Verkeerde vraag
Op 23 mei 2025 keurde de Vlaamse Regering de conceptnota ‘Naar een vernieuwd, geïntegreerd zorg- en ondersteuningsbeleid voor personen met een handicap’ goed. Daarin kondigt minister Gennez een zoveelste hervorming aan van het persoonsvolgend budget (PVB), het financieringssysteem voor mensen met een beperking. De wachtlijst voor dat budget is al verschillende legislaturen een doorn in het oog van wisselende ministers. Caroline Gennez wil daar nu mee afrekenen door ondersteuning te vereenvoudigen en meer rechtstreekse hulp aan te bieden.
‘Ook deze hervorming dreigt opnieuw bij het geld te beginnen, niet bij de mensen.’
Dat klinkt beloftevol. Helaas: deze hervorming is niet ingegeven vanuit het beter beantwoorden van zorgnoden, wel vanuit de ambitie om verder te bezuinigen op schaarse gemeenschapsmiddelen. En daar gaat het fout: hervormingen die vertrekken vanuit budgetschaarste in plaats van zorgnoden hebben de sector al vaker in problemen gebracht. In het verleden werden budgetcorrecties door een rechter teruggedraaid omdat ze onredelijk waren tegenover de reële zorgbehoeften. Ook deze hervorming dreigt opnieuw bij het geld te beginnen, niet bij de mensen.
Sterke rugzakjes
Persoonsvolgende budgetten zijn ‘rugzakjes met geld’ waarmee mensen zelf kunnen kiezen welke ondersteuning ze nodig hebben en wie ze daarvoor inschakelen. Dat principe sluit aan bij het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, waarin eigen regie centraal staat.
In mijn situatie, waar ondersteuning de klok rond nodig is, koos ik voor een inwonende persoonlijk assistente voor verzorgende en huishoudelijke taken. Zij wordt begeleid door een organisatie die ook vervanging voorziet. Wanneer zij vrij heeft, springt een flexijobber of poetshulp bij. Een klein deel van mijn budget gaat naar aangepast vervoer.
Net dat maakt het systeem sterk: elke handicap vraagt andere ondersteuning die gekozen kan worden en personeelsleden zitten niet vast in strakke functies. Dat is geïntegreerde zorg. Bovendien is deze oplossing goedkoper dan de voorziening voor zelfstandig wonen waar ik vroeger verbleef. Ik heb dus zelf de afweging gemaakt tussen zorg, organisatie en budget. Dat is voor mij de essentie van zelfstandigheid.
Meer hokjes, niet minder
Pas nog brak James Van Casteren, leidend ambtenaar van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH), een lans voor ‘zijn’ Perspectiefplan 2040. Om inclusie te bereiken, wil dat plan hokjes afbreken. Die visie deel ik.
‘Helaas kiest de conceptnota van minister Gennez voor een andere richting.’
Helaas kiest de conceptnota van minister Gennez voor een andere richting. Een deel van de mensen die wachten op een persoonsvolgend budget wordt doorgeschoven naar dagcentra of diensten op de eerste lijn. Ze moeten opnieuw onderdak zoeken in een zorggerelateerd hokje en dat staat voor veel mensen met een beperking haaks op hun keuze voor inclusie.
Las je de getuigenis van Daan? Hij is blind en wacht al jaren op het budget waarop hij recht heeft. Hij vertelt geen nood te hebben aan een dagcentrum maar aan ondersteuning om op zijn werk te geraken. Onder druk van budgettaire schaarste, verwijst de minister Daan naar een hokje waarmee hij geen meter vooruit geraakt.
Nog meer hokjes
In haar conceptnota maakt de minister duidelijk dat ze de focus wil leggen op handicapspecifieke zorg. Die keuze heeft gevolgen: in de wandelgangen vernemen we dat de financiering van ‘niet-handicapspecifieke’ taken zoals poetshulp, familiehulp en aangepast vervoer verschoven zal worden naar andere departementen. Nog meer hokjes dus. Kan je dan werkelijk stellen dat al deze hulp- en ondersteuningsvormen een keuze zijn? Geloof me: dat is het niet. Het getuigt van weinig voeling met mensen met een beperking als je denkt dat het toelaten van zo veel mensen in je privésfeer iemands keuze is.
Ik zie veel verschuivingen maar weinig concrete plannen. Als we weten dat de NMBS aan het huidige tempo pas binnen negentig jaar volledig toegankelijk zal zijn, dan is het duidelijk dat personen met een handicap en zéker ook hun mantelzorgers opnieuw de prijs zullen betalen zolang de verantwoordelijkheden zo versnipperd blijven.
Financieel drama
Wanneer deze niet-handicapspecifieke ondersteuning in de toekomst uit eigen zak moet komen, dreigt een financieel drama. Personen met een handicap lopen vandaag al een hoger armoederisico. De extra kosten die een beperking met zich meebrengt én een inkomensvervangende tegemoetkoming onder de armoedegrens, maken elke kostenverschuiving problematisch. In plaats van mensen te versterken, duwt deze hervorming hen verder achteruit.
‘In plaats van mensen te versterken, duwt deze hervorming hen verder achteruit.’
Bovendien klinkt het steeds dat het onbetaalbaar is om de 17.000 wachtenden hun budget te geven. Maar binnen een miljardenbegroting blijft dat een vreemde redenering. Niemand zou aanvaarden dat leeflonen of ziekte-uitkeringen plots met 30 procent worden verlaagd omdat er meer mensen hulp nodig hebben. Waarom geldt die logica dan wel voor personen met een handicap?
Inclusie of paternalisme?
Er zijn haalbare alternatieven. Een inclusief zorgbeleid vraagt om een gecoördineerd inclusieplan over alle departementen heen, maar met duidelijke doelen, een strakke timing én een gezamenlijk budget. Men zou zelfs kunnen werken met een forfaitaire bijdrage van elk beleidsdomein aan het VAPH zolang hun eigen diensten onvoldoende inclusieve opties aanbieden. Zo wordt inclusieve mobiliteit pas een feit wanneer er effectief toegankelijke taxi’s, deelwagens en openbaar vervoer beschikbaar zijn voor iedere burger. Zo lang dat niet het geval is, moet het Vlaams Departement Mobiliteit en Openbare Werken via de zorgbudgetten financieel bijdragen aan het aangepast vervoer van personen met een handicap.
Dat model creëert twee voordelen: het stimuleert investeringen in inclusie en het zorgt voor één duidelijke toegangspoort voor burgers, namelijk het VAPH als centraal loket met gedeelde verantwoordelijkheden. Dat is een hokje dat werkt voor de burger: simpel, helder en logisch.
De beleidskeuze van minister Gennez confronteert ons opnieuw met de cruciale vraag: zijn wij in Vlaanderen eindelijk klaar voor het hokje van inclusie of keren we terug naar het paternalistische zorgmodel van vroeger?


Reacties [7]
Ik copieerde een stukje tekst met verwijzing naar het VAPH..
“Dat model creëert twee voordelen ….., namelijk het VAPH als centraal loket ….. Dat is een hokje dat werkt voor de burger: simpel, helder en logisch.”
Mijn ervaring is dat de werking van het VAPH inefficiënt is, ze geven foutieve info en het duuuurt maanden. Weigeren op basis van een belachelijke rede, maar de weigering is nog niet definitief, je mag nog voor een onderzoekscommissie verschijnen … Dat doe je dan, na een tweetal minuten (niet relevante en belacheliike ) vragen te beantwoorden hebben ze voldoende info. Enige tijd nadien krijg je een bevestiging van hun eerdere weigering, maar dan wegens een andere belachelijke rede. Zelfs de klachtendienst van het VAPH reageert met ga naar de rechtbank. Van de rechter krijg je gelijk maar de advokaat VAPH gaat Onmiddellijk in beroep, dus kassa kassa voor advokaat. Als invalide sta je voor hoge kosten, weinig energie. Wie betaalt advokaten van het VAPH? Belastingbetaler!
Iedere verandering roept dikwijls weerstand en frustratie op.
Laat ons vooral voortbouwen op wat positief veranderd is sedert Perspectiefplan 2020. Af en toe eens lastig doen houdt het beleid wakker op wat nog kan verbeteren in het zorgaanbod.
PVB kan een middel zijn voor meer inclusie. Maar dan zijn er tegelijk nog vele randvoorwaarden die moeten ingevuld geraken. Zo vinden mensen amper assistenten die ze met het budget kunnen inschakelen. Zo zijn er veel mensen met een budget die geen kwaliteitsvolle ondersteuning vinden om het budget op de juiste manier in te zetten. Ik stel met scha en schande vast dat er vele (betaalde)spelers zijn die de mensen met een beperking slecht of foutief adviseren op vlak van budgetbesteding en het inkopen van zorg. Pas als deze randvoorwaarden in orde zijn en als men beleidsmatig ook een prioriteit maakt van PVB kan dit systeem succesvol zijn voor een grote groep mensen.
Wie geloof nu nog elke keer een andere minister en elke keer een nieuw verhaal heb het gehad met deze individuen een woord hebben geen voeling met de basis
Er was een doelstelling van 2021 en het wordt tijd dat iedereen een VAPH-budget krijgt. Het wordt tijd dat mensen met een beperking zelf beslissen waar ze terecht komen ipv dat de organisaties zelf bepalen wat ze moeten doen.
Wat Dorien Meulenijzer aanbrengt kan ik volgen. Mijn aanvoelen is dat minister Gennez, maar ook James van Casteren, geen inclusie voor ogen hebben. Zij snappen inclusie niet. Hun doelstellingen bij de huidige hervormingen liggen op een ander vlak, namelijk het beheersen van de schaarse middelen en het versterken van de aanbodgestuurde zorg. En hun verhaal over inclusie is een verhaal van afbakening van de budgetten waarover zij beschikken. De inclusie van personen met een handicap is daarmee niet gebaat. Voor personen met een handicap is er maar één Vlaamse regering. En het wordt tijd dat deze Vlaamse regering 15 jaar na de ondertekening van het VN-Verdrag handicap eindelijk eens werk maakt van de correcte uitvoering van dat mensenrechtenverdrag. Dus werk maakt van echte inclusie vanuit het centrale artikel 19 over het recht op ondersteuning om te leven in de maatschappij. En werk maakt van de erkenning van de reële ondersteuningsnoden en de onderfinanciering stopzet.
Een beperking wordt oudere met een zorgnood eens je met pensioen bent en waarom word je dan financieel strenger beoordeeld ? Als alleenstaande met een handicap met een pensioen dat net boven de maximum grens ligt moet je alle zorg en noodzakelijke hulp zelf betalen. Dit duwt je richting WZC omdat je die noodzakelijke hulp niet meer kan betalen terwijl het de bedoeling is om zo lang mogelijk thuis te kunnen blijven.
Het is gewoon een schande en getuigd van weinig inleefvermogen in het leven van iemand van 67 met een fysieke beperking die nog volop wil genieten van alles wat het leven te bieden heeft. U begrijpt blijkbaar niet dat ik die kosten , ondertussen al meer dan 500€ per maand, om mij te laten help niet zou hebben indien ik een partner had. Waarom kan ik als 67 jarige alleenstaande gepensioneerde, die 43 jaar in de zorg gewerkt heeft, geen PVB krijgen bij gebrek aan een netwerk ? Denkt u werkelijk omdat mijn pensioen iets hoger is dat ik die kosten kan blijven ophoesten?