We moeten solidair zijn

Au pairs en huispersoneel zijn geen hulpjes

Omar Garcia van FAIRWORK Belgium helpt au pairs en huispersoneel om hun rechten af te dwingen en bewust te worden van hun waardigheid. “Mensen die weinig hebben, zijn solidair. Wij moeten ook solidair zijn.”

Omar Garcia
© Sociaal.Net/Lisa Develtere

Omar Garcia is jurist en komt uit Mexico. Samen met zijn Vlaamse vriendin kwam hij in 2011 in ons land wonen. Nadat hij een intensieve cursus Nederlands volgde, kon hij aan de slag bij FAIRWORK Belgium.FAIRWORK Belgium is de nieuwe naam van OR.C.A.

Wat doet FAIRWORK Belgium? 

We informeren arbeidsmigranten over hun arbeidsrechten en hoe ze die kunnen afdwingen. We werken voornamelijk met buitenlandse werknemers die geen papieren hebben of in een precaire situatie zitten. Als je een migrant zonder papieren bent, heb je dezelfde arbeidsrechten als gewone werknemers. Ik ben gespecialiseerd in de problematiek van huispersoneel en au pairs.

Zijn dat dan twee verschillende groepen? 

Zeker. Wat betreft huispersoneel, zijn er in België verschillende statuten. De meest traditionele vorm is de dienstbode. Dat zijn mensen die bij iemand thuis poetsen of koken. Vroeger waren dat de boerenmeisjes die naar de grote steden trokken om bij aristocratische families te werken. Daarnaast heb je diplomatiek huispersoneel en huisbedienden. Die laatsten voeren intellectuele taken uit: butlers, gouvernantes of privéchauffeurs. Au pairs vallen daar helemaal buiten. Het zijn geen werknemers.

“Au pairs zijn geen werknemers.”

Wat zijn au pairs dan wel? 

Au pair is niet zomaar een woord. Het is geen synoniem voor een nanny, want dat is wel een werknemer. Het is een officieel verblijfsstatuut voor jongeren die naar hier komen om de taal te leren en de cultuur te leren kennen. Ze wonen in een gastgezin en krijgen er zakgeld. Maar het gastgezin is geen werkgever. Als tegenprestatie mogen ze helpen bij lichte huishoudelijke taken, zoals voor de kinderen zorgen. Dat mag maar voor maximum vier uur per dag en twintig uur per week.

En daar loopt het mis? 

In de praktijk wordt het mooie doel van het programma niet gerealiseerd en worden au pairs uitgebuit. Voor negentig procent van de au pairs is dit een verrassing. Er is een kleine minderheid die zich bewust is van het misbruik en het systeem gebruikt om in Europa te geraken. Bij 122 gecontroleerde gastgezinnen in Vlaanderen stelde de inspectie vorig jaar 88 inbreuken vast. Logisch dat ook de inspectie al jaren pleit voor de afschaffing van het statuut.

Over welke vormen van uitbuiting gaat het? 

Au pairs moeten vaak veel meer uren werken dan toegelaten, soms zelfs 40 uur. Ook moeten ze soms dingen doen die volgens ons niet meer onder de term ‘lichte huishoudelijke taken’ vallen. Al is die betekenis niet gedefinieerd door de wet. Soep maken voor de kinderen of de pyjama van de baby strijken, zijn inderdaad lichte taken. Maar als je elke dag voor heel het gezin moet koken en alle kleren moet strijken, is dat geen licht huishoudelijk werk meer. Er is ook een minimum zakgeld van 450 euro per maand vastgelegd. Gezinnen proberen vaak minder te betalen. Dat mag niet.

“Het is evident wie de macht heeft.”

Wat maakt au pairs kwetsbaar? 

Gewoon al het feit dat ze bij iemand anders thuis wonen, maakt hen kwetsbaar. De hiërarchie is duidelijk: het gezin is de baas. Je doet wat ze vragen. Ongeacht of de au pair slachtoffer is van economische uitbuiting. Het is evident wie de macht heeft. Je bent daar te gast.

Hoe help je au pairs die contact opnemen? 

Ik luister naar hun verhaal en wijs ze op hun rechten. Ze kunnen één keer tijdens hun verblijf van gezin veranderen. Au pairs weten dat niet altijd. Gastgezinnen dreigen vaak dat ze uitgewezen zullen worden als ze vertrekken. Ik maak au pairs duidelijk dat ze klacht kunnen indienen en dat wij daarbij kunnen helpen.

Komt het altijd tot het indienen van een klacht? 

Als ze een respectvolle relatie hebben met het gastgezin is dat niet altijd nodig. Maar wanneer ik merk dat de uitbuiting ernstig is, bijvoorbeeld geen zakgeld betalen of voltijds werken, raad ik aan om klacht neer te leggen. Zeker als het om een gezin gaat dat vroeger ook al au pairs had en het programma dus systematisch misbruikt.

“De deur naar misbruik staat wagenwijd open.”

Welke stappen ondernemen jullie dan? 

Er zijn twee mogelijkheden. We kunnen de inspectie op de hoogte brengen. Als zij het misbruik bevestigen en er een proces-verbaal van opmaken, betekent dit in de praktijk dat het gastgezin geen nieuwe au pair meer kan krijgen. Een andere optie is om via de rechtbank retroactief een minimumloon te eisen van het gastgezin. Want als het gastgezin de voorwaarden niet respecteerde, was de au pair eigenlijk aan de slag als dienstbode. Die moet een minimumloon krijgen. Maar die weg is zeker niet gemakkelijk.

Jullie pleiten al een tijd voor de volledige afschaffing van het statuut. 

Dat klopt, want de deur naar misbruik staat wagenwijd open. Al is er momenteel weinig animo om het af te schaffen. Maar dan moet er een grondige verbetering van het statuut komen. Gastgezinnen zouden automatisch gecontroleerd moeten worden. Au pair agentschappen, die gastgezinnen en au pairs met elkaar in contact brengen, kunnen nu ongecontroleerd tewerk gaan. Deze agentschappen moeten mee verantwoordelijk gemaakt worden wanneer er misbruik optreedt. Dat zijn bedrijven die winst willen maken. Ze verkopen aan de ouders het verhaal van huispersoneel: je zal meer vrije tijd hebben, de au pair zorgt voor je kinderen en doet het huishouden. Aan au pairs beloven ze een fantastische Europese ervaring.

In Nederland kan je enkel nog een au pair vinden via een erkend agentschap en niet meer via andere wegen zoals zoekertjessites. 

Dat is gevaarlijk, want dan krijgen de agentschappen morele autoriteit. Het garandeert niet dat ze hun slechte praktijken stoppen. Ze laten au pairs bijvoorbeeld documenten tekenen met als eufemistische titel ‘family guidelines’. Als wat daar in staat binnen de regels valt, is er geen probleem. Maar in de documenten die wij te zien krijgen, is dat niet het geval. Welkom in ons gezin, staat er te lezen. Dit zijn onze activiteiten. En daarop een bundel van tien pagina’s met alle taken die ze moeten doen. Eigenlijk is het een werkrooster.

“Belgen willen zo’n job niet doen.”

Naast au pairs, werk jij ook rond uitbuiting van huispersoneel. Is er veel huispersoneel in België? 

Dienstbode is een klassiek statuut voor mensen zonder papieren. Vroeger moest je een dienstbode niet registreren bij de sociale zekerheid. Sinds kort wel en het aantal geregistreerde dienstboden daalt. Dat is vreemd want wij zien de vraag naar deze diensten groeien. Logisch: de crèches zitten overvol en sommige mensen willen iemand die bij hen inwoont om te poetsen en te koken. Belgen willen zo’n job niet doen, dus is het aan de migranten om deze vacatures in te vullen. Maar het beleid is niet aangepast aan de behoeften van de arbeidsmarkt. Het is in de praktijk onmogelijk om een arbeidskaart te krijgen voor huispersoneel. Dus wordt het werk vaak gedaan door mensen zonder papieren, in het zwart.

Omar Garcia
© Sociaal.Net/Lisa Develtere

Op welke problemen botst huispersoneel? 

Ze maken verschillende soorten misbruik mee. Ik ken geen dienstbode die een minimumloon krijgt. Ze verdienen allemaal minder en werken vaak ook meer dan 38 uur. Inwonende dienstboden moeten voortdurend ter beschikking staan van de werkgever. Zij werken zeker meer dan 38 uur. Maar het gaat ook over andere dingen, bijvoorbeeld een dienstbode die bij een zorgbehoevende werkgever op de kamer moet slapen.

Is dit huispersoneel ook zo verrast over de uitbuiting als au pairs? 

Nee. Mensen zonder papieren komen naar hier om werk te vinden. Ze weten dat ze met moeilijkheden geconfronteerd zullen worden. Ik geef hen uiteraard ook het advies dat ze rechten hebben en die kunnen afdwingen. Maar velen hebben liever een slechte job dan geen job. Au pairs gaan sneller reageren tegen uitbuiting. Tegen beide groepen zeg ik duidelijk dat ze niet terecht mogen komen in een neerwaartse spiraal van kwetsbaarheid.

“Liever een slechte job dan geen job.”

Hoe kunnen ze zich daartegen beschermen? 

Ze kunnen bewijzen verzamelen van het misbruik. Iemand zonder papieren wil bijvoorbeeld haar job niet verliezen, ook al is ze slachtoffer van uitbuiting. Maar de kans is groot dat ze op een dag zomaar ontslag krijgt. Misschien niet vandaag of morgen, maar pas over een jaar. Als ze ontslag krijgt, kunnen ze naar de inspectie stappen en hebben we voldoende bewijs verzameld om achterstallig loon te eisen.

Hoe komen al deze kwetsbare mensen bij jullie terecht? 

Onze doelgroep is vaak heel geïsoleerd omdat ze niet in een fabriek of op een kantoor werken, maar bij iemand thuis. Het is een uitdaging om hen te bereiken. Bij traditionele arbeidsmigranten, zoals huispersoneel, moeten we dit anders aanpakken dan bij au pairs. Voor traditionele arbeidsmigranten werken we nauw samen met migrantenorganisaties. Mensen zoeken vaak eerst hulp binnen hun eigen gemeenschap. En als ze ons kennen, verwijzen ze door. Ik ga bijvoorbeeld naar de katholieke kerken van de Filipijnse en Latijns-Amerikaanse gemeenschappen. Na de mis stel ik mezelf voor en deel ik flyers uit. Iedereen kent ons daar intussen.

Voor au pairs ligt dat anders? 

Zij hebben een ander profiel. Het zijn jongeren die naar hier komen voor een culturele ervaring, niet om te werken. Toch kunnen ook zij in een situatie van uitbuiting belanden. Maar ze hebben al een bepaald niveau van onderwijs genoten. In hun eigen land behoren ze meestal tot de middenklasse. Hun ouders hebben misschien zelf huispersoneel. Deze millennials gaan bij problemen niet meteen naar de traditionele migrantengroepen. Die gebruiken internet. Hen bereik ik dus via facebookgroepen voor au pairs in België. Daar post ik regelmatig informatie over hun rechten.

“Ze zijn geen hulpjes.”

Jullie hebben ook een empowerment project. 

Elke zondag organiseren we activiteiten voor Latijns-Amerikaanse en Filipijnse huishoudwerkers. Ze werken vooral voor Franstalige gezinnen. We geven hen Franse lessen en vormingen over hun rechten, want die kennen ze niet altijd. We proberen hen bewust te maken van de waardigheid van hun job. Ze zijn geen hulpjes. Mensen zeggen vaak: ‘We zoeken hulp.’ Nee, ze helpen niemand. Ze zijn werknemers. Het is een volwaardige job.

Jullie organiseren ook regelmatig sociaal-culturele activiteiten. 

Huishoudpersoneel heeft ook recht op cultuur. Dus doen we maandelijks een uitstap naar een stad of een museum. Veel leden van de groep beseffen niet dat zij ook van zo’n diensten kunnen gebruik maken en van een mooie tentoonstelling mogen genieten. Tegelijk komen ze in een informele context in contact met collega’s en komen ze meer te weten over de Belgische cultuur. Ze kunnen hun problemen even vergeten.

