Opinie

‘Zorg en ecologie hoeven elkaar niet uit te sluiten’

Herman Vereycken

Natuur draagt bij aan onze gezondheid. Ook binnen de zorgsector zijn er daarom steeds meer initiatieven te vinden die zorgen voor een streepje groen. Herman Vereycken (Terra-Therapeutica vzw) juicht dat toe, maar waarschuwt dat zorg ons uitgangspunt moet blijven, niet ecologie: “Een ruige bloemenweide kan voor sommige bewoners verwarrend of zelfs ontregelend werken.”

© Unsplash / Gill Steens

Ecologie of zorg?

Binnen de zorgsector groeit het besef dat natuur bijdraagt aan welzijn en gezondheid. Tegelijk zien we dat het gesprek over groen en gezondheid steeds vaker vertrekt vanuit natuurontwikkeling en ecologische doelstellingen. Dat roept een fundamentele vraag op: is zorg ons vertrekpunt wanneer we natuur binnenbrengen in zorgcontexten, of focussen we op ecologie?

‘Hoe kunnen we natuur doelgericht inzetten?’

Die vraag is geen detail. Ze bepaalt hoe we werken, wie verantwoordelijkheid draagt, welke opleidingen nodig zijn en vooral: wie of wat staat centraal?

Verschuiving in perspectief

Het idee dat natuur een helende kracht bezit, is oud. Doorheen alle culturen en tijden staat de tuin symbool voor geborgenheid, herstel en beschutting. Niet de ongerepte natuur, maar de begrensde, verzorgde tuin bood veiligheid en betekenis voor mensen in nood. In kloosters, hospitalen en sanatoria maakte groen deel uit van het zorgconcept.

In Vlaanderen kreeg dit verhaal de afgelopen decennia een nieuwe wending. Onder invloed van biodiversiteitsdoelstellingen, klimaatbeleid en ruimtelijke agenda’s kwam er meer aandacht voor natuurontwikkeling binnen zorgdomeinen. Zorginstellingen werden gezien als potentiële plekken voor ecologische winst: grotere domeinen, open ruimte, kansen voor biodiversiteit.

‘Zorginstellingen worden gezien als potentiële plekken voor ecologische winst.’

Die ontwikkeling leidde tot waardevolle initiatieven, maar ook tot een verschuiving in perspectief. De centrale vraag werd steeds vaker: Hoe creëren we meer ruimte voor groen in de zorg? Daarbij verdween de vraag ‘Hoe kunnen we natuur doelgericht inzetten binnen bestaande zorgtrajecten?’ naar de achtergrond.

Twee logica’s, één werkveld

Vandaag zijn in Vlaanderen twee verschillende, maar complementaire logica’s zichtbaar. Enerzijds zijn er natuurgeörienteerde actoren en netwerken. Zij focussen op biodiversiteit, natuurontwikkeling en natuurbeleving. Hun werk is cruciaal voor maatschappelijke bewustwording, ruimtelijke kwaliteit en het herstellen van de relatie tussen mens en omgeving.

Anderzijds zijn er zorg- en welzijnsactoren die dagelijks werken met kwetsbare mensen. Zij vertrekken vanuit zorgkwaliteit, professionele verantwoordelijkheid, ethiek en veiligheid. Hun handelen is ingebed in zorgtrajecten, multidisciplinaire samenwerking en duidelijke rolafbakening.

De spanning ontstaat wanneer deze logica’s door elkaar beginnen te lopen.

Een helder vertrekpunt nodig

Wanneer natuur het vertrekpunt vormt in zorgcontexten, dreigt zorg gereduceerd te worden tot decor. Sommige natuurorganisaties zien de inzet van natuur in functie van zorg dan weer als een instrumentele benadering.

‘Inheemse planten en bloemenweides  sluiten niet altijd aan bij de leefwereld van kwetsbare doelgroepen.’

Maar zorg en ecologie hoeven elkaar niet uit te sluiten. Ze vragen wel een helder vertrekpunt. Die nood aan afstemming wordt bevestigd door internationaal onderzoek naar zorgontwerp en therapeutisch groen.Marcus, C.C.; Sachs, N.A. (2014). Therapeutic Landscapes: An Evidence-Based Approach to Designing Healing Gardens and Restorative Outdoor Spaces; Wiley & Stigsdotter, U.; Grahn, P. (2002). What makes a garden a healing garden? Journal of  Therapeutic Horticulture

Bijvoorbeeld: vanuit ecologisch oogpunt wordt terecht ingezet op inheemse planten, bloemenweides en natuurlijke structuren. Toch sluiten ze niet altijd aan bij de leefwereld van kwetsbare doelgroepen.

Herkenbaar en overzichtelijk

Onderzoek uit de omgevingspsychologie toont namelijk aan dat mensen met cognitieve kwetsbaarheid, psychische problematiek of verhoogde prikkelgevoeligheid vaak meer baat hebben bij verzorgde, overzichtelijke en herkenbare natuur. Een ruige bloemenweide, een uitgebloeide vegetatie of principes als ‘maai mei niet’ kunnen voor sommige bewoners verwarrend of zelfs ontregelend werken, met een negatieve invloed op hun gemoedstoestand.Andere voorbeelden van onderzoek hierover: dit artikel over mensen met dementie en dit artikel over mensen met autisme.

