Opinie

Kindermishandeling: ‘Wat we meemaakten, kan je niet in schuifjes steken’

Anna Defossez

Zonet publiceerden de Vertrouwenscentra Kindermishandeling (VK’s) en het Vlaams Expertisecentrum Kindermishandeling (VECK) hun nieuw jaarverslag. Dat betekent ook: nieuwe cijfers, nieuwe signalen, nieuwe evoluties. Anna Defossez van lotgenotenwerking Echo plaatst een kanttekening bij dat jaarrapport: “Laten we allemaal samen ons best doen om te blijven kijken naar gezinnen en kinderen, weg van definities en categorieën.”

vertrouwenscentra

© Unsplash+ / Victoria Dokukina

Ervaringen delen

Ik ben een overlever van kindermishandeling.

Ik vermoed dat ik met deze startzin meteen je interesse opwek. Prima, ik wil graag dat je verder leest. Toch ga ik je niet vertellen wat ik juist heb meegemaakt of welke vorm van mishandeling ik overleefd heb. Ik hou de lippen op elkaar, onder andere omdat de nieuwsgierigheid om dit te weten te komen het werkelijk luisteren in de weg kan staan.

‘Ik ga je niet vertellen wat ik juist heb meegemaakt.’

Om meer aandacht en ruimte te krijgen voor de ervaringen van overlevers, richtte ik in 2020, onder de vleugels van het Vlaams Expertisecentrum Kindermishandeling (VECK), mee de Echo-Lotgenotenwerking op. We creëren er met en voor overlevers een veilige plaats waar lotgenoten samenkomen, hun verhaal delen, erkenning en herkenning vinden bij elkaar. 

Twijfel

Wat me in die zes jaar Echo-werking opvalt, is dat van de 350 lotgenoten die de weg naar Echo vonden maar weinigen zeker weten of ze wel mishandeld zijn. In alle eerlijkheid overvalt die twijfel mij soms ook.

Hoe komt het dat we met zo veel lotgenoten twijfelen over wat we hebben meegemaakt?

Volgens mij speelt de manier waarop er over kindermishandeling gesproken wordt een belangrijke rol. Dat spreken wordt sterk bepaald door de verschillende soorten mishandeling: verwaarlozing, emotioneel en psychisch geweld, fysiek geweld en seksueel geweld. Elke geweldsvorm heeft haar eigen kenmerken en afbakeningen.

‘Weinigen weten zeker of ze wel mishandeld zijn.’

Bovendien worden die geweldsvormen met de grootste evidentie gerangschikt op een continuüm: verwaarlozing is de minst erge vorm en seksueel geweld de ergste. Die categorieën, afbakeningen en rangordeningen duiken overal op: bij politie en justitie, bij hulpverleners, in de media en ook bij het brede publiek.

In schuifjes

Veel overlevers kunnen met deze definities geen plaats geven aan hun ervaringen. In al die verschillende kenmerken vinden we wel elementen terug die we ervaarden, maar niet altijd netjes en sluitend zoals de definities het vooropstellen. Dat voedt onze twijfel: hebben we wel voldoende meegemaakt om ons ook overlever van kindermishandeling te noemen?

Hoewel de verschillende categorieën van kindermishandeling helpen om grip te krijgen op wat er allemaal in de samenleving speelt of kan gebeuren, zijn ze ook een grote valkuil: de cliënt of patiënt moet in het juiste vakje passen. Lukt dat niet, dan zit hij niet op de juiste plek en kan hij ook niet verder geholpen worden. Maar wat we meemaakten, kan je niet in schuifjes plaatsen. Kindermishandeling is niet zwart-wit. De vele vormen van misbruik lopen door elkaar.

En in veel gezinnen gebeuren ook nog mooie dingen. Er is nog aandacht, zorg en humor aanwezig. Mede-overlever Melanie De Roose schetste die complexiteit en ongrijpbaarheid van kindermishandeling pas nog scherp: “Kinderen vallen niet samen met wat hen overkomen is. En daarom zijn ze ook niet noodzakelijk getekend voor het leven.”

 Niet gezien of gehoord

Er duikt bij kindermishandeling nog een probleem op: de angst om een ouder of pleger vals te beschuldigen. Definities geven dan houvast om de situatie te kunnen bevragen, bekijken en juist te beoordelen. Om zeker te zijn, wordt er doorgevraagd. Soms zwijgt een kind, soms deelt het zaken die het nog niet wou delen

Als experts dan vervolgens besluiten dat er van kindermishandeling geen sprake is, volgt er opluchting: er moeten geen verdere stappen ondernomen worden. Jammer, want op die manier vonden heel wat lotgenoten geen weg naar hulp.

‘Niemand zag mij.’

Dus opnieuw: kindermishandeling is niet zwart-wit. Het trauma hakt er des te meer op in als lotgenoten naast het geweld of de verwaarlozing die ze meemaakten ook nog eens niet gezien of gehoord worden. ‘Ik stond er helemaal alleen voor.’ ‘Niemand zag mij.’ ‘Niemand begreep me.’ Allemaal uitspraken die vaak terugkomen in het lotgenotencontact.

Oproep aan jouw adres

Dit opiniestuk is ook een oproep aan jouw adres. Laten we allemaal samen ons best doen om te blijven kijken naar gezinnen en kinderen, weg van definities en categorieën.

Ken je kinderen – in je omgeving, in je praktijk, op je werk –  waarvan je denkt: daar gaat het eigenlijk niet zo goed mee? Geef ze aandacht, ruimte en zorg. Vaak hebben kinderen tijd nodig om duidelijk te maken dat het thuis niet goed loopt. Kom je zelf niet tot tijd en ruimte, bekijk dan waar die nabijheid en ruimte wel mogelijk is, zie dat het gezin of kind niet alleen blijft.

Met vakjes en categorieën ga je complexe verhalen nooit te pakken krijgen. Blijf nabij of zoek kansen om te verbinden. In de hoop dat de volgende generatie lotgenoten zegt: ‘Het liep thuis mis, maar ik voelde me wel gezien’.

Reacties

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.