Ze helpen mij beter

Maatwerk op de eerste lijn

Ondo vzw, een dienst die volwassenen met een beperking ambulant begeleidt, werkt sinds een jaar samen met het Wijkteam Antwerpen-Noord van het Centrum voor Algemeen Welzijnswerk (CAW): “We pikken een groep op die anders tussen de mazen van het net glipt.”

© SPOND vzw / Joke Nyssen

Alleen is moeilijk

Sylvie werkt bij Ondo vzw en is de begeleidster van Gholam. Eén keer per week gaat ze bij Gholam op bezoek. Gholam is afkomstig uit Iran en woont al negentien jaar in Antwerpen.

S: Als jij hier alleen bent, in jouw studio, en je probeert te voelen wat er is in je hart, je buik en je hoofd, heb je dan soms verdrietige gevoelens?
G: Wat betekent dat?
S: Verdriet? Dat je pijn voelt in je hart. Dat je soms mensen mist of je hebt ruzie met iemand. Als je alleen bent, heb je die gevoelens dan soms?

“Ik ben niet graag alleen.”

G: Ik ben niet graag alleen. Niet leuk. Nee.
S: Je zegt ‘niet leuk’…
G: Niet leuk, nee.
S: Waaraan denk je dan?
G: Stress. Hoofdpijn. Alleen is moeilijk. Slechte gedachten. Dood.
S: Heb je dat vaak?
G: Ja. Ik ga altijd naar buiten dan. Buiten denk ik niet.

Samen zoeken

Gholam zit op de grond, de benen gekruist. Sylvie zit tegenover hem, op de bank. Er ligt een bundel papier op haar schoot. Door het openstaande raam weerklinkt een wagen die voorbij scheurt. Dan wordt het stil in de kamer. Sylvie legt haar pen neer. Gholam kijkt haar aan.

S: Als je alleen bent en slechte gedachten hebt, kan je dan met iemand praten?
G: Ja. Soms met mijn meisje, mijn dochter. Soms bel ik naar mijn broer in Londen.
S: Zou je het fijn vinden om andere mensen te leren kennen?
G: Ja.
S: Dat is iets dat we gaan vastpakken, Gholam. We gaan samen zoeken.

“We gaan samen zoeken.”

Gholam en Sylvie kennen elkaar vijf maanden. “Gholam, de vragen die ik jou stel die zijn er omdat ik jou beter zou leren kennen en ook omdat Filip jou beter zou kunnen begrijpen”, zegt ze. Gholam knikt. Filip is Gholams andere begeleider. Hij werkt voor het Wijkteam Antwerpen-Noord van CAW Antwerpen. Een jaar geleden zetten het wijkteam en Ondo een intensieve samenwerking op.

Generalisten en specialisten

“Ik ben ingestapt bij het wijkteam en dat was een uitdaging”, vertelt Sylvie. “Wijkwerkers noemen zichzelf generalisten. Ze werken over verschillende levensdomeinen heen met een brede doelgroep. Ik ga te werk vanuit een handicap-specifieke invalshoek. Dat is een heel andere manier van werken.”

“Al snel deden collega’s beroep op Sylvie.”

Maar al snel deden collega’s, die binnen begeleidingen weerstand ervoeren, beroep op Sylvie. Ze hadden vragen over hoe ze bepaald gedrag moesten begrijpen, de emotionele ontwikkeling van cliënten en realistische doelstellingen. “Vanuit mijn ervaringen bij Ondo deelde ik technieken om cliënten beter te leren kennen”, vertelt Sylvie. Intussen begeleidt ze tien cliënten, samen met een wijkwerker.

Moeilijk

Gholam schenkt thee uit in grote tassen die voor hem op het tapijt staan. Hij geeft een tas aan Sylvie en zet de kan naast hem op de salontafel weer neer. Het tafellaken van dik, doorschijnend plastic is bedrukt met blinkende, zilverkleurige bloemen. Op de tafel liggen doosjes met medicatie. Gholam drinkt van zijn thee.

“Welke mensen zijn belangrijk in jouw leven?”

S: Welke mensen zijn belangrijk in jouw leven?
G: Mijn dochter. Mijn zoon. De buurman. Jij. Ook Filip.
S: Zijn er mensen in jouw leven waar je veel aan denkt maar die je niet meer ziet?
G: Mijn vader. Mijn broer. Mijn moeder. Familie.
S: Dat is moeilijk, hé.
G: Ja.

