Sociaal werk is schitterend werk

Help het schip varen, maar neem het roer niet over

Hoofdmaatschappelijk werker Nathalie Maertens van het Welzijnshuis Roeselare vindt dat hulpverlening niet bevoogdend mag zijn. “Luister naar wat mensen willen. Volg hun tempo. Versterk mensen in wie ze zijn en wat ze zelf al geprobeerd hebben.”

Nathalie Maertens
© Unsplash/Kristopher Roller

Nathalie Maertens leidt als hoofdmaatschappelijk werker de teams budget- en schuldhulpverlening en dak- en thuislozen van het Welzijnshuis Roeselare. Voordien werkte ze bij het OCMW Gent, waar ze na zes jaar bij de dienst Jeugd overstapte naar de dienst Wonen. Een voormalige collega maakte haar enthousiast voor het Welzijnshuis Roeselare.

Wat doet het Welzijnshuis?

Elke burger kan hier terecht met zijn mensgerichte hulpvraag. Sinds de inkanteling van het OCMW in de stad is het voormalige sociaal huis en de sociale dienst van het OCMW één geworden onder de noemer ‘Welzijnshuis.’ Het Welzijnshuis herbergt de sociale basisdienstverlening van de stad zoals aanvragen in het kader van sociale zekerheid, stedelijke subsidies, hulp bij sociaal-administratieve aangelegenheden en individuele hulpverlening.

“Veel mensen hebben negatieve ervaringen.”

Was het een bewuste keuze om bij het OCMW aan de slag te gaan?

Nee. Ik wist al vrij vroeg dat ik sociaal werk wilde studeren. Toen ik studeerde had iedereen een negatief beeld van het OCMW. Ook ik dacht dat ik nooit bij een OCMW zou werken. Maar toen ik afstudeerde, woonde ik alleen en moest ik mijn huur betalen. OCMW Gent was de eerste die positief antwoordde op mijn sollicitatie. Vandaag bestaat dit negatieve beeld nog steeds en het is een constant gevecht om dit beeld bij te sturen.

Dat beeld klopt niet?

Ik heb heel snel ontdekt dat dat niet klopt. Velen denken dat we van achter onze bureau mensen controleren, koeioneren en afsnauwen. Maar dat is helemaal niet het geval.

Houdt dat mensen tegen om hulp te vragen?

Ja. Via straathoekwerk en de brugfiguren merken we dat mensen het soms moeilijk hebben om de stap te zetten naar hulp. Veel mensen hebben negatieve ervaringen met hulpverlening. We mogen dat niet ontkennen. Hoe dieper je in de problemen zit en hoe meer negatieve ervaringen je opstapelt, hoe moeilijker het is om hulp te vragen. Je denkt dat je toch niet zal geholpen worden.

Hoe kan de hulpverlening toch bruggen bouwen naar deze mensen?

Blijf niet achter je bureau te zitten en leer de leefwereld van de mensen kennen. Ga naar hen toe. Of het nu in het park, op het stationsplein, op café, bij hen thuis, in de bib of gewoon op straat is. Dat maakt niet uit. Probeer hen te begrijpen. Vanuit de hulpverlening wordt vaak gezegd: “Jij hebt dit probleem en dat is de oplossing.” Maar je wekt geen vertrouwen in de hulpverlening door te zeggen: “Je moet dit, je moet dat.” Luister in plaats daarvan naar wat mensen zelf willen. Volg hun tempo. Versterk mensen in wie ze zijn en wat ze al geprobeerd hebben. Wat in onze ogen een kleine stap is, voelt voor hen misschien als de eerste stap op de maan van Neil Armstrong.

“Blijf niet achter je bureau te zitten.”

Geef eens een voorbeeld.

In Gent was ik verantwoordelijk voor de wooncoaching. Een wooncoach kreeg op een dag telefoon van een dolblije cliënt. Hij belde speciaal om te vertellen dat hij net zijn voeten gewassen had. Wat voor ons iets klein lijkt, was voor hem een enorme stap. Hij had zichzelf al heel lang niet meer verzorgd. Door zijn vertrouwen te winnen en hulpverlening op te starten, was die man ertoe gekomen om zijn voeten te wassen.

Krijg je als hulpverlener de vrijheid om op het tempo van de cliënt te werken? 

Hier in Roeselare wel. We hebben de methodiek Bind-Kracht in al onze geledingen geïmplementeerd. We richten ons op de sterktes van mensen. We gaan voor een integrale hulpverlening. Het is belangrijk dat je die brede bril opzet. Dat je bijvoorbeeld ziet dat een financieel probleem veroorzaakt wordt door een familiaal of medisch probleem. Je moet eigenlijk naar alles kijken. Ook naar het cliëntsysteem. Erken bijvoorbeeld de bestaande banden tussen mensen in dat systeem en waardeer ze.

“Het is belangrijk dat je een brede bril opzet.”

Hoe doe je dat concreet?

Neem bijvoorbeeld een moeder met leefloon en schulden. Ze heeft een inwonende volwassen zoon die wel een inkomen heeft, maar weigert om bij te dragen in het huishouden. We vergeten ons vaak af te vragen waarom die moeder geen hulp vraagt aan haar zoon. Voor haar moet het ook niet gemakkelijk zijn om te zien dat haar zoon bijvoorbeeld 1.500 euro per maand verdient en toch op haar kosten leeft. Erken dat. Het is niet omdat iemand beroep doet op hulpverlening dat die loyaliteit moet verbroken worden. Dat zelfbeschikkingsrecht moeten we altijd blijven nastreven. We mogen niet bevoogdend zijn.

Hou je op het einde van de rit dan geen rekening met de inwonende zoon?

De wet op vlak van het leefloon moeten we natuurlijk volgen, maar die geeft ruimte voor een lokale uitwerking. Hier in Roeselare zorgen we er bijvoorbeeld voor dat geen enkele ouder volledig afhankelijk wordt van zijn kind. Beeld je maar eens in dat je de boodschap krijgt dat je ouders vanaf nu ten laste van jou zijn. Dat is de omgekeerde wereld.

“We mogen niet bevoogdend zijn.”

Heb je in de praktijk de tijd om bij elke cliënt lang stil te staan bij zijn specifieke context?

Ik denk dat dat kan. De sociaal werkers hier krijgen ook die tijd. Ze zitten vaak aan of zelfs over hun plafond, maar er wordt wel gevochten om ervoor te zorgen dat de caseload niet overschreden wordt. Ik ben ervan overtuigd dat al onze sociaal werkers zo veel mogelijk tijd maken voor elke cliënt. En dat het eigenaarschap van de cliënt in het hulptraject voorop wordt geplaatst. Een voorbeeld hiervan is de recente omschakeling in het team budget- en schuldhulpverlening van puur budgetbeheer naar budgetcoaching.

Waarin verschilt budgetcoaching van budgetbeheer?

De naam zegt het al: de hulpverlener coacht terwijl de cliënt aan het stuur blijft staan. Wil de cliënt met de 1.000 euro die hij krijgt gaan gokken? Dan is het de verantwoordelijkheid van de sociaal werker om hem te wijzen op de mogelijke gevolgen van die keuze. Maar het is niet aan de hulpverlener om te beslissen. Budgetbeheer betekent een grote inperking op de vrijheid. Voor alles wat de cliënt wil, moet hij bellen naar de sociaal werker. Na een tijd verlies je elk inzicht in je budget. We kijken nu naar de oorzaken van schuldproblemen. We bevragen wat cliënten nodig hebben om hun budget weer zelfstandig te kunnen beheren. Die participatie is heel belangrijker.

“We kijken nu naar de oorzaken van schuldproblemen.”

Hoe pakken jullie die budgetcoaching concreet aan?

We hebben bijvoorbeeld budgetbalansen ingevoerd. Dat zijn vragenlijsten over verschillende levensdomeinen. Per levensdomein vragen we of ze verbetering willen en hoe we daarbij kunnen helpen. Daarover gaan we het gesprek aan. Samen met de cliënt wordt afgesproken waar de komende periode aan zal gewerkt worden. We hebben dit ruim een jaar geleden ingevoerd. Zowel voor de sociaal werkers als voor de cliënten was het even aanpassen. Het gaat niet meer gewoon over de rekeningen die betaald moeten worden. Het is veel persoonlijker. Dat is soms moeilijk, ook voor de hulpverlener. Maar sommigen geven aan dat ze nu dingen zien de ze vroeger niet zagen. Dat is mooi.

Je werkte vroeger in Gent, een grootstad. Is daar meer armoede en dakloosheid dan in een centrumstad als Roeselare?

Nee. Armoede houdt geen rekening met stadsgrenzen. Roeselare kent evenveel verschillende problemen als Gent, de grootteorde is gewoon anders. Onlangs vergeleek ik met een Gentse collega het aantal bezoekers van de nachtopvang in Gent met die in Roeselare. Als je die afzet tegenover het aantal inwoners zie je dat het probleem verhoudingsgewijs even groot is. In absolute cijfers en op vlak van zichtbaarheid in het straatbeeld, is er wel een verschil. Door de schaalgrootte zijn er in grote steden ook meer mogelijkheden. En als er een hulpaanbod is, wordt een probleem zichtbaar.

“Armoede houdt geen rekening met stadsgrenzen.”

Hoeveel daklozen telt Roeselare?

In 2017 maakten 216 personen gebruik van de nachtopvang. In 2016 waren dat er 170. Dat jaar openden we de permanente opvang. Voor ik hier kwam werken, wist ik niet dat het er zo veel waren. Het gaat overwegend om blanke alleenstaande mannen. Het aantal vrouwen stijgt en het aantal daklozen onder de 25 jaar ook.

Heeft de toename te maken met de opening van de permanente opvang?

Ik geloof niet in een aanzuigeffect. Er zijn altijd al daklozen geweest. Voordien zochten ze opvang in andere steden. Die permanente opvang was nodig. Dat merk je aan de cijfers. De plaatsen zitten bijna heel het jaar door vol. We proberen er ook iets meer te doen dan gewoon de bed-bad-brood-formule. We merkten dat mensen vooral overdag hulpvragen hadden. Daarom hebben we iemand extra aangeworven die dan beschikbaar is.

“Ik geloof niet in een aanzuigeffect.”

Waar hebben daklozen nood aan?

Ik ben een grote Housing First adept. Voorwaardelijke hulp werkt niet, zeker niet bij chronische dak- en thuislozen. Heel vaak hebben ze al veel negatieve ervaringen met de hulpverlening waardoor het vertrouwen weg is. Housing First verzekert in eerste instantie het recht op wonen. Van daaruit wordt er samen met de cliënt op stap gegaan. Volgens hun tempo, vragen en wensen. De ene persoon heeft meer coaching nodig dan de andere.

Hebben jullie plannen om Housing First op te starten in Roeselare?

Ja. We zijn er concreet mee bezig in het kader van de regiostrategie van Midden-West-Vlaanderen. Het zal een regionale werking worden in samenwerking met het CAW. In het totaal komen er drie wooncoaches, waarmee we ongeveer 45 trajecten kunnen opstarten.

“Ik ben een grote Housing First adept.”

Gaan jullie eenvoudig woningen vinden voor Housing First?

Dat is eigenlijk het moeilijkste aspect van dit project. We zullen niet op dezelfde schaal als bijvoorbeeld in Gent beroep kunnen doen op sociale woningen. Dit jaar zal de sociale huisvestingsmaatschappij, bij wijze van proef, twee woningen versneld toewijzen aan thuislozen die in een Housing First-traject zitten. De rest moet met de hulp van de wooncoaches op zoek gaan naar een woning op de private huurmarkt. Dat is bijna zoals solliciteren. Je moet jezelf verkopen.

Was er lokaal veel politieke wil om Housing First te realiseren?

Het idee is vanuit de basis gekomen. We hadden geluk met de timing, want er waren tegelijkertijd ook externe triggers. Het Belgische experiment was net afgesloten en kwam overal in de media. Vanuit de federale overheid werd de methodiek ook gepromoot. We hadden geen beter moment kunnen kiezen om ermee naar het beleid te stappen.

