Even op afstand
Wanneer we spreken over ‘de gedetineerde’ verschijnt er zelden spontaan het beeld van iemand met een verstandelijke beperking, autisme of een niet-aangeboren hersenletsel. Nochtans verblijven ook deze mensen in de gevangenis. Met een extra kwetsbaarheid moeten ook zij meedraaien in een complex en veeleisend systeem, als veroordeelde, geïnterneerde of beklaagde.
‘Mijn ziekteverlof gaf me de kans om even afstand te nemen van een intensieve job die ik heel graag doe, maar veel van me vraagt.’
Ik was de voorbije maand in ziekteverlof. Dat gaf me de kans om even afstand te nemen van een intensieve job die ik heel graag doe, maar veel van me vraagt. Die tijdelijke afstand betekende niet dat ik me niet betrokken voelde. Enerzijds was er de automatische aanzuiging door de actualiteit: de gevangenissen zijn door stakingen, cijfers en incidenten niet weg te slaan uit de media. En anderzijds opende ik af en toe mijn mailbox als de nieuwsgierigheid naar het dagelijks werk van ons team te groot werd.
Een blik van binnenuit
Wat er in die korte tijd allemaal verscheen, overstijgt met veel gemak het surrealisme waarin ik me tijdens het bezoek aan de Magritte-tentoonstelling in het KMSKA liet onderdompelen. Net door even afstand te nemen van mijn werk, besef ik hoe uitdagend de realiteit is waarin wij functioneren.
Op korte tijd twee overlijdens, een ontsnapping, stakingen, incidenten, nog meer personeel dat uitvalt, steeds toenemende overbevolking, tekort aan basisvoorzieningen, groter wordende wachtlijsten en besparingsoefeningen bij diensten waar er niet meer te besparen valt.
Ik besliste om tijd te maken om in de pen te kruipen, als bewuste strategie voor mezelf om met die harde realiteit om te gaan. Maar ook om nogmaals duidelijk te maken dat er een groot probleem is.
Wanneer veiligheid ontbreekt
Veiligheid is een fundament van de gevangenis. Maar ironisch genoeg is het vooral onveiligheid die zich in elke vezel laat voelen, zowel bij mensen in detentie als bij personeelsleden. Een systeem dat niet naar signalen luistert en handelt, creëert zijn eigen risico’s. We organiseren onveiligheid in plaats van veiligheid.
Onderlinge vechtpartijen, mishandelingen, de cel delen met iemand die een psychose doormaakt, incidenten met personeelsleden, ontoereikende medische zorgen: achter elk incident schuilen mechanismen die breder zijn dan het individueel gedrag. Fysieke veiligheid lijkt een optioneel extraatje geworden voor enkelingen terwijl dit een basisbehoefte is, ook voor mensen die een misstap hebben begaan, ook voor mensen die zelf de fysieke integriteit van anderen hebben geschonden.
‘Voor je het weet, word je elk kwartier gecontroleerd.’
Het gaat niet alleen over fysieke veiligheid. Ook de mentale gezondheid staat in een gevangenis stevig onder druk. Suïcide komt in detentie vaker voor dan in de vrije samenleving. Bij ernstige suïcidedreiging wordt iemand elk kwartier gecontroleerd, een beschermingsmaatregel die mentaal enorm belastend is. Bovendien is er een grote drempel om vanuit de cel naar Zelfmoordlijn 1813 te bellen. Je zit met anderen samen en er is de angst voor de consequenties als het telefoonnummer zou opgemerkt worden op de telefoonlijsten die te raadplegen zijn door personeel. Want voor je het weet, word je elk kwartier gecontroleerd.
NV Afbraakwerken
Een gemakkelijke uitleg is dat het allemaal de schuld is van de overbevolking. Maar dat is niet de enige systeemfout.
Wie in detentie verblijft, verliest meer dan vrijheid. Mensen verleren vaardigheden die buiten essentieel zijn: keuzes maken, initiatief nemen, verantwoordelijkheid opnemen, het vermogen om richting te geven aan je leven. In een systeem dat alles voor hen bepaalt, verschrompelt de autonomie. En neen, dat vind je niet zomaar terug als je eenmaal buiten komt.
‘Wie in detentie verblijft, verliest meer dan vrijheid.’
