Opinie

‘Stop de uitsluiting van sociale ondernemingen in het economisch beleid’

Marleen Roesbeke

Sociale ondernemingen zijn in Vlaanderen goed voor bijna één op de vijf jobs en miljarden euro’s aan toegevoegde waarde. “Dag in dag uit zorgen ze voor werk, welzijn en innovatie. Toch worden ze uitgesloten van heel wat steunmaatregelen die commerciële bedrijven wel krijgen”, schrijft Marleen Roesbeke, directeur van SOM, een federatie van sociale ondernemers.

© Pexels / Heber Vazquez

Een sterke economische en maatschappelijke speler 

In de schaduw van het klassieke ondernemerschap groeit een krachtige motor van maatschappelijke verandering: de sociale onderneming.

In de eerste plaats zet die zich in om maatschappelijke uitdagingen aan te pakken. Dat gebeurt heel concreet. Denk aan kringwinkels die werk bieden aan mensen die elders moeilijk aan de slag geraken, en zo hergebruik combineren met sociale tewerkstelling. Of neem de kinderopvang die zich inzet voor de pedagogische en sociale ontwikkeling van onze kinderen.

‘Wat sociale ondernemingen onderscheidt, is hun focus op maatschappelijke meerwaarde.’

Sociale ondernemingen vormen een essentieel onderdeel van de Vlaamse economie. Dag in dag uit zorgen deze organisaties voor werk, welzijn en innovatie. Ze zijn goed voor 18 procent van de tewerkstelling in Vlaanderen en genereren een toegevoegde waarde van 21,4 miljard euro. Daarnaast besteden ze jaarlijks 13 miljard euro aan aankopen bij producenten en dienstverleners. Daarmee nemen ze een belangrijke plaats in binnen het economische ecosysteem.

Wat sociale ondernemingen onderscheidt, is hun focus op maatschappelijke meerwaarde. Hun doel is niet winstmaximalisatie, maar het realiseren van maatschappelijke impact. Winst wordt gezien als een noodzakelijke randvoorwaarde om die doelen te kunnen bereiken. Maar die winst moet wel verworven worden met respect voor mensen, milieu en samenleving.

Sterk engagement, maar ook kwetsbaar 

De kracht van sociale ondernemingen ligt bij hun initiatiefnemers en medewerkers. Zij zijn intrinsiek gemotiveerd en geloven in de missie van hun organisatie. Dat vertaalt zich in grote betrokkenheid en inzet. Tegelijk maakt juist dat engagement de sector kwetsbaar.

Inspanningen om maatschappelijke doelstellingen te realiseren gaan vaak gepaard met het aanvaarden van besparingen, extra regelgeving en beperkte flexibiliteit. Dit brengt druk met zich mee, zowel op menselijk als organisatorisch vlak.

Ongelijke toegang tot ondersteuning 

Sociale ondernemingen voeren vaak opdrachten uit in het algemeen belang en doen dat met publieke middelen. Toch worden ze structureel benadeeld in het beleid. Ze worden uitgesloten van heel wat reguliere steunmaatregelen die commerciële bedrijven wel kunnen gebruiken om te innoveren of te verduurzamen.

Zo komen ze zelden in aanmerking voor de kmo-portefeuille, een subsidieregeling van de Vlaamse overheid. Via deze portefeuille kunnen commerciële bedrijven tot 30 procent van de kosten voor opleidingen of adviestrajecten recupereren. Voor een sociale onderneming die haar medewerkers wil bijscholen of externe expertise inschakelen, is die financiële steun niet beschikbaar.

‘Ze worden uitgesloten van heel wat reguliere steunmaatregelen.’

Ook instrumenten die innovatie op de werkvloer moeten belonen, zijn in de praktijk vooral afgestemd op klassieke bedrijven. Zo laat de innovatiepremie toe om medewerkers financieel te belonen voor een vernieuwend idee dat bijdraagt aan de competitiviteit van de organisatie. In een privébedrijf kan een HR-medewerker die een slimme tool ontwikkelt voor personeelsplanning bijvoorbeeld een premie krijgen. In een sociale onderneming is dat veel minder evident, want de communicatie rond deze steunmaatregel is helemaal niet op hen afgestemd.

Daarnaast zijn er klimaatsubsidies voor bedrijven die investeren in duurzame gebouwen, energiezuinige toestellen of energiebesparing. Tot voor kort konden sociale ondernemingen in de zorgsector hiervoor aankloppen bij het Vlaams Infrastructuurfonds (VIPA). Maar de Vlaamse Regering besloot om deze subsidies voor sociale ondernemingen on hold te zetten. Daardoor staan zij er financieel alleen voor als ze aan strengere energie- of klimaatnormen willen voldoen of daartoe verplicht worden.

Geen juridische grond

Deze ongelijke behandeling is des te pijnlijker omdat er juridisch geen reden meer is om sociale ondernemingen uit te sluiten. Sinds de invoering van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen is het onderscheid met commerciële bedrijven grotendeels weggevallen. Toch blijft de uitsluiting bestaan.

Bovendien past Vlaanderen de Europese staatssteunregels strenger toe dan strikt genomen nodig is. Een concreet voorbeeld is de ‘de-minimisregel’, die bepaalt dat een organisatie niet meer dan een bepaald bedrag aan steun mag ontvangen. Anders moet de staatssteun logge Europese procedures volgen. Sociale ondernemingen signaleren ons dat Vlaanderen deze regel vaker toepast dan andere lidstaten, waardoor organisaties sneller aan hun limiet zitten en vormen van steun mislopen.

Gelijke uitdagingen, minder ruimte 

Sociale ondernemingen worden net als andere bedrijven geconfronteerd met arbeidsmarktkrapte, digitalisering, energiekosten en ecologische transitie. Maar in tegenstelling tot veel commerciële spelers hebben zij te maken met bijkomende administratieve lasten door hun subsidiestatuut.

Ze ondervinden bijvoorbeeld extra controleverplichtingen, wat hun wendbaarheid beperkt. Samenwerking binnen de sector en het nemen van ondernemersinitiatieven wordt daardoor bemoeilijkt. Dat wringt met het feit dat ze vaak wel innovatieve oplossingen ontwikkelen voor maatschappelijke noden, zoals zorg, armoedebestrijding of sociale inclusie.

Tijd voor een gelijk speelveld 

Vlaanderen rekent op meer dan 17.000 sociale ondernemingen om zorg en ondersteuning toegankelijk en betaalbaar te houden. Toch worden deze spelers structureel benadeeld in het ondernemersbeleid. Dat is niet houdbaar.

Erken sociale ondernemingen als volwaardige ondernemingen. Ze moeten kunnen rekenen op gelijke toegang tot ondersteuningsmaatregelen. Innovaties die maatschappelijke meerwaarde opleveren, verdienen evenveel waardering en ondersteuning als die met directe economische impact.

‘Sociale ondernemingen hebben recht op een ondernemersklimaat dat hun werking versterkt, niet belemmert.’

Sociale ondernemingen hebben recht op een ondernemersklimaat dat hun werking versterkt, niet belemmert. Daarom vragen wij aan de Vlaamse overheid om te stoppen met het uitsluiten van sociale ondernemingen in het economisch beleid. Zorg voor gelijke toegang tot steunmaatregelen en innovatiepremies. Verminder onnodige administratieve lasten en pas regelgeving proportioneel toe. Herken en waardeer maatschappelijke impact als volwaardige vorm van toegevoegde waarde.

Het is tijd om de veerkracht van sociale ondernemingen niet langer als vanzelfsprekend te beschouwen, maar als wat ze werkelijk is: een essentiële troef voor een duurzamer en warmer Vlaanderen.  

Reacties

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.