Ik kan niet tegen onrecht

In de bres voor slachtoffers van tienerpooiers

De opvang van slachtoffers van tienerpooiers moet beter. Sociaal.Net sprak met Saskia Van Nieuwenhove, al jaren een belangrijke stem in de jeugdhulp. Axelle schoof bij aan tafel. Zij is een slachtoffer van tienerpooiers en verblijft bij Saskia thuis: “Saskia blijft voor je gaan. Veel mensen doen dat niet.”Axelle is een schuilnaam. Details uit haar ervaring zijn veranderd of weggelaten om anonimiteit te waarborgen.

tienerpooiers
Saskia Van Nieuwenhove © ID/ Wouter Van Vaerenbergh

Een stem in de jeugdhulp

Saskia Van Nieuwenhove is al lang een stem in de jeugdhulp. Als kind groeide ze op in een instelling. Die ervaring zette haar aan om mistoestanden en onrecht aan te klagen. Niet alleen binnen de jeugdhulp. Ze ontfermde zich doorheen de jaren ook over gedetineerden, familieleden van Syriëstrijders, mensen met schulden en mensen bij wie een uithuiszetting dreigde.

“Tienerpooiers zijn niet de jongens van om de hoek.”

Saskia is journaliste. Ze schreef voor verschillende kranten en tijdschriften. In een ver verleden was ze ook actief als DJ bij Studio Brussel. Al die activiteiten staan nu op een laag pitje. Op dit moment is ze in de eerste plaats opvangouder. Al een tijdje verblijven er bij haar thuis een aantal minderjarige slachtoffers van tienerpooiers. Jeugdrechters plaatsen die meisjes bij Saskia. Axelle is één van die meisjes.

Zijn er in Vlaanderen dan geen andere oplossingen beschikbaar?

Saskia: In 2016 publiceerde Child Focus een rapport over slachtoffers van tienerpooiers. Dit rapport was belangrijk. Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen is nadien in gang geschoten. Hij nam zijn verantwoordelijkheid. Er kwamen in Vlaanderen dertien streng beveiligde units voor slachtoffers van tienerpooiers. Alleen hebben ze zich verkeken op de gevolgen van deze beveiligde units. Deze opvangplaatsen zijn vrijheidsbenemend. De meisjes zitten dus vast. Meestal voor lange tijd omdat de jeugdrechter zo’n maatregel neemt voor de veiligheid van het meisje.

Is die beveiliging dan niet nodig?

Saskia: Ik heb niets tegen die dertien units, noch tegen de gemeenschapsinstellingen die deze meisjes opvangen. Ik begrijp die keuze. Tienerpooiers zijn niet de jongens van om de hoek, ze behoren tot zware misdaadnetwerken. Veiligheid is dus belangrijk bij de opvang van slachtoffers. Maar het opsluiten van deze meisjes heeft gevolgen. In de zomer van 2017 werd ik gecontacteerd door een slachtoffer. Ze verbleef in één van die beveiligde units. De dag dat ze achttien werd, kwam ze op straat terecht. Haar bezittingen kreeg ze mee in vuilniszakken.

Saskia Van Nieuwenhove
‘De onrechtvaardigheid is te groot.’ © ID/ Wouter Van Vaerenbergh

Moeilijk te geloven dat zoiets vandaag nog gebeurt in de jeugdhulp.

Saskia: Ik ben een harde tante, maar toen heb ik geweend. De onrechtvaardigheid is te groot. We sluiten deze kwetsbare meisjes op en zetten hen vervolgens op straat. We ontnemen ze hun jeugd. Die zien in jaren geen pashokje, noch een Kruidvat. Op hun achttiende moeten ze alles zelf ontdekken en uitzoeken. Er is vaak geen schadevergoeding geregeld. Ze hebben geen domicilie. Er is niet gewerkt aan een netwerk, noch linken gelegd met de reguliere hulpverlening zoals een jongerenadviescentrum. Is dat ons antwoord op deze slachtoffers? Iedereen werkt binnen zijn eigen cocon met de idee: ‘We zijn goed bezig.’

Mooi niet dus.

Saskia: De meeste slachtoffers zijn tussen de veertien en zeventien. Maar er is ook een meisje bij van elf jaar. Kan je je dat voorstellen? Als justitie handelt dan worden die pooiers veroordeeld tot een paar jaar effectieve straf. Hun vrijlating loopt vaak parallel met de vrijlating van de slachtoffers uit de beveiligde units. Dat is een confronterend beeld. Een meisje komt met vuilniszakken uit de jeugdzorg. Ze heeft werkelijk niets. En op Facebook zie je tegelijk foto’s van twee van haar pooiers die onvermogend zijn verklaard maar toch rondrijden in een Lamborghini.

“Jeugdrechters zien dat ik succes boek.”

Je klopt al een tijdje op dezelfde nagel: het moet anders. Word je gehoord?

Saskia: Ik stuurde aan administraties en politici dertig beleidsaanbevelingen. Ik heb het gevoel dat ze opgepikt worden. Ik ben uitgenodigd op een spoedoverleg van Jongerenwelzijn. En er zijn jeugdrechters die me spontaan bellen. Ze vragen zich af waarom zoveel meisjes na hun verblijf in die units opnieuw naar hun pooiers gaan. Heeft het nut om die meisjes nadien nog een keer te isoleren als het toch niets uithaalt? Dus bellen ze mij. Ze zien dat ik met mijn methodiek succes boek.

Wat is je methodiek?

Saskia: Mijn methodiek is nu net geen methodiek. Daar gaat het om. Als een meisje bij mij toekomt, moet ze niets. Wat heeft iemand nodig na een traumatische ervaring? Stilte. Rust. Verzorgd worden. Kunnen leven op je eigen ritme. Ik geef hen die kans. Of ze vijf keer douchen, gaan wandelen of ’s nachts muziek willen luisteren. Het maakt niet uit. In een gesloten setting is de structuur veel te strak. Slachtoffers van tienerpooiers worden vaak door de politie uit een appartement of hotel geplukt. De meisjes gaan van politiecel naar een beveiligde voorziening. Daar moeten ze om half acht opstaan, hebben ze verplicht van negen tot tien hun kamermoment en lunchen ze na het rinkelen van de bel. De meisjes krijgen geen ruimte. Eens de meisjes in zo’n unit zijn, drukken we precies een pauzeknop in. Stop met leven tot je achttien jaar bent.

“Mijn methodiek is nu net geen methodiek.”

Aanvaarden die meisjes dat?

Saskia: Bijna alle meisjes hebben opnameverslagen die vol staan van agressie en onhandelbaar gedrag. Ik negeer die verslagen. Die meisjes hebben kwetsuren. Ze huilen na een politieverhoor. Hoe zou jezelf zijn als de politie je confronteert met naaktbeelden van jezelf? We moeten stoppen om meisjes die na een verhoor ’s nachts opstaan, muziek willen luisteren en sigaretten roken als onhandelbaar te benoemen. Ik vind dat normaal gedrag. 

tienerpooiers
Axelle © ID/ Wouter Van Vaerenbergh

Axelle, jij zit hier al een tijd te luisteren. Hoe maakt Saskia voor jou het verschil?

Axelle: Saskia maakt niet de fouten die ze in de gemeenschapsinstelling maken. Het eerste wat ze me daar vroegen: ‘Kleed je uit en buk naar voor.’ Dat was mijn eerste contact met de hulpverlening. Weet je, dat is ook wat de pooiers aan ons vroegen. Door alles wat we meemaken, reageren wij soms agressief. Het enige antwoord dat er dan was: isolatie. Saskia laat ons douchen en zorgt voor eten. Bij haar mag ik slapen zo lang ik wil. En de meeste meisjes slapen ook lang. Zeker in het begin. Als we slapen, dan voelen we ons veilig. In de instelling moet je om half acht opstaan en het programma volgen.

Dat is niet wat je als slachtoffer nodig hebt?

Axelle: Saskia sleutelt aan alles en iedereen: advocaat, school, mentaliteit, gezondheid. Je hebt iemand nodig die je steunt. In Mol gaan ze gesprekken aan, maar nadien droppen ze je terug op straat. Ik ben een aantal keer in Mol geplaatst, en telkens kwam ik opnieuw in het milieu terecht. Ik zit nu vijf maanden bij Saskia. Ik ben gestopt met drinken en neem geen drugs meer. Ik heb soms nog agressieve buiten, maar ik ga niemand meer fysiek slagen. Saskia blijft voor je gaan. Veel mensen doen dat niet.

“Het zijn gewone meisjes met gewone verzuchtingen.”

Saskia: Als een meisje hier toekomt, dan gooien we al haar ondergoed weg. Ze dragen geen ondergoed meer dat ze droegen bij een klant. Ik zorg dat ze nieuw ondergoed hebben. Met plezier eet ik dan alleen boterhammen met confituur zodat zij een nieuw beha kunnen kopen. Het zijn gewone meisjes, met gewone verzuchtingen die verlangen naar een gewoon leven. De hulpverlening kijkt veel te weinig naar de kracht van de meisjes. Axelle heeft ondertussen haar A-attest gehaald op school. Volgende week gaat ze solliciteren voor een job. Dat is toch geweldig. Maar geen haan die daarnaar kraait.

Axelle, heb jij het gevoel dat de samenleving je in de steek laat?

Axelle: Ik ben in de steek gelaten door de jeugdhulp. Tussen mijn één jaar en mijn zestiende zat ik in een goede voorziening. Die begeleiders steunen me trouwens nog altijd. Nadien ben ik op kamertraining gegaan maar dat was niets voor mij. Ik ben opgegroeid in een leefgroep maar woonde plots alleen. Dat werkte niet. Ik ging op straat rondhangen, begon te drinken en nam drugs. Zo kwam ik de verkeerde jongens tegen. Mijn begeleiders kennen niets over tienerpooiers. Ze hebben nooit opgemerkt dat ik blauwe plekken had. Ze zijn nooit ingegaan op de namen die ik noemde.

Saskia: Soms worden meisjes door de politie uit het appartement van hun pooier geplukt. Die zijn dan al enkele nachten weg van de instelling. Een instelling heeft één van de meisjes daarop gestraft omdat ze zes nachten weg was zonder toestemming, terwijl ze vastgehouden werd. Ze moest van haar karige 240 euro maandgeld 60 euro afgeven. Als straf! Voor zo’n dingen bel ik woest naar de kinderrechtencommissaris.

“Ik word gedragen door mijn volgers op Facebook.”

Hoe hou je dit vol?

Saskia: Mijn grote sterkte is mijn vriendenkring. Ik word gedragen door mijn volgers op Facebook en krijg veel steun uit het werkveld, van begeleiders, directies, magistraten en jeugdadvocaten. De directeur van Payoke belt me quasi elke dag. Dat helpt. Ik voel veel respect. Mijn drive is onrecht. Ik kan niet tegen onrecht. Ik kan ’s avonds niet in slaap vallen als iemand me een bericht stuurt dat ze uit huis dreigt te worden gezet. Ik reageer dan. In geen enkel dossier ben ik ongevoelig. De dag dat ik gewenning voel, stop ik. Het is niet niks wat die meisjes meemaken. Verkrachting. Verplichte trio’s. Anale seks. Seks zonder condoom. Agressie, chantage en bedreiging. Het is onwaarschijnlijke uitbuiting.

Ben je soms bang?

Saskia: Als ik dat toelaat is het over. Ik ben al bedreigd. Je wil het niet weten. Maar elke dreiging wordt doorgegeven. Ik gun ze de angst niet, want dan winnen die klootzakken.

Veel slachtoffers zijn meisjes die in de jeugdhulp verbleven.

Saskia: Negen op tien hebben hun jeugd doorgebracht in de jeugdhulp. Ze worden opgewacht en opgepikt aan jeugdhulpvoorzieningen. Meisjes uit de jeugdhulp hunkeren naar intimiteit en aandacht. Ze zijn kwetsbaar en stellen zich sneller open. Maar hoe geschift moet je zijn om net die kwetsbare meisjes uit te pikken? We moeten stoppen met die pooiers loverboys te noemen. Sommige meisjes kennen hun daders zelfs niet. Die worden in een voorbijrijdende auto gesleurd. Dat zijn echte maffianetwerken.

“Hoe geschift moet je zijn om net die meisjes uit te pikken?”

Over hoeveel slachtoffers praten we?

Saskia: Ik wil geen paniek zaaien maar ik heb het afgelopen jaar 28 slachtoffers leren kennen. Op basis van hun verhalen denk ik dat we toch praten over honderd minderjarige slachtoffers, alleen al in de regio Antwerpen.

Zonder klanten is er geen netwerk.

Saskia: Uit sommige vonnissen leid ik af dat klanten weten dat de meisjes minderjarig zijn. Justitie weet wie deze klanten zijn. Maar doen ze daar iets mee? Worden die veroordeeld? Geen flauw idee. Als je de verhalen van de meisjes hoort, dan zit je al snel aan 300 klanten per dossier. Wie zijn dat? Is dat mijn buurman? Of een vriend? Ik moet opletten dat ik mannen niet ga wantrouwen.

Je was twee jaar terug erg betrokken bij het verhaal van Jordy, de jongen die overleed in een tentje aan de Gentse Blaarmeersen. Heeft zijn dood iets teweeggebracht?

Saskia: Er zijn inspanningen gebeurd. Er worden bruggen geslagen. Alleen vergeet men dat er een groep jongens en meisjes is waar die brug slaan erg moeilijk is. Jongeren met een beperking of met complexe gedrags- en emotionele stoornissen vallen nog te vaak door de mazen van het net.

“Het had voor een grote groep meisjes anders kunnen lopen.”

Axelle: Ik zie nog steeds jongeren op straat belanden. Te veel jongeren uit de jeugdhulp worden nog altijd dakloos. Dat moet veranderen. Zonder Saskia was ik ook op straat beland. De jeugdhulp moet tijd maken om je voor te bereiden op later.

Saskia: De jeugdhulp moet werk maken van het netwerk van kinderen en jongeren. Zitten ze vanaf hun geboorte in de jeugdhulp, dan werk je vanaf dat prille moment aan een netwerk. Zorg voor een traject van bij de start en zet er een stabiel figuur naast die dat traject volgt. Het zou veel rampen voorkomen. Als alle slachtoffers van die tienerpooiers een trajectbegeleider hadden gehad, dan had zeker de helft aan de alarmbel getrokken. Het had voor een grote groep meisjes anders kunnen lopen.

Saskia Van Nieuwenhove
‘Ik ben geen activist.’ © ID/ Wouter Van Vaerenbergh

Hoe zien jullie de komende maanden tegemoet?

Axelle: Als slachtoffers worden wij gestraft. Onze vrijheid wordt ontnomen terwijl de pooiers op straat rondlopen met een enkelband. Er zijn er trouwens die met een enkelband opnieuw feiten plegen. Dat klopt toch niet! Ik wil dat elk slachtoffer ooit sterk in haar schoenen kan staan. Slachtoffers moeten niet opgesloten zitten, pooiers moeten opgesloten zitten.

“Wij zijn slachtoffers. Toch worden we gestraft.”

Saskia: In Mol wacht er nu nog een meisje om naar mij te komen. Spijtig genoeg heb ik geen plaats. Jeugdrechters blijven meisjes naar mij doorverwijzen. Maar ik kan ze niet met drie in één slaapkamer leggen. De meisjes hebben ook recht op privacy. Het zou ook straf zijn dat ik ze thuis opeenstapel terwijl ik in de jeugdhulp pleit voor voldoende grote studio’s voor jongeren. Daarom wil ik verhuizen. In een groter huis kan ik beneden wonen en de meisjes boven, in een soort opvangsysteem dat gerund wordt door vrijwilligers. Maar ik heb geen concreet draaiboek. Ik sta met mijn beide voeten op de grond. Misschien belanden er bij mij ook meisjes terug in het milieu. Je kan dat nooit uitsluiten. Maar laten we het op zijn minst proberen.

Je krijgt soms het verwijt dat je meer activist dan journalist bent.

Saskia: Blijkbaar ben je tegenwoordig een activist als je opkomt voor kinderrechten. Als je je kritisch opstelt tegen het beleid ben je zelfs een linkse activist. Ik ben geen activist. Ik ben iemand die mijn kennis en ervaring in de jeugdhulp, ongeacht de politieke meerderheid, inzet om dingen te verbeteren. Sommige structuren zijn te log en brengen kinderen in gevaar. Daar word ik boos van. Weet je dat niet alle kinderen in de jeugdhulp tandverzorging krijgen. Citeer me maar: ‘Tandverzorging verdwijnt stilaan uit de zorg.’ Het is een schande. Kinderen die al kwetsbaar zijn, met een laag zelfbeeld omdat hun ouders ze laten zitten, die laten we rondwandelen met een slecht gebit. Omdat ze niet elk jaar naar de tandarts gaan, wordt hun tandverzorging eens ze achttien zijn onbetaalbaar. Ik trek echt aan de alarmbel. Ik wil een jeugdhulp waar kinderen elk jaar naar de tandarts gaan. Ik wil een jeugdzorg waar geen enkel kind uitstroomt zonder domicilie of met schulden. De mensen geloven me niet, maar vandaag is de realiteit anders. Als de overheid het gezag over deze kinderen overneemt, dan moet ze die verantwoordelijkheid ook dragen. Blijkbaar heeft niet iedereen dat door.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen