Opinie

‘Dit is niet waarom ik onderzoeker werd’

Elia Wyverkens

Elia Wyverkens coördineert de onderzoeksprojecten van ‘Mensenmaat’ (Howest). Ze luidt de alarmklok: “In plaats van te vertrekken van de maatschappelijke vragen die zich opdringen, moet ik steeds vaker nadenken over welke onderzoeksprojecten financieel nog kans maken.”

Elia Wyverkens

© Unsplash / Walls.io

Economische meerwaarde

Ik werd onderzoeker om bij te dragen aan maatschappelijke vooruitgang. Dat zou geen verre droom mogen zijn: maatschappelijk onderzoek moet in de eerste plaats dienen om de samenleving vooruit te helpen. Onderzoeksvragen moeten vertrekken vanuit de noden van burgers en het publieke belang.

‘Ik werd onderzoeker om bij te dragen aan maatschappelijke vooruitgang.’

Toch zien we de laatste jaren een verschuiving naar een ander belang: onderzoek moet vooral ook in economische termen ‘opbrengen’. Kennisinstellingen worden steeds meer gedwongen om externe middelen te werven. Co-financiering door bedrijven en betalende valorisatietrajecten worden centrale voorwaarden. Onderzoekers moeten aantonen wat de economische meerwaarde is van hun werk, hoe het kan bijdragen aan nieuwe producten, patenten of markten.

Minder kansen

Die evolutie is niet onschuldig: thema’s die vaak moeilijk economisch te valoriseren zijn, krijgen minder kansen. Sociaal werk zit in de hoek waar klappen vallen. Niet omdat ‘haar’ thema’s maatschappelijk minder belangrijk zijn, maar omdat ze minder directe winst opleveren. Denk aan: armoedebestrijding, sociale gelijkheid, geestelijke gezondheid, mantelzorg of preventie.

Wanneer het onderzoeksbeleid te sterk leunt op co-financiering van winstgedreven initiatieven, dan verschuift de agenda automatisch naar andere belangen: innovatie die verkoopbaar is, optimalisatie van bestaande systemen, het wegwerken van inefficiënties, winstoptimalisatie. Maar maatschappelijke vooruitgang vereist meer dan dat. Ze vereist ook kritische reflectie, creativiteit, ruimte voor risico, aandacht voor mensen die niet representatief zijn voor de markt.

Extreem competitief

Tegelijk is het onderzoekslandschap extreem competitief geworden. We schrijven dossiers naar specifieke calls, vaak tot in het absurde gedetailleerd, waarbij de focus verschuift van inhoudelijke kwaliteit naar strategisch taalgebruik en het bedienen van evaluatiecriteria. Vervolgens verdwijnen de aanvragen in de massa dossiers waarmee beoordelaars worden overspoeld, steeds vaker mee geproduceerd met behulp van artificiële intelligentie.

‘Overleven wordt belangrijker dan zoeken naar wat echt relevant is.’

In die krabbenmand concurreren onderzoekers met elkaar om dezelfde potjes geld. Samenwerking maakt plaats voor rivaliteit, voorzichtigheid voor opportunisme. De competitie haalt niet meteen het beste in mensen naar boven: kennis wordt minder gedeeld, en expertises worden minder gebundeld omdat men de koek niet wil verdelen. Ons moreel kompas raakt verdoezeld met een reële bedreiging voor de wetenschappelijke integriteit als gevolg. Overleven wordt belangrijker dan zoeken naar wat echt relevant is.

Ondertussen gaat er veel talent verloren aan dossierjagen en de zoveelste poging tot het binnenhalen van de kleinste financieringsbronnen. We zitten vast in een systeem dat alsmaar meer eisen stelt bij de aanvraag:  verschillende rondes, verdedigingen, panels, formats en rubrieken. Maar wie is nog bezig met de impact eenmaal het dossier wordt toegekend? Nochtans begint het echte werk dan pas.

onderzoek

Elia Wyverkens: “Onderzoek naar maatschappelijke noden dreigt zo afhankelijk te worden van giften en goodwill, terwijl het net een kerntaak van de publieke sector zou moeten zijn.”