Ze zijn even geen slachtoffer meer.

Inderdaad. Dat probeer ik ook altijd aan onze doelgroep te zeggen: jullie zijn slachtoffers van economische uitbuiting. Maar jullie zijn niet enkel slachtoffers, jullie zijn volwaardige personen die sterker moeten worden. Jullie lieten de eigen familie achter voor een betere toekomst voor jezelf en voor hen. Laat niemand zomaar zeggen dat jullie geen waarde hebben of dat jullie dromen niet gerealiseerd kunnen worden.

“Wie weinig heeft, is solidair.” 

In Mexico werkte je eerst als advocaat en dan als ambtenaar. Waarom besliste je om in België voor een ngo te werken? 

Mexico is heel kapitalistisch. Er zijn weinig rijken, een kleine middenklasse en heel veel armen. Ik kom van de hogere middenklasse en heb de kans gekregen om naar een goede school te gaan. In plaats van gelukkig en dankbaar te zijn, waren mijn klasgenoten en ik arrogant. Daar moet ik eerlijk over zijn. Dat veranderde toen ik in Spanje een master-na-master volgde. Ik was met Ryanair naar België gevlogen om vrienden te bezoeken. Op de terugvlucht zat ik naast een Boliviaanse vrouw. We raakten aan de praat. Ze werkte als huispersoneel en het was duidelijk dat ze weinig geld had. De vrouw had een broodje mee en bood me de helft aan. Ik wilde het eerst niet aannemen, maar ze drong erg aan. Dus heb ik het opgegeten. Die ontmoeting heeft mijn leven veranderd. Het was het moment waarop ik sociaal bewust werd. Mensen die weinig hebben, zijn solidair. We moeten ook solidair zijn. 

Waar voel je dat je het verschil maakt met je job? 

Ik denk dat we het verschil niet op grote schaal maken, maar beetje bij beetje. Iedereen die slachtoffer is van economische uitbuiting heeft een breaking point. Een moment waarop ze zeggen: ‘Het is genoeg geweest!’ Als we hen kunnen helpen om dit punt sneller te bereiken, hebben we onze job goed gedaan. Na deelname aan onze werking, waren enkele vrouwen sterk genoeg om zich bij andere, meer activistische, organisaties te engageren. Wij zijn geen activisten. We werken op het niveau van de doelgroep. Maar activisme is ook belangrijk. Dus het is mooi om te zien dat ze zich daarvoor engageren.

“Soms kunnen we veel loon recupereren.”

Jullie zijn er al in geslaagd om achterstallig loon terug te vorderen. Dat is toch ook een groot succes? 

Soms kunnen we veel recupereren, soms niet. Bij gewone werknemers proberen we altijd een minimumloon te eisen. Bij au pairs kunnen we een herkwalificatie naar dienstbode vragen, maar dat is een lange procedure via de rechtbank. Soms heeft de inspectie het misbruik wel bewezen, maar stelt de familie voor om een klein bedrag te betalen aan de au pair. Bijvoorbeeld één maand zakgeld. Het is frustrerend als een au pair op dat voorstel ingaat, terwijl ze veel meer had kunnen recupereren. Al begrijp ik wel waarom. Ze hebben er geen zin meer in. Die procedure duurt al snel één tot twee jaar. Ze willen verder met hun leven. Vaak zijn ze zelfs niet meer in België.

Wat motiveert je om dit werk te blijven doen? 

Ik ben recent vader geworden en ik wil dat mijn kind opgroeit in een omgeving met solidaire principes. De waarde van een mens meet je niet aan het geld dat ze hebben, maar aan wat ze doen voor de samenleving. Respecteer mensen. Help ze als het nodig is en maak ze sterk genoeg om zelf tegen onrecht te strijden. Dat is heel belangrijk. Wie in de sociale sector werkt of vrijwilligerswerk doet, is niet noodzakelijk een softe persoon. Integendeel. Je moet sterk genoeg zijn om tegen onrecht te strijden. En dat is wat ik wil doen.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen