Elke ontmoeting is bijzonder

Straatpastor over geloof en engagement

’t Vlot is een Antwerps huiskamerproject voor dak- en thuislozen. De werking bestaat vijftien jaar en ontstond vanuit het bisdom. Sociaal.Net sprak met pastoraal werker Niek Everts over geloof en engagement.

straatpastor
Niek Everts © ID / Katrijn Van Giel

Jij bent pastoraal werker. Wat is dat?

Ik ben een soort herder die binnen en buiten de geloofsgemeenschap zorg draagt voor mensen. Ik heb het statuut van bedienaar van de eredienst. Ik word betaald door het Ministerie van Justitie, zoals elke pastoor, pastoraal werker of diaken. Een pastoraal werker is niet gewijd, wel gezonden door de bisschop met een opdracht. Verantwoording leg ik af aan de bisschop. En dat valt mee. Sinds de nieuwe paus, is er binnen de kerk meer interesse en openheid voor dit soort pastoraal werk.

“Ik heb het statuut van bedienaar van de eredienst.”

Het instituut kerk en druggebruikers. Het is geen voor de hand liggende combinatie.

’t Vlot is gestart op vraag van de ‘Belangenorganisatie Antwerpse Drugsgebruikers’. Die zelforganisatie stelde aan het bisdom de vraag of de kerk haar deuren kon openzetten. Ze wilden naar het voorbeeld van Amsterdam en Rotterdam ook in Antwerpen een drugspastoraat voor mensen die kampen met verslaving en uitsluiting.

Waarom zocht die groep contact met de kerk?

Het is een groep die leeft aan de rand van de samenleving. Zij overleven van dag tot dag. Het zijn vrienden maar kunnen elkaar nooit helemaal vertrouwen. Er is bij gebruikers ook meer confrontatie met de dood. Het harde leven maakt dat ze vrij jong sterven. Daardoor zijn ze meer dan de doorsneeburger bezig met zingeving en geloofsvragen. Ze zochten contact met iemand die daarover vrijuit kon praten, iemand die ze kunnen vertrouwen. Van hulpverleners moeten ze te veel. Bovendien blokken veel sociale professionals gesprekken over religie en zingeving af. Uiteindelijk kwam die vraag bij mij terecht. Het was een sprong in het onbekende: ik herinner me nog, bij mijn eerste ontmoetingen stond ik te trillen op mijn benen.

“Ik haal mijn inspiratie uit ontmoeting.”

Als straatpastor moeten geloof en zingeving je uitermate boeien.

Ik heb een katholieke opvoeding gehad maar mijn ouders waren zeker geen pilarenbijters. Ik ben sociaal pedagoog van opleiding. Mijn eerste job was bij de Chiro. Maar ik had al meegewerkt met een Kapucijn in een buurthuis, was enkele maanden actief geweest in Zuid-Afrika en was vrijwilliger in een doorgangshuis voor mannen die uit de gevangenis kwamen. Ik ben dan jeugdpastor geworden. Dat gaf me de kans om met jongeren te werken en de opleiding pastoraal werk te volgen.

Wat was je drive om deze compleet onbekende wereld in te stappen?

In het leven van mensen kan er alleen iets veranderen als je hun zingevingssysteem weet te raken. Ik heb collega’s die hun religieuze inspiratie halen uit gebed en de bijbel. Ik haal mijn inspiratie en positieve kracht uit ontmoeting. En in de wereld van dak- en thuislozen is elke ontmoeting bijzonder. 

straatpastor
‘In de wereld van dak- en thuislozen is elke ontmoeting bijzonder.’ © ID / Katrijn Van Giel

Dat vraagt om een voorbeeld.

Een bezoek aan de Marollen in Brussel was lang geleden mijn eerste confrontatie met armoede. De dag dat ik afstudeerde, ben ik in Brussel gaan wonen. Ik werd er vrijwilliger in een buurthuis. Ik kende het woord ‘presentie’ nog niet, maar toen was ik presentiewerker. Aan het hoofd van de keuken stond Maria. Zij kon niet lezen of schrijven, maar was wel de moeder van de buurt: ‘maman’. Vanuit het perspectief van de samenleving stelde Maria niet veel voor. Maar voor buurtbewoners betekende ze heel veel. Die andere kijk, dat omdenken is iets wat ik veel tegenkom, niet alleen op straat, ook in de bijbel.

“Present-zijn is een houding.”

Ondertussen ken je de presentiemethodiek van Andries Baart.

Present-zijn is een houding. Het is een mindset waar ik ’s morgens ga instaan. Je zoekt naar je innerlijke kern en rust. Vanuit dat gevoel ga je mensen ontmoeten. Alle angsten, veronderstellingen en ideeën over wat er gaat gebeuren, laat je varen. Je moet luisteren, verbinden en de wereld vredevol tegemoet treden. Wij laten niemand vallen, wijzen niemand af.

Dat lukt je elke dag?

Je hebt een stevige basis nodig om dat te kunnen doen. Maar hoe meer je oefent, hoe makkelijker dat wordt. En het helpt als je je kan verbinden met anderen. Dan ontstaat er ruimte om andere mensen te dragen. Zo creëren wij onderlinge solidariteit. Sol is grond. Solidariteit is grond delen. Mensen moeten de fundamentele grond die ze in hun leven meekregen, kunnen delen met elkaar. Daarvoor is basisvertrouwen belangrijk. Daar werken wij aan.

Wat is je basisregel?

Ik veroordeel niemand. Dat is mijn vertrekpunt en dat is ook wat er fundamenteel in de bijbel staat. Kijk naar het verhaal van de overspelige vrouw die men wil stenigen. Jezus komt daar toe en zegt: ‘Wie zonder zonde is, werpt de eerst steen.’ Iedereen druipt af. Dat soort bijbelverhalen zijn voor mij belangrijk. Ze sturen mij.

De wereld rondom is minder vredevol.

Ik kan niet anders dan werken aan de humanisering van de samenleving. Ik voel de roep van de straat. Ik krijg veel dwingende vragen van gasten. En met dwingende vragen moet je wel aan de slag gaan. Ik denk dat dit voor beleidsmedewerkers in grote organisaties anders is. Zij voelen die druk niet. Het is de reden dat ik het straatoverleg voorzit. Iedereen in Antwerpen die werkt met dak- en thuislozen zit er rond de tafel. We verzamelen wat er leeft. Waar lopen onze gasten tegenaan? Waar lopen wij tegenaan? Het is voor mij als pastor belangrijk om te vertrekken vanuit de verhalen van mensen en te zoeken naar kanalen om structuren en beleid bij te sturen. Een vast officieel kanaal hebben we niet. Dat is ook niet nodig. Het is beter om telkens te zoeken bij wie je met je vraag best terecht kan.

“Met dwingende vragen moet je aan de slag.”

Maak dat eens concreet.

Mark, één van de gasten, hij is ondertussen dood, zei op een dag in ’t Vlot: “Ik heb op het nieuws gezien dat er bij het leger een winterwerking is. We kunnen in een kazerne slapen.” Niemand wist daarvan. Ik begin rond te bellen en kom uiteindelijk bij de juiste man terecht. Hij kon de kazerne in Burcht openstellen voor daklozen als hulporganisaties zorgden voor vervoer en begeleiding. We zijn dan gaan samenzitten met het OCMW en CAW. Eén winter is er een busje naar Burcht gereden.

Je ziet veel miserie maar bent niet moedeloos. Hoe hou je dit werk vol?

Omdat ik zie dat onze aanpak werkt. Je kan verbetering brengen in het leven van mensen. Terug naar Mark. Zijn eerste vraag naar slaapmogelijkheid in de kazerne betekende in feite de start van de winterwerking in Antwerpen. Dat heb ik ook zo gezegd op zijn begrafenis. Voor de samenleving was hij niets, maar in werkelijkheid was zijn impact groot. Zijn vraag heeft gemaakt dat er in Antwerpen een winterwerking kwam. Nu is er zelfs een grote shelter het hele jaar open. De kiem daarvan ligt in positief denken. Maar ik geef toe dat ik een doorduwer ben. Als ik iets voor ogen heb, dan ga ik daar helemaal voor. Mijn intuïtie laat ik niet los.

“Onze aanpak werkt.”

Jij bent een erg open iemand.

Die openheid komt door mensen te ontmoeten. Ik werd vrij opgevoed. Ik mocht zelf zoeken wie ik ben en wat ik wil. Dat doe ik ook vandaag nog. Dat is waarom ik heel vrij in die katholieke kerk sta. Ik heb de kerk nooit als keurslijf ervaren omdat ik daar vrij voor gekozen heb. Al van toen ik kind was. Als de pastoor vroeg wie er wilde lezen in de mis, dan stak ik altijd mijn vinger op. Het is dus ook een gevoeligheid die er al heel lang inzit.

't Vlot
De kapel van ’t Vlot © ID / Katrijn Van Giel

Jullie gaan met een groep dak- en thuislozen ook op driedaags retraitemoment naar de abdij van Averbode.

Eerst stuurden we mensen individueel naar de abdij. Dat kwam door een toevallig contact met een pater daar. Die zei dat we altijd mensen mochten sturen. We hebben dat tien jaar gedaan. In die periode trokken we met een groep gasten ook naar Lourdes. Dat was boeiend, maar te ver, te lang en te ingewikkeld. Zo kwam Averbode in het vizier. Nu gaan we jaarlijks in groep. Gasten kunnen zich kandidaat stellen om mee te gaan. We zoeken naar hun motivatie maar vragen ook of ze in staat zijn om mee te gaan. Mensen die verslaafd zijn en geen vervangmedicatie hebben of willen, die houden het niet uit. Elk jaar gaan er vijftien mensen mee.

Wat doet zo’n weekend met een mens?

Na zo’n driedaagse is hun leven niet veranderd. Ze hebben nog altijd geen papieren en slapen terug in een kraakpand. Maar vaak is het toch een belangrijk moment. Ik zie veel mensen nadien iets oppakken in hun leven. Er is een Marokkaanse man die ik al jaren ken. Hij kwam in ’t Vlot niet verder dan de gang. Hij doet wel een babbeltje maar dan verdwijnt hij weer. Na veel vijven en zessen is hij meegegaan naar Averbode. En kijk: hij kruipt niet meer weg.

“Het is mentaal keihard werken.”

Wat onderscheidt jullie van klassieke hulpverlening?

Onze inloop is maar twee keer per week, twee uurtjes open. Dat is weinig. Het lukt ons om in die tijd veel volk te ontvangen. Wij doen dat door present te zijn, met veel positieve energie. Maar na zo’n twee uur ben ik compleet op. Het is mentaal keihard werken. Die intensiteit haal je niet in een inloopcentrum dat zeven dagen op zeven van ’s morgens tot ’s avonds open is.

Het is een ander soort sociaal werk?

Absoluut. Echte presentie vraagt ontzettend veel energie. Je kan dit niet zo maar inschuiven in het takenpakket van een sociaal werker. Niet iedereen moet gaan werken zoals wij. Wat wij doen, is iets compleet anders dan wat een verpleegster of budgetbeheerder doet. Ieder zijn expertise. Alleen vind ik wel dat er te weinig werkingen zijn als ’t Vlot. Dat is toch een beetje de pijn van deze stad. Het ontbreekt aan plekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. Plaatsen waar het open en vrij is. Waar je je niet moet registreren als je binnenkomt.

“Ik geloof dat alles altijd goed komt.”

Ben je nooit bang in een overvolle werking?

Ik kreeg al vaak de vraag: “Is dat niet gevaarlijk, zomaar je deur openzetten? Misschien zitten er wel terroristen tussen.” Ik zeg dan: “So what? We doen dit al vijftien jaar en het werkt.” We hebben zelden een incident. In al die jaren heb ik maar een paar keer de politie moeten bellen. Maar als het gebeurt, is het vaak meerdere keren kort na elkaar. Het heeft te maken met onrust op straat. Soms met het weer. We hebben kluis, noch bodyguards. Als ik zie dat iemand vervelend doet dan ga ik of één van de vrijwilligers er naast zitten. We zoeken verbinding. En vaak zie ik boosheid omdraaien naar verdriet of iets anders. We hebben ook een kapel, een plek waar mensen rust vinden en hun emoties kwijt kunnen. Maar het is altijd zoeken. En alles komt altijd goed, dat geloof ik echt.

Ligt daar jouw kracht om begrafenissen en afscheidsdiensten te leiden?

Ik heb van jongs af aan leren leven met de dood. Er is niemand die ons kan vertellen wat dood zijn is, ook een pastoor niet. Ik heb wel een aanvoelen dat we na de dood op een goede plek terecht komen. Ik kan dat tijdens een begrafenisdienst overbrengen omdat ik dat ook geloof.

“Een geboorte is heilig, sterven ook.”

Die begrafenissen en de jaarlijkse herdenking van de straatdoden zijn voor jou heel belangrijk.

Ik was er bij toen twee van onze gasten overleden. Dat zijn heilige momenten. Een geboorte is heilig, sterven ook. Een collega zei me ooit: “Bij de geboorte heb je een vroedvrouw maar jij bent eigenlijk een groet-vrouw.” Dat vind ik mooi gezegd. Bij een begrafenis moeten vrienden en familie afscheid nemen. Vaak hebben ze hun dierbare vele jaren niet gezien. Verslaving zet druk op familierelaties. Ze hebben geleerd om los te laten. Maar tijdens zo’n afscheid horen ze dan andere daklozen en gebruikers mooie dingen vertellen over hun zoon of vader. Dat zijn vaak sterke momenten. Een tijd geleden hebben we een Poolse man begraven. Onze Poolse pater-Kapucijn deed de dienst. Zijn kinderen die uit Polen overkwamen, waren verbaasd dat er honderd mensen op het afscheid waren. Ze dachten dat hij hier niemand had.

Niek Everts
‘Over religie en geloof is er weinig nuance.’ © ID / Katrijn Van Giel

Waarom zijn die persoonlijke verhalen zo belangrijk?

Ik wil altijd de waardigheid van de mens opdelven, naar boven brengen. Ik vertel vaak het verhaal van Jezus die zegt: “Alles wat je voor een mens hebt gedaan, heb je voor mij gedaan.” Mensen vragen zich af: Wat heb ik dan gedaan? Jezus antwoordt dan: “Ik zat in de gevangenis en je hebt me bezocht. Ik had honger en je hebt me eten gegeven. Ik was naakt en jij hebt me gekleed.” Ik zie die omkering zo vaak gebeuren. Veel gasten zorgen heel hard voor hun collega’s. Zij zijn de eersten die ermee inzitten als er iemand in de gevangenis zit. Zij zijn de eersten die een andere dakloze mee naar huis willen nemen. Zij zijn degenen die heel hard zorgen.

Moet sociaal werk meer oog hebben voor zingeving?

Een eerste stap is zingeving en religie serieus nemen. Als iemand ‘Inshallah’ zegt, neem dat dan ernstig. Die man zegt eigenlijk net hetzelfde als ik: alles komt goed. Maar de samenleving is niet klaar om dat te zien. Over religie en geloof is er weinig nuance. Alles wordt snel zwart, wit. Zeker als het gaat over de islam. Maar ik ben hoopvol. Mijn dertienjarige puberende zoon zit in een klas met moslimmeisjes, een Chileen, een Roemeen, een Turk en een Nederlander. Zelf heeft hij als geadopteerde jongen ook een migratiegeschiedenis. De diversiteit is enorm. Maar dat maakt dat religie in zijn klas heel bespreekbaar is. Dat zijn boeiende bewegingen.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen