Na het eerste geweld onderneem je best al stappen

Koppel getuigt over partnergeweld

Eén op zeven koppels krijgt te maken met partnergeweld. Dat betekent dat in veel Vlaamse huizen geweld tussen partners voorkomt. De centra algemeen welzijnswerk (CAW) begeleiden heel wat koppels naar een oplossing. We spraken met Erik en Ingrid. Zij vonden na een langdurige begeleiding een nieuw evenwicht. Bart Ballegeer was hun begeleider.Erik en Ingrid zijn fictieve namen.

partnergeweld
© Hernán Piñera @flickr

Hoe kwamen jullie bij het CAW terecht?

Erik: Als arts kreeg ik een bijscholing over de preventie van geweld in huiselijke kring, dus ik wist al dat het CAW dat aanbood. Mijn familie raadde me ook aan om naar het CAW te bellen toen ik eens door het lint ging.

Ingrid: We wisten beiden dat er iets moest veranderen. En ik wou dat er een stap gezet werd.

Erik: Ik geloof echt in preventie en begeleiding. Nu de pastoor als luisterend oor is weggevallen, blijft er behalve het CAW niet veel gratis of betaalbare ondersteuning over. Ik vermoed dat er veel meer hulpvragen zijn dan dat er aanbod is. En dat niet iedereen durft aankloppen voor hulp bij zo’n zware persoonlijke problemen.

“Geweld is een symptoom.”

Bart, jij werkt bij het team partnergeweld. Hoe gaat zo’n begeleiding in zijn werk?

Bart: Het doel van een begeleiding is dat er geen agressieve incidenten meer voorvallen. We pakken ook de factoren in de relatie aan die leiden tot incidenten. Want in een relatie hebben we allemaal een beestje in ons dat bovenkomt wanneer we op een specifieke manier getriggerd worden. Hoe ga je om met dat beestje? Hoe stuur je het gesprek naar een constructieve wisselwerking? Daarnaast zijn er ook individuele triggers zoals de stress die Erik ervaart als arts met een thuispraktijk. Je hoort het al: het grootste deel van mijn job is eigenlijk relatiebegeleiding. Het geweld is een symptoom, geen ziekte. Enkel bij acute dreiging, focus ik meer op het geweld zelf.

En hoe volg je tijdens zo’n storm als koppel samen een begeleiding? Gooi je zo geen olie op het vuur?

Bart: In principe zien we het koppel altijd samen, maar als cliënten daar behoefte aan hebben of wanneer de spanningen te hoog oplopen, lassen we individuele gesprekken in. Zo kunnen de partners ventileren zonder een heftige reactie uit te lokken van hun wederhelft. En omgekeerd: ik kan als begeleider meer de confrontatie aangaan als de partner er niet bij is, omdat er dan minder eergevoel in het spel is.

“Een begeleiding is een dans met drie.”

Ingrid: Inderdaad, als mijn partner er niet bij is, kan ik mijn verhaal minder emotioneel geladen vertellen. Op die manier focus je meer op mogelijke hulp en oplossingen, minder op de strijd. Met twee ben je meer op je hoede.

Bart: Maar uiteindelijk moeten de partners toch weer samen praten. Nadat zij ventileerden, kan ik hun reacties filteren en kunnen zij hun ei aan elkaar kwijt op een neutralere manier, zonder dat ze in strijdmodus gaan. Je hoort het al, het is een dans waar je met drie in terecht komt. De gezamenlijke vijand is het conflict.

Erik: Zonder een derde persoon zouden we niet uit onze cirkel van verwijten geraakt zijn. Want op den duur verzand je in een patroon als koppel. In het begin was Bart een scheidsrechter. Op het einde vroegen we hem om op te treden als moderator als we niet uit een zware discussie raakten. Dit werkt dus ook preventief.

Raden jullie andere koppels die lijden onder partnergeweld aan om samen hulp te zoeken? Of is het schip meestal toch al gezonken?

Bart: In de eerste gesprekken peil ik naar hoeveel motivatie en enthousiasme er nog is voor de relatie. Liefde is een werkwoord. Iemand van de partners moet als eerste willen veranderen, en zo de andere de hand reiken. Een begeleiding zonder medewerking van de partners is gebakken lucht.

“Een begeleiding zonder medewerking is gebakken lucht.”

Ingrid: Als je wil samenblijven, moet je zeker hulp zoeken en samen begeleiding volgen. Tegen mijn kinderen heb ik altijd gezegd dat ze zich nooit door een partner moeten laten slaan. Dat ze dat niet moeten aanvaarden. Maar nu weet ik dat dit gemakkelijk gezegd is. Wel vind ik dat je best al na het eerste geweldincident stappen onderneemt. Want waarom zou het geweld stoppen als je het gewoon laat gebeuren? Je moet zelfrespect ontwikkelen en beslissen of je wil verdergaan of niet.

Merken jullie in je omgeving het taboe op partnergeweld?

Bart: Ja. Partnergeweld gebeurt nochtans veel vaker dan mensen denken. Naar mijn gevoel zijn er bij elk koppel incidenten, maar natuurlijk in verschillende gradaties. Denk aan roepen, emotionele chantage, iemand wekenlang negeren… Eigenlijk valt dat in een lange relatie te verwachten. Als koppels nadien samen tot een compromis komen, is dat niet zo’n groot probleem. Pas als ze in deze strategieën vastzitten en de aanvallen frequenter en heviger worden, ontstaat er een vicieuze cirkel van geweld.

“Partnergeweld gebeurt veel vaker dan mensen denken.”

Ingrid: In onze omgeving weet niemand ervan. Ik vond het belangrijk dat het nieuws niet uitlekte. Dat zou een ramp zijn voor de praktijk van mijn man. Het klopt dat niemand er over praat, alles gebeurt achter gesloten deuren. Mensen weten ook niet altijd waar ze terechtkunnen, het CAW is nog niet bij iedereen bekend. Vroeger ging ik naar een psychologe maar die stuurde me heel erg in een richting door bij elk gesprek te blijven herhalen: ‘Neem een beslissing over je relatie’. Maar ik wilde niet opgeven. Een psycholoog is ook duurder terwijl je bij een begeleiding op voorhand nooit weet wat het resultaat zal zijn.

Bart, raad jij aan om bij partnergeweld in je omgeving het koppel aan te spreken? Of is het beter om niet te moeien?

Bart: Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat geweld escaleert wanneer je het niet aanpakt. De cycli van geweld worden steeds korter en heftiger. Dus zoals Ingrid zei: je kan beter al na het eerste incident ingrijpen. Moei je toch maar met buren of familie, op een voorzichtige en neutrale manier. Reik gewoon een oplossing aan zoals de hulplijn 1712. Bij volwassenen kan je die stap ook aan hen overlaten. Maar jonge kinderen kunnen als slachtoffer of getuige niet voor zichzelf kiezen. Met dat in het achterhoofd mag je als buitenstaander koppels zeker gidsen naar hulp of begeleiding.

Tot slot: Ingrid en Erik, hoe verloopt jullie relatie nu? Is het rustiger thuis?

Ingrid: Rustig zou ik niet zeggen want bij ons is het nooit kalm. We hebben beiden een sterke persoonlijkheid. Ik kan soms ook nog eens luid gaan.

“Onze relatie is nu beter.”

Erik: De relatie is zeker beter. Er is in ons leven nog een hoop stress die vroeger aanleiding zou geven tot afreageren: zieke familieleden, een druk sociaal leven, mijn praktijk. Maar ondertussen leerde ik van Bart: ‘Agree to disagree’. In een relatie moet je aanvaarden dat je twee verschillende personen bent.

Ingrid: We zeggen het sneller als ons iets niet aanstaat. Er wordt minder onder de mat geveegd. Bovendien heeft mijn man al veel pluimen verdiend: we zijn dit jaar al naar Lissabon en Sardinië geweest. We mogen de goede dingen niet vergeten.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen