Zoeken en vinden
Als jeugdwelzijnswerker hoor ik vaak dat de jongeren waarmee we werken, beter toegeleid moeten worden naar het bestaande vrijetijdsaanbod of de hulpverlening. Die redenering vertrekt vanuit het idee dat deze jongeren niet deelnemen omdat ze de weg niet vinden.
‘Veel jongeren vinden de weg wel, maar botsen op drempels die voor anderen onzichtbaar blijven.’
Mijn ervaring is anders. Veel jongeren vinden de weg wel, maar botsen op drempels die voor anderen onzichtbaar blijven. Het probleem is niet dat zij geen aansluiting zoeken, maar dat het aanbod onvoldoende aansluit bij hun leefwereld.
Weinig vertrouwen
Jeugdwelzijnswerk organiseert groepsgerichte vrijetijdsactiviteiten voor kinderen en jongeren, met bijzondere aandacht voor hun welzijn. Want hoewel alle jongeren welkom zijn, richt het jeugdwelzijnswerk zich vooral op jongeren die in omstandigheden leven die buitenstaanders zich moeilijk kunnen voorstellen.
Het gaat om jongeren die leven in armoede, instabiele woonomstandigheden of gezinnen waar voortdurende stress, conflicten of onzekerheid aanwezig zijn. Jongeren die op jonge leeftijd ouderlijke verantwoordelijkheden dragen: oppassen op broers of zussen, vertalen voor ouders, mee zorgen voor inkomen of huishouden.
Het zijn jongeren die vaak opgroeien in een moeilijke situatie. Die dagelijks te maken krijgen met racisme, stigmatisering of uitsluiting. Die op school regelmatig botsen met regels, verwachtingen of leerkrachten. Jongeren die negatieve ervaringen hebben met hulpverlening, politie of jeugdzorg en daardoor nog weinig vertrouwen hebben in deze instellingen.
Niet moeilijk bereikbaar
Deze jongeren zijn niet ‘moeilijk bereikbaar’, maar leven in omstandigheden die het deelnemen aan gestructureerde vrijetijds-, jeugd- of hulpverleningsinitiatieven bijna onmogelijk maken.
‘Een jongere die niet weet of hij voor zijn broertjes of zusjes zal moeten zorgen, kan niet beloven elke zaterdagmiddag stipt aanwezig te zijn.’
Een jongere die niet weet of hij voor zijn broertjes of zusjes zal moeten zorgen, kan niet beloven elke zaterdagmiddag stipt aanwezig te zijn. Een jongere die bang is voor oordeel over zijn thuissituatie, stapt niet zomaar een onbekende groep binnen. Een jongere die op straat telkens gezien wordt als ‘onruststoker’ of ‘probleemjongere’, voelt zich niet op zijn gemak op een georganiseerde activiteit met onbekende deelnemers.
De drempels die beleid vaak als klein of oplosbaar beschouwt, zijn voor deze jongeren levensgroot en allesbepalend.
Niet inpasbaar
Toeleiding faalt omdat het systeem niet aansluit op de realiteit van deze jongeren. Het vraagt jongeren om stappen zetten die voor hen onhaalbaar zijn: op tijd komen, afspraken nakomen, nieuwe ruimtes betreden of functioneren in groepen die hen vreemd zijn. Het vraagt jongeren organisaties te vertrouwen, terwijl veel jongeren op dat vlak negatieve ervaringen hebben. Het vraagt mentale ruimte, terwijl veel jongeren in constante stress leven. Het vraagt voorspelbaarheid, terwijl hun leven vaak door chaos wordt gekenmerkt.
Wanneer we jongeren toeleiden naar een werking die ze niet vertrouwen, niet begrijpen of niet als veilig ervaren, leidt dat niet tot participatie maar tot afhaken. Toeleiding naar een systeem waarin jongeren zich ongezien, onbegrepen of onwelkom voelen, is niet alleen inefficiënt maar ook schadelijk: het bevestigt dat deze jongeren ‘niet inpasbaar zijn’.
Vanuit de leefwereld van jongeren
Jeugdwelzijnswerk kiest er daarom voor om niet te vertrekken vanuit een strak aanbod, maar vanuit de vragen en de leefwereld van jongeren zelf. De relatie vormt het fundament van de werking. Contact ontstaat niet via inschrijvingen, afspraken of formele trajecten, maar via nabijheid, aanwezigheid en het opbouwen van vertrouwen in het dagelijkse leven van jongeren.
Vanuit die relatie ontstaat ruimte voor activiteiten, ondersteuning en verdere stappen, steeds op het tempo en volgens de noden van de jongere. Het welzijn van de jongere staat daarbij centraal. Aanbod en structuur passen zich aan aan de realiteit van hun leven. De werking is flexibel, contextgericht en voortdurend in beweging.
Nieuwe stappen
Die andere aanpak maakt een verschil. Dezelfde jongeren die weigeren deel te nemen aan reguliere hulpverlening of het bestaande vrijetijdsaanbod, gaan vaak wel in gesprek met een jeugdwelzijnswerker en zetten opnieuw stappen richting ondersteuning of hulp.
Vaak kiezen deze jongeren er bovendien voor om een traject binnen het jeugdwelzijnswerk aan te gaan. Dat is geen toeval. Jeugdwelzijnswerk werkt relationeel: de relatie is niet het middel, maar de voorwaarde. Jongeren openen zich pas wanneer ze zich veilig voelen, wanneer ze ervaren dat een volwassene hen niet beoordeelt, niet veroordeelt en niet alleen verschijnt op momenten dat het slecht gaat.
Systemen plooien
Door aanwezig te zijn in de leefwereld van de jongere – op straat, aan het plein, in de buurt, in het moment – ontstaat een vorm van vertrouwen die klassieke hulpverlening niet kan realiseren door haar organisatorische structuur. Een jongere die drie keer niet komt opdagen, wordt vaak gezien als iemand die niet wil. In jeugdwelzijnswerk wordt hij gezien als iemand die misschien niet kan. Dat verschil in interpretatie creëert een verschil in uitkomst.
‘Het probleem zit niet bij jongeren, wel bij organisaties die verwachten dat jongeren tegemoetkomen aan voorwaarden die ze niet kunnen waarmaken.’
Jeugdwelzijnswerk slaagt waar anderen falen omdat het systemen plooit naar wat deze jongeren nodig hebben. Met nabijheid, vertrouwen en menselijkheid, kunnen deze jongeren wel bereikt worden.
Die ervaring werpt een heel ander licht op falende toeleiding naar vrijetijds-, hulp- en dienstverlening. Dat probleem zit niet bij jongeren, wel bij organisaties die verwachten dat jongeren tegemoetkomen aan voorwaarden die ze niet kunnen waarmaken.
Duurzame oplossing
De enige duurzame oplossing is dat organisaties zichzelf aanpassen: dat het vrijetijdsaanbod en de hulpverlening toegankelijker, bruikbaarder en relevanter worden voor jongeren die er nu buiten vallen. Pas wanneer systemen beginnen te werken op maat van deze doelgroep – relationeel, flexibel, begripvol en nabij – zullen meer jongeren hun weg vinden.
De vraag is dan ook niet wie het beter doet, maar hoe we elkaar kunnen versterken. Meer jongeren bereiken, vraagt niet alleen inspanningen van jongeren zelf, maar ook van organisaties die bereid zijn om dichter bij hun leefwereld te komen.
Wanneer organisaties erin slagen om actief aansluiting te zoeken bij deze jongeren, worden drempels kleiner en kansen groter. Zo kunnen we samen bouwen aan een aanbod waarin meer jongeren zich welkom en gezien voelen en waarnaar zij vanzelf hun weg vinden.



Reacties [1]
Goed verhaal. Ik vraag me af of dit ook niet geldt voor volwassenen in alternatieve tewerkstelling om aan sociale voorwaarden te voldoen. Ik werk er niet maar hoor veel verhalen die hetzelfde onbegrip aantonen. Voor buitenstaanders in een ‘normale’ situatie moeilijk te begrijpen en voor niet opgeleide begeleiders (ploegbazen) een zware taak.