Opinie

Vertel je aan je collega’s dat je autisme hebt?

Gwenn Meert

Omdat er veel onbegrip over heerst, proberen veel mensen met autisme hun autistische kenmerken te verbergen. Zeker op de werkplek. Maar voor het verstoppen van je identiteit betaal je vroeg of laat een prijs, weet maatschappelijk werker Gwenn Meert. Ze spreekt uit eigen ervaring en schreef er haar bachelorproef over.

autisme

© Unsplash+ / A.C.

Schadelijke quick win

“We hebben het gevoel dat je genezen bent van jouw autisme.” Een goedbedoelend collega op een vroegere werkplek gaf me ooit die feedback. Maar zij had het mis. Ik ben niet genezen van mijn autisme, maar doe alsof ik het niet heb. Bij deze ‘maskering’ verberg je bewust je autistische kenmerken om bij de groep te horen of om aan de verwachtingen van je werkgever te kunnen voldoen.

‘Ik ben niet genezen van mijn autisme, maar doe alsof ik het niet heb.’

Prima, zou je denken, want nu kunnen mensen met autistische kenmerken gewoon lekker meedraaien op de arbeidsmarkt. Helaas heeft die medaille een keerzijde. Maskeren lijkt een quick win, maar is op langere termijn enorm schadelijk. Deze camouflagetechniek is namelijk bijzonder vermoeiend en kan leiden tot autistische burn-out. Die treedt op wanneer iemand overbelast raakt door het maskeren, waardoor alledaagse taken niet meer lukken.

Rollende ogen

Een beter alternatief is een werkvloer waar er plaats is voor collega’s van wie het brein anders werkt, of in vaktaal: een neurodivers brein. Helaas is het omarmen van die neurodiversiteit anno 2025 op de werkvloer eerder een uitzondering. Wanneer gesproken wordt over inclusieve werkvloeren gaan de ogen aan het rollen. Werkgevers fronsen en vragen zich vooral af hoeveel het hun nu weer zal kosten.

Ook mijn ervaring bevestigt dat er in het werkveld weinig ruimte is voor neurodiversiteit. Van een collega kreeg ik ooit een glasheldere boodschap: “Van mij mag je autistisch zijn, maar je werk moet goed zijn.” Met goed bedoelde hij dan: presteren, communiceren en produceren zoals iemand van wie het brein ‘normaal’ werkt. Ook die uitspraak maakte me duidelijk dat ik mijn autisme maar beter kon verbergen.

Op het spectrum

Veel mensen met autisme blijven onder de radar. Hun worstelingen wordt niet herkend als autisme. Dat heeft onder andere te maken met het feit dat autisme een spectrumstoornis (ASS) is, met vele variaties en gradaties. Het is niet altijd duidelijk waar dat spectrum begint en eindigt.

Bovendien manifesteert neurodiversiteit zich bij vrouwen vaak anders dan bij mannen. Autisme lijkt vooral mannen te treffen. De Zweedse journaliste Clara Törnvall, zelf iemand met autisme, laat daar een ander licht op schijnen: het diagnoseproces is afgestemd op mannen.  “De vragenlijst beoordeelt me op basis van hoe mannelijk ik ben”, schrijft ze. Gevolg: bij vrouwen wordt het autisme miskend of ze krijgen een ander label opgeplakt, zoals depressie, angststoornissen of een taalstoornis.

Hoogfunctionerend autisme

Nog een groep die vaak onder de autismeradar blijft: mensen met hoogfunctionerend autisme (HFA). Dat zijn mensen wiens cognitieve vaardigheden hoger liggen dan de doorsnee persoon met ASS. Zij kunnen heel goed maskeren en meedraaien in de maatschappij.

Opmerkelijk: hoogfunctionerend autisme komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. De reden? Vrouwen scoren doorgaans hoger op emotionele en sociale intelligentietesten dan mannen. Ze zijn goed in staat om naar hun omgeving te kijken en ervan te leren. Door mensen te observeren, leren ze welke zinnen ze in welke context horen te gebruiken. Kortom: ze leren succesvol maskeren en horen er daardoor bij.

Totdat het genoeg is

Het grote verschil tussen hoogfunctionerend autisme en de andere vormen van autisme is dat hoogfunctionerende mensen vrij goed met hun autisme om kunnen. Zo kunnen ze bijvoorbeeld een hele dag maskeren, waardoor een buitenstaander niet het idee heeft dat autisme hun beroepsmatig functioneren bemoeilijkt. Of ze kunnen van kinds af aan geleerd hebben hoe ze in bepaalde situaties moeten reageren, waardoor het niet opvalt dat ze moeite hebben met sociale interacties.

‘Jarenlang maskeren kan uitmonden in burn-out en depressie.’

Toch is dat maskeren niet vanzelfsprekend. Mensen met hoogfunctionerend autisme zijn er dan wel goed in, het blijft uitputtend. Het proces is intens en vergt veel. Beeld het je maar in: constant je ware zelf onderdrukken is gewoonweg te zwaar. Vroeg of laat komt er een moment waarop de emmer overloopt.

Geen hulp

De moeilijkheid is dat mensen met hoogfunctionerend autisme niet geloofd worden wanneer ze open uitkomen voor hun neurodiversiteit. Wanneer collega’s al jarenlang samenwerken met iemand die perfect kan meedraaien, nooit aan de alarmbel trekt en een vaste waarde in de groep is, is het moeilijk zich voor te stellen dat deze collega een masker draagt.

Het feit dat mensen met hoogfunctionerend autisme minder kans maken een effectieve diagnose te bemachtigen, maakt het nog moeilijker. Je hebt die stempel vaak nodig om geloofwaardig over te komen, en om aanpassingen te bekomen op het werk.

Er lopen dus heel wat mensen rond met een neurodivers brein die wel degelijk hulp kunnen gebruiken op de werkvloer, maar ze niet krijgen. Omdat ze er niet naar vragen, maar ook omdat ze niets kunnen bewijzen.

Opbranden en blijven doorgaan

De samenleving heeft een grote invloed op de manier waarop mensen met hun autismespectrumstoornis omgaan. De meerderheid heeft het altijd voor het zeggen. Mensen willen vaak de moeite niet doen om zich aan te passen aan iemand van een minderheidsgroep, zeker niet wanneer die persoon voordien heeft bewezen dat die het wel degelijk ‘kan’.

‘Zodra je thuiskomt, zoek je de slaapkamer op.’

En dat lukt je ook: als persoon met hoogfunctionerend autisme draai je gewoon mee in de grote groep. Tot dat camoufleren je te veel wordt. Plots ben je niet meer in staat om vriendelijk te antwoorden op die ene collega. Zodra je thuiskomt, zoek je de slaapkamer op. Een maaltijd koken lukt niet meer door een overdosis aan prikkels aan het einde van de dag. Of nog erger: je komt in een autistische burn-out terecht.

Enorme boosdoener

Karakteriserend voor deze burn-out is alledaagse vaardigheden verliezen, je chronisch vermoeid voelen en bepaalde sterke stimuli niet langer kunnen verdragen. Denk hierbij aan harde geluiden, felle lichtflitsen of schurende kledij. Hoewel sterk gedebatteerd wordt in hoeverre de autistische burn-out verschilt van de werkgerelateerde burn-out, is de samenhang duidelijk. Het werk op zich zal niet te zwaar zijn voor de persoon met deze vorm van autisme, maar de omgeving errond is dat wel.

In een studie die autistische burn-out onderzocht kwam duidelijk naar voor dat maskeren een enorme boosdoener is: “Verreweg de belangrijkste stressfactor in het leven was maskeren, of de behoefte om autistische eigenschappen of handicaps te onderdrukken of te doen alsof je niet-autistisch bent.”

Werkgever inlichten is risico

Oplossingen liggen niet op individueel niveau. Het is cruciaal onze blik te verruimen naar hoe de arbeidsmarkt functioneert. Die is nog niet inclusief genoeg om open het gesprek aan te gaan over autisme. Als mensen met hoogfunctionerend autisme beslissen om hun werkgever in te lichten over de extra noden die ze hebben om optimaal te kunnen werken, nemen ze een groot risico.

‘Onze arbeidsmarkt is nog niet inclusief genoeg om open het gesprek aan te gaan over autisme.’

Zich aanpassen aan de sfeer die heerst op kantoor vergt heel wat, zeker wanneer collega’s of leidinggevenden geen ruimte bieden voor inclusie. Dat merk je heel snel. Kwetsende opmerkingen die vlotjes over de lippen rollen, vormen een soort tralies voor je eigen openhartigheid. Het is ontzettend schadelijk, want het creëert een sfeer waarin mensen een deel van hun identiteit moeten verstoppen om in het dagelijks leven te kunnen meedraaien.

Tolerantie en verdraagzaamheid

Je moet dus heel goed nadenken wat je gaat zeggen op je werkplek. Vertel je aan je collega’s dat je hoogfunctionerend autisme hebt? Dan kleef je een fluorescerend doelwit op je rug wat betreft stereotypes en uitsluiting. Zeg je het niet? Dan moet je maskeren en riskeer je een burn-out. Het is een reëel dilemma waar mensen met hoogfunctionerend autisme voor staan.

‘Willen we hier iets aan veranderen, dan zijn tolerantie en verdraagzaamheid sleutelwoorden.’

Inclusie is momenteel op de meeste werkplekken ver te zoeken. Willen we hier iets aan veranderen, dan zijn tolerantie en verdraagzaamheid sleutelwoorden. Meer begrip van anderen kan al een belangrijk element zijn in uitvalpreventie, naast ruimte voor ontspanning en andere manieren van werken toelaten waardoor maskeren niet hoeft.

Blijf jezelf

Daar hoeft geen onuitputtelijk budget aan gekoppeld te worden. Vaak doen flexibele uren, een dagje thuiswerk of wat meer geduld al wonderen. Sta noise cancelling hoofdtelefoons toe, verplicht collega’s niet om bij de groep te horen en stop met kleinerend te praten over anderen. Dat alles helpt enorm voor mensen met hoogfuntionerend autisme. Ze kunnen dan hun waakzame voelsprieten wat laten zakken en gewoon zijn wie ze zijn.

‘Vaak doen flexibele uren, een dagje thuiswerk of wat meer geduld al wonderen.’ 

Op je werkplek aan je collega’s je neurodiversiteit toevertrouwen, is niet evident. Maar ook erover zwijgen lost op de langere termijn weinig op. Vaak start verandering van binnenin. Niet elk bedrijf staat stijf van stereotypes en niet elke collega zal achter je rug over je roddelen omdat jouw werkwijze even wat anders is. Maar het blijft een risico.

Probeer dus open het gesprek aan te gaan en blijf vooral jezelf. Zoek zelf naar manieren om het wat aangenamer te maken en bewaak goed je grenzen. Onthoud dat jij mag gezien worden. Je verdient het om werk te hebben dat voor jou leefbaar is.

Reacties [8]

  • autje

    Ik werk op een school. Een plek waar ik grotendeels mezelf kan zijn. Toch weet momenteel niemand dat ik ASS heb. Ik vertrouw niet echt iemand waar ik het tegen kan zeggen en dan nog, hoelang ben ik nog aanwezig op deze school? Het onderwijs is heel onvoorspelbaar wat me zo onzeker maakt. Contacten met de leerlingen en collega’s is telkens opnieuw heel zwaar. De leerlingen moeten me opnieuw leren vertrouwen, een band vormen.
    Ik doe heel hard men best om de jongeren te begrijpen. Het voordeel is dat ik heel veel (persoonlijke en professionele) ervaring heb over ASS en ik hen ‘gemakkelijker’ kan begrijpen. Maar het vraagt zoveel, communicatie is niet altijd evident. In mijn hoofd gaat het vaak zo: wat zeg ik nu, ik moet doorvragen maar wat zeg ik dan of vraag ik dan…
    Het is ook heel zwaar om te werken binnen het bijzonder onderwijs, binnen de leerlingendienst zijn we onderbemand, dat is in elke school zo. Ik stop graag tijd in mijn leerlingen, maar die tijd heb ik niet. Heel jammer!