Nochtans zou een detentieperiode ook een mooie leerkans kunnen zijn. Er is ruimte om op te bouwen. Een tijd voor zelfreflectie, verhogen van zelfbewustzijn, van het nemen van verantwoordelijkheid, het ontwikkelen van competenties en vaardigheden. Dat alles zou de samenleving ook na detentie veiliger kunnen maken. Nu lijkt detentie een soort NV Afbraakwerken, waar niemand beter van wordt.
Aangeleerde hulpeloosheid
Mensen in detentie komen in een aangeleerde hulpeloosheid terecht. Ze leren ‘te ondergaan’ want ze kunnen zelden iets zelf in handen nemen. De voortdurende confrontatie met gezag, macht en regels zorgt voor een afbouw van eigen initiatief.
Tijdens detentie zijn onduidelijkheid en tegenstrijdigheid permanent aanwezig. Een strak geregeld tijdschema wordt onverwacht overhoop gehaald door een incident. Een vooraf aangevraagd en ingepland bezoek kan niet doorgaan door een staking. Plots is er een onverwachte celcontrole waardoor alles schuift. Wie in deze wirwar van onvoorspelbaarheden overeind wil blijven, schakelt over naar een overlevingsmodus. Daarin is er weinig ruimte voor groeien en aanleren.
Verbinding met anderen maakt er plaats voor wantrouwen. Wat zeg ik wel en wat zeg ik niet tegen de medewerker van de psychosociale dienst die mijn verslag maakt voor de rechtbank? Als ik mijn kwetsbaar kantje toon aan mijn celgenoot, zou hij daar misbruik van maken? En als niemand je hoort, leer je roepen als nieuwe communicatiestrategie.
Voor mensen met een (vermoeden van) beperking – de groep waarmee wij werken – ligt het nog moeilijker. Autisme, een verstandelijke beperking of een niet-aangeboren hersenletsel maakt hen extra kwetsbaar. Voor hen zijn de uitdagingen op vlak van communicatie en sociale interactie nog veel groter. Wat als je brein blokkeert bij lawaai terwijl er in een gevangenis vaak oorverdovend geschreeuwd en geroepen wordt?
Binnen en buiten
Ook de verbinding behouden met familie en je netwerk buiten de gevangenis is een uitdaging tijdens detentie. Vrijheidsbeneming treft nooit enkel wie opgesloten wordt. Er worden gevangenissen gebouwd op plaatsen die amper bereikbaar zijn, in detentie word je ook letterlijk buiten de samenleving gezet. Contact onderhouden heeft ook een financieel prijskaartje. Telefoongesprekken zijn hier namelijk bijzonder duur.
Met vzw Voluit hebben we ook nog vaak even contact met onze cliënten na vrijlating. Het terugkeren in de samenleving is vaak geen triomfantelijke herstart. Wanneer tijdens de detentie niet of onvoldoende gewerkt wordt aan re-integratie, dan is dit een zeer wankele weg. Het is zoeken, struikelen, wennen aan een wereld buiten die fundamenteel anders is dan de wereld binnen.
Wanneer detentie schaadt
Toen ik als justitieassistent in het justitiehuis werkte, ondersteunde ik ook slachtoffers. Hun verhalen draag ik mee, ook in mijn werk met daders. Want hoe ziet herstel eruit? Wat met detentie die geen ruimte laat voor herstel, die re-integratie bemoeilijkt, die frustratie en kwaadheid aanwakkert? Slachtoffers verdienen méér dan dat.
‘Willen we een samenleving waarin straffen recidive in de hand werkt?’
Ik denk hierbij niet enkel aan herstel ten aanzien van slachtoffers, maar ook ten aanzien van zichzelf en ten aanzien van de samenleving. Ook daar schieten we vandaag tijdens detentie schromelijk tekort. Herstel vraagt meer dan opsluiting. De harde cijfers spreken voor zich: zeven op tien ex-gedetineerden pleegt opnieuw feiten. Willen we écht een samenleving waarin straffen recidive in de hand werkt?
De kracht en kwetsbaarheid van sociaal werk
De kern van het sociaal werk is dat het mensen versterkt zodat ze zelfredzaam en veerkrachtig kunnen zijn, dat het sociale ongelijkheid en uitsluiting bestrijdt en dat het menselijkheid en respect bevordert. Sociaal werk in onze gevangenissen vandaag komt in een wereld terecht waarin net het omgekeerde lijkt te gebeuren.
Als sociaal werker zit je niet in de positie om het gevangenisbeleid op zich bij te sturen. Het is een realiteit waarin je moet functioneren. Sociaal werk in detentie betekent daarom onder meer dagelijks omgaan met machteloosheid. Niet als passiviteit, maar als realiteit. Je komt naast mensen te staan van wie de trajecten vastlopen in een systeem dat meer gericht is op beheersing dan op begeleiding. Je werkt samen met mensen die onder hoge druk werken. Je botst zelf op je eigen grenzen van draag- en veerkracht.
Herhalen totdat het kantelt
Dat is niet altijd fijn en vruchtbaar. Maar het doorvoelen van de machteloosheid helpt ook om nabij te blijven. Het trouw vergezellen van cliënten krijgt een andere betekenis: kleine signalen opmerken, soms wachten, soms gewoon aanwezig zijn.
‘Hoe verhoud je je als sociaal werker tot een systeem dat op zo veel vlakken tekortschiet?’
Hoe verhoud je je als sociaal werker tot een systeem dat op zo veel vlakken tekortschiet? Hoe kan ik verbinding, nabijheid en veiligheid combineren? Hoeveel ruimte geef ik aan mijn intuïtie? Wanneer stop je met het verleggen van je eigen grenzen als hulpverlener? Waar wil ik mijn ‘naïviteit’ koesteren en wanneer kies ik ervoor om die bewust niet in te zetten? Sociaal werk is balanceren, telkens opnieuw. Niet omdat we naïef zijn, maar omdat juist die open blik onze grootste kracht vormt.
Een sociaal werker heeft ook een signaalfunctie. En dat wil deze tekst ook zijn. Een signaal dat niet voor het eerst wordt gegeven, maar dat we zullen herhalen tot er iets fundamenteel kantelt. We zullen beleid en samenleving blijven stimuleren tot het voeren van een fundamenteel debat over strafuitvoering.
Ander gesprek over straf
De krijtlijnen van het maatschappelijk debat worden zichtbaar wanneer iemand een strafbaar feit pleegt. Detentie is voor velen een evident antwoord, een reflex. Er lijkt weinig begrip voor andere straffen en maatregelen.
Maar diezelfde detentie heeft enorme impact: op wie vastzit, op hun familie, op de samenleving en op de kansen op herstel. We moeten kijken naar wat werkt. Een straf kan nooit een doel op zichzelf zijn. We moeten durven kijken naar alternatieven, naar redelijkheid, naar respect voor mensenrechten, naar verbinding in plaats van afzondering. Of zoals de Italiaanse criminoloog Cesare Beccaria (1738-1794) dat heel lang geleden al schreef: “Een optimale straf is de minimale straf die toch effect sorteert.”
Weer aan het werk
Mijn eerste dag na het ziekteverlof.
Nieuwsgierig peil ik bij mijn collega’s en cliënten hoe zij de voorbije maand ervaarden. Ze kijken verbaasd wanneer ik zeg dat het me een heftige maand leek. Voor hen was het een gewone maand, zoals alle andere elf maanden. Ik kijk verbaasd naar de surrealistische en onmenselijke gewonigheid van detentie.



Reacties [3]
Prachtig artikel ! Proficiat en veel moed om je werk op zo een meelevende manier verder te zetten. Zelf ben ik ongeveer 9 jaar bezoekvrijwilliger geweest in de gevangenissen van Gent en Oudenaarde. Wanneer zullen politici eindelijk de moed opbrengen om de overbevolking en de mensonwaardige omstandigheden in onze gevangenissen structureel aan te pakken ? Politici hebben gewoon schrik om hun kiezers te verliezen. Daarom doen ze er niets aan.
Alweer knap verwoord Lies!
Ik kijk met veel bewondering naar hoe jullie als medewerkers op de werkvloer elke dag opnieuw het beste van jullie zelf geven, contact proberen maken, terug iets proberen opbouwen of op z’n minst schade proberen te beperken. En dit inderdaad in zeer moeilijke omstandigheden. Hoedje af!
De Franse filosoof Michel Foucault lezen kan een ander licht werpen op de bedoeling en werking van de gevangenis. En het gedachtengoed van ubuntu (Mogobe Ramose) als levensgrondhouding leidt tot een andere blik op verzoening en herstel, de dader als onderdeel van de samenleving ipv apart zetten. Wat een vruchtbare ziektemaand!