Buddy’s helpen vluchtelingen

Blijf niet stilzitten, zoek meteen naar oplossingen

Hoe help je vluchtelingen die in Vlaanderen met vallen en opstaan een tweede leven opbouwen? In Limburg werken ze met buddy’s. Het Syrisch echtpaar Alaa en Khuloud vertelt over hun ervaring. Buddy Eveline en hulpverlener Ronny vullen aan.

buddy
Khuloud, Alaa, Ronny en Eveline
©Leen Megens

Alaa en Khuloud, vertel eens jullie verhaal.

Alaa: Twee jaar geleden ben ik gevlucht om aan de oorlog in Syrië te ontsnappen. Het was moeilijk om lang gescheiden te leven van vrouw en kinderen. De asielprocedure duurde bijna vijf maanden. Vervolgens moet je een aanvraag tot gezinshereniging indienen. Die duurt maximum negen maanden. Zodra alles in orde is, kan je dan verder focussen. Een nieuw leven starten en de taal leren. Maar ook zoveel mogelijk oefenen met anderen, werk zoeken, Belgische gewoontes en administratie onder de knie krijgen. Vooral taal is belangrijk. Als je die beheerst, kan je verder met de rzest. Ondertussen leert ook mijn vrouw Nederlands. We oefenen met onze buddy Eveline en proberen op TV Nederlandstalige programma’s te volgen. Eerlijk gezegd zijn onze kinderen nog veel sneller mee. Ze corrigeren zelfs onze Nederlandse uitspraak.

“Vooral taal is belangrijk.”

Khuloud: Het is ongelooflijk hoe snel zij Nederlands leren via de school en hun klasgenootjes. Mijn zoon basket ook en gaat naar tekenles. Ik leer nu ook autorijden.

Alaa: Mijn vrouw doet het fantastisch. Ze is nog maar acht maanden hier. Toch heeft ze de inburgeringscursus al afgerond en haar theoretisch rijexamen succesvol afgelegd. Ze reed in Syrië ook met de auto maar de verkeersregels in België zijn anders.

Hoe proberen jullie hier een nieuw leven op te bouwen?

Alaa: Als ik ergens tegenaan bots, dan vind ik het belangrijk om eerst zelf een oplossing te zoeken. Als ik met de handen in het haar zit, ga ik eerst te rade bij mijn vrouw en bij mijn kennissen op Facebook. Daarna klop ik aan bij mijn Russische buurman met wie ik soms Nederlands oefen. Als dat niet lukt, stel ik Eveline een vraag of klop ik aan bij het OCMW. Ik wissel af tussen de twee zodat ik niemand te veel moet lastigvallen. Eigenlijk zijn de gewoontes in Syrië niet zoveel anders dan in België. Alleen moet je hier vaker wachten, brieven lezen en papieren invullen. In Syrië ga je meteen naar een loket om iets te regelen met de gemeente of overheid. Hier heb je betaalherinneringen in je brievenbus en betaal je rekeningen online.

“Ik probeer eerst zelf een oplossing te zoeken.”

Khuloud: Nu hebben we nog heel vaak hulp nodig, maar dat zal verbeteren in de toekomst.

Alaa: Het voelt soms raar om hulp te vragen. Toch is mijn belangrijkste tip voor andere vluchtelingen: blijf niet stilzitten, maar zoek meteen naar oplossingen. Leer Nederlands en haal je rijbewijs, zeker als je niet in de stad woont. Dat is wel mijn aard, in Syrië werkte ik ook twaalf uur per dag. Ik ben graag actief, zo leer je mensen kennen. Hulp om een opleiding of job te vinden is welkom. Want je moet toch een beetje van nul beginnen. Ik heb tien jaar ervaring als assistent-apotheker maar om in een apotheek aan de slag te kunnen, heb ik eerst een diploma nodig. Ik hou het meest van medicijnen maar moet ook realistisch bekijken wat er mogelijk is voor mij als nieuwkomer.

Reageert iedereen enthousiast op jullie komst?

Alaa: Vlamingen zijn behulpzaam en vriendelijk. We krijgen weinig negatieve reacties. Mijn uitgangspunt is: behandelt iemand mij goed of neutraal? Dan doe ik dat ook. Je kan niet veralgemenen. Iedereen is anders en reageert anders.

“We krijgen weinig negatieve reacties.”

Liepen jullie al tegen veralgemeningen aan?

Alaa: Op Facebook zie ik soms negatieve reacties zoals ‘Alle moslims zijn slecht’ of staat er iets onaangenaams over Syriërs. De Facebook van Theo Franken volg ik ook want hij heeft soms interessante uitspraken. Maar hij veralgemeent niet: hij bekijkt het van persoon tot persoon. Eén keer was er wel een minder leuk incident. In Oostende wou de man van de veerboot ons niet mee terug naar de kust nemen. We hebben dan maar een half uur gewacht en de volgende veerboot genomen. Zo lossen wij dat op.

Alaa en Khuloud wonen in Limburg. Ze worden ondersteund door buddy Eveline. Hulpverlener Ronny Mouton van het team vluchtelingen van CAW Limburg vertelt.

Ronny: We hebben een samenwerking opgezet tussen OCMW Sint-Truiden, CAW Limburg en vrijwilligers. Het OCMW is het vertrekpunt. Zij signaleren wie er hulp kan gebruiken. Vervolgens koppelen wij deze mensen aan buddy’s. Dat zijn gescreende vrijwilligers die zich engageren om vluchtelingen wekelijks of regelmatig de kneepjes van de Belgische gewoontes, systemen en brieven aan te leren. Ze oefenen mee de taal op een informele manier en proberen het netwerk van mensen en gezinnen te vergroten. Belangrijk om te melden. De Integratiedienst van Sint-Truiden voorziet de middelen om de buddy’s op te leiden en om ze te koppelen aan de vluchtelingen.

“We bundelen de krachten.”

Hoe ontstond dit project?

Ronny: Het idee ontstond vorig jaar. Toen werden de middelen van een woonbegeleidingsproject teruggeschroefd. Daardoor kregen de integratiekansen van nieuwkomers een stevige knauw. Als hun kansen louter afhankelijk zijn van beschikbare middelen, dan bevind je je in een kwetsbare situatie. Die afhankelijkheid wilden we doorbreken. We kozen om begeleiding niet langer vast te pinnen op een project of een tijdelijke organisatie maar op personen. Een OCMW blijft langdurig betrokken bij de nieuwkomers. Het OCMW van Sint-Truiden toont nu grote interesse om het concept van de opgeleide buddy’s te integreren in hun vaste werking.

Wat is de meerwaarde van dat vrijwillig engagement?

Ronny: Door buddy’s te koppelen aan een persoon of gezin creëer je zelfredzaamheid. Dat is de start van een netwerk dat organisch kan groeien. Bovendien is het zeer laagdrempelig. Als vluchteling moet je niet aankloppen bij een ‘instituut’ wanneer een zin in een brief niet duidelijk is, of als je geen antwoord vindt op een alledaagse vraag. Ik ben heel fier op het project omdat er al wat duo’s van buddy’s en vluchtelingen gevormd zijn. Het is  een verrijking.

Hoe word je buddy?

Ronny: Het profiel van onze vrijwilligers is divers: jonge mensen, gepensioneerden… De meesten hebben wel een link met vluchtelingen via hun werk. Eveline bijvoorbeeld geeft Nederlands aan anderstaligen. De buddy’s staan er niet alleen voor. In het begin zijn er vormingsmomenten met uitleg over de achtergrond van de gezinnen, juridische informatie en casussen. Hoe herken je een oorlogstrauma? Welke hulp is beschikbaar? De buddy beslist pas na die vorming over verdere engagementen. Vervolgens gaat de maatschappelijk werker van het OCMW samen met de buddy op huisbezoek bij de vluchteling of het gezin.

Met welke vragen kan je bij een buddy terecht?

Alaa: Vaak stellen we vragen via WhatsApp omdat wij Eveline liever niet te veel storen of onderbreken in haar dagelijkse bezigheden. Ik ben echt blij met die hulp. Zo was er in ons huis geen kookfornuis. Eveline vond meteen een goedkoop exemplaar. Ze is ook bijgesprongen om meubels af te halen en om brieven te vertalen. Het OCMW heeft immers niet altijd tijd om elke brief samen door te nemen. Daarnaast krijgen we hulp van de buurman.

“Ik ben echt blij met die hulp.”

Eveline: Er zijn ook al kennissen van mij over de vloer geweest bij hen, bijvoorbeeld de mensen die het fornuis aanleverden. Khuloud kan trouwens heerlijk koken. Zij heeft een uitgebreid Syrisch feestmaal voor ons op tafel getoverd.

Wat zijn de toekomstplannen voor het buddyproject?

Ronny: We hebben een samenwerking met het OCMW en vrijwilligers opgezet zodat dit project de lange termijn omspant. Want de middelen zijn toegekend voor één jaar. We kunnen dus niet op voorhand rekenen op langdurige steun. Daarom proberen we OCMW’s en integratiediensten van verschillende gemeentes te overtuigen om mee in het project te stappen.

Cindy Put is coördinator bij OCMW Sint-Truiden. Hoe kijkt zij naar de samenwerking?

Cindy: De samenwerking met het CAW en de buddy’s is voor ons belangrijk. Het OCMW moet focussen op het leefloon, werkbereidheid, Nederlandse lessen, administratie en kinderbijslag. Onze sociaal werkers hebben dus een andere soort relatie met de cliënten. Buddy’s sluiten hier mooi op aan. Wij zien trouwens nog mogelijkheden voor buddy’s bij het werken met andere kwetsbare groepen zoals mensen die niet of slecht kunnen lezen en schrijven, mensen die hun weg verliezen in de administratieve mallemolen… Wat ons betreft, heeft dit project nog heel wat in petto.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen