ben als slechte mens geboren.’”

‘Ik denk dat hij simpelweg niet in staat is tot empathie.’

“Ik heb hem ook gevraagd of hij geen geweten had. Daar kon hij niet op antwoorden. Hij dacht eigenlijk zijn blazoen op te poetsen met dat gesprek: ‘Kijk eens, ik doe dit toch maar, je zal niet veel mensen vinden die dit willen doen.’ Misplaatst, maar zo ken ik hem.”

En het bemiddelingsgesprek met je moeder?

Trui: “Daar zijn we snel gestopt. Zij was totaal niet in staat om uit haar eigen slachtofferrol te komen. Het ging alleen maar over haar.”

Bie: “Trui had alles uitgetypt wat ze wilde zeggen. Heel duidelijk, krachtgericht. Hoe het was, hoe het nu is, en hoe ze de toekomst ziet. Ze heeft kunnen aangeven hoe grensoverschrijdend het was, hoeveel pijn dingen gedaan hebben, maar ook wat zij nu nodig heeft. Dat hebben zowel haar vader als moeder kunnen horen.”

Nu is het traject afgerond?

Trui: “Ja. In de ideale wereld was ik tot vergiffenis gekomen. Niet alleen voor de ander, maar vooral voor mezelf. Zo ver zijn we niet geraakt, maar dat is oké.”

‘De problematiek is te zwaar voor een mirakeloplossing.’

“De problematiek is te zwaar voor een mirakeloplossing, en de persoonlijkheid van mijn ouders valt niet te veranderen. Als Bie zegt dat het voor Comeb belangrijk is dat slachtoffers opnieuw in hun kracht komen, dan zijn dat voor mij geen holle woorden. Zo voelde het ook echt.”

Is er nog contact?

Trui: “Ja, maar alleen in een gecontroleerde omgeving. Mijn vader belt nog wel eens. Dan krijg ik de vraag hoe het gaat, maar dat voelt heel geforceerd, alsof hij onthouden heeft dat hij dat moet doen. Als ik iets over mezelf vertel, hoor ik alleen ‘uhu, uhu’. Waarna hij weer over zichzelf begint. Maar zo hoeft het voor mij dus niet meer.”

“Ik vind het wel belangrijk dat alles nu een betere plaats heeft gekregen binnen onze familie. Er zijn meerdere kleinkinderen, die zich elk op hun manier tot hun grootouders en dit verhaal kunnen verhouden. Ook ik heb daar mijn plaats in. Die moet niet groter zijn dan nodig, maar ook niet kleiner. Mijn leed mag er zijn, want het was niet min.”

Bie: “Bij institutioneel geweld is er vaak geen contact meer geweest tussen dader en overlever, en houdt het na de bemiddeling ook weer op. In families blijven verhalen evolueren. Dat maakt zo’n bemiddeling moeilijker, maar niet onmogelijk.”

Bie: “Trui is opnieuw dichter bij zichzelf gekomen. Haar strijd is niet voorbij, maar er is wel iets verschoven.”

© ID / Josefien Tondeleir

Wanneer is een traject voor jou geslaagd, Bie?

Bie: “Als het voor de mensen geslaagd is. Het traject met Trui heeft bijna een jaar geduurd. Als ik zie hoe ons eerste contact was, en hoe ze doorheen de maanden gegroeid is… Ze is opnieuw dichter bij zichzelf gekomen. Haar strijd is niet voorbij, maar er is wel iets verschoven. Ze heeft dingen kunnen zeggen tegen haar vader die ze daarvoor nooit had kunnen uitspreken. Maar dat heeft ze zelf gedaan, niet ik.”

‘Trui heeft dingen kunnen zeggen tegen haar vader die ze daarvoor nooit had kunnen uitspreken.’

Trui: “Bie is een mooi mens, maar ook heel professioneel. Ik vertel in dit interview veel meer tegen jou, dan ik ooit tegen haar heb moeten zeggen. Ze wist met weinig woorden veel progressie te boeken.”

Bie: “Uiteindelijk heeft Trui niet alles gekregen wat ze wilde. Zeker niet van haar moeder. Maar dat maakt het traject niet negatief. Door zo’n proces te ervaren kan een overlever zien: dit is wat ik vandaag nog kan verwachten en dit is hoe ik me daartoe kan verhouden.”

Draaien bemiddelingstrajecten soms uit op mislukkingen?

Bie: “Je hebt nooit in de hand of er herstel komt. Soms komt er geen contact met de vermeende pleger, soms lost dat contact de verwachtingen helemaal niet in. Dat maak ik ook van in het begin duidelijk aan overlevers. Ik bevraag mensen wat die uitkomst voor hen zou betekenen. Maar binnen de werking van Comeb, bij deze problematieken, vind ik het traject dat je samen loopt belangrijker dan het resultaat. Mensen maken hoe dan ook een transformatie door. Het heeft altijd een betekenis.”

‘Je hebt nooit in de hand of er herstel komt.’

“Soms willen mensen trouwens geen bemiddeling, is een erkenning genoeg. En soms moeten we tot de conclusie komen dat bemiddeling wellicht niet de juiste weg is. Omdat mensen verkeerde verwachtingen hebben, bijvoorbeeld. Maar ook omdat we zien dat een pleger net nog meer schade zou aanrichten. De vraag die we ons moeten stellen: kan er door dit proces een lading van het leed af? Het kan nooit de bedoeling zijn om extra schade te berokkenen.”

Op de website van Comeb staan verschillende beleidsadviezen, zoals de mogelijke invoering van een slachtofferstatuut met structurele rechten, of meer aandacht voor trauma bij het RIZIV.

Bie: “Bij heel wat overlevers zien we dat het leven op uiteenlopende domeinen niet loopt zoals het hoort. We weten steeds beter dat vroegkinderlijk en chronisch trauma, sporen nalaat in het lichaam. We zien de fysieke en mentale gevolgen. Maar als overlevers met die gezondheidsproblemen door de controlesystemen van het RIZIV gestuurd worden, worden ze vaak niet geloofd. Ze worden slecht bejegend, de link met trauma wordt niet gelegd. Zo worden mensen opnieuw slachtoffer. Het zou mooi zijn als onze samenleving daar met meer zorg mee omgaat.”

Ik las op jullie site ook enkele andere getuigenissen. Wat opvalt: overlevers lijken soms te schrikken dat het jullie lukt om de daders te overtuigen tot een gesprek.

Bie: “Correctie: wij overtuigen niet. Wij leggen de manier van werken uit, mensen kiezen zelf of ze vrijwillig instappen. Wij vormen geen oordeel, hebben niets met het gerecht te maken, en luisteren naar hun verhaal. Dat zijn elementen die de drempel kunnen verlagen voor vermeende plegers. Maar als mensen niet willen, dan stopt het ook. Dat is dan de boodschap die we moeten terugbrengen naar de overlevers.”

Tot slot: hoe gaat het vandaag met jou, Trui?

Trui: “Recent ben ik op medisch pensioen gezet. Gediagnosticeerd met wat men uitputtingsziekten noemt: burn-out, prikkelbare darmsyndroom, fybromyalgie en chronisch vermoeidheidssyndroom. Ik lijd ook aan een chronische PTSS en een angstproblematiek.”

“Ik had als jurist een loopbaan uitgebouwd bij de overheid. Maar door mijn jeugdervaringen heb ik in mijn leven tien keer harder moeten werken om gewoon maar gelijke tred te kunnen houden met ‘normale’ mensen. Ik deed elke dag als het ware aan topsport, zonder dat iemand het zag. Dat is wat je leert als overlever: voortgaan, je plan trekken, doen alsof. Het cynische is: hoe beter je daarin wordt, hoe moeilijker het voor anderen uiteindelijk is om je trauma te zien.”

“Ik ben dankbaar dat ik nu een pensioen krijg, daar ga ik niet over klagen. Maar ik had liever mijn loopbaan vervolmaakt. Ik kwam op een leeftijd, met de kinderen uit huis, dat ik nog een sprong had kunnen maken. Die gemiste kans blijft knagen.”

Reacties [2]

  • Dolores

    Wel mooi dat ook volwassenen van 50 jaar in hun leed kunnen worden erkend.

  • MAGDA VAN GANSEN

    Spijtig genoeg blijven veel.jongeren lang in.die moeilijke situaties zitten, niet wetend waar te beginnen aan de kluwe van het dagdagelijks misbruik. Ik denk dat er zeker maandelijks een.persoonlijk. gesprek moet zijn.met een. ervaren psycholoog in.iedere klas, die persoonlijk de juiste vragen stelt…

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.