Opinie

Jeugdhulp trekt aan de alarmbel: ‘Meer nodig dan woorden en ambitieuze plannen’

Katrien De Koster, Mattias Bouckaert, Kris De Koninck, Jessy Le Roy, Jenneke Christiaens, Rudi Roose

Vlaams minister van Welzijn Caroline Gennez ontvouwde haar plannen rond de jeugdhulp. Bezorgde jeugdhulpverleners en -onderzoekers reageren met een open brief aan de minister: “Tussen de lijnen lezen we een geloof in meer controle en efficiëntie, terwijl onze dagelijkse praktijk vraagt om vertrouwen, nabijheid en samenwerking.”

conceptnota

© Unsplash+ / Andy Quezada

Geachte mevrouw de Minister,

Geachte mevrouw Gennez,

Eindelijk! Na 14 maanden wachten, presenteerde u in oktober 2025 de conceptnota ‘Transparant, toegankelijk, proactief en geïntegreerd: de jeugdhulp van morgen’. We zien er heel wat vertrouwde ideeën in samengebracht: preventieve, laagdrempelige hulp in huizen van het kind en OverKophuizen, netwerken laagdrempelige hulp, versterken van pleegzorg, extra residentiële capaciteit met aandacht voor gezinshuizen en kleinere leefgroepen, aandacht voor betaalbaar wonen voor jeugdhulpverlaters…

‘Wij nodigen u met aandrang uit om een ander vertrekpunt te kiezen.’

Maar we zijn bezorgd. Tussen de lijnen lezen we een geloof in meer controle en efficiëntie, terwijl onze dagelijkse praktijk vraagt om vertrouwen, nabijheid en samenwerking. In de jeugdhulp is net ruimte nodig om op maat te kunnen werken. Taaie, complexe problemen vragen creatieve, volgehouden ondersteuning.

Wij nodigen u dan ook met aandrang uit om een ander vertrekpunt te kiezen: vertrouwen boven controle, samenwerking boven beheersing, menselijkheid boven managementlogica.

Vertrouwen boven controle

De ondertoon in de conceptnota en tussenkomsten in de media is duidelijk: voorzieningen zouden niet goed genoeg presteren, beschikbare plaatsen zouden niet worden benut. Enkel door strakkere monitoring, registratie, output-financiering en sturing zou de sector eindelijk ‘geactiveerd’ kunnen worden.

Dat beeld staat haaks op onze werkelijkheid. Het idee dat er honderden ‘onbenutte plaatsen’ zijn, getuigt van een fundamenteel wantrouwen tegenover het werkveld. Een ‘plaats’ is niet zomaar een bed – het is een zorgomgeving met de juiste expertise, begeleiding en draagkracht. Door personeelstekorten, uitval en de stijgende complexiteit van casussen is niet elke plaats altijd inzetbaar.

Hulpverleners nemen elke dag complexe beslissingen waarin ze voortdurend moeten balanceren tussen veiligheid, menselijke waardigheid en de draagkracht van jongeren en gezinnen. Zij doen dat met groot engagement, vaak in omstandigheden van personeelstekort en voortdurende morele dilemma’s door wachtlijsten en onvolmaakte oplossingen.

Een beleidsdiscours dat vooral focust op verantwoording en beheersing miskent die inspanningen. Het ondermijnt het vertrouwen in de sector en knaagt aan de motivatie van de mensen die het hart van de jeugdhulp vormen. “In tijden van schaarste kunnen wij het ons als overheid en als samenleving niet veroorloven om lichtvaardig met de beschikbare middelen om te gaan”, zo schrijft u in de inleiding van uw conceptnota. Auw! Het is moeilijk om dat niet als een verwijt te lezen.

Samenwerken boven beheersing

In verschillende voorstellen komt de controlelogica die u naar voorzieningen wil doorvoeren, ook terug in hoe u naar kwetsbare gezinnen kijkt en dat heeft natuurlijk ook impact op de relatie tussen hulpverlener en cliënt.

In uw plan vertrekt u van een repressieve logica: gezinnen moeten worden ‘beheerst’, zij zijn de boosdoeners. Het wantrouwen ten opzichte van sommige gezinnen, vergezeld van een discours waarbij kinderen te allen tijde ‘beschermd’ moeten worden, vormen een open doel om allerlei maatregelen op te leggen die ‘slechte’ gezinnen moeten bijsturen. Hulpverleners moeten naar meer toezicht, meer controle, meer meldingsplicht, meer datadeling. Maar deze logica gaat voorbij aan een essentieel principe: jeugdhulp werkt enkel wanneer gezinnen, kinderen en jongeren vertrouwen hebben in de mensen die hen ondersteunen.

‘Jeugdhulp werkt enkel wanneer gezinnen, kinderen en jongeren vertrouwen hebben in de mensen die hen ondersteunen.’

Het voorstel tot ondertoezichtstelling van ongeboren kinderen illustreert dat gevaar. Hulpverleners worden van vertrouwensfiguur naar de positie van controleur/opvoedspion geduwd, die je maar best kan vermijden. Jeugdhulp werkt enkel als gezinnen durven binnenstappen zonder angst om in een systeem te belanden dat hen beoordeelt in plaats van ondersteunt. Over één ding is alle onderzoek het eens: goede hulpverlening staat of valt met het opbouwen van een samenwerkingsrelatie.

Het beroepsgeheim is geen obstakel, maar een fundament van hulpverlenen. Het creëert de veiligheid om de ploeterende, falende stukken van jezelf te onderzoeken, als opstap naar verandering. Het versoepelen van dat beroepsgeheim is hierbij dan ook een riskante operatie.

‘Preventie wordt niet langer een uitnodiging tot ondersteuning, maar een mechanisme van vroegtijdige controle.’

Huizen van het Kind en OverKop-huizen hebben hun kracht altijd gehaald uit laagdrempeligheid en vrijwilligheid. Wanneer deze plekken echter worden geherinterpreteerd als poorten naar de jeugdhulp of als risicoscreeningspunten, verliezen ze precies datgene wat hen krachtig en succesvol maakt. Preventie wordt zo niet langer een uitnodiging tot ondersteuning, maar een mechanisme van vroegtijdige controle.

Al deze maatregelen creëren afstand, vergroten ongelijkheid en ondermijnen het vertrouwen dat gezinnen én hulpverleners nodig hebben. Om dan nog te zwijgen over wat kwetsbare gezinnen echt zou helpen: aandacht voor huisvesting, een krachtig en duurzaam sociaal beleid, een kansarmoedebeleid en zo meer. 

Waar blijft die negende werf?

Mevrouw de minister, we blijven het herhalen omdat het de realiteit van elke dag is: sterke jeugdhulp vraagt meer dan woorden en ambitieuze plannen. Zonder competente handen, werkbare omkadering en voldoende middelen staat het hele systeem op ontploffen. Dat weten hulpverleners, gezinnen en beleidsmakers.

In het nieuwe jeugdplan missen we opnieuw structurele maatregelen die écht het verschil maken: we wachten al 15 jaar op correcte loonvoorwaarden via een nieuwe functieclassificatie, die loonverschillen met andere sectoren kan wegwerken en we wachten al 16 jaar op een volwaardige indexatie van werkingsmiddelen. Dat deze zaken opnieuw niet op de radar lijken te staan, is niet meer uit te leggen en in de huidige omstandigheden binnen onze sector ronduit onbegrijpelijk.

Professionals geven vandaag het beste van zichzelf in een context die steeds zwaarder wordt. Werken in de jeugdhulp blijft ‘emotionele topsport’. De blootstelling aan complex trauma, agressie, crisissen en chronische nood maakt secundaire traumatisering een reëel risico. Toch blijven duizenden medewerkers zich elke dag inzetten, omdat ze geloven in hun bijdrage en omdat het werk zinvol is — niet omdat de voorwaarden dat zijn.

Waardering en erkenning zijn meer dan symbolische woorden. Ze vragen om eerlijke verloning, stabiele teams, haalbare caseloads en middelen die meebewegen met de noden op het terrein. Zonder die randvoorwaarden kan geen enkel jeugdhulpplan, hoe ambitieus ook, slagen.

Een uitnodiging

Wij nodigen u uit om te investeren in duurzame relaties in plaats van in nieuwe registratiesystemen. Om te luisteren naar hulpverleners die dagelijks balanceren tussen zorg, veiligheid en complexiteit. En om de expertise van het werkveld te erkennen in plaats van te betwisten.  Preventie wordt versterkt door nabijheid, niet door surveillance, en door te aanvaarden dat complexe problemen geen eenvoudige oplossingen kennen.

‘Jeugdhulp bouw je niet met (registratie)systemen, maar met mensen.’

Mevrouw de Minister, u koos ervoor om in de aanloop naar uw conceptnota bijzonder beperkt overleg te plegen met de sector. Momenten van ‘overleg’ die wel georganiseerd werden, hebben geen enkele impact gehad op het beleid dat u in dit jeugdhulpplan vooropstelt. Nochtans kan echte verandering enkel ontstaan wanneer het werkveld niet alleen wordt gehoord, maar ook mede-eigenaar wordt van de oplossingen. Jeugdhulp bouw je niet met (registratie)systemen, maar met mensen.

Daarom vragen wij u met sterke aandrang: kies voor een koers die vertrekt vanuit vertrouwen in wie elke dag het verschil probeert te maken. En kies voor samenwerken, in dialoog, luister naar wat bepaalde maatregelen in het échte leven voor impact zullen hebben — trager misschien, maar uiteindelijk veel effectiever.

“Tout seul on va toujours plus vite, mais ensemble, on va beaucoup plus loin. Ge kunt zo hard gaan als ge wilt, alleen tezamen keert het tij.”(dixit Zwangere Guy) Ofwel: Samen geraken we verder.

Met verontruste groet.

Reacties

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.