Werken loont niet
Stel je voor: je bent achttien. Je woont thuis en je weet hoe het is om in armoede te leven. Met een leefloon proberen je ouders maandelijks rond te komen. Met weinig middelen proberen ze te toveren, voor jou en je jongere broers en zussen. Nu je meerderjarig bent, wil je niet verder studeren. Je wil gaan werken. Je wil vooruit, sparen, bouwen aan je leven. Je hoopt met dat inkomen aan armoede te ontsnappen.
‘In het leefloonbeleid zit een systeemfout die werk ontmoedigt.’
Maar dat blijkt meteen een illusie. Omdat je nog thuis woont, wordt jouw inkomen meegeteld bij het gezinsinkomen van je ouders. Gevolg: ze verliezen een deel van hun leefloon. Maar je wil niet dat je familie de dupe is van je inzet en draagt het verlies bij vanuit je loon. Maar dat betekent voor jou meteen: geen spaarbuffer, geen vrijheid, geen zelfstandigheid. Werken loont niet.
Financieel afgestraft
In het leefloonbeleid zit een systeemfout die werk ontmoedigt. Werkende jongvolwassenen die bij hun ouders wonen, worden als samenwonend beschouwd. Hun inkomen telt mee in de berekening van het leefloon van de ouders.
Een voorbeeld in euro’s. Stel dat je zo’n werkende jongvolwassene bent die bij zijn vader woont. Voor de bereking van zijn leefloon wordt jouw vader beschouwd als een samenwonende: hij heeft recht op 876,13 euro per maand. Alles wat jij meer verdient wordt afgetrokken van het leefloon van je vader. Verdien jij het minimumloon (1.440 euro), dan daalt zijn leefloon naar 563,87 euro. Verdien je meer? Dan zakt het leefloon van je vader verder.
Om het leefbaar te houden, pas jij dat verschil bij. Sociale en ontspannende activiteiten liggen daardoor vaak buiten je financieel bereik, laat staan dat je kan sparen voor een betere toekomst. In plaats van je te belonen voor je inzet, straft het beleid je financieel af.
Het huis (niet) uit
Om dit te vermijden, proberen sommige jongeren de gezinswoning te verlaten en een eigen woonst te vinden. Want dan telt hun loon niet mee bij de berekening van het leefloon van de ouder(s).
‘In plaats van je te belonen voor je inzet, straft het beleid je financieel af.’
Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. De woningmarkt is overbevraagd. Betaalbare studio’s zijn schaars. Gezonde woningen zonder schimmel, vocht of tocht, zijn duur. Wie al werkt, zal snel merken dat een minimumloon amper volstaat om zonder schulden rond te komen. Zo blijven jongeren opgezadeld met financiële stress en weinig vooruitzicht op stabiliteit.
Werkende jongvolwassenen uit financieel sterke gezinnen blijven omwille van die krappe huurmarkt ook vaak thuis wonen. Maar voor hen is dat geen probleem: in hun gezin is van armoede of een leefloon geen sprake, dus kunnen ze sparen en een toekomst opbouwen. Zij hebben het privilege om fouten te maken, te zoeken, te groeien, te reizen.
Armoede wordt doorgegeven
Kinderen die opgroeien in armoede hebben een aanzienlijk verhoogd risico om later zelf onder de armoededrempel te belanden. Armoede is een intergenerationeel probleem en het armoedebeleid kan die dynamiek niet keren. Integendeel, wie uit de armoede wil stappen, botst op muren.
Het is tijd voor een beleid dat jongeren beloont om te werken, in plaats van hen financieel te straffen. Het inperken van het leefloon lijkt een besparing, maar dat is niet zo: wie kansen van jonge mensen ondermijnt, betaalt daar altijd een prijs voor.
Een eenvoudige oplossing
Laat dus het inkomen van thuiswonende en werkende jongvolwassenen niet langer meetellen in de berekening van het leefloon van hun ouder. Laat hen als ‘niet ten laste’ gelden, zonder hun inkomen uit werk mee te nemen in de berekening van het leefloon.
Deze aanpassing geeft jongeren in armoede kansen om financieel op eigen benen te staan, zonder hun gezin te benadelen. Je erkent hun inzet. Je beloont hen om te gaan werken. Je helpt hen om te sparen, eigen keuzes te maken en weg te blijven van schulden. En je verlaagt de werkdruk op overbevraagde OCMW’s.

Reacties [2]
Het is allemaal niet eenvoudig ,het leven.
Beste Ellen
Graag wil ik meegeven dat de wet voorziet dat de inkomsten van inwonende onderhoudsplichtigen geheel of gedeeltelijk kunnen vrijgesteld worden voor de berekening van een leefloon. Uiteraard is dit een beslissing van het Bijzonder Comité maar de maatschappelijk werker kan hiertoe een gemotiveerd voorstel doen.
Succes met jou case.