Column

Politie en mensen met onbegrepen gedrag: ‘Blijven luisteren helpt’

Peter Dierinck

Peter Dierinck

Peter Dierinck is medewerker van vzw Psyche en psycholoog in het Psychiatrisch Centrum Gent-Sleidinge. Hij werkt momenteel binnen een pilootproject ‘Kwartiermaken’.

politie

© Unsplash / Majestic Lucas

Spleet in de tafel

Vandaag geef ik een vorming aan politie. Een agent vertelt over een man die zich thuis onveilig voelt door straling. Hij wijst angstig naar zijn houten tafel, naar de spleet die volgens hem de afgelopen week een millimeter groter werd. Hij vermoedt dat iemand hem wil testen en kwaad doen. Hij vraagt geen reparatie van de tafel. Hij vraagt bescherming. Hij wil dat de politie tussenkomt.

‘Een agent vertelt over een man die zich thuis onveilig voelt door straling.’

De agent zegt mij en zijn collega’s in de zaal dat hij weinig kon doen met dit vreemde verhaal. Hij merkte wel dat er rust kwam doordat hij luisterde. Een week later moet hij opnieuw langs voor hetzelfde probleem. Die nieuwe oproep is voor hem het bewijs dat luisteren niet helpt. Hij besluit voortaan niet meer in te gaan op zulke verhalen.

Elke keer weer

Ik twijfel even of ik zal antwoorden. In plaats daarvan vraag ik de andere agenten of zij ook al zo’n oproepen kregen. Of ze iets herkennen in het verhaal van hun collega. Het is een patroon, zeggen ze. Mensen zoals deze bellen vaker terug.

Een van hen vertelt dat hij blijft luisteren, nog meer vragen stelt als hij opnieuw wordt uitgenodigd wanneer de angst weer toeslaat. Hij blijft gaan. Elke keer weer. Hij spreekt trager nu en laat een stilte. Aarzelend vertelt hij dat er zelfs een soort vriendschap is ontstaan tussen de angstige bewoner en zijn geüniformeerde bezoekers. Wanneer hij met zijn collega nadien samen in de combi zit, vragen ze zich af of wat ze deden zinvol was. En vooral: hoort dit bij hun opdracht? Zijn ze er niet om de orde te handhaven?

Trotse blik

Ik zal de trotse blik op het gezicht van die stoere agent niet snel vergeten wanneer ik zeg hoe mooi en ontroerend ik het vind dat ze die vraag zo zorgzaam behandelen. Je mag niet verwachten dat één luisterende tussenkomst het probleem oplost. En luisteren maakt het lijden niet erger. Mensen die zo angstig zijn hebben nood aan nabijheid. De vriendelijkheid van een agent kan geruststellend zijn.

‘De vriendelijkheid van een agent kan geruststellend zijn.’

Andere agenten zeggen dat ze als interventiedienst geen tijd hebben om mensen met onbegrepen gedrag op te vangen. Wanneer oproepen terugkeren, schakelen ze de wijkagent in. Die gaat regelmatig langs. Luistert. Blijft komen. Geeft erkenning aan de kwetsbaarheid.

GGZ aan zet

Toch blijven mensen met onbegrepen gedrag vaak zeggen dat de politie niets doet. Dat ze hen in de steek laten. Omdat niemand luistert en hen ernstig neemt, worden ze moedeloos. Zonder hoop. Het leven wordt een last.

Op dat moment verschuift de vraag. Het gaat niet langer over straling. Niet over een spleet in hout. Het gaat over existentiële eenzaamheid. Over niet geloofd worden. Over de afstand tot anderen die niet in actie schieten om hen te beschermen en die blijkbaar ongevoelig zijn voor het leed dat hen wordt aangedaan. Dan is de geestelijke gezondheidszorg aan zet.

Bereikbaar blijven

Het is logisch dat mensen die zich bedreigd voelen eerst bij de politie terechtkomen. Wie overtuigd is dat hij bedreigd wordt, zoekt bescherming, geen therapie. Hij belt niet naar de geestelijke gezondheidszorg, maar naar wie tussenkomt wanneer er gevaar dreigt.

De moeilijkheid zit minder in die eerste oproep dan in wat daarna volgt. Wanneer het lijden blijft terugkeren, heeft de politie nood aan zorgcontinuïteit waarop ze kan terugvallen, aan hulpverlening die mee verantwoordelijkheid opneemt en nabij blijft. Dat betekent niet dat de politie dan kan verdwijnen. Ook wanneer zorg betrokken is, blijft het belangrijk dat agenten bereikbaar zijn wanneer iemand zich opnieuw ernstig bedreigd voelt.

Gedeelde verantwoordelijkheid

Veiligheid en zorg sluiten elkaar niet uit. Ze moeten elkaar aanvullen. Het is precies in die gedeelde verantwoordelijkheid dat mensen met psychische kwetsbaarheid niet tussen wal en schip vallen.

‘Veiligheid en zorg sluiten elkaar niet uit.’

Het is voor politiemensen geruststellend te horen dat we niet verwachten dat ze psycholoog of psychiater worden. De man met de tafel heeft nood aan ondersteuning, niet om de tafel te onderzoeken maar om zijn ontreddering te beluisteren. Dat niemand iets doet. Dat niemand hem ernstig neemt.

De hulpverlener die aan huis komt, luistert niet naar de juistheid van de overtuiging, maar naar de ervaring. Hij hoort de afstand die de bewoner ervaart tot anderen. De breuk in een werkelijkheid die niet meer gedeeld wordt. Hij beseft het isolement.

Nabijheid bieden

Voor de politie blijven deze oproepen moeilijk. Ze worden opgeroepen voor een misdrijf dat ze niet vinden en waarvan het bestaan wordt betwijfeld. Ze proberen te de-escaleren bij mensen met hevige emoties zoals grote wanhoop. Vooral hierover hebben we het in deze opleiding.

De essentie van professioneel handelen is in dit geval: nabijheid bieden en erkenning geven aan lijden dat niet oplosbaar lijkt. Net daarin is samenwerking tussen politie en geestelijke gezondheidszorg noodzakelijk.

Hij wil leren

Vorming geven over psychische kwetsbaarheid is niet altijd eenvoudig, maar wel de moeite waard.

Vandaag viel me ook een jonge agent op, wat ongemakkelijk in zijn iets te grote uniform. Terwijl collega’s af en toe wegkijken of een grap uitwisselen, blijft hij me plichtsbewust aankijken en luisteren. Wanneer ik naar zijn ervaringen vraag, zegt hij dat hij pas twee maanden bij de politie werkt en nog weinig heeft meegemaakt. Het leek hem vreemd wat ik vertelde over stemmen horen.

Maar hij wil leren. En misschien is dat waar het begint.

Reacties

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.