Jarenlange ervaring
Augustus 2025 is de maand waarin ik mijn 25 jaar dienst bij het CAW en het JAC mag vieren. Het zijn 25 jaren geweest die een beetje duizelingwekkend aanvoelen als ik erover nadenk. Ik hoef slechts eventjes terug te blikken en mijn hoofd vult zich al met verhalen en gezichten van mensen die ik gedurende die twee en een half decennium heb mogen leren kennen.
“De ervaring die jij hebt, die is onbetaalbaar”, zeggen collega’s me. “Maar gisteren, ergens in Gent, maakte die jarenlange ervaring geen hol uit”, hoor ik mezelf denken. De gedachte is er nog voor ik het zelf goed en wel besef. Hard.
Naïef
Toen ik het bericht van de moord op de Gentse maatschappelijk werker hoorde, raakten mijn ratio en emotie even slaags met elkaar.
‘Huisbezoeken deed ik altijd alleen. Altijd helemaal alleen. Nu nog steeds.’
Volgend jaar word ik 50. Bakken ervaring in mijn rugzak, maar blijkbaar ook zo naïef als de pest. Er doemden meteen beelden op van huisbezoeken die ik zelf ooit deed. Visites bij mensen die soms de wanhoop nabij waren, waar ik minder goed nieuws moest gaan brengen of waarmee ik een noodzakelijk confronterend gesprek voerde. Die deed ik altijd alleen. Altijd helemaal alleen. Nu nog steeds.
Alleen op stap
Op de dag van de moord was ik zelf op stap in een buurt waar mensen wonen die wegvluchten van deze hectische en harde wereld. Ze hebben daar elk hun reden voor. Ze zoeken rust na een turbulent deel van hun (lange of korte) leven, niet zelden gevuld met tragische gebeurtenissen, misbruik, verwaarlozing of criminaliteit. Of alles tezamen.
Ook hier ben ik alleen op stap. Ik realiseer me dat mijn collega’s het grootste deel van de tijd gewoon niet weten waar ik rondhang. Dat is nu eenmaal zo als outreacher. En het Pajottenland is groot. Moet ik in het vervolg dan toch mijn locatie delen op Strava?
Complexer dan clichés
Terwijl het nieuwsbericht door mijn hoofd blijft razen, denk ik eveneens aan de cliché’s die onze job soms moet ondergaan. “Met mensen praten over hun problemen.”
‘Wie deze job uitoefent, ziet dagelijks dat de realiteit veel complexer in elkaar zit dan we zien in allerlei soorten media.’
Ik denk meteen aan al mijn collega’s die steun bieden aan mensen die gevlucht zijn. Aan gezinnen waar fysiek en verbaal geweld dagelijkse kost is. Aan mensen die vrijkomen na een lange gevangenisstraf. Aan mensen die door trauma’s geplaagd worden en zichzelf bij momenten niet in de hand hebben. Aan mensen die afhankelijk zijn van middelen die hun laatste greintje zelfwaarde opvreten. Aan mensen die een niet te doven woede in zich hebben en aan mensen die zó kwetsbaar zijn dat ze anderen kwetsen.
Wij hulpverleners willen in elk verhaal zo veel mogelijk alle klokken horen luiden. Want wie deze job uitoefent, ziet dagelijks dat de realiteit veel complexer in elkaar zit dan we zien in allerlei soorten media. Dat op zich is al een behoorlijke last om dragen. Last die niet wordt gezien door de buitenwereld.
Werken aan de frontlinie
Werken op de eerste lijn is werken aan de frontlinie. Het zijn de hulpverleners die vaak voor het eerst geheimen horen die nog nergens anders verteld werden. Als eerste in omstandigheden en leefsituaties terechtkomen waar buitenstaanders in een boog omheen lopen. Hulpverleners die door het vuur gaan om steun te zijn voor mensen. In de hoop dat het lukt samen de weg naar enige stabiliteit terug te vinden. Hulpverleners die dagelijks vanachter hun bureau wegtrekken om naar mensen toe te gaan en de hand te reiken, ondanks het wederzijds gevloek dat er soms aan te pas komt.
‘Het zijn de hulpverleners die vaak voor het eerst geheimen horen die nog nergens anders verteld werden.’
Huisbezoeken horen voor velen van ons bij de job. Het onveilige gevoel bij sommige daarvan, evenzeer. Toch gaan we keer op keer de baan op. Vaak alleen en heel soms met twee. ’t Is te zeggen: als er tijd is en mensen zijn om dit in te vullen. Gewapend met hart en ziel en het rotsvaste geloof dat we het goede doen. Maar helaas ook zonder steekwerend vest.
Reacties [5]
Ik vind de term frontlinie toch negatief klinken.
De intentie achter het woord begrijp ik uiteraard wel
Beste Iwein, ik heb je passie- en gloedvolle verhaal en betoog gelezen en mijn respect voor wat maatschappelijk werkenden dagelijks voor hun kiezen krijgen is er alleen maar door gegroeid. Ik zal ook zeker niet pleiten voor afschaffen van het huisbezoek waarin je in de veilige setting van de cliënt heel nabij kunt zijn.
Maar ik mis toch wel een aspect en dat is de zorgvuldigheid over je eigen veiligheid. je doet het voorkomen alsof je zelf kunt bepalen of je alleen of met een collega op huisbezoek kunt gaan en ook of het te verwaarlozen is om aan de organisatie te laten weten waar je op een bepaald moment aanwezig bent. Ik verwijt daarmee impliciet jouw werkgever die dit kennelijk allemaal toestaat. Maar die is wel verantwoordelijk voor jouw veiligheid. Gebrek aan personeel kan mijn inziens nooit een excuus zijn om die verantwoordelijkheid aan de kant te schuiven. M.b.t. die veiligheid kun jij niet in je eentje de norm stellen. Die norm hoort door de organisatie te worden bepaald.
Deze eerstelijn is ook:
– Onderwijsmedewerkers
– Huishoudhulpen
– Busbegeleiders van schoolbusjes die leerlingen aan huis ophalen
– …
Krachtige bijdrage Iwein.
Laat ons niet van moord spreken als er nog geen proces gepasseerd is. Een overleden werker, dat is zeker en meer weten we niet. Wat bij mij blijft hangen is de eerste verklaring van de verdachte in de krant: dat hij in een zottekot moet wonen en dat met psychische kwetsbaarheid…. Laat ons daar eens naar kijken met zijn allen. En niet stoppen met huisbezoeken want daar zit het probleem niet volgens mij.
Veel troost voor de collega’s en de familie van de sociaal werker. Hij verdiende dit niet, dat is ook zeker!
Bedankt Iwein om zo vlijmscherp samen te vatten wat er in ons sociaal werkers omgaat op zo’n moment, en voor je inzet ondanks alles. Lyne