Trauma
Televisiemaker Kat Steppe is verrast als ik haar bel. “Ik wist niet dat er een interview gepland stond. Maar het is helemaal oké!” Het zijn drukke tijden voor Steppe. Na geprezen televisiewerk als ‘Goed Volk’ en ‘Taboe’ debuteerde ze dit jaar met ‘Zondag de negenste’: haar eerste langspeelfilm. Daarin schetst ze de verstoorde relatie tussen twee broers.
Horst heeft Alzheimer en verblijft in een woonzorgcentrum. Franz worstelt met geldproblemen en zoekt zijn broer na lange tijd opnieuw op. Hun weerzien verloopt niet zonder slag of stoot. De cognitieve problemen van de oudste bemoeilijken het contact. Al speelt er onder de waterlijn nog veel meer: een traumatische geschiedenis die beide broers tekende.
‘Mensen zijn wie ze zijn dankzij, of ondanks, hun verleden.’
Volgens Steppe draait haar film vooral om herinneringen en je verleden, meer nog dan over het geheugen. “Mensen zijn wie ze zijn dankzij, of ondanks hun verleden. Een fascinerende vaststelling. En dankbaar werkmateriaal voor deze film.”
“Daarbij is dementie een van de meest voorkomende ouderdomsziektes. Iedereen kent wel iemand. Net daarom moeten we altijd achter de ziekte blijven kijken. Mensen zijn nooit lege omhulsels. Hun geschiedenis verdwijnt niet en werkt nog steeds door in wie ze vandaag zijn.”
Verdwenen dagen
‘Zondag de negenste’ start met een Iers gedicht van John O’Donohue: “Er is een plek waar al onze verdwenen dagen zich in het geheim verzamelen, en die plek heet het geheugen.” Steppe: “Die regel spreekt me heel erg aan. Al van jongs af ben ik gefascineerd door de tijd en hoe die onherroepelijk voorbijgaat. Ik wil niets vergeten. Daarom hou ik alles bij: een bloempotje, een menu- of ansichtkaart, enzovoort. Ik heb ze nodig om bepaalde herinneringen te kunnen oproepen.”
“Hoe kan je alle verdwenen dagen bijhouden? Op die vraag geeft het gedicht een troostend antwoord. Herinnering verdwijnen meestal niet definitief. Ze kunnen zich altijd opnieuw manifesteren. Via een geur, geluid, of onaangekondigd vanuit het niets.”
‘Hoe kan je, als de tijd onherroepelijk voorbijgaat, alle verdwenen dagen bijhouden?’
Zoals in de roman ‘A la recherche du temps perdu’? Steppe bevestigt: “Soms gaan er deuren open naar plekken waar je niet meer bij kon –een bijzondere vakantiedag, een gesprek. Je kan het verleden niet eeuwig vasthouden, maar wel herbeleven en voelen, er in uitgesteld relais betekenis aan geven. Als dat klopt, wie ben je dan als je de cognitieve toegang tot dat verleden verliest? Hoe herken je je jezelf? En wie ben je nog in de ogen van anderen?”
“Mensen met Alzheimer raken moeilijker, en later helemaal niet meer, aan concrete herinneringen. Maar die herinneringen lieten wel een emotionele afdruk achter. Bij het horen van een lied of het zien van een bepaalde foto kan je nog heel veel voelen, ook al herken je de betekenis niet langer. Een levensloop geeft iemands persoonlijkheid en gevoelswereld vorm. Je wordt een unieke mens. Die mens verdwijnt niet van zodra je de toegang tot je verleden verliest.”

“Bij het horen van een lied of het zien van een bepaalde foto kan je nog heel veel voelen, ook al herken je de betekenis niet langer.”
© Zondag de negenste
Een mens
Misschien is gevoel een vorm van herinneren? “Ook iemand met Alzheimer ervaart emoties die uit iets wezenlijks voortvloeien. Dat moeten we altijd voor ogen houden. Omdat het tot meer begrip kan leiden. Mensen met Alzheimer kunnen vreemd gedrag stellen. Duw dat niet zomaar weg. Ga er maar van uit dat er een bepaalde verklaring is. Maar besef ook dat je die verklaring misschien nooit zal vinden. Blijf de mens achter de ziekte zien. Dat is mijn pleidooi.”
‘Zondag de negenste’ werd grotendeels gedraaid in een Antwerps woonzorgcentrum. Fictie en werkelijkheid lopen voortdurend door elkaar. Dat alles mooi in elkaar grijpt, is geen toeval. Steppe: “De maanden voor we begonnen met filmen, ging ik met iedereen praten: bewoners, zorgverleners, familieleden, enzovoort. Zo raakte iedereen vertrouwd met de crew.”
‘In “Zondag de negenste” lopen fictie en werkelijkheid voortdurend door elkaar.”
“Ik wilde weten wie de bewoners waren, waarvan ze (niet) hielden en hoe ze samenleefden op de afdeling. Op de duur herken je patronen. Je kent de vaste trajecten die mensen wandelen. Je weet wie waar zit tijdens de lunchpauzes en waarover ze het mogelijks zullen hebben. Je kent de ronde van het zorgpersoneel. Ik heb mijn script rond die realiteit geschreven. De acteurs speelden hun rol, de bewoners deden wat ze ook zonder onze aanwezigheid gedaan zouden hebben.”
“In geen geval wilde ik hen proberen regisseren. Dat zou erg onkies aanvoelen. Je kan mensen niet vragen om dingen te doen die in mijn script zouden passen, zonder dat ze begrijpen waarom. Als je geen afspraken kan maken, kan je ook geen toestemming krijgen. Dus werkten we omgekeerd. Onze acteurs deden het werk, de bewoners speelden zichzelf.”
Meer dan decorum
“Er was een vrouw die altijd opnieuw vertelde over een verjaardagsfeest dat nooit had plaatsgevonden. Ik wist dat ze het verhaal ook zou vertellen in aanwezigheid van dr. Mouton, Peter Van den Begin en Josse De Pauw. Wat daaruit voortvloeide was zowel een scene als een soort didactische les over de manier waarop het geheugen soms werkt voor de fictieve personages.”
‘Onze acteurs deden het werk, de bewoners speelden zichzelf.’
Steppe benadrukt dat de WZC-bewoners veel meer waren dan een decor. “Ze voegden dramatische vertelelementen toe. Ze bepaalden hoe sommige scenes eruitzagen, net omdat we het script rond hun gewoontes schreven. Die kruisbestuiving zag je ook inhoudelijk. Sommige verhaallijnen lijken op de verhalen die ik van bewoners hoorde. Ergens is dat ook onvermijdelijk. Als fictieschrijver baseer je je altijd op gesprekken, op wat je ergens registreerde. Dat staat niet los van de realiteit.”
Waarom legde Steppe de lat zo hoog voor zichzelf? Misschien was het makkelijker filmen geweest met alleen maar acteurs? “Ik kan mijn achtergrond in documentaire niet helemaal loslaten”, legt ze uit. “Soms tot frustratie van de crew, want fictie en realiteit bleken niet altijd compatibel te zijn. Toch zullen ook toekomstige fictieprojecten vermoedelijk een hybride vorm aannemen. Volgens mij geeft dat een project een unieke kleur. Fictie en realiteit versterken elkaar.”
“De zorgmedewerkers van Woonzorgcentrum Onze Lieve Vrouw Antwerpen doen echt fantastisch werk. Ze nemen tijd voor liefdevolle, afgestemde zorg. Daarbij leggen ze de lat erg hoog voor zichzelf. Ik schrok ervan hoe kritisch ze hun eigen handelen soms evalueren.”
Geduldig observeren
‘Zondag de negenste’ verschilde dus niet fundamenteel van haar eerdere werk. “Eigenlijk deed ik wat ik altijd doe. Geduldig observeren en registreren. En vervolgens zorgvuldig monteren. Toon niets van anderen wat je zelf niet zou willen tonen. Dat is nog steeds mijn basisregel.”
Eén scene toont hoe een vrouw haar man met Alzheimer vraagt of hij haar nog graag ziet. “Nee”, antwoordt hij kort en duidelijk. Ook de fictieve personages Franz en Andrea proberen zich te verhouden tot de ziekte van Horst. Aanvankelijk doet Franz neerbuigend en pesterig over de vergeetachtigheid van zijn broer, maar dat verandert naar het einde van de film.
‘Toon niets van anderen wat je zelf niet zou willen tonen. Dat is mijn basisregel.’
Steppe: “De impact voor families kan groot zijn. Hoewel Alzheimer geen betekenisvol leven uitsluit, maakt het sommige zaken wel moeilijker. Wat als een gedeeld geheugen verdwijnt of vervormd raakt? Die uitdaging zit mooi in de relatie tussen Horst en zijn voormalige geliefde Andrea. Ook zij bezoekt Horst in het woonzorgcentrum. Tijdens haar bezoekjes blijkt hoe hun relatie voorwerp van zowel verdriet als herkenning is.”
“Op bepaalde momenten weet Horst niet wie Andrea is, laat staan wat ze vroeger hadden. Maar er zijn ook momenten van verbinding, bijvoorbeeld als hij haar net zoals vroeger galant een stoel aanbiedt of als zij hem wast in de douche. Horst weet niet meer alles, maar voelt nog veel. Ook zaken die hij niet kan plaatsen. De directe manier waarop hij die verwarring deelt, roept nieuwe vragen op. Er zijn geen eenvoudige antwoorden, alleen pogingen tot.”

“Horst weet niet meer alles, maar voelt nog veel. Ook zaken die hij niet kan plaatsen.”
© Zondag de negenste
Geboortevolgorde
In de film spelen ook klassieke familiedynamieken een rol. “Hoe broers en zussen zich tegenover elkaar verhouden, is een krachtige lens om thema’s zoals schaamte en schuld te verkennen. De geboortevolgorde creëert vaak al een realiteit op zich. In zekere zin effent een eerstgeborene het pad. Hij is het ijkpunt waartegen de volgende zich afzet. Die dynamiek van positioneren en verhouden tegenover is tijdloos.”
“Het karakter en de levensloop van jongere kinderen worden mee bepaald door het traject van de oudste”, verduidelijkt Steppe. “Dat bleek bijvoorbeeld tijdens de ‘Goed Volk’- aflevering met vier gepensioneerde broers in Frans-Vlaanderen. Ze woonden samen op het ouderlijk erf en hadden nooit een partner gehad.”
‘Een eerstgeborene effent het pad. Hij is het ijkpunt waartegen de volgende zich afzet.’
“De eerste was een bonkige, stoere boer die de paarden temde. Een echt leidersfiguur. Nummer twee had jarenlang lesgegeven als filosofieprofessor. Eén en al verfijning. ‘Als mijn broer iemand anders was geweest, ik waarschijnlijk ook’, vatte die laatste het samen. ‘Maar hij was wie hij was. En dus deed ik het omgekeerde.’ Nummer drie was de lolbroek van de familie en de jongste kreeg simpelweg de ruimte om de jongste te zijn. Of de minst verantwoordelijke.”
“Aan die universele dynamieken ontsnap je niet zomaar. Eigenlijk krijg je al van bij de geboorte een script mee. Ik hoop dat die dynamiek ook zichtbaar wordt in mijn film. Ik probeerde een beeld te schetsen van hoe familiedynamieken en een familieverleden mensen vormen. De Alzheimer van Horst creëert vervolgens een soort deadline om de ‘emotionele boekhouding’ tussen hemzelf en Franz in orde te brengen.”
Betutteling?
“Goede zorg vindt plaats van mens tot mens”, vervolgt Steppe. “Sommige zaken kan je onmogelijk in procedures of richtlijnen gieten. Neem bijvoorbeeld betutteling. ‘Wat zijn ‘we’ aan het doen?’, kan heel paternalistisch overkomen. Horst laat dit ook duidelijk blijken in de film.”
“Maar ik moet ook denken aan zorgkundige Nathalie, die één van de bewoners consequent aanspreekt met ‘jongen’: ‘Wil jij nog een koffie, jongen?’ ‘Zet u hier maar neer, jongen’, enzovoort. Op papier is dat woordgebruik erg betuttelend. In de praktijk sprak er vooral een grote genegenheid uit. Zij zag Hubert echt graag. En omgekeerd.”
“Volgens mij ontstaat menselijke zorg in de blijvende afstemming tussen zorggevers en zorgnemers. Vind je dit oké? Mag ik dat zo zeggen? Het vergt openheid tegenover de signalen van de ander en kritische reflectie tegenover je eigen handelen. Het gaat om een menselijke houding aannemen, telkens opnieuw. Dat kan je niet in kant-en-klare regels gieten.”


Reacties