Hokjesdenken
Zaken ordenen, categoriseren en benoemen helpt ons om grip te krijgen op een complexe wereld. Het biedt houvast, maar kan ook verstarren. Zeker wanneer we diezelfde logica toepassen op mensen. We trappen allemaal wel eens in de val van hokjesdenken. Dan wordt nuance ingeruild voor simplificatie.
‘Alsof herstel een uitzondering is, geen reële mogelijkheid.’
Zo kunnen hardnekkige misverstanden ontstaan. Eén daarvan: dat jeugdtrauma je leven onvermijdelijk en onherroepelijk tekent. Wie als kind werd gekwetst, is als volwassene per definitie beschadigd. Alsof een mens herleid kan worden tot wat hem of haar is overkomen. Alsof herstel een uitzondering is, geen reële mogelijkheid.
Die gedachte is niet alleen fout. Ze is ook schadelijk. Ze nestelt zich in hoe we naar overlevers kijken, en in hoe overlevers naar zichzelf kijken. Jarenlang stelde ik mezelf in vraag. Elke reactie, elke beslissing werd onder de loep genomen. Was dit wie ik was of kwam het door wat mij was aangedaan? Ik begon mezelf te wantrouwen, hield me in, werd voorzichtig tot op het punt van onzichtbaarheid. Want als de wereld gelooft dat jij gebroken bent, begin je dat zelf ook te geloven.
Een grote kost voor de samenleving
Nochtans weten we intussen beter. Vanuit de neurowetenschap groeit het inzicht dat het brein plastisch is en dat herstel mogelijk is, ook na ingrijpende ervaringen. Trauma laat sporen na, maar het legt geen definitief traject vast.
Met de juiste ondersteuning, veilige relaties en de nodige tijd kan trauma herstellen. De overlever kan betekenis geven aan het gebeuren en leert opnieuw stevig in zijn schoenen te staan. En toch blijft het dominante verhaal vaak hangen in onomkeerbaarheid. Dat is geen onschuldige vergissing. Het is een narratief dat mensen klein houdt.
‘Met de juiste ondersteuning, veilige relaties en de nodige tijd kan trauma herstellen.’
De impact daarvan reikt verder dan het individu. Als één op de tien kinderen te maken krijgt met kindermishandeling, dan spreken we over een aanzienlijke groep volwassenen die hun potentieel niet ten volle benut. Niet omdat ze dat niet kunnen, maar omdat ze leerden zichzelf te begrenzen.
Opgroeien in onveiligheid vertaalt zich in uitval, gezondheidsklachten en een stille kost voor de samenleving die in België wordt geschat op 6,7 miljard euro per jaar. Maar belangrijker nog: het is menselijk kapitaal dat we verliezen door een misvatting die we zelf in stand houden.
Vechten tegen de bierkaai
Ook in de hulpverlening laat dat verhaal sporen na. Wie ervan uitgaat dat trauma per definitie levenslang en allesbepalend is, kijkt, luistert en begeleidt anders. Terwijl veel van de vage en vaak moeilijk te plaatsen klachten waarmee mensen zich aanmelden, net vragen om een open, onbevooroordeelde blik. En om doorvragen naar wat er écht aan de basis van die klachten ligt.
‘Wanneer overlevers zwijgen uit schaamte of uit angst om gereduceerd te worden tot hun verleden, blijft cruciale informatie onder de radar.’
Wanneer overlevers zwijgen uit schaamte of uit angst om gereduceerd te worden tot hun verleden, blijft cruciale informatie onder de radar. Dan blijven we, zoals de uitdrukking zegt, vechten tegen de bierkaai: veel inspanning, weinig beweging. Het is een selffulfilling prophecy: we geloven zo sterk dat trauma blijvend tekent, dat we het niet benoemen, niet gericht aanpakken, en het dus inderdaad blijft doorwerken.
Preventief aan de slag
Daar ligt precies de ruimte voor verandering: in wat we kinderen, hulpverleners en onszelf aanleren. Zelf wil ik deel uitmaken van die verandering. Exact drie jaar geleden startte ik met vzw Fonkel, een organisatie die zich inzet voor de strijd tegen kindermishandeling. Als overlever van kindermisbruik wil ik mijn ervaringen inzetten voor kinderen die vandaag opgroeien in een verontrustende situatie.
Naar mijn weten zijn we de enige in Vlaanderen die preventief met de kinderen zelf aan de slag gaat. We werken met kinderen aan weerbaarheid, vergroten het bewustzijn in de maatschappij rond kindermishandeling en brengen kinderen met gelijkaardige ervaringen samen. Want één inzicht, ‘je bent niet alleen’, doorbreekt wat trauma zo vaak doet: isoleren.
‘Kinderen zijn niet wat hen overkomt.’
Bij Fonkel vertrekken we vanuit een eenvoudig maar krachtig principe: kinderen zijn niet wat hen overkomt. We leren hen woorden om aan te geven wat goed en niet goed voelt. We oefenen om grenzen aan te geven. We reiken hen taal aan om uit te drukken wat er gebeurt en grote geheimen te kunnen vertellen.
Dat alles doen we niet pas wanneer het misgaat, maar vooral ervoor. Zodat, als er iets gebeurt, de stap naar spreken kleiner is. Dat spreken is de toegangspoort tot hulp, tot herstel en tot het herschrijven van het verhaal dat anders in stilte vastroest.
Erkenning zonder begrenzing
Misschien is dat waar het wringt in het maatschappelijk debat: we verwarren erkenning met determinisme. Ja, kindermishandeling is ingrijpend. Ja, het verdient onze volle aandacht en zorg. Maar erkenning hoeft niet te betekenen dat we iemand vastzetten in dat ene hoofdstuk. Integendeel. Echte erkenning laat ruimte voor beweging, groei en complexiteit. Het laat ons beseffen dat een mens altijd meer is dan wat hem of haar is aangedaan.
Van hokjesdenken is nog nooit iemand beter geworden. Wat wel helpt, is een open blik die ziet zonder te reduceren en erkent zonder te begrenzen. Als we dat kunnen als samenleving, als hulpverlener en als mens, dan verschuift er iets fundamenteels. Dan maken we overlevers niet kleiner, maar groter. Dan ontstaat er ruimte om te herstellen, leren overlevers opnieuw deel te nemen, en worden zij niet langer gedefinieerd door het verleden. Precies daar begint het echte werk: niet bij wat iemand meedraagt, maar bij wat mogelijk is op het pad vooruit.

Reacties