“Voorwaardelijke hulp werkt niet.”

Vind je het de taak van een sociaal werker om de geesten van beleidsmakers rijp te maken voor nieuwe methodieken?

Dat is heel belangrijk. Als sociaal werker help je individuen, maar je hebt ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid. We moeten niet met z’n allen op de barricaden staan, maar het is je taak om hiaten, tekorten of problemen te signaleren. Daarbij moet je soms op tafel durven kloppen. Al moet je altijd zorgen dat je punt onderbouwd is. Je kan wel eens een ballonnetje oplaten, maar dat moet goed gevuld zijn om te kunnen vliegen.

Is het in de aanloop naar verkiezingen moeilijker om je werk op lange termijn te plannen?

Veranderen van bestuur kan altijd verandering van inhoud met zich meebrengen, maar ik probeer daar zo weinig mogelijk rekening mee te houden. Uiteraard denk ik er wel eens aan dat er na de verkiezingen dingen kunnen veranderen, maar dat mag je niet verlammen. Dat zou nefast zijn voor de cliënt. Daar ligt de prioriteit.

“Het is de basishouding die telt.”

Wat maakt voor jou een goede sociaal werker? Waar peil je naar in een sollicitatiegesprek?

Het gaat niet over kennis. Wetgeving kan je instuderen en methodieken kan je aanleren in vormingen. Dat is niet zo moeilijk. Het is de basishouding die telt. Hoe kijk je naar mensen en hun problemen? Daarmee staat of valt alles. Als er tijdens een sollicitatiegesprek bepaalde dingen gezegd worden, gaat er bij mij een alarm af. Dan stel ik soms zelfs geen bijkomende vragen meer.

Kan je een voorbeeld geven?

Als iemand die solliciteert voor de nachtopvang over daklozen zegt dat het vuile mensen zijn die onder een brug slapen en aan de drank zitten. Dat is nu net hét clichébeeld. Sociaal werkers moeten een mens als mens zien, niet als slachtoffer of als nummer. Ze moeten bereid zijn zich te laten onderdompelen in de leefwereld van cliënten. Enthousiast zijn als hij zijn voeten heeft gewassen. Niet bevoogdend willen zijn. Zorgen dat het schip kan varen, zonder het roer over te nemen.

“Zie een mens als mens.”

Waar heb je het gevoel dat je het verschil maakt?

In bepaalde werkingen die we kunnen uitbouwen, zoals Housing First en de permanente nachtopvang. We zijn gestart met straathoekwerk en bereiken nu mensen die we vroeger niet konden bereiken. Ook de omslag van budgetbeheer naar budgetcoaching maakt een verschil. De aandacht die we hebben voor het zelfbeschikkingsrecht van cliënten. Ik denk dat we met die houding mensen zich terug mens kunnen voelen en niet gewoon cliënt. Sociaal werk is schitterend werk. Je moet er wel de ruimte en vrijheid voor krijgen. Die hebben we hier in Roeselare echt wel. 

Je klinkt erg gepassioneerd.

Het klinkt cliché, maar ik heb een passie om te vechten voor mensen die onderbeschermd zijn. Daar kan ik hard in opgaan. Spreekwoordelijk lig ik er wakker van, al slaag ik er wel in om voldoende afstand te bewaren en niet uitgeblust te raken. Maar ik kan me wel kwaad maken om bepaalde onrechtvaardigheden. Wanneer mensen wel recht zouden moeten hebben op bepaalde dingen, maar het niet krijgen. Zoals keuzevrijheid. Iedereen heeft keuze, behalve wie arm is. Er bestaan ook veel vooroordelen over mensen die financiële problemen hebben, in de schulden zitten of dakloos zijn. We zeggen zo snel dat mensen de verkeerde keuzes gemaakt hebben, maar eigenlijk kennen we hun opties niet. Misschien moesten ze kiezen tussen de pest en de cholera. Wie zijn wij dan om te zeggen dat die keuze verkeerd was? Daar heb ik het moeilijk mee. Daarom dat ik die drive voel om dit werk met volle overgave te doen.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen