Opinie

Zorgclowns zetten in op nabijheid zonder woorden: ‘Sociale professionals praten te veel’

Katleen Noels

Katleen Noels heeft als opvoeder al heel wat ervaring in de zorg. Omdat ze vindt dat daar vaak te weinig aandacht is voor de belevingswereld van de cliënt of bewoner, werd ze zorgclown: “Die intuïtieve manier van afstemmen vormt de kern van mijn werk. Ze helpt me om te kijken, te volgen en aanwezig te zijn, ook wanneer communicatie kwetsbaar is.”

communicatie

© Unsplash+ / Getty Images

Non-verbale laag

Ik werkte jarenlang als orthopedagogisch begeleider in de gehandicaptenzorg, ouderenzorg, kinderopvang en buitengewoon onderwijs. Ik stelde er vast dat veel sociaal werk vertrekt vanuit gesprekken, duiding en analyse.

‘Non‑verbaal afstemmen is een professionele kerncompetentie die in veel opleidingen en praktijken onderbelicht blijft.’

Dat is waardevol, maar het creëert ook een blinde vlek: de non‑verbale laag waarin veiligheid, vertrouwen en relationele afstemming ontstaan. Wie werkt met mensen met dementie, met kinderen met prikkelgevoeligheid of met jongeren die zich moeilijk uitdrukken, weet hoe vaak woorden tekortschieten of zelfs verstoren. Nabijheid is dan geen kwestie van spreken, maar van kijken, wachten, volgen en niets forceren. Non‑verbaal afstemmen wat mensen nodig hebben en wat jij kan aanbieden, is geen bijkomstigheid. Het is een professionele kerncompetentie die in veel opleidingen en praktijken onderbelicht blijft.

Om die lacune mee te helpen invullen, volgde ik opleidingen die aandacht besteden aan het belang van non-verbale communicatie. Ik vond er een taal die precies aansluit bij wat ik in de zorg miste: een manier van aanwezig zijn die niet vertrekt vanuit protocollen, rigide procedures, personeelsroosters maar vanuit afstemming. Speelsheid, theater en belevingsgerichte zorg zijn voor mij geen technieken, maar manieren van kijken.

Andere ingangen zoeken

Al die elementen komen terug in wat ik vandaag graag doe: als zorgclown verbinding maken met mensen die kwetsbaar zijn.

Wat doet zo’n zorgclown? Als verbale communicatie moeilijk is, bijvoorbeeld omwille van dementie, dan zoekt de zorg- of contactclown andere ingangen om contact te maken. Niet via woorden, maar wel via herkenning, ritme of een voorwerp dat iets oproept. Ik heb dus altijd een materialenkoffer bij me met eenvoudige, vertrouwde huishoudelijke voorwerpen die kenmerkend zijn voor een bepaalde periode: een bakelieten telefoon, een stuk Sunlight-zeep, een oude koffiemolen, een paternoster, een misboekje. Dingen die geen uitleg vragen, maar associaties en herinneringen aanraken.

‘Speelsheid, theater en belevingsgerichte zorg zijn voor mij geen technieken, maar manieren van kijken.’

Zorgclowns lijken op cliniclowns, de variant die bekend is bij een breder publiek. Het verschil zit vooral in doelpubliek en context. Cliniclowns richten zich vaak op kinderen in een ziekenhuissetting, waar spel en humor helpen om een moeilijke opname draaglijker te maken. Een zorgclown richt zich  minder op afleiding maar zoekt naar contact en communicatie, afgestemd op wat iemand op dat moment nog kan opnemen.

De kleine zingende pop

Een tijdje geleden was ik in een woonzorgcentrum. Ik wandelde rond in de gemeenschappelijke ruimte en stapte met mijn materialenkoffer naar een bewoner die zich volledig had teruggetrokken in haar eigen wereld. Ze reageerde niet op mijn aanwezigheid, niet op geluid, niet op beweging. Toch bleef haar blik telkens hangen bij één voorwerp in mijn koffer: een kleine zingende pop.

Ik gaf haar de pop, zonder woorden, zonder verwachting. Ze nam het popje voorzichtig in haar armen, wiegde het, streelde het gezichtje, maakte zachte geluidjes. Haar hele lichaam veranderde: haar schouders ontspanden, haar blik werd helder en gericht. Ze was niet langer afgesloten, maar aanwezig. Niet bij mij, maar bij dat kleine stukje herkenning dat haar bereikte.

Katleen Noels

Zorgclown Katleen Noels: “Mensen voelen zich gezien wanneer je nabij bent, niet wanneer je veel woorden gebruikt.”

© Katleen Noels

Ontmoeting

In mijn werk zie ik hoe nabijheid vaak begint in het kleine. In blijven staan, in kijken, in niets willen oplossen. Soms is het een ademhaling die rustiger wordt, een blik die even helder wordt of een hand die naar je toe beweegt. Zulke kleine momenten kan je moeilijk benoemen. Ze ontstaan wanneer professionals hun tempo afstemmen op dat van de ander, wanneer rollen even vervagen en wanneer speelsheid wordt toegelaten als relationele ingang. Dat is precies wat ik in clownerie leerde: geen optreden, maar aanwezigheid. Geen spektakel, maar ontmoeting.

In woonzorgcentra zie ik hoe een bewoner tot leven komt wanneer hij de regie even mag overnemen. Niet omdat ik iets uitleg, maar omdat ik uitnodig: met een gebaar, een blik, een ritme dat we samen zoeken.

Ook andere getuigenissen uit de zorg bevestigen dat. Begeleiders vertellen hoe bewoners glimlachen, zelfs wanneer ze aanvankelijk sceptisch zijn. Zorgclowns getuigen van het aanspreken van emoties, van het terugvinden van verloren plezieren, van het mee huilen en lachen. Het zijn woorden die raken aan de essentie: mensen voelen zich gezien wanneer je nabij bent, niet wanneer je veel woorden gebruikt.

Jong en oud

Daarvoor hoeft niet steeds een zorgclown aanwezig te zijn. In een woonzorgcentrum werkten bewoners en peuters samen aan een collage voor de komst van de Sint. Wat mij raakte, gebeurde niet in de activiteit zelf, maar in de kleine gebaren ertussen: een bewoner die de hand van een onzeker kindje vasthoudt, een peuter die zonder schroom op een schoot kruipt, een gedeelde lach die leeftijd en rollen even doet vervagen. Het was alsof de vraag wie zorg gaf en wie ontving niet meer relevant was.

Die momenten tonen hoe verwondering een professionele houding kan zijn en hoe wederkerigheid zichtbaar wordt wanneer we kijken naar wat er tussen mensen gebeurt.

Juf circus

In het buitengewoon onderwijs is de vraag dezelfde als in woonzorgcentra: hoe kom je dichtbij zonder te verstoren? Hoe maak je contact zonder te overvragen? Kinderen en jongeren met prikkelgevoeligheid tonen haarfijn wanneer je te snel gaat, te luid bent of te veel wil. Contact ontstaat wanneer je hun ritme volgt, wanneer je hen niet dwingt tot interactie, maar uitnodigt tot aanwezigheid.

‘Betekenisvol werk begint bij kleine momenten waarin iemand je aanwezigheid verdraagt’

In buitenschoolse kinderopvang merk ik hoe speelsheid een ingang kan zijn. Een kind dat mij “juf circus” noemt, raakt aan iets essentieels: speelsheid verlaagt drempels en maakt rollen minder star. Het opent contact zonder dat er iets moet worden uitgelegd. Voor kinderen is humor geen afleiding, maar een manier om te testen of iemand veilig is. Voor mij is het een manier om nabij te komen. Die intuïtieve manier van afstemmen vormt vandaag de kern van mijn werk. Ze helpt me om te kijken, te volgen en aanwezig te zijn, ook wanneer communicatie kwetsbaar is.

De dag kan niet meer stuk

Getuigenissen uit de zorg tonen hoe krachtig deze manier van werken is. Bewoners die vanuit een verre uithoek van de ruimte volgen en stelselmatig dichterbij komen. Ze geven hun sceptisme op en eindigen met een glimlach. Mensen die clownerie kinderachtig noemen, blijven toch zitten en doen uiteindelijk mee. Anderen zeggen dat de dag niet meer stuk kan wanneer de clowns zijn geweest. Het zijn reacties die tonen dat non‑verbale afstemming geen zachte extra is, maar een vorm van professionele nabijheid die mensen opnieuw in hun menselijkheid zet.

Betekenisvol werk begint niet bij grote plannen of methodieken. Het begint bij kleine momenten waarin iemand je aanwezigheid verdraagt. Bij een kind dat je een bijnaam geeft die precies raakt aan wie je bent. Bij een bewoner die even oplicht. Bij een peuter die op een schoot kruipt. Daar, in die non‑verbale laag, ontstaat de mogelijkheid tot echte verbinding en dialoog.

Reacties

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.