  • Anna

    Het wel of niet benoemen van autisme blijft voor mij een dilemma. Als je het niet benoemt, maar dan wel later vertelt, dan krijg je telkens te horen dat ze het eerder hadden willen weten. Maar langs de andere kant, als je het dan wel meteen zegt, dan krijg je geen kans, ook niet voor een onbetaalde stage. En dan moet je meteen alle stereotypen ontkrachten want die zijn niet van toepassing op mij. In dat opzicht is het veel makkelijker voor autistische mannen om ervoor uit te komen omdat die vaker passen in het stereotype plaatje. Als je niet in dat plaatje past, dan is het meer een last dan een hulp.
    Jezelf blijven is dan ook best moeilijk als je de dingen niet kan benoemen. Je kan kenmerken wel omschrijven en dan komt er vaak begrip want dan is het herkenbaar. Maar vaak blijft het dan moeilijk om de omvang duidelijke te maken. Want bvb iedereen heeft nood aan duidelijke communicatie, maar met autisme is de inhoud daarvan toch net wat anders en wat meer.

  • Anna

    Dat heb ik ook al gemerkt. De vooroordelen over de gebrekkige sociale vaardigheden van autisten zijn groot. Zelfs al heb je een sociaal diploma met mooie punten op praktijkexamens die bewijzen dat je die sociale vaardigheden hebt, dan nog twijfelen ze en keuren ze je af eens dat je vermeld dat je autisme hebt. Plots doet het er allemaal niet meer toe hoe je gepresteerd hebt en kan niets hen nog overtuigen. En dan lig je al buiten nog voordat je aangenomen bent.

  • Leila

    Geduldig zijn, mensen kansen geven indien goede wil aanwezig is.
    Diagnose of niet, elke werknemer is uniek en vooral mens

  • anoniem

    Wat goed dat er aandacht wordt besteed aan ASS op de werkvloer – dit soort artikelen dragen echt bij aan bewustwording en inclusie. Eén kleine kanttekening: in het stuk valt een aantal keer de term “neurodiversiteit”, waar het strikt genomen correcter is om te spreken van “neurodivergentie”. Neurodiversiteit verwijst namelijk naar het geheel – de variatie in hersenwerking binnen de mensheid – terwijl neurodivergentie aanduidt dat iemand (bijvoorbeeld iemand met ASS, ADHD, dyslexie, etc.) afwijkt van de neurologische meerderheid.

  • Huguette Verwimp

    Erg duidelijk gemaakt voor mensen die er niet echt in thuis zijn 🙏🏽. Misschien naar werkgeversorganisaties sturen? 🍀

  • Creep

    Bekend maken van je ass maakt geen ene moer uit.
    Ten eerste geloven ze je niet en krijg je dooddoeners zoals “iedereen heeft ass” of “ASS zit in je hoofd”.
    Fijn om niets hoeven te doen.
    Het maskeren is voor jou zolang de job is done geen probleem.
    Van iemand uit MAATWERK waar alle moeite word gedaan om je om te tunen in een privé werker.
    ASS of niet.

  • poetsvrouw

    Mijn ass ga ik alvast niet bekend maken.
    Ik werk in de sociale sector.
    De hardste sector wat betreft neurodiversiteit op de werkvloer, ook al is de werkplek zgz open minded. Open minded betekent in de socisle sector: lgbtq+ en mensen met een niet-katholieke relegie zijn er welkom

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.