Opinie

Bob Van den Broeck reageert: ‘Kunnen we samen bouwen aan een sociale, rechtvaardige en veilige samenleving?’

Bob Van den Broeck

Het interview met administrateur-generaal Bob Van den Broeck deed heel wat mensen in pen kruipen. We publiceerden reacties vanuit het middenveld, het forensisch welzijnswerk en het onderzoek. We sluiten de cirkel en geven de geïnterviewde het laatste woord, goed wetende dat het laatste woord hierover eigenlijk nog niet gezegd is: “Ik blijf erbij dat justitie een sociale opdracht heeft.”

© Unsplash / Andrew Lvov

Verrast en vereerd

In alle eerlijkheid: ik had ergens wel verwacht dat er respons zou komen op mijn interview op Sociaal.Net. Maar de hoeveelheid en snelheid verrasten me wel. Drie lezenswaardige bijdragen en een hoop kortere reacties, met ook nog repliek op de repliek: ik ben vereerd.

‘Ik ben blij dat ik blijkbaar wat steentjes in de kikkerpoel heb gegooid.’

Ik ben vooral ook blij dat ik blijkbaar wat steentjes in de kikkerpoel heb gegooid. Een beetje rimpeling, wat opschudding, gedachten en visies, en hier en daar een verbale plaagstoot over en weer: heerlijk toch? Een paar punten die ik graag nog wil maken.

Leve het debat

Dank in eerste instantie aan de redactie van Sociaal.Net om ruimte te maken voor woord en wederwoord, een hoog democratisch goed dat we met z’n allen moeten waarderen in tijden waarin illiberale regimes wereldwijd, maar ook dichter bij huis, oprukken.

Sociaal.Net is zelf gegroeid uit het middenveld en ondersteund door de overheid. Het is goed en bijzonder waardevol – dat meen ik oprecht – dat het mogelijk is om vanuit die unieke positie kritische geluiden te laten horen over beleid en werkveld. Laten we samen het vrije woord koesteren.

We willen hetzelfde: dat het goed gaat met onze cliënten

In het politieke debat bestaat een klassiek recept: maak een karikatuur van je tegenstander en bestrijd vervolgens die karikatuur. Succes gegarandeerd.

In de reactie ‘Is het einde van forensisch welzijnswerk nabij?’ stapelen de auteurs clichés op over het werk van onze justitieassistenten en coördinatoren in de hulp- en dienstverlening op het terrein. De doemtitel alleen al: alsof het einde der tijden werkelijk is aangebroken omdat de overheid inzet op efficiëntie en betere stroomlijning.

‘Justitie wordt gereduceerd tot het begrenzen en bestraffen van strafbaar gedrag.’

Justitie wordt afgezet tegen mensenrechten en gereduceerd tot het begrenzen en bestraffen van strafbaar gedrag. Nou, nou. Telkens weer wordt alles wat met justitie te maken heeft in het ‘foute’ kamp geframed, terwijl welzijn het morele kompas van alles zou zijn. Vingertje in de lucht, borst vooruit, geweten zuiver. Dat beeld, beste vrienden, klopt echt niet.

De kracht zit in koppeling

Wanneer justitie grenzen stelt, beschermt ze daarmee vaak net de rechten en veiligheid van burgers in kwetsbare posities. Controle en ondersteuning zijn geen vijanden, maar twee dimensies van dezelfde maatschappelijke opdracht.

Sociaal werk dat losgekoppeld wordt van rechtsregels riskeert willekeur. Justitie zonder sociaal perspectief riskeert verharding. De kracht zit in de koppeling. Daar bestaat trouwens ook wetenschappelijk onderzoek over. Iets waar we bij het agentschap overigens fan van zijn – ook van het Risk Need Responsivity-model (RNR) bijvoorbeeld –  maar dit terzijde.

Hoog tijd dat de auteurs langslopen bij de justitiehuizen. Of minstens deze reactie onder hun bijdrage herlezen: “In se willen zowel de sociale werkers van justitie als die van welzijn gewoon hetzelfde: dat het goed gaat met onze cliënten, dat ze een fijn leven kunnen uitbouwen, dat ze niet meer ‘in problemen’ belanden en niet hervallen in feiten. Ook in de aanpak denk ik dat er vaak meer gelijkenissen zijn dan verschillen.”

Niet uitgenodigd op het feestje

17 maart was het World Social Work Day. Proficiat! Maar ik was niet uitgenodigd op jullie feestje. ‘Sociaal werk is geen justitie’, kopten de eerbiedwaardige professoren Hermans en Roose in hun bijdrage. Een lang en boeiend academisch betoog dat wel als eindconclusie had: sorry, je komt er niet in. Terrein afgebakend, muurtje gebouwd. Andere deuren. Wij en Zij.

Terwijl de professoren semantische zuiverheid bepleiten, is er op het terrein een andere, kruisbestuivende realiteit bezig: eentje die zich weinig aantrekt van labels, definities of opleidingen. In het werkveld – met daders, slachtoffers, gezinnen, jongeren in verontrusting, gedetineerden, mensen met schulden of intrafamiliaal geweld – gaan controle en ondersteuning (in functie van emancipatie) voortdurend samen.

Preventie, begeleiding, motiveren tot herstel, werken aan re-integratie, het terugdringen van recidiverisico: dit zijn allemaal doelstellingen van sociaalwerkpraktijken binnen een justitiële context. Net daarom is de stelling dat justitie ook (en daar zit wellicht de nuance) sociaal werk is, geen boutade, maar een erkenning van die complexe werkelijkheid.

Sectoren bewaken hun eigen logica

Het risico is reëel dat mensen in de praktijk onbeschermd blijven omdat sectoren te lang hun eigen logica bewaken, dossiers te lang binnen één benadering vasthouden, of verantwoordelijkheid te veel verspreid raakt over een landschap waarin niemand nog het geheel draagt.

Ook welzijn handelt niet automatisch sociaal enkel omdat het vanuit welzijn vertrekt. Niet uit onwil, integendeel. Ik zie elke dag hoeveel engagement, zachtheid en vakmanschap daar aanwezig zijn. Maar ook in welzijn zorgen verkokering, wachtlijsten, vrijblijvendheid, afbakeningsreflexen en eindeloze doorverwijzingen er soms voor dat mensen niet krijgen wat ze nodig hebben wanneer het er echt toe doet.

Daarom blijf ik erbij dat justitie een sociale opdracht heeft. In de praktijk drukt die uitspraak een fundamentele realiteit uit: dat justitie in veel dossiers juist sociaal handelt, omdat ze mee bescherming organiseert, grenzen stelt, begeleiding mogelijk maakt en menselijke waardigheid bewaakt.

‘Ook welzijn handelt niet automatisch sociaal enkel omdat het vanuit welzijn vertrekt.’

Misschien is dat uiteindelijk de essentie van dit debat. Niet of we onze verschillen voldoende benoemen. Wel of we voldoende van mensen houden om die verschillen, wanneer het erop aankomt, ondergeschikt te maken aan onze gezamenlijke opdracht: mensen helpen, beschermen waar nodig, rust brengen waar chaos heerst, en ervoor zorgen dat niemand nog alleen tegenover een systeem komt te staan.

Wij zijn er, staan er en blijven er

Als leidend ambtenaar kom ik vaak op het terrein. Ik hoor de verhalen van begeleiders in alle mogelijke afdelingen: wij zijn soms de ‘last resort’. Als de private sector niet meer wil of kan helpen, dan zijn wij er nog: de overheid. Ja, vaak met een mandaat of opnameplicht. Maar we zijn er, staan er en blijven er. Ondanks alles.

Neem de Mo’s en de Lina’s van deze wereld, die telkens weer een vinkje te veel hebben: een gedragsprobleem – “Niet voor ons, het is voor de jeugdzorg” – een verslaving – “Niet voor ons, het is voor De Sleutel” – een handicap – “Niet voor ons, het is voor het VAPH”. Tot de jeugdrechter, wachtlijsten en weigeringen beu, uiteindelijk geen andere oplossing ziet dan een plaatsing in een gesloten jeugdinstelling.

