Opinie

‘Recht bieden op menswaardig leven is geen stilstand’

Filip Keymeulen

Over de beperking van de werkloosheidsuitkering in tijd is het laatste woord nog niet gezegd. Een grote groep mensen die hun uitkering verliezen, zal aankloppen bij het OCMW. Zal die lokale dienstverlening bezwijken onder toenemende druk? Straathoekwerker Filip Keymeulen maakt zich zorgen over de focus om mensen weer aan het werk te krijgen: “Ik lig vooral wakker van de vaststelling dat rechten massaal ongebruikt blijven.”

leefloon

© Unsplash+ / Yianni Mathioudakis

Onneembare hindernis

Als straathoekwerker voor Diogenes vzw zie ik dagelijks hoe het OCMW een krachtige bondgenoot kan zijn. Ik kom in elk OCMW steunpilaren van collega’s tegen. Sommige onthaalmedewerkers hebben de finesse om mensen onder hoogspanning direct te kalmeren. Ik zie maatschappelijk werkers en diensthoofden die procedures durven te relativeren zodat cliënten toegang krijgen tot hun recht. Er zijn directieleden die het onmogelijke mogelijk maken.

‘OCMW-collega’s die al op hun tandvlees zitten, zullen nog een tandje moeten bijsteken.’

Ondanks die inzet, blijft het OCMW voor veel straatbewoners een onneembare hindernis. Dat structurele probleem zet de toegang tot recht onder druk. Er is geen beterschap in zicht: volgens onheilspellende berichten zullen duizenden mensen hun uitkering verliezen. Velen zullen noodgedwongen bij de lokale besturen aankloppen. OCMW-collega’s die al op hun tandvlees zitten, zullen dus nog een tandje moeten bijsteken.

Ervaring op straat

Op Sociaal.Net verschenen de laatste maanden heel wat bijdragen over deze ontwikkelingen. Vaak hielden OCMW-maatschappelijk werkers zelf de pen vast.

Zo vraagt Coalitie Humaan OCMW zich af of het recht op een menswaardig bestaan overeind blijft. Collega Sushmitha Hansen pleit in haar opiniestuk ‘Te vaak is er stilstand in plaats van vooruitgang‘ voor activering als centrale boodschap. Hoewel ik niet doof ben voor haar argumenten, dwingt mijn ervaring op straat me tot een kanttekening.

Vijf bruggen te ver

Natuurlijk is het een succesverhaal als iemand via werk weer op eigen benen staat. Wanneer we echter doen alsof dit voor iedereen haalbaar is, organiseren we uitsluiting en een sociaal bloedbad. Voor het overgrote deel van de mensen die op straat leven, is een leefloon of een referentieadres al een monumentale overwinning. Het is een cruciale tussenstap die eventueel naar meer aangepaste zorg of een woning kan leiden.

‘Voor het overgrote deel van de mensen die op straat leven, is een leefloon of een referentieadres al een monumentale overwinning.’

Het openen van rechten betekent voor die mensen opnieuw een confrontatie met eerder opgelopen institutionele trauma’s. Voor wie door het leven getekend is, is dit een gigantische stap. Voor hen is arbeid geen vanzelfsprekend volgend doel, het is vaak vijf bruggen te ver.

Onder voorwaarden

De OCMW-wet van 1976 kwam deze mensen tegemoet. Deze wetgeving gaf hen het recht op een minimum om een waardig leven te leiden. In 2002 werden daar via de wet ‘Recht op maatschappelijke integratie’ voorwaarden aan gekoppeld, onder andere de bereidheid tot werken. Dat inbouwen van voorwaarden was een historisch kantelpunt en heeft de welvaartsstaat stap voor stap ondermijnd.

Die voorwaardelijke hulpverlening werd in een contract gegoten: het Geïndividualiseerd Project voor Maatschappelijke Integratie of GPMI. Zelden heb ik het GPMI ervaren als een hefboom om straatbewoners uit hun precariteit te halen, maar eerder als een zwaard van Damocles dat boven hun hoofd hangt.

‘Vandaag moet iedereen door dezelfde mallemolen van voorwaarden.’

Langs de kant van de hulpverlener verhoogt het de werklast drastisch en zet het de vertrouwensrelatie met de cliënt op het spel. De maatschappelijk werker had met de oorspronkelijke wet nog de ruimte om alle registers open te trekken om cliënten te motiveren, maar ook om te horen hoe ze hun precaire levensomstandigheden beleven. Vandaag moet iedereen door dezelfde mallemolen van voorwaarden. De cliënt moet zijn situatie aanpakken, ook wanneer er daar geen energie voor is. De hulpverlener blijft vaak achter met het gevoel geen wezenlijke impact te hebben en voor de cliënt valt uiteindelijk het zwaard.

Met een arts naar de huisarts

Waar Sushmitha Hansen heil ziet in het continuüm van stimuleren-begrenzen-bestraffen, zie ik vooral mensen die niet meer over de drempel geraken. Ik deel dan ook volledig de bezorgdheid van de Coalitie Humaan OCMW dat de oorspronkelijke opdracht van het OCMW als betrouwbare schakel van solidariteit langzaam wegglipt.

‘Voor wie op straat leeft, zijn de procedures zo complex dat zelfstandig een aanvraag doen nagenoeg onmogelijk is.’

Voor wie op straat leeft, zijn de procedures inmiddels zo complex dat zelfstandig een aanvraag doen nagenoeg onmogelijk is. We moeten deze mensen bij de hand nemen voor een gesprek met een maatschappelijk werker van het OCMW. Het is alsof men een arts onder de arm neemt voor een raadpleging bij de huisarts. Wie doet zoiets?

En het wordt steeds extremer. De drempel is zo hoog dat ik de laatste maanden meerdere bewindvoerders heb moeten bijstaan om het dossier van hun cliënt rond te krijgen. Het is ronduit cynisch wanneer OCMW’s aanvragen van bewindvoerders negeren omdat een cliënt zich niet coöperatief zou opstellen. Men verwijt de mens hier zijn onvermogen terwijl dat wettelijk vastgestelde onvermogen juist de reden is waarom een bewindvoerder hem moet vertegenwoordigen.

Massale onderbescherming

Ik lig minder wakker van de vraag of iemand geactiveerd kan worden dan van de vaststelling dat rechten massaal ongebruikt blijven. Wat mijn buikgevoel zegt, wordt bevestigd door onderzoek. Naar schatting 46 procent van de mensen die recht hebben op een leefloon vindt de weg naar deze hulp niet of krijgt het recht niet toegekend.

Die massale onderbescherming staat in schril contrast met de politieke focus op misbruik. Onderzoek schat het aantal fraudegevallen namelijk op 4,6 procent.

Niet aanvaarden

Ik kom ze dagelijks tegen: mensen die zich niet meer durven melden bij het OCMW. Ze komen in situaties terecht die indruisen tegen hun eigen waarden. Zo belanden sommigen in het het sekswerk, anderen zijn dan weer volledig aangewezen op liefdadigheid en bedelen een karig inkomen bij elkaar.

‘Ik kom ze dagelijks tegen: mensen die zich niet meer durven melden bij het OCMW.’

Als we een werkelijk inclusieve, rechtvaardige en solidaire samenleving willen behouden, kunnen we niet aanvaarden dat mensen zonder een minimum moeten overleven. Daarom streven we vanuit Diogenes vzw naar een wet die de automatische toekenning van rechten garandeert.

Echte succesverhalen creëren

Als afsluiter, richt ik me graag collegiaal tot u, mevrouw Hansen. Laten we afstappen van het dogma dat iedereen altijd vooruit moet. Laten we liever op het terrein samenwerken om de enorme onderbescherming aan te pakken. Ook bij jou, in Vilvoorde, zijn er schitterende straathoekwerkers actief die de weg naar deze mensen kennen. We moeten durven aanvaarden dat een aanzienlijk percentage de stap naar werk niet zal zetten, hoe hard we ook proberen. We kunnen hen samen ondersteunen om een menswaardig bestaan op te bouwen binnen de krappe marges van een leefloon.

‘Laten we afstappen van het dogma dat iedereen altijd vooruit moet.’

Accepteren wat iemand niet kan, schept ruimte voor wat wel mogelijk is. Misschien lukt het hen mettertijd dan wel om op tijd op een afspraak te verschijnen, hun medische problemen aan te pakken, de banden met hun familie te herstellen of eindelijk een stabiele woonplek te vinden.

Neem daarnaast de ruimte om de mensen die wél de nodige capaciteiten bezitten te begeleiden naar waardig werk. Zij hebben uw expertise hard nodig. Ik ben ervan overtuigd dat we op die manier veel meer levens op de rails krijgen. Zo creëren we echte succesverhalen. Voor de een is dat uiteindelijk een job, voor de ander is dat het behouden van een uitkering en het vinden van broodnodige rust.

Reacties [2]

  • Guido

    Herkenbare pijnpunten, goed omkaderd. De federatie van OCMW maatschappelijk werkers is lid van de in deze bijdrage genoemde Coalitie. 50 jaar na de stemming van de OCMW wet stellen we inderdaad vast dat er een Coalitie op de been moet worden gebracht om ons Artikel 1 van die wet in herinnering te brengen! Meer voorwaardelijkheid? Mensen groeien waar er vertrouwen en veiligheid is. Dat is voor mij de grondslag van het OCMW maatschappelijk werk. Misschien is dat dwars tegen de tijdsgeest in. Dat is dan maar zo…

  • Sushmitha Hansen

    Dank voor uw tekst, Filip, en uw inzet voor menswaardig bestaan. Ik deel uw zorg over complexe procedures en het massaal ongebruik van rechten. Vanuit mijn ervaring kan een welvaartswerker die vanaf het eerste contact doelgericht begeleidt, ook cliënten die aanvankelijk niet wendbaar lijken stap voor stap vooruit helpen richting werk. Behoud van een uitkering betekent nooit automatisch “rust”: wettelijke verplichtingen gelden altijd. Enkel focussen op degenen die al inzet tonen laat veel potentieel onbenut. Zo verbinden we menswaardig bestaan en activering concreet, zonder te veronderstellen dat sommige cliënten nooit vooruit kunnen.

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.