We mogen de meisjes niet vergeten

Jeugdwerk in een superdiverse wijk

Jeugdwerker Nora Amarouchi van Kras Jeugdwerk vzw wilde vroeger de wereld redden. “Ik heb ingezien dat dat niet kan. Nu wil ik via kleine initiatieven verandering brengen.”

Jeugdwerk diversiteit
Nora Amarouchi © Sociaal.Net/Lisa Develtere

Vrijwilligerswerk bracht Nora Amarouchi in contact met het Antwerpse jeugdwerk. Ze volgde een cursus dansanimatie bij een jeugdwerkorganisatie en gaf er daarna meermaals workshops. Dit leidde uiteindelijk tot haar eerste job. Ondertussen werkt ze drie jaar als jeugdwerker bij Kras Jeugdwerk in Antwerpen-Noord. Kras Jeugdwerk biedt dagelijks na schooltijd en tijdens de schoolvakanties activiteiten aan voor kinderen en jongeren vanaf zes jaar.

Wie zijn die kinderen en jongeren?

Het zijn kinderen en jongeren uit de buurt. Als je er onze registers op naslaat, zal je zien dat de kinderen letterlijk van om de hoek of enkele straten verder zijn. Ze springen dus gemakkelijk bij ons binnen. Sommige zijn nog niet lang in het land. Meestal zijn het kinderen en jongeren met minder kansen, waarbij de ouders niet zo hoog opgeleid zijn of zelfs geen opleiding hebben gevolgd.

“We halen kinderen van de buurt één voor één op.”

Jullie hebben een lage drempel.

Ja. Eenmaal kinderen ingeschreven zijn, kunnen ze kiezen wanneer ze komen. Ze wandelen gewoon binnen. De meeste activiteiten zijn ook gratis. In de vakantie doen we soms een uitstap naar een pretpark of naar de zoo en dan vragen we maar een kleine bijdrage. Typisch voor ons, is dat we voor en na de activiteit met twee begeleiders een toertje doen in de straten rondom. We halen de kinderen van de buurt zo één voor één op of zetten ze terug thuis af. Voor kinderen waarvan de ouders niet tot bij ons raken omdat ze laat werken of die het gewoon makkelijker vinden, is dat een manier om de drempel nog te verlagen.

Voor ouders die laat werken is het handig dat jullie hun kinderen opvangen.

Toch zijn we geen naschoolse opvang. De verschillende leeftijdsgroepen kunnen hier niet elke dag terecht en kinderen jonger dan zes ook niet. We bieden niet enkel vrijetijdsactiviteiten aan, maar doen ook activiteiten waarbij we kinderen en jongeren versterken. Eén daarvan is het project ‘spelend leren’.

 “We doen activiteiten waarbij we kinderen versterken.”

Hoe ziet je doorsnee dag eruit?

In het jeugdwerk heb je geen doorsnee dag. Wat wel altijd terugkomt, is dat ik eerst naga of ik wat administratie moet doen zoals het registreren van de kinderen die aanwezig waren. We moeten de activiteiten ook voorbereiden. Ik verzamel het nodige materiaal, zet het lokaal klaar en dan volgt de activiteit. Daarna breng ik ofwel de kinderen naar huis ofwel volgt er een korte evaluatie met collega’s. Elke dag werk ik met een andere leeftijd. Op donderdag geef ik ’s avonds dansles voor meisjes vanaf negen jaar. Dat is een samenwerking met het cultureel centrum Het Oude Badhuis, hier in de buurt.

Enkele jaren geleden startten jullie met Plein Publiek. Wat is dat juist?

Plein Publiek is een goed voorbeeld van onze vindplaatsgerichte werking. Bij goed weer gaan we naar de pleinen in de buurt met een grote kar vol speelmateriaal. Daar zijn vaak al kinderen en jongeren aanwezig. Met hen spelen we dan spelletjes of als ze dat willen mogen ze materiaal lenen om mee te spelen. We proberen het plein te doen heropleven en de kinderen iets meer aan te bieden dan de aanwezige speeltuigen. Het zijn vaak jongeren die niet tot bij ons geraken. We proberen hen ook warm te maken voor onze andere activiteiten. Binnenkort ga ik mee op de pleinen staan. Ik wil graag meer meisjes bereiken op de pleinen.

“We proberen het plein te doen heropleven.”

Sinds twee jaar slagen jullie erin om meer meisjes te bereiken. Hoe pakken jullie dit aan?

Meisjes zijn een gevoelige en moeilijke doelgroep voor ons. De jonge meisjes uit Antwerpen-Noord hebben wat meer verantwoordelijkheden thuis dan andere meisjes. Ze moeten vaak meehelpen thuis of passen op hun kleine broertjes en zusjes. Daarnaast hebben ze hun schoolwerk, waar hard op wordt toegezien. Er is een grote kloof tussen de cultuur thuis en de cultuur die in België heerst. Het is niet evident dat zij hier zomaar komen binnenwandelen. We proberen er alles aan te doen om hen tot hier te krijgen en een veilige omgeving voor hen te creëren. Het lokaal waar we nu zitten is daar het bewijs van: het is enkel voor meisjes. Ze weten dat wanneer ze hier zijn, ze met niemand moeten rekening houden, dat ze niet bekritiseerd zullen worden. Ze kunnen hun eigen jonge zelf zijn.

Creëer je die veilige omgeving voor de jongere of omdat je zo de ouders geruststelt?

Vooral voor de jongeren. Maar je moet Kras Jeugdwerk ook verantwoorden naar de ouders. We proberen met de ouders een goede verstandhouding te hebben. We leggen goed uit wat we doen. De meeste ouders hebben zelfs mijn gsm-nummer en weten dat ze me altijd kunnen bellen. We moeten trouwens niet enkel met de ouders rekening houden, maar ook met broers en zussen. Het is een gevoelige maar geen onmogelijke opdracht.

“Meisjes zijn gevoelige en moeilijke doelgroep.”

Waar ligt de grens tussen jeugdwerk en jeugdhulp wanneer je met deze doelgroep werkt?

We zijn een jeugdwerkorganisatie, maar we kunnen moeilijk oogkleppen opzetten en doen alsof we de problemen niet zien. We werken in een wijk met veel potentieel, maar we mogen de problemen niet negeren. We vangen veel dingen op. Wanneer we iets verontrustend zien, proberen we met de kinderen of jongeren te spreken. Als het nodig is, verwijzen we door naar andere organisaties die er iets aan kunnen doen. Daarna zetten we altijd een stap terug, want we blijven jeugdwerkers.

Je bent ook betrokken bij het project J100.

De J100 is een project waar ik veel tijd en energie insteek omdat ik geloof dat het een meerwaarde heeft. In de J100 komt een grote groep jongeren samen rond thema’s die te maken hebben met het samenleven in de stad. Het is een diverse groep van geëngageerde jongeren van minstens vijftien jaar: jongens, meisjes, Belgen, jongeren die hier nog niet lang zijn, jongeren die leven in armoede, jongeren uit 25 organisaties zoals de Chiro, Scouts, Jes, jeugdhuizen en Kras Jeugdwerk. We brainstormen over thema’s als onderwijs of werk. Met welke vragen en frustraties zitten jongeren? We bekijken wie ze graag zouden bevragen rond het thema en dan brengen we ze met hen in contact. Dat kan een schepen zijn, een politicus of de politie. Er waren jongens die zich terecht afvroegen waarom ze zo vaak gecontroleerd worden door de politie. We hebben gezorgd voor een overleg met de politie. Dat was een constructieve dialoog. Jongeren komen zo in contact met beleidsmakers. Dat is belangrijk. Dat wil niet noodzakelijk zeggen dat het beleid zal veranderen en dat alles plots rozengeur en maneschijn is, maar er is een eerste contact en er begint alvast iets te borrelen.

“Via kleinschalige initiatieven wil ik voor verandering zorgen.”

Is het een taak van een jeugdwerker om te streven naar verandering in de samenleving?

Toen ik in het begin aan de slag ging als jeugdwerker was ik een idealist. Ik wilde graag de wereld redden. Maar ik heb ingezien dat dat niet kan. Dus nu werk ik op microniveau. Via kleinschalige initiatieven wil ik voor verandering zorgen. Als ik in de buurt enkele jongeren heb kunnen helpen om over hun grenzen te gaan, heb ik het gevoel dat ik iets goed bereikt heb. Dan kan je verder naar het volgende niveau. Zo krijg je stilaan verandering. 

Jeugdwerk diversiteit
Nora Amarouchi © Sociaal.Net/Lisa Develtere

Op welke problemen botsen de jongeren?

Er zijn jongeren die moeilijk werk vinden. Ze voldoen aan de basiseisen van een job, maar ze worden niet aangeworven door racisme en discriminatie. De meesten van onze jongeren komen uit een andere cultuur. Hoe cliché het ook klinkt, de harde realiteit is dat de cultuur uit het land waar ze vandaan komen vaak botst met de westerse cultuur. De jongeren proberen om te gaan met de thuiscultuur, vanaf dat ze buitenkomen moeten ze omgaan met de cultuur op school, in de jeugdwerking of op het werk. Dat is niet zo gemakkelijk.

Wat is jouw antwoord als je ziet dat een jongere met die botsende culturen kampt?

Ik ben zelf ook van Marokkaanse afkomst. Ik kan me op veel vlakken inleven in wat ze meemaken. Ik probeer met hen te praten vanuit beide standpunten: de westerse cultuur waarin we leven en de cultuur die er thuis is. Ik probeer een balans te vinden.

“Sommige media zijn enkel op sensatie belust.”

De jongeren uit de buurt komen soms negatief in de media. Hoe gaan zij hier mee om?

We proberen dat te relativeren en hen er van bewust te maken dat er verschillende soorten media bestaan. Sommigen zijn enkel op sensatie belust en vergroten zo’n zaken uit, maar ze mogen zich daar niet door laten ontmoedigen. Wanneer jongeren tot bij ons komen en zeggen: “Kijk wat er nu allemaal over ons geschreven wordt!”, kan je als jeugdwerker best iets constructief organiseren.

Naar aanleiding van een incident tussen de politie en enkele jongeren organiseerde Kras Jeugdwerk mee een wijkoverleg.

Wanneer er in deze buurt iets buitensporig gebeurt is het belangrijk om actie te ondernemen. Kras Borgerhout zag dat er iets uit de hand aan het lopen was en wilde overleg organiseren. Ze wilden tonen dat onze jongeren wel goed bezig zijn en de buurt mee gezond houden. Niet alle jongeren moeten gestraft worden voor die paar die iets uitsteken. Dialoog is altijd de beste optie. Alleen lees je dat niet in de krant. Ik wil daarmee niet zeggen dat alle media slecht zijn want sommigen berichten juist en eerlijk, maar vaak is het gericht op sensatie.

“Dialoog is altijd de beste optie.”

Het geschetste beeld over Antwerpen-Noord en Borgerhout klopt dus niet?

Er wordt hard overdreven. Problemen worden heel sterk uitvergroot. Ik ben geboren en getogen in Borgerhout en ik werk in Antwerpen-Noord. Ik vind het soms bijna grappig hoe mensen het beeld dat geschetst wordt gewoon overnemen: “Ik durf daar niet rondlopen. Wat is dat voor een buurt?” Ik ben een jonge vrouw en verplaats me overal met het openbaar vervoer. Ik heb nog nooit een probleem gehad.

Heeft die sfeerschepping concrete impact op de jongeren?

Er wordt een soort van angstcultuur gecreëerd die nergens voor nodig is. Door de hele tijd te herhalen dat je hier niet zo laat mag rondlopen en voor alles moet uitkijken, redeneren mensen dat ze vanaf zes uur ’s avonds best thuis blijven. Terwijl wij dan nog activiteiten organiseren. Vooral meisjes proberen we er bewust van te maken dat het niet is omdat hun buurt zo afgeschilderd wordt dat ze zich moeten laten hangen. Ze leven hier. Ze werken hier. Ze gaan hier naar school. Gelukkig hoeven we niet te hard op hen in te praten. Ze zijn bezig met hun studies, ze komen naar onze werking. Ze zijn constructief bezig.

“Er wordt een angstcultuur gecreëerd.”

Waarom focus je hierbij vooral op meisjes?

Er is een belangrijk verschil tussen jongens en meisjes. Wanneer het over jongeren gaat, in het jeugdwerk of elders, gaat het bijna altijd over jongens. Meisjes hebben een even luide hulpkreet. Misschien nog luider, maar je hoort die niet zo hard. We mogen de meisjes niet vergeten, want dat wordt vaak gedaan. “Ben je er weer met je feministische praat?”, hoor ik vaak. Ze doen maar. Ik plaats meisjes op hetzelfde voetstuk als jongens. Daar is niets mis mee.

Wat maakt iemand een goede jeugdwerker?

Je moet een hart hebben voor kinderen en jongeren: de volwassenen van morgen. Het welzijn van de jongere staat altijd centraal. Een goede jeugdwerker beseft dat hij met mensen aan het werken is en niet met dossiers. Om carrière te maken of veel geld te verdienen, moet je niet in deze sector zijn. Het is belangrijk dat je dat in je achterhoofd houdt. Kinderen en jongeren voelen het trouwens wanneer je niet met volle goesting komt werken. Als je een mindere dag hebt, zullen kinderen en jongeren dat merken. Toch moet je er staan. Je kan niet gewoon je uren kloppen achter je bureau.

“De hulpkreet van meisjes hoor je niet zo hard.”

Wanneer heb je het gevoel dat je een verschil maakt in je job?

Zoals ik al zei, werk ik graag op microniveau. In mijn dansles was er bijvoorbeeld enkele jaren geleden een meisje dat niet durfde dansen of praten. Datzelfde meisje steekt nu met kop en schouders boven de andere uit. Ze heeft choreografie meteen onder de knie en legt gevoel in haar dans. Ze durft te zeggen wat ze denkt. Dat meisje heeft een mooie evolutie doorgemaakt. Dat is voor mij het verschil maken.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen