Verschil doet ertoe
De stelling van administrateur-generaal Bob Van den Broeck dat justitie beschouwd kan worden als een vorm van sociaal werk is geen louter semantische kwestie. Ze raakt aan fundamentele vragen over het mandaat, de finaliteit en de normatieve oriëntatie van zowel justitie als sociaal werk. Sociaal werk zien we als een beroep en praktijk die gestoeld is op de mensenrechtenbenadering, en in vele sectoren in Vlaanderen ingezet en erkend wordt omwille van zijn professionaliteit en eigenheid.
‘Dit is geen louter semantische kwestie.’
Het debat over de relatie tussen sociaal werk en justitie verdient daarom meer dan een slogan of een scherpe boutade. Het vraagt conceptuele helderheid. Want woorden doen ertoe: ze bepalen hoe we naar praktijken kijken, hoe we professionals positioneren en hoe we macht verdelen. Wij menen dat een gelijkstelling van justitie en sociaal werk problematisch is. Niet omdat er geen raakvlakken zijn, maar omdat het verschil ertoe doet.
Fundamenteel onderscheid in finaliteit en mandaat
Sociaal werk vertrekt vanuit een emancipatorische mensenrechtenbenadering. Het richt zich op het versterken van mensen in kwetsbare posities, op het vergroten van hun handelingsruimte en op het bevorderen van sociale rechtvaardigheid. Het gaat dus per definitie om een dubbele finaliteit: gerichte ondersteuning én maatschappelijke verandering.
Justitie werkt vanuit een juridisch en handhavend mandaat. Dat betekent dat ze in de eerste plaats toeziet op het naleven van wetten en regels. Wanneer die regels worden overtreden, onderzoekt justitie wat er precies gebeurd is, bepaalt ze wie verantwoordelijk is en legt ze – indien nodig – een passende maatregel of straf op. De focus ligt dus vooral op het naleven van rechtsregels, procedures en het bewaken van de maatschappelijke orde.
‘Sociaal werk vertrekt vanuit een emancipatorische mensenrechtenbenadering.’
Actoren binnen beide werkterreinen kunnen met dezelfde burgers werken, maar hun aanpak is gestoeld op verschillende logica’s. Waar sociaal werk instaat voor het waarborgen van rechten, vergroten van autonomie, bevorderen van sociale rechtvaardigheid en werkt vanuit het mandaat van de persoon, zorgt justitie voor normhandhaving, sanctionering, het bewaken van maatschappelijke orde, veiligheid en bescherming van de samenleving, en werkt het vanuit het mandaat van de samenleving.
Helder onderscheid nodig
Dit onderscheid is een ideaaltypische voorstelling van beide logica’s. In de praktijk kan de grens minder scherp zijn. Sociaal werkers opereren ook in contexten waar controle, voorwaarden of sanctionering een rol spelen. Omgekeerd kunnen justitiële actoren ruimte maken voor begeleiding, herstel en ondersteuning. En natuurlijk zijn er ook sociaal werkers die bij justitie tewerkgesteld zijn om bij te dragen aan de humanisering van justitie.
Precies daarom is het belangrijk het onderscheid tussen beide logica’s helder te houden. Niet om een strikte scheiding te verdedigen, maar om zichtbaar te maken welke normatieve uitgangspunten en machtsverhoudingen in het spel zijn wanneer beide domeinen elkaar ontmoeten. Wanneer men zonder meer stelt dat justitie sociaal werk is, dreigt dit onderscheid te vervagen. Dat is niet onschuldig. Het beïnvloedt hoe sociaal werkers hun rol begrijpen en hoe zij zich positioneren tegenover cliënten en tegenover de staat.
Justitieel welzijnswerk versus sociaal werk in een justitiële context
Wie spreekt over ‘justitieel welzijnswerk’ suggereert dat het sociaal werk integraal deel uitmaakt van het justitiële apparaat. Daarom pleiten sommigen voor een andere terminologie: sociaal werk in een gevangenis of sociaal werk in een strafrechtelijke context.
Dat is geen semantische finesse. Het gaat om het bewaken van de professionele autonomie van de sociaal werker. Sociaal werk in strafrechtelijke contexten mag niet samenvallen met een controle- of sanctioneringslogica. Het moet zich er kritisch toe kunnen verhouden. Het moet kunnen blijven werken vanuit mensenrechten, herstel, re-integratie en sociale inclusie – ook wanneer dit spanning creëert met de prioriteiten en verwachtingen van justitie.
Sociaal werkers werken ook met mensen die in aanraking komen met justitie. Maar hun opdracht is niet sanctionerend. Ze is ondersteunend. Sociaal werkers staan naast mensen, niet boven hen. Dat verschil beschermt zowel de cliënt als de professional.
Spanningsveld tussen publiek en privaat sociaal werk
Deze discussie raakt aan een ouder spanningsveld binnen het sociaal werk: dat tussen sociaal werk als autonome praktijk (vaak ingebed in het middenveld) en sociaal werk als onderdeel van overheidsstructuren.
De vraag ‘Wat is het echte sociaal werk?’ is normatief geladen. Wanneer sociaal werk volledig wordt vereenzelvigd met overheidsoptreden, dreigt het haar kritische functie te verliezen. Dan wordt het een uitvoeringsinstrument van beleid.
‘Wanneer sociaal werk volledig wordt vereenzelvigd met overheidsoptreden, dreigt het haar kritische functie te verliezen.’
De geschiedenis waarschuwt ons. Sociaal werk heeft niet alleen emancipatorische, maar ook problematische episodes gekend: betrokkenheid bij koloniale praktijken en medewerking aan sterilisatieprogramma’s, bijvoorbeeld. Dat waren momenten waarop sociaal werk te dicht tegen staatsmacht aanschurkte en te weinig kritische afstand hield.
Die geschiedenis is bovendien geen afgesloten hoofdstuk. De onderliggende logica’s – ordehandhaving en risicobeheersing – duiken vandaag opnieuw op. Dat zien we bijvoorbeeld in debatten rond de bescherming van het ongeboren kind of in discussies over ‘veilig verblijf’ binnen de jeugdhulp. In dergelijke contexten verschuift de aandacht van ondersteuning naar controle, van vertrouwen naar risicomanagement. De taal van bescherming kan dan functioneren als legitimatie voor ingrijpende interventies in het leven van mensen in een kwetsbare positie.
Voortdurende reflectie nodig
De nabijheid tot de staat kan essentieel zijn om rechten te realiseren en bescherming te bieden, maar vraagt tegelijk om voortdurende reflectie op de normatieve uitgangspunten en machtsverhoudingen die het handelen sturen. Kritische waakzaamheid blijft noodzakelijk. Net daarom is ook een krachtig middenveld essentieel. Het middenveld is geen hinderpaal voor beleid, maar een democratische actor die dichtbij mensen staat en structurele signalen kan geven. Sociaal werk moet de ruimte blijven krijgen om beleidskritiek te formuleren en om actie te ondernemen zonder als niet-loyaal te worden beschouwd.
‘Het middenveld is geen hinderpaal voor beleid, maar een democratische actor die dichtbij mensen staat en structurele signalen kan geven.’
Dat betekent niet dat sociaal werk per definitie samenvalt met het middenveld. Sociaal werkers zijn ook werkzaam binnen publieke diensten en overheidsinstellingen. Zij bevinden zich dan in het hart van de spanningen tussen ondersteunings- en controlelogica’s. Ze worden geconfronteerd met verwachtingen rond beleidsuitvoering, normhandhaving en risicobeheersing, terwijl ze tegelijk trouw willen blijven aan professionele waarden zoals autonomie, rechtenbescherming en sociale rechtvaardigheid. Dit is niet zozeer kritiek op deze professional. Integendeel, het is een erkenning van het complexe spanningsveld waarin zij opereren.
Evidence-based werken en normatieve oriëntatie
De huidige nadruk op evidence-based werken binnen justitiële contexten versterkt het debat. Uiteraard is methodologische onderbouwing essentieel. Niemand pleit voor willekeur of ondoordachte interventies.
Maar evidence-based werken beantwoordt in de eerste plaats de vraag: ‘Wat werkt?’ Het beantwoordt niet automatisch de vraag: ‘Waartoe werken we?’ Of: ‘Binnen welk normatief kader?’ En: ‘Wiens belang domineert? Dat van de persoon of dat van de samenleving?’
Effectiviteit kan niet het enige criterium zijn voor de keuze van een methodiek. Ook controle kan effectief zijn. Ook uitsluiting kan op korte termijn ‘werken’. Sociaal werk is meer dan een interventietechniek. Het is een normatief project dat geworteld is in mensenrechten, solidariteit en sociale rechtvaardigheid. Het omvat ook het aanzwengelen van het maatschappelijke debat en maatschappelijke verandering.
Spanning leidt tot doorbraak
Doorheen de geschiedenis hebben spanningen tussen sociaal werk en overheid geleid tot belangrijke doorbraken: de erkenning van verslaving als een gezondheidsvraagstuk, de implementatie van Housing First voor chronisch dakloze mensen, het bespreekbaar maken van identiteitsvorming bij jongeren, om maar een paar voorbeelden te noemen.
Die evoluties ontstonden niet louter door effectiviteitsdenken, maar ook door de toenmalige maatschappelijke orde en consensus in vraag te stellen . Een spanningsveld tussen sociaal werk en overheid is dus geen probleem dat moet worden weggewerkt. Het is een democratische motor om oplossingen te vinden voor maatschappelijke vraagstukken en tot maatschappelijke verandering te komen.
Verstatelijking als achterliggende agenda?
De stelling dat justitie sociaal werk is, vertrekt impliciet van de aanname dat de staat de primaire en normatief superieure actor is in sociale interventies.
Natuurlijk is het zo dat het sociaal werk niet mag of kan ontsnappen aan het democratische debat dat plaatsvindt binnen het parlement en de regering. Maar het gelijkstellen van sociaal werk en justitie sluit aan bij de bredere tendens van verstatelijking, waarbij beleidsuitvoering en controle gecentraliseerd worden bij de overheid en het middenveld ofwel buitenspel wordt gezet, ofwel een uitgesproken uitvoerende rol krijgt toebedeeld.
Dat is problematisch vanuit een sociaalwerk- én democratisch perspectief. Sociaal werk heeft historisch gefunctioneerd als kritische tegenmacht. Het verdedigt rechten wanneer beleid tekortschiet. Het signaleert structurele uitsluiting. Het benoemt onrecht. Die autonomie is geen luxe, ze is een democratische noodzaak.
Wanneer de sociaalwerklogica te veel gedomineerd wordt door de justitiële logica, verliest het zijn vermogen om de overheid kritisch te bevragen en de samenleving uit dagen om zich aan te passen en te innoveren. Dan verschuift het van bondgenoot van kwetsbare burgers naar verlengstuk van staatsmacht. Dat zou een fundamentele verschraling zijn en ook een belangrijk risico inhouden om te vervallen in een autoritaire bestuursvorm.
Geen samenvallende logica’s
Er zijn raakvlakken tussen justitie en sociaal werk als werkterreinen. Ze ontmoeten elkaar in concrete praktijken en werken soms met dezelfde mensen.
‘De logica’s van justitie en sociaal werk verschillen fundamenteel in mandaat, finaliteit en normatieve grondslag.’
Maar dat betekent niet dat de logica’s die erin vervat zitten, samenvallen. De logica’s van justitie en sociaal werk verschillen fundamenteel in mandaat, finaliteit en normatieve grondslag. Dat onderscheid is geen detail, maar essentieel voor de professionele identiteit van sociaal werkers en voor hun democratische rol in onze samenleving.
Wie dat onderscheid uitwist, riskeert het sociaal werk te reduceren tot een instrument van normhandhaving. Wie het onderscheid bewaart, maakt ruimte voor samenwerking – mét behoud van autonomie, kritische reflectie en rechtengeoriënteerde praktijk. Dat laatste lijkt ons geen academische nuance, maar een principiële keuze.



Reacties