Emotionele inschaling

Toen Gholam enkele jaren geleden dakloos werd, vond hij hulp bij het CAW. Daar leerde hij Filip kennen.

“We volgen Gholam al een aantal jaren op”, vertelt Filip. “Ik heb altijd een beperking vermoed, maar ik wist het niet zeker. Ik wist ook niet hoe ik verder met hem moest omgaan. Soms kon hij bepaalde dingen zelfstandig, soms niet. Ik vond dat verwarrend. Toen Sylvie bij ons kwam werken, zijn we daar voor het eerst dieper op ingegaan.”

Om Gholam beter te leren kennen deed Sylvie een emotionele inschaling. Dat is een methodiek die Ondo gebruikt om de begeleiding af te stemmen op het emotioneel ontwikkelingsniveau van de cliënt.

“Filip merkte dat hij Gholam niet goed kende.”

“Bij zo’n inschaling worden er ook heel gerichte vragen gesteld aan de hulpverleners rond de cliënt”, zegt Sylvie. “Toen merkte Filip dat hij Gholam helemaal niet zo goed kende, ook al begeleidt hij hem al vier jaar. Door stil te staan bij wie Gholam is, komen er nu hulpvragen naar boven die we tot nu toe niet kenden.”

Assertief zijn

S: Gholam, als iemand jou kwetst, hoe reageer jij dan?
G: Boos.
S: Ik heb jou nog nooit boos gezien. Zeg jij dan ‘ik ben boos’?
G: Ja.
S: Toen Filip je PIN-code verloren was, heb je aan mij verteld dat je dat lastig vond en dat je eigenlijk boos was. Weet je hoe het komt dat je niets tegen hem hebt gezegd?
G: Omdat dat Filip misschien kwaad maakt.
S: Ben je bang dat als jij boos bent op Filip, hij misschien boos wordt op jou?
G: Filip is een goede man. Ik ga niet kwaad worden.
S: Je wil rekening houden met anderen. Maar zelfs als alle mensen goed zijn, wanneer jij gekwetst bent, lastig of boos, dan mag je dat wel zeggen. Dat is belangrijk, voor jouw hart en jouw hoofd. We gaan daar samen aan werken, oefenen om assertiever te worden.
G: Assertief, wat betekent dat?
S: Dat je kan zeggen: ‘Dat is er gebeurd en ik ben daar niet tevreden mee’. Dat is opkomen voor jezelf.
G: Assertief.

Belang van vertragen

“Wat me opvalt in de gesprekken die ik samen met Sylvie en Gholam voer, is het belang van vertragen”, vertelt Filip. “Het tempo van de hulpverlening vertragen, heel goed inzoomen op de vraag van Gholam en meer stilstaan bij dagelijkse dingen.”

“Het gaat om verdiepen en vertragen.”

“Wanneer hij ergens naartoe gaat, vraag ik nu of hij weet welke tram hij moet nemen en waar hij moet afstappen. Dat zijn schijnbaar vanzelfsprekende zaken waar ik al eens makkelijker overheen ga. Het gaat om verdiepen en vertragen.”

Tot de kern komen

“Ik heb de vrijheid om het proces aan te gaan en gericht tijd te maken voor één domein in het leven van een cliënt”, zegt Sylvie. “Daardoor kan ik sneller in de diepte gaan en tot de kern komen.”

“Filips focus ligt bij de context.”

“Mijn focus ligt bij de persoon met een beperking”, legt Sylvie uit. “Filips focus ligt bij de context. Voor elk stukje van die context waarin hij iets kan betekenen, zal hij op zoek gaan naar een oplossing. Ik ga in eerste plaats de hindernissen opsporen en zoeken hoe we van daaruit verder kunnen gaan.”

Kennis binnenhalen

Sara Steel, teamverantwoordelijke van het wijkteam, ziet een grote meerwaarde in de samenwerking. “Mijn team is een team van generalisten. Sylvie komt in ons team binnen als specialist en dat is heel aanvullend”, vertelt ze.

“Er kan op de eerste lijn, waar de doelgroep breed is en mensen niet in hokjes zitten, heel veel opgevangen worden. Maar dan heb je die kennis en deskundigheid wel nodig. Die kennis halen we met Sylvie binnen.”

