Opinie

Waar kunnen mensen nog naartoe als het leven te veel wordt?

Eva Meerpoel

Laagdrempelige werkingen staan overal onder druk, stelt sociale professional Eva Meerpoel vast nu voor de tweede keer op korte tijd een plek waar ze werkt de deuren sluit. “De vraag is welke plekken we als samenleving belangrijk genoeg vinden om te beschermen. En ja, dan moet het gaan over budgetten en beleidskeuzes. Maar toch vooral over mensen.”

© Jelle Lanszweert

Gezien worden

Er zijn mensen die denken dat een inloopcentrum over koffie gaat, over een tas soep, een spelletje rummikub. Een plek waar iemand een formulier helpt invullen. Dat is ook zo. Maar zo’n centrum gaat vooral over iets anders: gezien worden.

Bij ons in De Brug in Aalst komen mensen binnen die al een hele dag door de stad hebben gezworven zonder dat iemand hun naam uitsprak. Mensen die van een bankje zijn weggestuurd, die te luid zijn, te stil, te vuil, te verward, te arm voor de ruimtes die we voor elkaar hebben gebouwd.

‘Hulpverlening is niet altijd groot of spectaculair. Soms is het iemand die zegt: “Ik ben blij dat ge er zijt.”’

Ze komen binnen en vragen: “Is er nog koffie?” Maar wat ze eigenlijk vragen is: “Mag ik hier bestaan?” En wij antwoorden: “Ja. Welkom.” Er is koffie, water en thee. ’s Middags soep en brood.

We luisteren naar verhalen die alle kanten op gaan. We spelen een spelletje. Zoeken iets op. Bellen naar een dienst. Stemmen af met partners. We proberen nabij te zijn in levens die uit elkaar zijn gevallen. Hulpverlening is niet altijd groot of spectaculair. Soms is het iemand die zegt: “Ik ben blij dat ge er zijt.”

Even bekomen

“De Brug is een toevluchtsoord”, zegt Joris, die al jaren op straat leeft.Om hun anonimiteit te bewaken, zijn alle namen van de bezoekers van het inloopcentrum in dit artikel pseudoniemen. “Wanneer het op straat te heftig wordt, kan ik hier even bekomen.” Hij zegt het alsof het iets vanzelfsprekends is. Maar dat is het niet. Want waar kunnen mensen nog naartoe als het leven te veel wordt? Waar mag je gewoon zijn, zonder afspraak of voorwaarden, zonder eerst te moeten bewijzen hoe slecht het met je gaat?

De toekomst van De Brug is onzeker. In convenantonderhandelingen bleek dat stad Aalst minder middelen ter beschikking stelt voor de opdracht. Steeds minder middelen voor steeds meer? Zo werkt zorg niet. Daarom trekt het CAW zich terug als uitbater. In de media lezen we dat de stad een oplossing zoekt, maar wat, hoe en wanneer is onduidelijk.

‘De ruimte voor kwetsbaarheid en ontmoeting wordt kleiner.’

De Brug staat niet alleen. Overal staan laagdrempelige werkingen onder druk. Ik zag hetzelfde gebeuren in Denderleeuw, waar ik bij SAAMO opbouwwerker was in ontmoetingshuis De Palaver en de gemeente plots eenzijdig de stekker uit de samenwerking trok.

De ruimte voor kwetsbaarheid en ontmoeting wordt kleiner. Nochtans zijn laagdrempelige werkingen net plekken waar preventie en menswaardigheid vorm krijgen. Ondertussen nemen dak- en thuisloosheid toe. De crisis duwt steeds meer mensen op straat. 443 zijn er geteld in Aalst.

© Jelle Lanszweert

Wat je niet in cijfers kan vatten

En toch, middenin al die complexiteit, gebeuren er in De Brug en gelijkaardige werkingen dingen die je niet in cijfers kunt vatten.

Wekelijks komen de breidames samen in het inloopcentrum. Ze drinken koffie, breien, praten over hun (klein)kinderen en lachen af en toe met een mop. Voor sommigen is het een hobby. Voor anderen een antwoord op de eenzaamheid die thuis tussen vier muren zo luid klinkt.

‘Het is een plek waar de afstand tussen werelden kleiner wordt.’

Op een dag is de rugzak van Gert gescheurd. Zijn T-shirt ook. “Denk je dat iemand dat kan maken?” We stappen naar de tafel van de breidames. “Laat mij ne keer zien”, zegt Christa terwijl ze haar bril wat hoger op haar neus schuift. Ze bekijkt het T-shirt. “Baja jong, da kan ik gemakkelijk naaien. Doe dat ne keer uit, ik maak dat direct.”

Tien minuten later staat Gert daar opnieuw. Het gat in zijn T-shirt is verdwenen. Hij bedankt Christa wat onwennig. Ze haalt haar schouders op alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Misschien is het dat ook. Want dit is wat een inloopcentrum kan zijn. Een plek waar de afstand tussen werelden kleiner wordt. Waar een vrouw die worstelt met eenzaamheid een man helpt die op straat leeft. Waar niemand gered wordt, maar iedereen iets kan betekenen.

Mooie liedjes duren niet lang

“Er is hier meestal wel iemand om mijn gedachten te verzetten”, zegt Samuel terwijl hij helpt met de afwas. “Maar mooie liedjes duren niet lang.” Hij zegt het zonder verwijt. Alsof iets goeds hebben automatisch betekent dat je het weer zult verliezen.

‘In het sociaal werk bouwen we steeds opnieuw verbinding op terwijl de structuren errond die verbinding onvoldoende beschermen.’

Mensen die lang in armoede of dakloosheid leven, hebben vaak geleerd dat stabiliteit tijdelijk is. Dat woningen verloren gaan. Dat relaties afbreken. Dat hulpverlening stopt en projecten verdwijnen. Het is geen pessimisme, het is ervaring.

En net daarom raakt de onzekerheid rond een plek als De Brug zoveel mensen. Omdat ze bevestigt dat we in het sociaal werk steeds opnieuw verbinding opbouwen terwijl de structuren errond die verbinding onvoldoende beschermen. Als de franjes verdwijnen, blijft over wat we ten diepste allemaal nodig hebben: verbondenheid, erkenning, een plek.

Welke plekken willen we beschermen?

Daarom gaat het bij De Brug over zoveel meer dan een convenant. De vraag is welke plekken we als samenleving belangrijk genoeg vinden om te beschermen. En ja, dan moet het gaan over budgetten en beleidskeuzes. Maar toch vooral over mensen.

‘Het moet vooral gaan over mensen.’

Mensen zoals Samuel, die zegt dat mooie liedjes niet lang duren. Laten we hem in deze ongelijk geven. Uiteindelijk zegt hoe we omgaan met mensen zoals hij vooral iets over ons. En over de samenleving die we bouwen.

Voor mij is dat er een waarin iemand nog altijd vraagt: “Is er nog koffie?” En iemand anders antwoordt: “Kom maar binnen.”

Reacties [4]

  • Patricia Gerryn

    Mooi, die initiatieven vanuit officiele organisaties.
    Ik hou er van.
    Ze zorgen dat ook de stinkende medemens hulp krijgt in tegenstelling tot ‘den privé’

    De wereld zou nog mooier zijn als we niet alleen wachten op initiatieven.

    Het begint bij jezelf.
    Gewoon lief zijn voor elkaar.
    Iedereen kan het, ook als je zelf wat kwetsuren meedraagt.

    Een huilende vrouw op het werk, in de winkel, op straat, in de bus troosten.
    Je kan haar vragen: “Wil je dat ik even naar jou luister (of wil je een knuffel)?” Of deze nu instemt of niet, het gaat er om dat je bereid bent even bij haar stil te staan, wat van je tijd met haar te delen. Gewoon, van mens tot mens.

    Zo wil ik tonen dat ik mijn medemens zie. Deze mens doet er toe.

    Men noemt mij weleens idealistisch, te empathisch.
    Dat mag, die mening mag er ook zijn.

  • Claudia

    Ik vrees dat er voor de politiek – en jammer genoeg eigenlijk voor onze samenleving als geheel – vooral waardering te halen valt uit zichtbare en opzienbarende vormen (van hulpverlening). Laagdrempelige ontmoetingsplekken en preventief sociaal werk blijven vaak onder de radar. Wie er nooit gebruik van maakt, ziet ook minder snel de waarde ervan. Bovendien worden zulke initiatieven al te gemakkelijk weggezet als “te links”, terwijl het net gaat om mensen verbinden en problemen voorkomen.

    Politiek levert het weinig stemmen op, voor vzw’s vaak slechts beperkte en onzekere subsidies. Intussen zijn we als samenleving ook spontaan sociaal contact kwijtgeraakt. Een vluchtig “Hoe is het?” lukt nog, maar zodra het antwoord moeilijker wordt, lopen we vaak door en is er geen tijd.

    Net daarom verdienen initiatieven zoals Christel beschrijft een vaste plaats in het lokale beleid.

  • christel uytdewilgen

    Niet alle laagdrempelige hulp hoeft via budgetten en subsidies georganiseerd te worden. Er ontstaan ook mooie initiatieven in het middenveld zonder een overheid die alles financiert.

    • Heidi Degerickx

      Heel fijn als er vanuit burgers initiatieven opgezet worden en die hebben hun aanvullende waarde maar het feit blijft dat mensen structureel en overal in Vlaanderen, Brussel, België recht hebben op eerstelijnshulp om terug tot hun basisrechten te komen: een woonst, opleiding, werk, inkomen, gezondheidszorg, … het CAW (centra algemeen welzijnswerk) dat overal in Vlaanderen actief is – heeft de taak om die opdracht voor de overheid uit te voeren.
      Het is én overheid én privaat initiatief die samen zorgen voor een warme samenleving waar niemand in mensonwaardige omstandigheden zou mogen leven.

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.