Stemmen
Karla haar moeder is dood. Het kwam niet onverwacht. Ze hadden elkaar kort voor haar dood voor het eerst echt gevonden. Tijdens de lange ziekteperiode was haar moeder begripvoller en inschikkelijker geworden.
Karla weent niet. Ze toont zelden emotie, ook niet als de dingen goed lopen. Ze verblijft al twee jaar in de psychiatrische instelling.
‘Karla weent niet.’
Karla protesteert vaak. Ze is ouder aan het worden, maar kon nog geen eigen leven uitbouwen. Er zijn de stemmen die haar lastigvallen. Ze moet ze verjagen en bijt dan fel van zich af. Ze heeft hulp nodig omdat er conflicten rond haar ontstaan.
Stralingen
Toch wil ze niet langer afhankelijk zijn van anderen, ook niet van de begeleiders op de afdeling. Maar de wereld werkt niet mee: er zijn nog andere krachten die het op haar gemunt hebben.
Dat begint al bij de grond onder haar voeten. Voor Karla is elke stap een opgave. Iets met de stralingen onder de aardkorst. Elke stap moet berekend worden. Zij moet de grond onder haar voeten kunnen voelen. Het is een zaak van overleven. En daarom draagt ze nooit schoenen.
Beschaamd
Karla vraagt haar oudste zus wanneer de begrafenis zal plaatsvinden. Pas na enig aandringen verneemt Karla het afscheidsmoment.
Kort nadien vraagt de zus een gesprek met de begeleidster. Ze vreest dat Karla de begrafenis niet zal aankunnen. De zus zegt dat ze vooral bang is dat Karla tijdens het afscheid erg uit de toon zal vallen. Door haar bijzondere kleding en blote voeten zullen anderen haar raar vinden. Ze is beschaamd en weent. Ze zou het liefst hebben dat Karla niet naar de begrafenis komt.
De begeleidster koppelt het gesprek terug naar Karla. Over de begrafenis. Over het op blote voeten lopen. Over het stappen in de kerk. De grond onder haar voeten. De straling.
Karla wordt boos. Ze wil erbij zijn.
Verdeelde meningen
De begeleidster zoekt raad bij haar team. Maar daar zijn de meningen verdeeld.
Sommigen tonen begrip voor de zus en vinden dat een begrafenis verstoren niet oké is. Ze stellen voor om op de afdeling een afscheidsmoment te organiseren, samen met de andere patiënten.
‘De zus moet haar schaamte opzij zetten.’
Anderen vinden dat Karla het recht heeft om op de begrafenis aanwezig te zijn, om ook dan en daar zichzelf te zijn. Kledij en schoenen gaan over persoonlijke keuzes en sociale codes. De zus moet haar schaamte opzij zetten en begrip opbrengen voor dat verschil.
Compromis
De begeleidster wil een oplossing die rekening houdt met Karla én haar zus. Ze wil een compromis vinden tussen het verlangen van Karla om op de begrafenis aanwezig te zijn en de angst van de zus voor de blikken van de anderen. Karla kan haar keuzes niet losmaken van de stemmen die haar sturen, van de blik van haar zus, van de wereld die haar vreemd voorkomt. Toch blijft er binnen dat web van beïnvloedingen iets van haarzelf bestaan, iets wat gehoord kan worden.
‘De begeleidster wil een oplossing zoeken die rekening houdt met Karla én haar zus.’
Voor Karla is het op blote voeten lopen geen statement tegen de sociale codes van de samenleving. Zij kiest er niet voor om excentriek te zijn. Voor Karla is het op een bijzondere manier zichzelf kunnen zijn geen luxe, het is overleven.
Niet blindelings volgen
De begeleidster trekt de kaart van relationele autonomie: het besef dat de ruimte die je hebt om jezelf te zijn, bepaald wordt binnen relaties met andere mensen. Dat geldt voor iedereen, dus zowel voor Karla als haar zus.
Met dat idee in haar hoofd, klopt de begeleidster opnieuw aan bij Karla. Ze wil Karla niet blindelings volgen, maar wil haar stem situeren binnen dat complexe netwerk van haar eigen overleven en de verwachtingen van anderen. Naast haar moeizaam en moedig overleven, wordt ook de schaamte van haar zus op tafel gelegd. De begeleidster luistert en spreekt, wikt en weegt.
Geen gefluister
De volgende dag toont Karla haar begeleidster een paar bijna niet gebruikte schoenen. Zwarte. Op de ochtend van de begrafenis ligt de kledij van Karla klaar: de begeleidster heeft de neus van de schoenen weggesneden, ook een groot deel van de zool.
‘De volgende dag toont Karla haar begeleidster een paar bijna niet gebruikte schoenen. Zwarte.’
Karla trekt de schoenen aan, rustig ademhalend, want haar tenen raken de grond. Ze heeft houvast. Als ze dan ook nog eens zwarte kousen aantrekt, dan lijkt het bijna alsof ze gewone schoenen draagt. Het lijkt voor Karla best oké zo.
De begeleidster is erbij op de begrafenis. De zus is achteraf tevreden. Er waren geen blikken en geen gefluister. Ze bedankt de begeleidster. Karla liep waardig achter de kist van haar moeder, met hoog geheven hoofd. Ze hield stand tussen de angst voor haar grimmige gedachtewereld en de regels en normen uit haar omgeving.
Broos, maar onzegbaar betekenisvol
Karla was bij het afscheid omdat ze vond dat ze daar moest zijn.
En zo blijft over: een dochter die achter de kist van haar moeder loopt, dankzij een begeleidster die ruimte maakt voor wie ze is, precies daar waar het kan. In dat samenspel van zorg, kwetsbaarheid en eigenheid ontstaat iets broos, maar onzegbaar betekenisvol: waardigheid.
Reacties