“Je voorkomt een doorverwijzing.”

“Door op de eerste lijn maatwerk te bieden, voorkom je een doorverwijzing naar de tweede lijn. Tegelijk maakt de samenwerking het ook makkelijker om te schakelen als mensen wel een gespecialiseerd aanbod nodig hebben.”

De stap zetten naar dat gespecialiseerd aanbod is niet voor iedereen eenvoudig. “Heel wat cliënten haken daar op af”, vertelt Sara. “Maar Sylvie werkt mee als een van onze collega’s. Het thema hoeft niet van in het begin aangesneden te worden. Er kan eerst een vertrouwensband worden opgebouwd. Na verloop van tijd worden bepaalde dingen wel bespreekbaar. Zo voorkom je dat mensen vroegtijdig afhaken en pikken we een groep mensen op die anders tussen de mazen van het net zouden glippen.”

Omgekeerde beweging

Sara ziet ook de omgekeerde beweging gebeuren: door Sylvies aanwezigheid vinden cliënten van Ondo, op hun beurt, vlotter de weg naar het CAW. “Via Sylvie wordt de drempel een pak lager”, zegt ze. “Op die manier komen ook mensen, die we voorheen niet bereikten, bij ons terecht met vragen.”

“Cliënten breiden hun netwerk uit.”

“Bovendien zijn onze onthaalpunten plekken waar verbinding tussen mensen wordt gemaakt. Mensen vinden lotgenoten en ondernemen acties, bijvoorbeeld om samen naar een sociaal restaurant te gaan. Die verbindingen tussen cliënten, waarbij ze hun informeel netwerk uitbreiden, zijn heel waardevol. De beweging van de tweede naar de eerste lijn is belangrijk.”

Neem meer

S: Oké, ik denk dat we gaan stoppen met al die vragen.

Sylvie zet haar bril af. Gholam staat op, loopt naar de keuken en haalt een plastic zak uit de kast met daarin een plat brood. Hij trekt de zak open, haalt het brood eruit, scheurt het in twee en steekt Sylvie een stuk toe. “Eentje proberen!”, zegt hij enthousiast.

“We gaan stoppen met al die vragen.”

“Een klein stukje”, antwoordt ze. “Nee, geen probleem, neem alles!” Sylvie neemt een hap van het brood. “Lekker”, zegt ze. “Ja, neem meer, neem meer!”

Tot zijn recht komen

“Door Sylvie erbij te halen, kan Gholam pas echt tot zijn recht komen”, zegt Filip. “Wat hebben we dan gedaan de voorbije jaren? We brachten het financieel verhaal in orde, werkten rond zijn gezondheid, gingen heel veel met hem op pad… Maar we bleven ons afvragen wat er eigenlijk aan de hand was.”

“De verandering is nog pril”, zegt Filip. “Maar ik vind dat Gholams gezondheid beter wordt opgevolgd. Hij is geruster op dat vlak. Hij kan al beter aangeven wat hij wil en wat hem stoort. Als je investeert in mensen dan haal je er meer uit. Mensen komen meer tot hun recht.”

Beetje stress weg

Gholam is blij met de begeleiding. “Natuurlijk ben ik blij. Sylvie helpt mij altijd, bij de dokter, de apotheek. Om te praten. Filip helpt met papieren en alimentatie, hij belt soms naar de advocaat.” Hij voelt weinig verschil tussen de aanpak van Sylvie en die van Filip, maar het is verbeterd, zegt hij. “Ze helpen mij beter. Beetje stress weg.”

“Ze helpen mij beter.”

Sylvie stopt de bundel papieren in haar tas. Ze zet de tas naast de zetel neer en kijkt naar Gholam.

S: Stel dat je de Lotto wint en je kan het vliegtuig nemen, waar ga je dan naartoe?
G: Eerst de arme mensen helpen. Dat is belangrijk. Soms hebben mensen kanker, soms zijn er mensen zonder voet.
S: Dat is inderdaad belangrijk. En mooi. Maar stel, je geeft geld aan al die mensen die tekort hebben en dan bestel je een ticket. Waar ga je het eerst naartoe?
G: Iran.
S: Wie ga je dan opzoeken?
G: Mijn vader. Mijn familie. Dan kom ik terug naar hier.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen