Heel veel ups tussen de downs

Vier getuigenissen over pleegzorg in Vlaanderen

Pleegzorg zit in Vlaanderen in de lift. Voor hun magazine ‘Eén jaar na Jordy. Jongeren nemen zelf het woord‘ verzamelden Cachet vzw en StampMedia vier getuigenissen. Leïla en Steven verbleven in een pleeggezin. Ludo en Marie zijn pleegouder. Ria is pleegzorgbegeleidster.

pleegzorg
© Flickr

Leïla
Met mijn pleegouders is alles uitgepraat

Van mijn 8 jaar tot mijn 16 verbleef ik bij een pleeggezin in Vlaams-Brabant. Het leven van een pleegkind is niet evident, al zeker niet als je er pas op die leeftijd in belandt. Als achtjarige ben je vooral blij dat je een dak boven je hoofd hebt en dat er iemand is om voor je te zorgen.

Maar naarmate de pubertijd nadert, word je jezelf bewuster van je woon- en leefwereld en begin je dingen in vraag te stellen.

pleegzorg
© Jordy Wuyts

In die periode ging er geen dag voorbij zonder dat mijn pleegma en ik ruzie maakten. Het was een mirakel als we dat een keertje oversloegen. Ik had ook constant het gevoel dat mijn pleegzus, die even oud was als mij, werd voorgetrokken. In mijn ogen kreeg ze de mooiste spullen, mocht ze meer en ging de meeste aandacht naar haar. Na een tijdje voelde ik mij niet meer thuis bij mijn pleegouders, ik was toch máár het pleegkindje, dacht ik altijd.

Op een dag ontplofte de boel en zei ik het ergste wat een pleegkind kan zeggen in die situatie: “Je kan me toch niets maken want je bent mijn echte moeder niet.” Ik weet nog exact waar ik stond en wat ik zag. Ik keek haar niet eens aan. Later had ik er spijt van dat ik dat gezegd had – het was niet respectvol om zo te praten tegen iemand die er alles voor doet om voor je te zorgen.

Op mijn 16e stierf mijn echte moeder. Wat me nog meer deed nadenken over mijn plaats in het pleeggezin. Ik voelde me er niet goed bij, wou weg. Toen heb ik de maatschappelijk werkster van pleegzorg opgebeld en gevraagd om terug naar een leefgroep te mogen. Een half jaar later heb ik mijn pleeggezin dan ingeruild voor een leefgroep. Drie maanden later kreeg ik kamertraining om uiteindelijk alleen te kunnen gaan wonen.

Intussen woon ik drieënhalf jaar alleen. Met mijn pleegouders is alles uitgepraat. We hebben regelmatig contact, en we begrijpen elkaar beter dan vroeger. Blij!

Ludo en Marie
De puberteit was geen makkelijke periode

Ludo en Marie zijn al een twaalftal jaar pleegouders in het Leuvense. Zij vertellen over ‘de andere kant’ van het verhaal.

Waarom zijn jullie er mee begonnen?

“Het leek ons een goed idee om een kind in huis te nemen dat nood had aan een gezin, het normen en waarden mee te geven. Met een solide basis wordt het leven toch net iets makkelijker na je 18de. We hadden wel niet verwacht dat het zo zwaar zou zijn. We kregen veel te verduren van de biologische ouders én van de consulent. Bezoekregelingen liepen stroef en dat was zowel voor ons als voor de pleegdochter heel zwaar.”

Hoe is de procedure om een pleegkind in huis te halen?

“Eerst zijn er een viertal infomomenten. Ze proberen ook je ideaalbeeld bij te stellen zodat we niet voor verrassingen zouden komen te staan. Daarna hebben we nog twee jaar gewacht vooraleer de pleegdochter bij ons in het gezin kwam. Ze was toen acht jaar.”

“We hadden niet verwacht dat het zo zwaar zou zijn.”

Hoe was jullie pleegkind toen ze bij jullie terechtkwam?

“Ze dacht dat ouders letterlijk alles doen voor hun kinderen. Ze knipte in haar vingers voor een chocomelk. Natuurlijk wist ze op dat moment niet beter. Ze had een ander beeld over wat een gezin was. Gaandeweg raakte dat bijgesteld en groeiden we meer naar elkaar toe.”

Welke impact had haar komst op jullie kinderen?

“Voortaan moesten we als ouders onze aandacht verdelen. Dat hadden ze niet verwacht. Vooral de puberteit was niet echt een makkelijke periode. Al waren er ook heel veel ups tussen de sporadische downs.”

 

Steven
Ik kan nog altijd alles bereiken wat ik maar wil

Begin jaren 80 trouwde mijn moeder met een bandiet die in de gevangenis zat. Maar ze bedroog hem en raakte zwanger van mij. Als ze geen abortus pleegde, zou haar man ons allebei vermoorden, zwoer hij. Waarop ze besloot om mij na de geboorte achter te laten in het ziekenhuis en zelf weg te vluchten van dat monster dat ons geen leven gunde.

pleegzorg
© Jordy Wuyts

Op bevel van de jeugdrechter werd ik in een weeshuis geplaatst, maar de verpleegster die mij verzorgde, kreeg het niet over haar hart om me te laten gaan en nam me mee naar huis. Zij werd mijn pleegmoeder, bijna vier jaar lang heeft ze voor mij gezorgd alsof ik haar eigen kind was. Ze wou me zelfs adopteren. Alles werd in gang gezet, ik kreeg een nieuwe naam, werd gedoopt, het papierwerk was bijna afgerond. Toen dook plots mijn moeder weer op – niemand had verwacht dat zij me weer bij zich wilde hebben en dat ze daar alles voor zou overhebben.

Uiteindelijk kreeg ze het hoederecht over mij: ineens had ik nieuwe ouders. Al hadden die het beste met me voor, mijn (natuurlijke) moeder wist niet hoe ze met mij moest omgaan. Ze heeft me wel nooit verboden om contact te houden met mijn pleeggezin. In de jaren die volgden, ging ik elke schoolvakantie naar hen toe – ik voelde me er meer thuis dan bij mijn eigen moeder. Waren er spanningen, dan streek mijn papa (officieel mijn stiefpapa) de plooien glad, en keerde de rust tussen mij en mijn moeder weer.

Maar toen ik dertien was, overleed hij plots aan een hartinfarct. Nadien werd ik van de ene voorziening naar de andere gestuurd – nergens werd ik begrepen. Ik ben in het systeem gebleven tot ik mijn diploma bakker en chocolatier op zak had. Zo snel als kon, ben ik dan beginnen werken. Ondertussen heb ik al verschillende beroepservaringen gehad. Vandaag ben ik 32 en aan de slag als onthaalmedewerker in een revalidatieziekenhuis. Elke dag daar maakt me dankbaar dat ik mijn armen, benen en verstand nog heb. Ik kan nog altijd alles bereiken wat ik maar wil in dit leven.

 

Ria
Ik heb begrip voor alle situaties


Ria Hubrecht is ‘pleegzorgbegeleidster’, zoals dat heet. Hoe kijkt de professional naar de jeugdzorg?

“Ik doe het selectieproces van kandidaat-pleegouders en ik begeleid pleeggezinnen.” Hubrecht werkt ondertussen 34 jaar als pleegzorgbegeleidster. Zeventien jaar lang ving de maatschappelijk werkster zelf een meisje op. “Omdat ik ervan overtuigd ben dat dat belangrijk is. Omdat je heel veel opsteekt in een gezin, je leert er wat je later nodig hebt.”

Hoe kijkt u naar de pleegzorg?

“Het is voor elk kind het beste om bij de eigen ouders op te groeien, in een sfeer die elk kind verdient. Maar als de ouders dat niet kunnen bieden, om welke reden dan ook, dan is een pleeggezin een mooi alternatief. Als ik zie hoe jongeren nieuwe opportuniteiten krijgen, ondersteun ik dat graag. Al blijven er situaties waar het moeilijk gaat. En ook daar kan ik begrip voor opbrengen, want iedereen heeft zijn eigen rugzak.”

“Een pleeggezin is een mooi alternatief.”

Wat als een kind doorverwezen wordt naar een instelling?

“Persoonlijk vind ik dat altijd een beetje een verlies. Voor iedereen. Al hangt het er vanaf op welke manier het gebeurt. Als het pleegkind zelf beslist om te stoppen, kunnen we samen een nieuwe stap zetten.”

Wat kan volgens u beter in de pleegzorg?

“Bij de voorbereiding met kandidaat-pleegouders moeten we nog meer de eigen kinderen in het gezin betrekken. Het zou ook goed zijn als er meer personeel zou zijn om, waar mogelijk, de relatie van het kind met de eigen ouders te versterken.”

Is een pleeggezin geschikt voor iedereen?

“Sommige kinderen hebben er niet zo’n goed gevoel bij, omdat je heel dicht op elkaar leeft. Ze hebben meer nood aan afstand, willen zich niet echt binden. Dat moet je respecteren. Zo’n kind kan je eerder een kans geven in een leefgroep.”

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen