Waar het leven zich afspeelt
In 2018 begon ik als wijkwerker geestelijke gezondheidszorg in een Gentse sociale woonwijk, in dienst van het Psychiatrisch Centrum Gent-Sleidinge en de Stad Gent. Mijn opdracht was helder: geestelijke gezondheidszorg dichter bij de leefwereld van bewoners brengen. Niet wachten tot mensen de weg vinden naar een instelling, maar aanwezig zijn waar het leven zich afspeelt: in appartementsblokken, op pleintjes, aan keukentafels.
In die jaren groeide, samen met stad en verschillende welzijnspartners, een gedeelde werk- en ontmoetingsplek: De Fender. Een plek waar professionals uit zorg en welzijn samenwerken, overleggen en elkaar snel vinden. Geen klassiek centrum, maar een kruispunt. De samenwerking toont dat lokaal bestuur en geestelijke gezondheidszorg elkaar kunnen versterken wanneer ze kiezen voor contextgericht werken.
De komende maanden laat ik mijn rol als wijkwerker achter om een nieuwe uitdaging aan te gaan als teamcoach in een psychiatrisch verzorgingstehuis. Voor ik die stap zet, wil ik één reflectie delen. Niet als afscheid, maar om mee te geven wat de wijk mij de voorbije zeven jaar heeft geleerd en wat volgens mij vandaag onze aandacht vraagt.
Web van problemen
Wat voor mij doorheen de jaren zichtbaar werd, zijn geen losse problemen meer. Het zijn patronen. Het is systeemdruk, en die druk neemt alsmaar toe.
Dat zie je niet in één spectaculaire crisis. Je ziet het aan tafel in een klein appartement. Een alleenstaande moeder, recent ontslagen uit een opname. Twee kinderen. Beperkte kennis van het Nederlands. Haar oudste zoon vertaalt ons gesprek.
‘Het zijn geen losse problemen meer.’
De verwarming blijkt al weken verkeerd ingesteld. Hij is gelukkig niet kapot, maar gewoon verkeerd bediend waardoor de energiefactuur oploopt. Ze miste een afspraak bij de mutualiteit omdat de communicatie digitaal verliep. Online bankieren lukt haar niet. De bank rekent kosten aan voor elke overschrijvingen via papier. De school maakt zich zorgen over het gedrag van haar zoon.
Geen van deze problemen zijn uitzonderlijk. Samen vormen ze een web. Wat de voorbije jaren veranderde, is hoe vaak zulke webben ontstaan en hoe snel ze verstrakken.
Kwetsbaarheid concentreert zich
Sociale huisvesting vervult haar opdracht en vangt kwetsbaarheid op, maar die kwetsbaarheid concentreert zich. Psychische problemen, schulden, trauma, beperkte netwerken, migratiegeschiedenis: ze komen zelden nog alleen. Waar kwetsbaarheid samenkomt, moet ondersteuning meegroeien. Dat gebeurt vandaag onvoldoende en niet snel genoeg.
Met als gevolg dat er sneller crisissen ontstaan, dat escalaties groeien uit kleine misverstanden en dat heropnames sneller op elkaar volgen. Hulpverleners moeten steeds meer tijd besteden aan afstemming en crisisbeheer. Niet omdat ze hun werk minder goed doen, maar omdat de context complexer wordt dan het systeem oorspronkelijk voorzien heeft.
Het belang van taal
Een belangrijke breuklijn daarin is taal. Geestelijke gezondheidszorg is talig georganiseerd. Therapie, diagnostiek en begeleiding steunen op woorden, nuance en gedeelde betekenissen. Voor wie het Nederlands onvoldoende beheerst, wordt toegang tot zorg broos. Hulpverleningsgesprekken verlopen via kinderen. Misverstanden stapelen zich op. Mensen die de taal niet goed beheersen komen voor hulpverlening vaak pas in beeld wanneer de situatie al ernstig geëscaleerd is.
Taal is geen randfactor. Ze bepaalt wie kan deelnemen en wie voortdurend op achterstand start. In een superdiverse stad is dat geen detail. Het is een structurele realiteit waar het zorgmodel zich sneller aan moet aanpassen.
Loketten en perspectief verdwijnen
Tegelijk veranderde ook de bredere maatschappelijke omgeving. Laagdrempelige loketten verdwenen. Bankkantoren sloten. Mutualiteiten werken voornamelijk op afspraak. Administratie digitaliseerde in snel tempo. Wat vroeger opgelost werd aan een balie, vraagt vandaag digitale competenties, taalvaardigheid en zelfredzaamheid.
‘Digitalisering verhoogt efficiëntie, maar zonder nabijheid vergroot ze ongelijkheid.’
Voor veel mensen is dat een logische evolutie. Voor anderen betekent het een opstapeling van drempels. Digitalisering verhoogt efficiëntie, maar zonder compenserende nabijheid vergroot ze ongelijkheid.
Ook de arbeidsmarkt verschoof. Jongeren groeien op in gezinnen waar arbeid minder vanzelfsprekend stabiliteit biedt dan voorheen. Wanneer perspectief afneemt, vertaalt zich dat in spanningen, schooluitval en soms grensoverschrijdend gedrag. Niet uit onwil, maar uit gebrek aan aansluiting.
Systeemdruk en hoop
Wanneer deze evoluties samenkomen in dezelfde straten en appartementsblokken, ontstaat systeemdruk: meerdere maatschappelijke verschuivingen die gelijktijdig inwerken op dezelfde groep mensen.
En precies daar zit de urgentie. De wijk vangt vandaag op wat elders wordt verschoven. Ze stabiliseert wat structureel onder spanning staat. Waar men elders wegkijkt van de problemen die deze systeemdruk creëert, wordt in deze wijk hard gewerkt om ze op te vangen. Doordat de samenwerking tussen welzijnspartners sterk is en professionals zich engageren, blijft veel overeind. Maar een systeem kan niet blijvend teren op moreel kapitaal alleen.
‘De wijk vangt vandaag op wat elders wordt verschoven.’
Tegelijk zie ik hoopvolle beweging. Het bewustzijn groeit. De stad Gent investeert expliciet in wijkgerichte samenwerking. Binnen PCGS en de bredere geestelijke gezondheidszorg is er bereidheid om sterker contextgericht te werken.
De Fender toont dat nabijheid werkt: dat vroeg overleg crisissen kan voorkomen, dat directe samenwerking escalaties kan dempen. Maar nabijheid vraagt duurzaamheid. Preventie en samenwerking renderen vaak op langere termijn. De resultaten zijn ook niet altijd zichtbaar op de plek waar geïnvesteerd wordt. Uitstel is hier geen neutrale keuze, want hoe langer systeemdruk zich opstapelt, hoe groter de menselijke en maatschappelijke kost zal zijn.
Na zeven jaar wijkwerk vertrek ik niet met een gevoel van mislukking, maar met een scherper inzicht. Want waar het schuurt ontstaat inzicht. De uitdaging is om dat inzicht niet te laten liggen. Daarom vertrek ik ook met een zekere bezorgdheid.
De wijk is geen probleemzone. Ze is een barometer. Wat hier zichtbaar wordt, zal zich in de toekomst ook elders aandienen. De signalen zijn helder. De bereidheid om te bewegen is aanwezig. De vraag is of we die beweging snel genoeg structureel durven maken.
Dit moment is geen eindpunt. Het is een kantelpunt. De vraag is niet of we meer moeten doen. De vraag is of we tijdig durven organiseren wat we al lang weten: dat nabijheid, taalgevoeligheid en samenwerking geen luxe zijn, maar voorwaarden voor duurzame geestelijke gezondheid.

Reacties [3]
Mooie en waardevolle reflectie over onze wijk, waar we vele jaren hebben samengewerkt. Dank voor je inzet, je ambities en gedrevenheid voor onze wijk. We gaan aan de slag met je inzichten en ik beloof je, Jan, als Wijkgezondheidscentrum zullen we blijven inzetten op nabijheid, laagdrempeligheid en samenwerking. We gaan je hier missen!
Bedankt, dit is een zeer waardevolle, constructieve bijdrage ! Ik hoop dat het veel gelezen wordt en doordringt tot bij de beleidsmakers.
Zo waar en echt, prachtig verwoord maar eigenlijk had ik niets anders verwacht van Jou Jan DeDas. Het gaat je goed en tot later!