‘We kunnen nog veel verhalen vertellen van hoe wij ook op het terrein menselijkheid uitdragen.’

Neem Kevin die het te bont heeft gemaakt bij de ambulante forensische hulpverleningsdienst, waarna de samenwerking werd stopgezet. Ook een andere dienst zag het – zonder overleg – niet meer zitten wegens ‘te moeilijk’. De Kamer voor de Bescherming van de Maatschappij (KBM) zag geen andere mogelijkheid dan een terugkeer naar de gevangenis. En daar belt hij zijn justitieassistente geregeld op met de vraag wanneer ze nog eens langskomt, want zij is de enige hulpverlener die hij nog ziet en met wie hij nog spreekt.

We kunnen nog veel verhalen vertellen van hoe wij ook op het terrein menselijkheid uitdragen. Het omgekeerde beweren is een belediging voor al de 2.300 collega’s van het agentschap op het terrein.

Tussen totalitarisme en versnippering

Ik heb duidelijk op zere tenen getrapt. De overheid wordt in het stuk ‘Waarom een gretige overheid het middenveld best niet opslokt’ vergeleken met een mythisch, verwoestend zeemonster dat een nauwe zeestraat bewaakt. Alle referenties naar de horror dezer dagen in de Straat van Hormuz zijn wellicht louter toevallig.

Oké dan: In een gezonde democratie is er absoluut plaats voor een sterk middenveld. De overheid moet niet almachtig zijn. Ook ik ben kritisch voor planlast en regeldrift. Maar er is een verschil tussen een totalitaire overheid en de versnippering die vandaag het landschap kenmerkt.

De kernvraag is: hoe organiseren we ons het best in tijden van schaarse middelen? Is het verstandig dat op het terrein elvendertig organisaties naast elkaar werken, telkens met een halve VTE hier en tien procent voor een projectje daar? En telkens weer vanuit een eigen identiteit, historiek of handelingskader? Kunnen we bundelen, coördineren, expertise samenleggen?

‘In een gezonde democratie is er absoluut plaats voor een sterk middenveld.’

Het middenveld heeft zijn sterktes: autonomie, ruimte voor experiment, het vermogen om noden te detecteren waar beleid later op voortbouwt. Dat erken ik graag. Maar dat maakt het ene niet per definitie beter dan het andere.

Kunnen we samen?

Dus: kunnen we het samen hebben over beroepsgeheim én samenwerking? Over het verstandig inzetten van artificiële intelligentie? Over een betere afstemming van slachtofferwerking en een sterkere begeleiding van daders richting re-integratie? Kunnen we samen bouwen aan een sociale, rechtvaardige en veilige samenleving?

Kunnen we samen? Meer heb ik eigenlijk niet gezegd. Ik steek graag mijn hand opnieuw uit. Misschien moeten we eens samen een dag Justitie/Welzijn organiseren. Of beter: kom eens langs. Ontmoet ons. Daag ons uit. Bevraag ons. Om het met een cliché te zeggen: net zoals bij welzijn staat ook bij justitie de koffie altijd klaar!

Reacties [1]

  • Roan Windels

    De inhoudelijke discussie voorbijgaan en de kritiek reduceren tot “opstapelingen van clichés” is op zich ook een politiek klassieke strategie om de geloofwaardigheid van de ander te ondermijnen. Weinig constructief voor de “chef” van een agentschap.
    De maatschappelijke opdracht van welzijn en justitie gelijkstellen (controle en ondersteuning) negeert ook de historische context waarin beide – deels samen, deels fundamenteel anders – gegroeid zijn. Laten we hier geen soep van maken, de verschuiving van gemeenschapsinstellingen en onderwijs,… in detentie uit welzijn is niet louter administratief, maar politiek (en dus ideologisch) gekleurd.
    Verder werkt sociaal sowieso binnen wettelijke en organisatorische kaders, soms tot vervelens toe, regelloosheid en willekeur is een overdrijving.

    Het is begrijpelijk dat sociaal werk zich wil onderscheiden van justitie:”muurtje gebouwd, andere deuren” is ook het verhaal van welzijnsorganisaties die na jaren werk in forensische context buiten moeten

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.