Opinie

‘Leefloon is een mensenrecht’

Collectief Cartach

Mensen die recht hebben op een leefloon hebben het steeds moeilijker. Te vaak horen ze: “Trek eerst je plan en kom pas dan aankloppen voor sociale bescherming.” Ze lanceren een belangenbond om dat basisrecht te herstellen.

leefloon

© Unsplash / Thomas Chan

Laatste sociale vangnet

Door de coronacrisis zijn de aanvragen voor een leefloon sterk toegenomen.

Veel studenten, kleine zelfstandigen en kunstenaars komen financieel in de problemen. Ze balanceren op de rand van de armoede. Voor hun basisnoden zijn ze dikwijls aangewezen op het laatste sociale vangnet: het leefloon.

‘Het leefloon staat al decennia onder druk.’

Nochtans staat dat vangnet al decennia onder druk. De minimumuitkeringen beschermen onvoldoende tegen armoede. Ze worden bovendien steeds meer voorwaardelijk en disciplinerend. Enkel wie aantoont dat hij voldoende inspanningen levert in de strijd tegen armoede, krijgt een uitkering.

Met Collectief Cartach tekenen wij, een handvol Brusselse rechthebbenden op een leefloon, verzet aan tegen dit voorwaardelijk sociaal beleid.

Verlos jezelf

Beleidsmakers en politici verkopen deze shift in het sociaal beleid al dertig jaar onder de noemer van de actieve welvaartsstaat. We worden met z’n allen geacht te geloven in de zelfredzaamheid van elk individu. Die moet vooral zelf zijn sociale risico’s in regie nemen.

Die mindshift heeft belangrijke gevolgen voor de manier waarop de publieke opinie en overheden vandaag sociale rechten lezen. Het recht op een minimale uitkering krijg je niet zomaar omdat je behoeftig bent. Je moet zo snel mogelijk uit die afhankelijkheid zien weg te komen.

De overheid verwacht dat je jezelf actief uit je afhankelijkheidspositie ‘verlost’, dat je terug een plaats in de samenleving verwerft. Dat kan op verschillende manieren: door werk te zoeken, professionele competenties te verwerven, een opleiding te volgen, de landstalen te beheersen of een woning te vinden.

Verder weggeduwd

In een grootstad als Brussel worden velen door deze actieve welvaartsstaat aangesproken. Door de hoge werkloosheidsgraad is meer dan één vijfde van de actieve bevolking afhankelijk van een vervangingsuitkering. Ook voor hen geldt: eerst individuele zelfredzaamheid, pas dan sociale bescherming.

‘Wij leven onder de voortdurende dreiging dat onze uitkering opgeschort wordt.’

Hoe ervaren wij dit zelf, als rechthebbenden?

De ideologie van zelfredzaamheid duwt een belangrijk deel van de Brusselaars in een nog meer afhankelijke rol. Wij leven onder de voortdurende dreiging dat onze uitkering wordt opgeschort. Wij moeten zelf de weg vinden naar onze rechten, doorheen een jungle van overheden en hun regelgeving.

Tweederangsburgers

Wij voelen ons tweederangsburgers. We hebben onze plaats in de samenleving verloren, en blijkbaar zijn we pas terug een volwaardige burger als we in staat zijn om die plek zelf terug te winnen.

Ondertussen worden dieperliggende problemen als een hete aardappel naar ons doorgeschoven. Men kijkt naar ons om individuele oplossingen te bedenken voor grootstedelijke uitdagingen zoals het tekort aan jobs op maat, een huisvestingscrisis en ongelijke onderwijskansen. Allemaal issues die de overheid onvoldoende heeft aangepakt.

De onderbroek van Bobonne

Dat tweederangsburgerschap toont zich ook in de manier waarop fundamentele rechten ons toegekend worden.

Kijk naar de gezondheidszorg. Gaat het over voorkomen van ziektes, dan staan wij als laatsten in de rij. De verdeling van maskers tijdens de coronacrisis was de zoveelste eye-opener. OCMW-medewerkers bezorgden pas aan het einde van de eerste coronagolf mondmaskers. Onze verwondering was groot: we kregen enkel een lapje stof, het leek geknipt uit de onderbroek van Bobonne.

OCMW als laboratorium

We begrijpen best dat ook de Brusselse OCMW’s het moeilijk hebben. Ze worden geconfronteerd met een toename van het aantal rechthebbenden op een leefloon. Federale budgetten volgen die groei niet.

‘De federale overheid vat de OCMW’s op als een laboratorium voor voorwaardelijke rechtentoekenning.’

Bovendien vat de federale overheid de OCMW’s steeds meer op als een laboratorium voor voorwaardelijke rechtentoekenning. Van de OCMW’s wordt steeds meer verwacht dat ze de hulpverlening contractueel, controlerend en sanctionerend inrichten.

Zo’n omgeving ondermijnt de vertrouwensrelatie tussen maatschappelijk werkers en rechthebbenden. Dat laatste fnuikt hulpverleners in hun ambitie om een kwaliteitsvolle begeleiding te bieden.

Controlelogica

We zien ook hoe moeilijk maatschappelijk werkers het hebben om hun professionele integriteit overeind te houden. Velen verlaten enthousiast de schoolbanken, maar zijn even snel weer ontmoedigd door het systeem waarin ze moeten functioneren.

‘Het OCMW is een systeem geworden om ‘restgroepen’ te beheren.’

Sociale professionals worden opgeleid om mensen te emanciperen. Helaas: het OCMW-systeem laat dit niet toe en medewerkers haken af. Sommigen onder ons zien op een jaar tijd drie verschillende begeleiders passeren. En steeds vragen ze naar dezelfde documenten en moeten we hetzelfde verhaal opnieuw vertellen.

Het OCMW is geen systeem meer dat sociale rechten toekent en emancipeert. Het is een systeem geworden om ‘restgroepen’ te beheren.

Geen belangenorganisatie

Rechthebbenden op een leefloon zijn kwetsbaar.

Niet alleen vallen we terug op het laatste vangnet van sociale bescherming, we hebben ook geen stevige positie om onze sociale rechten op te eisen. Feitelijk hebben we weinig verhaal wanneer we van het leefloon worden uitgesloten of wanneer onze uitkering opgeschort wordt. We kennen onze rechten onvoldoende of we durven ze niet afdwingen omdat we sterk afhankelijk zijn van het OCMW.

Veelkoppig monster

Die kwetsbare positie doen kantelen, is een uitputtende strijd die op verschillende fronten tegelijk moet worden gevoerd. Die sociale strijd bekampt een ideologie van zelfredzaamheid, maar ook de manier waarop Brusselse OCMW’s georganiseerd en gepolitiseerd zijn.

Soms lijkt het alsof we vechten met Hydra, het monster uit de Griekse mythologie. Je kapt haar kop af en er komen er onmiddellijk twee anderen tevoorschijn.

Veilige uitvalsbasis

Hoe kunnen we onze positie versterken? Hoe kunnen we elkaar ondersteunen in de toekenning van de sociale bescherming waar we recht op hebben? Hoe kunnen we onze afhankelijkheid indammen?

Krachten bundelen en resultaten boeken, verloopt moeizaam. We gebruiken onze energie om een uitweg te vinden uit dit systeem van afhankelijkheid. Er rest ons slechts weinig energie om dat systeem van onderuit te veranderen.

‘We richten een belangenbond op.’

Daarom hebben we een veilige uitvalsbasis nodig, een stevige structuur, los van het OCMW en vrij van politieke beïnvloeding. Zo’n structuur kan ons verlangen naar verandering vertegenwoordigen en versterken.

BASkuul

Samenlevingsopbouw Brussel heeft die nood gehoord en startte vanaf 2017 BASkuul op. De naam van dit project draagt perfect uit wat we willen: de ongelijke machtsverhoudingen tussen ons, rechthebbenden op een leefloon, en de Brusselse OCMW’s doen kantelen (‘basculer’).

Met de opbouwwerkers van BASkuul en een onderzoeker van Hogeschool Odisee willen we onze afhankelijkheid inperken, willen we onze positie als rechthebbenden op een leefloon versterken en de erosie van sociale bescherming tegengaan.

We lezen het leefloon bewust niet als een voorwaardelijk recht, maar als een volwaardig mensenrecht voor éénieder die bedreigd is in de menswaardigheid van zijn bestaan.

Geen dagdromerij

Dat traject loopt door: we kijken we uit naar de periode 2021 – 2025. Dan zet BASkuul een belangrijke nieuwe stap. Met de opbouwwerkers van Samenlevingsopbouw Brussel richten we een Belangenbond van rechthebbenden op een leefloon op.

‘We willen onze positie versterken.’

We willen zoveel mogelijk rechthebbenden uit de negentien Brusselse gemeenten bereiken. We willen hen verenigen om hun noden te vertalen in effectieve rechten. Dat is geen dagdromerij, zoals bijvoorbeeld de Amsterdamse Bijstandsbond dagelijks aantoont.

Ambitieus

En we zijn ambitieus: vanuit deze samenwerking zoeken we naar een bredere alliantie om het politieke en publiek draagvlak voor de toenemende voorwaardelijkheid van het leefloon terug te dringen. Leefloon is een mensenrecht, het recht op een menswaardig bestaan is een basisrecht.

Met de Belangenbond willen we de positie van rechthebbenden op een leefloon versterken. Dat is onze grote uitdaging. We creëren een platform dat mee aan tafel zit om te onderhandelen over de sociale rechten van mensen met een leefloon. Pas dan kunnen we machtsverhoudingen ook echt doen kantelen.

Reacties [4]

  • Anoniem

    Wat ben ik blij om dit te vernemen. Ook in Antwerpen stellen zich deze problemen. Leefloon wordt te vaak afgenomen omwille van kleine tekortkomingen, waardoor mensen in een snelvaart tempo van de regen in de drup geraken en voor je het weet in een grote schuldenberg zitten en dakloosheid zijn. Bovendien hangt het sterk af van je assistent of ze soepel dan wel rigide is. Assistenten verschuilen zich vaak achter de regeltjes. Het “meten” van vaardigheden van een individu zou willekeur moeten tegengaan maar is heel subjectief. waardoor soms niet realistische verwachtingen worden gesteld.

  • Susanne Theyskens

    Beste, Ik weet dat het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest zijn eigen systeem heeft. Overwegen jullie een uitbreiding naar Vlaanderen toe? Of bestaat er in Vlaanderen al een soortgelijk initiatief?
    Groeten

    • Floor Michielsen

      Beste Susanne, dank voor je reactie. Het actieterrein van project BASkuul beperkt zich, zoals je zelf schrijft, tot het Brussels Gewest. Samenlevingsopbouw is ook actief in Vlaanderen, waar verschillende initiatieven genomen worden rond sociale bescherming. Meer info hierover vind je op deze website: https://www.samenlevingsopbouw.be/welzijn/zo-zien-wij-sociaal-beleid-welzijn
      Warme groeten,
      Floor Michielsen

  • Sven De Koster

    Met leefloon heb ik geen ervaring, maar wel met hulp van het ocmw en ik kan alleen maar bevestigen wat dit verhaal omschrijft. Met als gevolg dat de sociaal werkers die er nog werken geen maatschappelijk werkers meer zijn, maar betuttelende hulpverleners die zelden nog de vraag van de cliënt begrijpen.
    En aangezien ik echt verstandig ben, weet hoe alles functioneert, kunnen deze types van hulpverleners niet begrijpen dat ik er niet in slaag het zelf te doen waardoor ik nog minder hulp krijg, want ze hebben geleerd dat ze mij moeten emanciperen. Dat ik daarin niet slaag omdat het me soms te veel wordt, dat ik het soms beu ben en alles daardoor laat vallen, dat is voor hen te moeilijk om te vatten.
    Een jammerlijke evolutie, ik heb tijden gekend dat ocmw’s (maar ook andere instellingen zoals vdab) echt opkwamen voor hun cliënten, dat ze streefden naar zoveel mogelijk ondersteuning, al werd de steun standaard niet voorzien, ze probeerden de steun toch te verwerven; nu is he omgekeerd.

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.