Draaideurpolitiek
Vanaf 1 januari 2026 werd de werkloosheidsuitkering in de tijd beperkt. Op zich is dat een te verdedigen maatregel: activering en responsabilisering zijn legitieme doelstellingen. Het kan niet dat mensen twintig jaar op werkloosheid staan zonder vooruitgang of doel. Dus alle credits voor de durf van een regering om dit eindelijk aan te pakken.
‘Wat volledig ontbreekt in deze hervorming is een doordachte en gedragen voorbereiding.’
Maar wat volledig ontbreekt in deze hervorming is een doordachte en gedragen voorbereiding. De gevolgen van deze snelle beslissing worden bijna integraal doorgeschoven naar de OCMW’s en de lokale besturen, zonder dat zij daar structureel op zijn voorbereid.
Deze hervorming is een stevig staaltje draaideurpolitiek: de federale deur wordt gesloten, terwijl de lokale deur geopend wordt. Want mensen die hun recht op werkloosheidsuitkering verliezen, verdwijnen niet uit de samenleving. Velen kloppen aan bij het OCMW voor leefloon, maatschappelijke dienstverlening en begeleiding.
Een derde
Er werd in aanloop van de invoering van de maatregel met cijfers gegoocheld om te stellen dat het allemaal best zal meevallen. Beleidsvoerders voorspelden dat een op drie weer aan het werk zal gaan. Experts vragen zich af waarop die prognose gebaseerd is en vinden het een weinig realistisch scenario. Vandaag is het te vroeg om de reële impact in beeld te brengen.
Mensen mogen niet herleid worden tot cijfers, enkel en alleen voor het bespelen van de publieke opinie. Want niemand die eraan twijfelt dat de druk op kwetsbare groepen en wie hen begeleidt, fors zal toenemen. Los van de stijgende groep leefloongerechtigden, zal ook de financiële steun voor bijvoorbeeld energie, huur of medische kosten de hoogte ingaan. En ja, vaak moet dat allemaal warm geflankeerd worden door moeilijke gesprekken van hulp- en dienstverleners met deze mensen.
‘Maatschappelijk werk is geen hocus pocus.’
Dit is geen besparing, maar een kostenverschuiving van het federale naar het lokale niveau dat al heel lang naar adem hapt. Moeten de noodlijdende OCMW’s nu op korte tijd het gat dichtrijden dat al veel langer gaapt? Zullen lokale besturen vanaf 2028 financieel gestraft worden omdat ze hun ‘targets’ niet realiseerden, lees: te weinig leefloongerechtigden lieten uitstromen naar de arbeidsmarkt? Maatschappelijk werk is geen hocus pocus. Een mens zou van minder cynisch worden.
Fetisj
De terechte beleidsmaatregel lijkt nu op een fetisj die kost wat kost moest ingevoerd worden, zonder rekening te houden met de uitvoeringsrealiteit. Mijn punt is dat er onvoldoende nagedacht is over wie deze mensen zal begeleiden, hoe zij opnieuw duurzaam aan werk kunnen geraken en vooral met welke middelen.
De uitgaven zullen door het dak gaan. Voor lokale besturen wordt de financiële druk onhoudbaar. Maar ook organisatorisch duwt deze hervorming waar het al pijn doet. OCMW’s kampen vandaag al met personeelstekorten, complexe dossiers en toenemende maatschappelijke noden. De instroom van nieuwe doelgroepen, vaak met langdurige problemen op vlak van werk, gezondheid of opleiding, zal de sociale diensten verder overbelasten.
Dit loopt niet goed af. Op basis van mijn 36-jarige loopbaan binnen een OCMW, verwacht ik menselijke drama’s en toenemende agressie ten aanzien van maatschappelijk werkers. Al hoop ik dat ik ongelijk zal hebben.
Geen afstemming
Mits een grondige voorbereiding, kon het ook helemaal anders. Als je een dergelijke impactvolle beleidsmaatregel installeert, hoor je te weten dat er veel afgestemd moeten worden. Sociale zekerheid, activering, leefloon en arbeidsmarktinstrumenten sluiten niet naadloos op elkaar aan.
‘Deze botsende mechanismen smeken naar afstemming en hervorming. Maar niets daarvan.’
Een voorbeeld: OCMW’s moeten binnen de dertig dagen na aanvraag een beslissing nemen terwijl vakbonden bij behandeling van een werkloosheidsdossier geen tijdsgrens hebben. In afwachting van zo’n beslissing, hebben sommigen mensen geen bestaansmiddelen. Het OCMW springt dan bij door via het leefloon een voorschot uit te keren. Die extra vertraging en bijkomende werklast is niet nodig maar dan dient er wel gesleuteld te worden aan vakbonden en mutualiteiten. Deze botsende mechanismen smeken naar afstemming en hervorming. Maar niets daarvan.
Werkbereidheid onder de loep
Ook de leefloonwet – in casu de voorwaarde ‘werkbereidheid’ – moet onder de loep genomen worden met het oog op betere afstemming.
Is werkbereidheid bij VDAB niet hetzelfde als werkbereidheid bij het OCMW? Er gaan sociale onderzoeken moeten worden gevoerd in dossiers waar de VDAB al een niet-werkbereidheid vaststelde. OCMW’s gaan hier soms na drie maanden dezelfde conclusie moeten trekken met intrekking of schorsing leefloon tot gevolg. Dat zal voor veel onbegrip en tumult van cliënten zorgen. Met de boodschapper-maatschappelijk werker als schietschijf.
Superman
Recent deed N-VA-voorzitter Valerie Van Peel daar nog een schep bovenop. Volgens haar zetten heel wat mensen die langdurig werkloos zijn hun uitkering in om hun verslaving te financieren. Nu ze bij het OCMW aankloppen voor een leefloon, zullen ze niet langer aan hun lot overgelaten worden, klonk het.
Maatschappelijk werkers van het OCMW zouden goed geplaatst zijn om deze begeleidingen op te nemen. Naast activeringscoach, psycholoog, jurist, administratieve duizendpoot moeten maatschappelijk werkers nu ook nog experten verslavingszorg worden? Wat voor superman of superwoman kan men zijn? De N-VA-voorzitter sust met een stevige stok achter de deur: wie onvoldoende meewerkt, zal geen leefloon krijgen.
Dergelijke redeneringen die veel te kort door de bocht zijn, helpen ons geen stap verder. Integendeel. We zullen als boodschappers nog meer onbegrip, frustratie en agressie te verwerken krijgen.
Ongelijk
Hervormingen mogen niet blind zijn voor hun gevolgen. Lokale besturen krijgen die rekening gepresenteerd. Maatschappelijk werkers verdrinken in onmogelijke werkomstandigheden.
Wie werkelijk wil besparen en activeren, moet investeren in coherentie, begeleiding en lokale draagkracht. Zonder die randvoorwaarden wordt deze maatregel geen hervorming. Problemen zullen verschuiven en helaas hier en daar ook escaleren. Al hoop ik dat ik ongelijk zal hebben.


Reacties [5]
“Op zich is dat een te verdedigen maatregel: activering en responsabilisering zijn legitieme doelstellingen.” vind ik een te veralgemenende en gevaarlijke uitspraak. Er zijn immers nogal wat mensen die nooit zullen kunnen “geactiveerd” worden. Pure activatie is trouwens een fout doel. Het doel moet niet zijn “iedereen aan het werk helpen”, maar wel “iedereen aan een menswaardig leven helpen”. Dat kan voor zeer velen via arbeid, maar niet voor iedereen. De uitspraak zet trouwens de deur nog verder open voor rechtse populisten die iedereen die niet werkt onmiddellijk bestempelen als parasiet van de maatschappij, om zo hun agenda van sociale afbraak te kunnen uitvoeren.
Volledig mee akkoord dat een doordachte en gedragen voorbereiding ontbreekt. De populatie is zo divers. Ik ben in de werkloosheid terechtgekomen na het overlijden van mijn man. Op het moment van overlijden was ik huisvrouw (om niet te profiteren van de ziekteverzekering.) De hervorming van het weduwenpensioen is nog zo een hervorming waar ondoordacht aan begonnen is (jonge weduwen/weduwnaars met kinderen bv hebben de tegemoetkoming meer nodig wanneer de kinderen nog schoolgaand zijn. Je staat er voor alles alleen voor, 7/7). Ik word heel boos wanneer ik nog verhalen hoor van oudere weduwen/weduwnaars ‘die maar beperkt mogen werken om hun weduwenpensioen nog te kunnen trekken’. Ik zou heel graag beperkt gaan werken, maar aangezien ik max 16u kan werken, zijn mijn mogelijkheden zeer klein tot onbestaande om zulke job te vinden. Zeker wanneer je geen werkgever meer had. Was de hervorming van het weduwenpensioen op een doordachte manier gebeurd, was ik niet in de werkloosheid beland.
Onderwerp:
België De overheid creëert onwerkbaarheid, en sanctioneert vervolgens het gevolg van haar eigen systemen.
Dat is geen beleidsfout meer — dat is een grondwettelijk probleem.
De Belgische Grondwet garandeert het recht op sociale zekerheid, menselijke waardigheid en non-discriminatie. Beleid dat werkhervatting bestraft, uitkeringen ongelijk behandelt zonder proportionele rechtvaardiging, en burgers structureel in bestaansonzekerheid duwt voor omstandigheden die zij niet zelf veroorzaken, ondermijnt die fundamenten.
Dit systeem ontmoedigt re-integratie, vergroot afhankelijkheid en vernietigt vertrouwen in de rechtsstaat. Het is sociaal contraproductief én juridisch onhoudbaar.
De vraag is niet of dit beleid efficiënt is.
De vraag is of het grondwettelijk toelaatbaar is dat een overheid burgers straft voor situaties die zij zelf structureel creëert.
Indirecte discriminatie, grondwettelijk geschonden(gelijkheidsbeginsel) schending mensenrechten.
Naar de raad van state daarmee?
Het jammere is dat wij deze mensen te lang in de werkloosheid hebben laten hangen. Deze mensen hadden al veel eerder naar tewerkstelling moeten geleid zijn. Dat de dossiers slecht zijn voorbereid is een feit, maar dat ligt niet aan de OCMW’s maar aan de RVA en de uitbetalingsinstellingen. Nu blijkt immers dat mensen zijn, ouder dan 55 jaar, die ten onrechte worden uitgesloten omdat hun arbeidsverleden onvolledig is. Ook zijn er nogal wat personen die het statuut van langdurig werkloze, samenwonende hebben en waarbij slechts een “klein bedrag” wegvalt. De toekomst zal uitwijzen hoeveel mensen er uiteindelijk op een leefloon zullen terugvallen. Zeker niet de aantallen die door bepaalde pseudo-academici naar voor worden geschoven. Tenslotte moeten de OCMW’s bedachtzaam zijn dat ze niet in hetzelfde bedje ziekzijn als de vakbonden, rva, hvw, vdab en deze mensen naar tewerkstelling of een andere vorm van pensioenvormende sociale zekerheid, om te vermijden dat zij in de bijstand blijven.