© Howest

Vergeten burger

In dit debat vergeten we één cruciale stakeholder: de burgers. Als belastingbetalers zorgen zij voor het gemeenschapsgeld dat zowel ons onderwijs als ons onderzoek mogelijk maakt. Zij hebben recht op investeringen die bijdragen aan een betere, rechtvaardigere samenleving. Als onderzoek zich steeds verder verwijdert van het publieke belang, riskeren we niet alleen wetenschappelijke autonomie, maar ook maatschappelijke legitimiteit te verliezen. Burgers zien steeds minder wat het onderzoek voor hen oplevert. Dat voedt wantrouwen, desinteresse en polarisatie.

Meer nog: onderzoek dat voor burgers relevant is, belandt onderaan de ladder. Voor praktijkgericht psychosociaal onderzoek zijn filantropische middelen dan ook dikwijls een belangrijke aanvullende of zelfs cruciale financieringsbron. Denk aan: de Koning Boudewijnstichting, Kom op tegen Kanker of initiatieven zoals bijvoorbeeld ‘De Warmste Week’. Onderzoek naar maatschappelijke noden dreigt zo afhankelijk te worden van giften en goodwill, terwijl het net een kerntaak van de publieke sector zou moeten zijn.

Balans herstellen

Als we maatschappelijk onderzoek willen redden, moeten we de balans herstellen. Dat betekent niet dat samenwerking met bedrijven geen plaats heeft, wel dat publieke financiering opnieuw centraal moet staan. Dat moet een beleid stutten dat sterk focust op maatschappelijke relevantie.

We moeten samenwerking stimuleren in plaats van competitie. Maak transparant wie een onderzoeksaanvraag indient en breng deze actoren actief samen. We hebben beleid nodig dat meer inzet op impact, in plaats van competitieve, tijdrovende aanvraagprocedures. Want er is zoveel expertise en talent, het is onze belangrijkste grondstof. Laat ons met dat talent vooral onderzoeken wat de samenleving dient, niet omdat het winst oplevert, maar omdat het toekomst oplevert.

Reacties [8]

  • Eddie Gijbels

    Ik ben het hier volledig mee eens en kan me best herkennen in de frustratie. Onze samenleving is helemaal afgegleden naar het foute economisch model. Alles moet efficiënt zijn, een economische of financiële opbrengst (meerwaarde) hebben om gewaardeerd te worden. Ik heb heel mijn leven in de zorg gewerkt. Heel mijn bijna het verwijt gekregen dat we kosten, te veel kosten. Als er moet bespaard worden, zal het in de zorg zijn. De economisch winstgevende sector mag smossen met de winst en als ze iets moeten doen voor werknemers, willen ze daarvoor subsidies ontvangen. Ik pleit al lang voor een andere terminologie. We moeten niet vragen wat de financiële winst is, maar wel wat de meerwaarde is voor de samenleving. Economie is er toch om oplossingen te zoeken voor de samenleving en dat is niet alleen materieel te verstaan. Wij in de zorg (gezondheid, ouderenzorg, kinderopvang, onderwijs, zorg voor mensen met een beperking) produceren meerwaarde.

  • Peter Walleghem

    Zeer herkenbaar en pijnlijk relevant artikel in tijden waar visibiliteit van onderzoek belangrijker wordt dan maatschappelijk relevant inhoud….het eufemisme van de ‘concullega’ laat inderdaad een zeer kwalijke rivaliserende realiteit zien.

  • Patrick

    De mens gaat ten onder aan zijn/haar eigen succes!

    Vanaf onze eerste schooljaren worden we geconditioneerd om te denken in economische opbrengsten, efficiëntie en resultaat.

    Hierbij gaat de kostbare aandacht van de mens nog voornamelijk uit naar systemen die ‘gemanaged’ dienen te worden.

    Met dit verkeerd richten van onze menselijke aandacht wringen we sinds de industriële revolutie met de beste intenties de menselijke existentie successievelijk de wereld uit.

  • Ann Decorte

    Zo herkenbaar en we blijven meedraaien want zonder middelen helemaal geen sociaal gericht praktijkonderzoek meer. Mooie voorstellen om de spelregels te veranderen Elia. Alle steun

  • Nele Vandenabeele

    Pijnlijk relevant: pas wanneer we het durven benoemen, kan er iets veranderen. Bedankt om dit te doen!

  • Frija

    Mooi geschreven Elia.
    Toekomst ligt inderdaad in samenwerking en bundeling van krachten ipv verzuiling, en focus op de mens dat geldt ook voor commerciële bedrijven.

  • Katrien Boone

    Mooi artikel Elia! Bijzonder relevant

    • Detailleur Heidi

      Betreurenswaardige evolutie. Knappe argumentatie voor een andere aanpak!

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.