Daarom benadrukken onderzoekers dat het vertrekpunt van elk ontwerp voor zorgcontexten altijd de doelgroep moet zijn: hun noden, mogelijkheden en kwetsbaarheid.

Wie krijgt de regie?

Ook in het beleid is dit spanningsveld zichtbaar. In het samenwerkingsakkoord tussen het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA) en het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) van 2019 werd de regie rond natuur in zorginfrastructuur in belangrijke mate bij het natuurbeleid gelegd.

Het agentschap engageerde zich om de zorgsector te ontzorgen en natuur structureel te integreren in zorgomgevingen. Toch bleek in de praktijk dat deze initiatieven slechts in beperkte mate aansluiting vonden bij de dagelijkse realiteit van zorg- en welzijnsactoren. De focus lag vaak op natuurontwikkeling en biodiversiteit, terwijl vragen rond begeleiding, kwetsbaarheid en professionele zorg minder expliciet aan bod kwamen.

Binnen de Green Deal Duurzame Zorg zien we vandaag een gelijkaardige dynamiek: natuurbeleid neemt een actieve voortrekkersrol op, ondersteund door aanzienlijke middelen en onderzoeksprojecten. Universiteiten en hogescholen worden betrokken, vaak met een sterke focus op biodiversiteit en ecologische meerwaarde.

De vraag is niet of dit waardevol is, dat is het zeker vanuit natuuroogpunt, maar wel of daarbij voldoende ruimte wordt voorzien voor zorginhoud, opleiding en professionele afbakening.

Waarom opleidingen onmisbaar zijn

Vandaag bieden verschillende natuurorganisaties vormingen aan die het volledige speelveld willen bestrijken: van natuurbeleving en welzijn, tot therapeutisch geïnspireerde workshops en korte coachingstrajecten. Deze initiatieven kunnen inspirerend zijn en mensen in beweging brengen.

Tegelijk bewegen ze zich steeds vaker op het grensvlak van zorg en therapie, zonder duidelijke instapvoorwaarden, erkende zorgkaders of professionele afbakening. Voor kwetsbare doelgroepen kan dat problematisch zijn, omdat er verwachtingen worden gewekt over de zorgkwaliteit die niet altijd kunnen worden waargemaakt. Een natuurbeheerder is geen therapeut, een therapeut geen natuurbeheerder. Een korte opleiding tot natuurcoach biedt onvoldoende basis om complexe zorgvragen veilig te begeleiden, waardoor verkeerde verwachtingen en risico’s voor deelnemers kunnen ontstaan.

Naast dit aanbod ontstaat echter ook een andere beweging. Spelers die kiezen voor professionele opleidingstrajecten, ontwikkeld in samenwerking met Syntra en hogescholen. Deze trajecten vertrekken expliciet vanuit erkende zorgberoepen en groenprofessionals zoals tuin- en landschapsarchitecten. Zij erkennen dat werken met groen in zorgcontexten geen vrijblijvende vaardigheid is, maar een complexe professionele praktijk die scholing, ethiek en afstemming vraagt.

Zorggedragen opleidingen beperken innovatie niet. Ze creëren net het noodzakelijke kader om natuur op een kwalitatieve, veilige en duurzame manier te integreren binnen zorg en welzijn.

Samenwerking in plaats van concurrentie

De toekomst ligt niet in het uitspelen van zorg tegen natuur, maar in complementariteit. Natuurorganisaties brengen expertise in biodiversiteit, landschap en preventie. Zorgactoren brengen kennis van kwetsbaarheid, begeleiding en therapeutische processen.

Groen en gezondheid vormen een continuüm. Maar dat continuüm vraagt duidelijke rolafbakening. Alleen zo doen we recht  aan zowel de kracht van natuur als aan de verantwoordelijkheid die werken met kwetsbare mensen met zich meebrengt.

‘Groen in de zorg is geen luxe, geen decor en geen quick fix.’

Groen in de zorg is geen luxe, geen decor en geen quick fix. Het is een complexe, betekenisvolle en hoopvolle praktijk. Net daarom verdient ze meer dan goede bedoelingen. Ze vraagt om zorgvuldigheid, professionalisering en een helder vertrekpunt.

Wanneer zorg het vertrekpunt vormt, krijgt natuur haar volle waarde: niet als instrument, maar als medespeler in een zorgvuldig afgestemd proces van herstel, betekenis en verbondenheid. En misschien is dat wel de essentie: niet kiezen tussen zorg of natuur, maar kiezen voor mens én omgeving.

Reacties [1]

  • Dieter Willems

    Bedankt voor dit inzicht. Ook bij schoolvergroening speelt dit spanningsveld. Leggen we de nadruk op biodiversiteit en ontharding of op spelend leren. Leren is de kerntaak van een school, net zoals zorg de kerntaak is van diverse zorginstellingen. In beide cases blijft natuur de methodiek om te komen tot beter leren of tot betere zorg. De biodiversiteit en waterbeheersing die er bij kan komen kijken is mooi meegenomen.
    Maar wiens brood men eet, wiens woord men spreekt. Ook bij scholen komen de middelen vooral van het Agentschap Natuur en Bos en niet vanuit het departement Onderwijs. Misschien moet de Agentschappen Zorg en Onderwijs nadenken over het belang van de natuur voor hun doelgroep. De meerwaarde (h)erkennen en dan ook hun visie en middelen in die richting bijsturen.

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.